Interne tegenstellingen belemmeren hervorming Raúl Castro (1)

Volgens de econoom en Cuba-expert Carmelo Mesa-Lago is generaal Raúl Castro ‘volledig toegewijd’ aan zijn aanpassingsplannen, maar ‘heeft hij onvoldoende tijd vanwege zijn eigen leeftijd en de urgentie van de situatie, om deze te realiseren.’ De belangrijkste barrière bij de invoering van nieuw beleid is de apathie, veroorzaakt door het gebrek aan eenheid tussen de leden van de regering, aldus Mesa-Lago, emeritus-hoogleraar aan de Universiteit van Pittsburgh. Hij sprak met de Argentijnse website Infolatam.com

Carmelo Mesa Lago voert het woord tijdens een bijeenkomst van de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève

‘Ondanks de uitspraken van Raúl Castro over de eenheid onder de leiders, wijst alles erop dat er in de top van de Cubaanse machthebbers onenigheid bestaat, net als bij het middenkader. Enkelen steunen de hervormingen om de economische en sociale ontwikkelingen een kans te geven en daardoor de revolutie te redden, anderen verwerpen die veranderingen uit angst krachten op te wekken die niet meer gecontroleerd worden door het regime,’ aldus Mesa–Lago. ‘Als deze onenigheid tussen de leiders niet wordt opgelost, zullen de economische en sociale problemen van Cuba niet kunnen worden opgelost.’

Tegenstrijdigheden
De econoom zegt dat ‘de efficientie van de hervormingen’ wordt belemmerd onder meer door objectieve tegenstrijdigheden. ‘Men wil bijvoorbeeld de productie vergroten zodat de importen kunnen worden teruggebracht en de exporten vergroot, maar tegelijkertijd legt men de nadruk op centrale planning, de controle door de staat en de hoge belastingen voor de particuliere sector die deze ontwikkeling in de weg staan,’ aldus Mesa-Lago, die recent een nieuw boek publiceerde met de titel Cuba en la era de Raúl Castro. Reformas económico-sociales y sus efectos (Editorial Colibrí). Hij is van mening dat de structurele, de niet-structurele en administratieve aanpassingen van Raúl Castro ‘de meest vergaande en uitgebreide hervorming is, die tijdens deze revolutie werd ingevoerd’.

Eethuisje of paladar in Cienfuegos

Drie veranderingen ontbreken
Maar ‘hoe dan ook, drie veranderingen zijn niet ingevoerd namelijk de beëindiging van het duale monetaire systeem, de rantsoenering en de verhoging van het reële salaris om de basisbehoeften te bevredigen.’ Over de veranderingen die tot nu toe door de regering zijn ingevoerd, zegt Mesa-Lago dat de ‘administratieve en de niet-structurele, die ook het minst complex en belangrijk zijn, positieve gevolgen hebben gehad.’ (…) Mesa-Lago: ‘Neem de fusie van verschillende ministeries of de voortgang in de bestrijding van de corruptie en de aanhouding en gevangenname van honderden functionarissen, evenals de grotere mogelijkheid om kritiek te uiten binnen de socialistische kaders, zijn een vorm van glasnost. Omdat er geen informatie over beschikbaar is, kunnen de resultaten van de strijd tegen ongedisciplineerd gedrag op de werkvloer alsmede de vier maatregelen om het salaris te verbeteren, niet worden geëvalueerd, ’ zegt hij.

Ontslagen
Wat betreft de structurele hervormingen die het ‘meest complex en beslissend zijn’, onderstreept Mesa-Lago dat het effect beperkt is, vanwege de beperkingen, het ontbreken van stimulansen en beleidsfouten’. (…) ‘De actualisering van het economisch model, binnen een systeem dat 52 jaar is gekenmerkt door centrale planning en staatsbedrijven, leidt ook tot fouten en misgrepen over een totaal van 52 jaar.’ (…)  ‘Ondanks het in bruikleen geven van stukken grond en andere hervormingen van de landbouw, daalde de productie in 2010 en steeg deze in 2011 alleen maar in de sector, die niet tot de staat behoorde. Maar het is onbekend of dit komt door de verstrekking van grond of door het werk van boeren die niet behoorden tot de coöperaties.’
‘De doelstelling van het ontslaan van werknemers in de overheidssector werd in 2011 niet gerealiseerd, maar het aantal arbeidsplaatsen in de particuliere sector of bij coöperaties was ook niet voldoende om de  werknemers die wel werden ontslagen, aan nieuw werk te helpen.’

Cuba vervangt twee ministers

Twee Cubaanse ministers die zich met economische aangelegenheden bezighielden zijn uit hun functie gezet. Dat heeft de Cubaanse Communistische Partij woensdag bekendgemaakt. De twee zouden naar verluidt corrupt zijn.

Minister Medardo Diaz Toledo

Het gaat om Medardo Diaz Toledo, de minister van communicatie, en Tomas Benitez Hernandez, de minister van basisindustrie, waar onder meer mijnbouw en energie onder vallen. Toledo keert terug naar het leger. Waar Hernandez terechtkomt is onbekend. De aantijgingen van corruptie kwamen van media buiten Cuba. De Communistische Partij gaf geen reden voor het vertrek van de twee ministers.

Eén Mei: er valt niets te vieren

Hoewel de regering probeert de werkelijke cijfers over de economische situatie waarmee de Cubaanse arbeiders worden geconfronteerd, weg te moffelen, weet iedereen dat het reële loon in Cuba alsmaar daalt. Aldus de econoom en voormalig politieke gevangene, Oscar Espinosa Chepe ter gelegenheid van de viering van de Eerste Mei. Hij concludeert dat er geen enkele reden bestaat om in Cuba de Eerste Mei te vieren. Hier volgt zijn tekst.

Tijdens de 1 mei optochten wordt eigenlijk de bloedige afloop van de staking van 3 mei 1886 in de McCormick-fabrieken in Chicago (USA) herdacht, waar er werd geijverd voor de 8 uren werkdag. De slachtoffers groeiden uit tot de Martelaren van Chicago, die symbool werden voor de arbeidersstrijd in de hele wereld, zoals werd besloten tijdens het Internationale Socialisten Congres Socialistische Arbeiders-Internationale congres van 1889 in Parijs.

Zoals alle andere jaren hebben de autoriteiten manifestaties gepland om de Eerste Mei te vieren. De centrale bijeenkomst vindt morgen in Havana plaats maar ook in alle provinciale hoofdsteden worden Cubanen opgeroepen de ‘festiviteiten’ bij te wonen. De uitnodiging is afkomstig van de vakcentrale Central de Trabajadores de Cuba (CTC), de organisatie die door de Cubaanse Communistische Partij (PCC) wordt gebruikt om volledig controle over werknemers te kunnen uitoefenen. Ook deze keer worden opnieuw veel mensen aangezet om deel te nemen aan de marsen hoewel de levensomstandigheden van de Cubaanse arbeiders op dit moment droevig zijn.

Ook ‘eigen bazen’
Nieuw is de oproep tot deelname  aan de ‘feesten’ van de cuentapropistas of personen die een eigen bedrijf hebben, hoewel iedereen weet dat deze mensen onder druk staan en angst hebben te weigeren. Het is absurd dat zij het feit moeten vieren dat zij door inspecteurs constant worden lastiggevallen, bovenmatige belastingen moeten betalen, te maken hebben met het ontbreken van een markt om hun  inkopen te kunnen doen en met de vele verboden die zijn uitgevaardigd om elke vooruitgang tegen te gaan waardoor de ‘eigen bazen’ leven in een voortdurende staat van onzekerheid en angst.

Koopkracht daalt
Hoewel de regering probeert de juiste cijfers over de levensomstandigheden van de arbeiders te verdoezelen, weet iedereen dat het salaris in werkelijkheid steeds minder wordt, is er eenstemmigheid over de grote problemen met het voedsel, de woningen, het transport, de kleding, schoenen en allerlei andere zaken van het dagelijks leven. Uit eerder gepubliceerde cijfers van het Bureau voor de Statistiek / Oficina Nacional de Estadísticas (ONE), bedroeg het gemiddelde maandsalaris aan het einde van 2011 455 peso’s, dat betekent een stijging van 1,5% vergeleken met 2010.  Maar de prijzen die worden gevraagd op de markten zijn in deze periode met ongeveer 20% gestegen, volgens dezelfde bron. Daar komen nog de prijsstijgingen bij van elektriciteit ( in een reeks van 15,3% tot 284,6%  als het gebruik de 301 Kilowatt overschrijdt),  toiletartikelen en schoonmaakartikelen die niet meer via het bonnenboekje of de libreta verkrijgbaar zijn. De kappers en de schoonheidssalons hebben hun prijzen verdubbeld en dat geldt voor veel artikelen en diensten. Dat geldt zeker ook voor artikelen in de deviezenwinkels (cuc’s). Maar de inflatie die daardoor in 2011 ontstond is door de regering verborgen gehouden maar ze overstijgt enkele malen de groei van het minimumsalaris. Deze feiten tonen aan dat de verslechtering van de koopkracht, die al jaren gaande is, in 2011 versterkt is met alle ernstige gevolgen voor het dagelijks leven van de arbeiders. Studies van officiële economen en van buitenlandse prominente economen, zoals Carmelo Mesa-Lago, tonen aan dat vanaf 1990 het feitelijk inkomen steeds verder achter uit is gegaan. Dat geldt ook voor de pensioenen, die volgens cijfers van ONE in 2011 met 4,1% zijn gestegen. De genoemde studies tonen aan dat er tot 2010 sprake was van een feitelijke achteruitgang en de werkelijke koopdracht was in 2011 nog geen 30% van het niveau van 1989.

Een Mei parade op het Plein van de Revolutie vorig jaar.

1,3 miljoen ontslagen
De zorgen van de Cubaanse arbeiders worden niet allen veroorzaakt doordat het salaris dat de staat – nog altijd de enige werkgever voor veel Cubanen – in nationale peso’s uitbetaalt maar dat geen waarde heeft in deviezenwinkels en gemiddeld niet meer dan 18 dollar per maand waard is. Voeg daarbij het enigszins vertraagde proces van de 1,3 miljoen ontslagen arbeiders – bijna een kwart van de werkende bevolking – dat een zware beproeving vormt voor de betrokkenen omdat het moeilijk is om elders ander werk te vinden.

Weinig rooskleurig
Heden en toekomst van de arbeiders zijn niet rooskleurig en er is geen aanleiding de Internationale Dag van de Arbeid te vieren. De regering met zijn gigantische propaganda-apparaat, wijdt uitgebreid aandacht aan de  problemen, die in andere landen bestaan maar de problemen waarmee Cubanen worden geconfronteerd zijn vaak omvangrijker. In het zogeheten ‘paradijs van de arbeiders’ zijn juist zij de meest vervolgden en uitgebuitenen, in een project dat de hemel belooft maar de natie aan rand van de hel heeft gebracht.

Bron
* Tekst van Oscar Chepe op de site van Cubaencuentro

Link
* De enig toegestane vakbond CTC in Cuba wijst erop dat in 2011 140.000 werknemers in staatsdienst, hun werk verloren. In de loop van 2012 zullen er nog 110.000 plaatsen verdwijnen.  De CTC vraagt om begrip zodat ‘alles zonder trauma’s zal plaatsvinden.'(Spaanstalige Diario de Cuba)