Nieuwe Cubaanse middenklasse met sterke koopkracht

Tussen 2009 en 2016, de periode van het mandaat van president Obama, ontvingen Cubanen ruim 21 miljard dollars aan overboekingen uit de VS. De sector van de particuliere restaurants of paladares ontwikkelde zich in die periode tot de meest lucratieve, met 1.716 vergunningen en een geschatte omzet van 693 miljoen aan convertibele peso’s of CUC’s. Dat blijkt uit een onderzoek van The Havana Consulting Group (THCG). Als gevolg van de politieke dooi tussen de VS en Cuba en van interne economische maatregelen, ontstaat een nieuwe middenklasse met ‘een sterke koopkracht’, die geleid heeft tot een ‘ware boom in de particuliere sector van Cuba,’ aldus de THCG.

paladar-en-cuba

Paladar in Havana

Volgens Emilio Morales, president van de THCG, is een snelgroeiende klasse ontstaan die bewijst ‘economisch autonoom te zijn, grote ondernemingszin en gevoel voor innovatie te bezitten en een enorme kracht om rijkdom te vergaren.’ Hij wijst op de ‘zeer succesvolle en lucratieve’ voorbeelden zoals de paladares en de verhuur van kamers en appartementen, maar ook op schoonheidssalons, werkplaatsen voor de reparatie van mobiele telefoons of de verkoop van schoenen. De paladares ontwikkelden zich in 2016 tot de meest lucratieve sector met 1.716 licenties en een jaarlijkse omzet van 693 miljoen CUC. Op de tweede plaats staan de schoonheidssalons met 17.837 verleende vergunningen en een omzet van 120 miljoen CUC. Daarna volgen de groothandel en vervolgens de verhuur van kamers en huizen. Volgens het THCG Business Report van juni vormen de Cubaanse ondernemers die in deze sector werken en anderen die het particulier ondernemerschap beoefenen ‘een zeer succesvol netwerk van ondernemers.’

dollarbiljetmetraulcastroDollars uit VS
Benadrukt wordt dat de economische steun van Cubanen uit het buitenland ‘een sleutelrol’ blijft spelen in de ontwikkeling van de particuliere sector op dit Caribisch eiland met een goederen- en dienstenmarkt, die op 2.500 tot 3.800 miljoen CUC per jaar wordt geschat. Vooral de dollaroverboekingen door Cubanen uit de diaspora zijn van belang. Zij vormen de basis voor het ontstaan van particuliere commerciële kleine ondernemingen. Tussen 2009 en 2016 ontvingen Cubanen zo ruim 21 miljard dollars. In 2009 werd ruim 1½ miljard dollar overgemaakt en dat bedrag was in 2016 gestegen tot 3½ miljard, een stijging van 108%. De economische openheid werd ook mogelijk door maatregelen die president Raúl Castro nam ‘die particulier ondernemerschap mogelijk maakten in 201 beroepen, gevoegd bij flexibeler wetten’. Eind 2016 werkten 535.000 Cubanen op legale wijze in de particuliere sector tegenover 157.371 in 2010. Morales wijst ook nog op de ontelbare belemmeringen van de zijde van de Cubaanse administratie zoals de hoge belastingen en het gebrek aan groothandel waar handelswaar kan worden ingekocht.

Sterke staatssector
Hij onderschat ook niet de rol van de staatssector in de economie die ‘nooit eerder in de 60 jaren van het bestaan vaan de communistische regering, zo groot is geweest.’ Feitelijk controleren de Cubaanse strijdkrachten ‘alle strategische sectoren, 85% van de kleinhandel, 40% van de hotelsector, de Speciale Ontwikkelingszone van Mariel en 27% van Etecsa, het Cubaanse telecommunicatiebedrijf. De groei van het nationaal toerisme noemt het THCG-rapport ‘adembenemend’ met in 2016 991.122 Cubanen die in eigen land vakantie doorbrachten.

Bron
* Persbureau EFE

Overheid en paladares, een dubbelzinnige relatie (deel 2)

Miriam Celaya vervolgt hier haar artikel over de speciale relatie die er in Cuba bestaat tussen de communistische partij en eigenaren van particuliere eethuisjes. Die verschilt niet veel van de relatie die er in Cuba altijd al bestond tussen staatsrestaurants en de partij. Deze vorm van cliëntelisme leidde tot een soort geheime middenklasse die het voordeel had i.t.t. de arbeidersklasse, dat ze toegang had tot consumptie– en dienstengoederen. Dat levensniveau en de toegang tot consumptie-artikelen is precies hetzelfde als dat van de huidige particuliere eigenaren  van de meest succesrijke paladares en ligt ruim boven het levensniveau van de meeste Cubanen.

salon-rojo-havana

Salon Rojo, een al wat langer bestaande nachtclub in Havana in handen van de Cubaanse staat

Het verschil tussen die staatsambtenaren van weleer en die eigenaren van nu is dat de eerste openbare goederen verhandelden aangezien privé-bezit verboden was, en laatstgenoemden werken met privé-kapitaal. De gemeenschappelijke noemer tussen hen is dat de overheid – die naar eigen goeddunken vergunning verleent, straft en pardon verleent – hen controleert en  manipuleert. Zo hangt de welvaart van de de privé-manager tot de dag van vandaag af van zijn handigheid om de staatsgoederen die hem worden toevertrouwd te verduisteren, zonder dat dit wordt ontdekt; en het succes van de particuliere eigenaar hangt af van zijn handigheid om de wet te overtreden, hetzij door toegang tot de zwarte markt om de goederen te verwerven die hij nodig heeft, hetzij door belasting en  andere regelgeving te ontduiken.

Slachtoffers
Wat nieuw is in dit journalistieke verslag, is dat er in de overheidspers ruimte wordt gegeven aan de stem van de zogenaamde slachtoffers – de altijd belasterde particuliere eigenaren of ondernemers – en dat deze zich kritisch en vrij kunnen uitlaten over de talloze beperkingen die het systeem zzp’ers als hen oplegt. Onder de grootste beperkingen die worden opgesomd is het niet bestaan  van een groothandel en het onvoldoende aanbod van netwerken voor kleinhandel, de onmogelijkheid zich te kunnen verbinden met importzaken voor het kunnen investeren in productiemiddelen, de gebrekkige uitrustingen in de kleinhandelsnetwerken, het uitgesproken verbod voor de private sector producten te importeren die die niet worden verhandeld door de staatsbedrijven, waaronder bepaalde alcoholische dranken waar een ruime vraag naar is, de restrictie op het aantal toegestane zitplaatsen (max. 50, zowel voor cafetaria’s als restaurants), hetgeen ‘een aanslag betekent op de goede ontwikkeling van de business’ , vooral in die zaken  die service verlenen aan de officiële toeristenbureau’s en die zich bij gelegenheid gedwongen zien de hand te lichten met die contracten gezien de grote vraag naar en het beperkt aantal wettig toegestane zitplaatsen.

meisjes-uitgaanslevenNachtleven
De kritiek trof ook de nachtelijke uitgangsgelegenheden van de staat die door de eigenaren van paladares  als onvoldoende worden gekwalificeerd ‘voor het bieden van service met kwaliteit’, wat doet denken dat wellicht op betrekkelijk korte termijn met de groeiende toestroom van toeristen dit soort zaken – tot nu toe exclusief domein van de staat- in privéhanden kunnen overgaan. ‘Wij zijn bereid de gevraagde belasting te betalen (….), maar wij willen voortvarend zaken kunnen doen’, gaf een van hen aan, waarbij hij impliciet doelde op de financiële capaciteit van de elite van de sector. Maar het verslag in Granma ziet ook de nuance waardoor het verschilt met de gewoonlijk platte en onkritische journalistiek in de krant van de partij. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de eigenaar die, als belastingbetaler, eiste meer te willen weten over de bestemming van de belastingen die bijdragen aan de begroting van de staat; iets wat tot voor kort als ketterij werd beschouwd.

Schaars signaal
Het zijn natuurlijk lichte en schaarse signalen, maar zij grijpen vooruit op een mogelijke ontwikkeling van het privé-kapitaal, zij het beperkt tot een elitaire sector, die ondanks zijn fragiliteit zich autonoom begint te voelen en zich als nuttig en noodzakelijk ziet voor de overleving van een vermolmd, niet-productief systeem in crisis. Vanzelfsprekend zijn er geen officiële antwoorden op de eisen van de particuliere eigenaars gepubliceerd. Niemand weet met zekerheid hoe groot de dosis stoutmoedigheid is die in deze weinig voorkomende  journalistieke aanpak, ligt besloten. Voor nu is het de moeite waard het lot van de particuliere restaurants in Havana aandachtig te volgen. Laten we het oude gezegde niet vergeten: ‘God maakt recht wat krom is’ .

Bron
* Miriam Celaya op de website 14ymedio, 16 november 2016

Link
* Yudy Castro Morales in de partijkrant Granma, 11 november 2016 met:  Particuliere restaurants in de hoofdstad. Controle en succes, in die volgorde?

Particulier ondernemerschap in Cuba groeit langzaam (2)

Tabaksboer Antolin Pérez Diaz

Belastingen
Een van de klachten is het deel dat de overheid pakt van hun nu legale winst – iets dat bekend zal voorkomen bij belastingaanslagen. Hidalgo betaalt elke maand belasting aan de overheid en is ongelukkig dat aan het einde van het jaar een regeringsaccountant haar inkomsten navlooit en haar dan een extra belastingaanslag geeft.‘Je betaalt al het hele jaar. Waarom moeten we het dan [weer] doen aan het eind van het jaar?’, klaagt ze. Maar haar grootste uitdaging is het ontbreken van een groothandel die aan restaurants levert. Om ervoor te zorgen dat ze eten kan serveren, moet ze in de rij staan met de gewone Cubanen die hun boodschappen doen, vaak in de hele stad op zoek naar ingrediënten die steevast op zijn. ‘Je moet de hele stad door op zoek naar dat ene dat je nodig hebt,’ zei Hidalgo.

Landbouw
Nadat de Sovjet-Unie instortte, ging Cuba open voor joint ventures in het toerisme, een aktie die aanzienlijke hoeveelheden vreemde valuta bracht. Maar het deed niets voor de landbouwsector, en behalve tabak en zijn beroemde sigaren, is Cuba, ooit een belangrijke leverancier van suiker in de wereld, niet langer een grote exporteur van agrarische goederen. Een aantal boeren klaagt dat er nog steeds geen geld is voor moderne machines of kunstmest, nodig voor de groei van de oogst. Yaime, een boer uit de buurt van Bayamo in het oosten van Cuba, klaagde dat de staat hem opgedragen had om varkens te fokken, als onderdeel van een poging om de voedselproductie te stimuleren, maar na het slachten hem al maanden niet heeft betaald, zodat hij geen nieuwe varkens kan fokken. De zaken worden er niet beter op, zei hij. Sommige Amerikaanse functionarissen geloven dat wat er gebeurt zorgvuldig wordt gestuurd om de innerlijke tegenstrijdigheid te verbergen: hoe meer de overheid de economie opent, hoe meer het omhelst waar het vijftig jaar lang tegen was.

Raúl: ‘Dit is allemaal voor jou.’ Cartoonist Garrincha over het verschijnsel van cuentapropistas of eigen bazen.

Leger bepaalt grenzen
Wat aan de onzekerheid bijdraagt is het feit dat de initiator van de hervormingen Raul Castro is, 80, die leiding gaf aan de Cubaanse strijdkrachten tientallen jaren voordat hij president werd. Als legerleider bekeerde hij zich tot de vrijmarktconcepten om de militairen zelfvoorzienend te maken in gewassen en onderdelen van de productie. Hij heeft ook militaire handlangers op hoge plaatsen gezet, wat suggereert dat de openingen worden opgezet met een oog op hoeveel liberalisering toegestaan kan worden. ‘Het leger is echt de economische motor van het land, dus het wordt gedaan binnen de grenzen van wat  het leger denkt te kunnen hanteren’, zegt Vicki Huddleston, een gepensioneerde Amerikaanse ambassadeur, die de US Interests Section in Havana leidde van 1999 tot 2002. ‘Waar het op neerkomt is dat je geen maatschappelijk middenveld [in Cuba] hebt.”

Gerommel in de marge
Een andere Amerikaanse functionaris, momenteel betrokken bij het Amerikaanse beleid met betrekking tot het eiland, noemde de hervormingen ‘gerommel in de marge.’ Maar voor de Cubanen zoals kapper Suárez, is het allemaal de moeite waard, zelfs als hij $12 tot $15 per maand voor zijn licentie moet betalen aan de overheid. ‘Ik hoef me niet meer te verbergen,’ zei hij. ‘Ik kan reclame maken voor mezelf.’

Bron
* Miami Herald, 18 april 2012