Politie in burger doorzoekt woning Alfredo Guevara

Ruim 20 politie-agenten-in-burger hebben zaterdag jl. de woning van de in april overleden Alfredo Guevara, ex-directeur van het Cubaanse Filminstituut ICAIC, aan een grondig onderzoek onderworpen. Veel van zijn bezittingen waaronder veel papieren en documenten, werden in beslag genomen. De geadopteerde zoon van Guevara, Antonio Guevara, heeft vanuit Mexico geprotesteerd tegen de inbeslagname. Cubaanse autoriteiten zeggen dat sprake is van bescherming van het ‘cultureel patrimonium’ van het land. De officiele media hebben de operatie niet gemeld.

Alfredo Guevara in gesprek met journalisten (4 december 2011) nadat hij voor zijn werkzaamheden bij het ICAIC was onderscheiden.

Alfredo Guevara in gesprek met journalisten (4 december 2011) nadat hij voor zijn werkzaamheden bij het ICAIC was onderscheiden.

Familieleden spreken over het gewelddadige karakter van de actie waarbij telefoonverbindingen werden doorgesneden, deuren opengebroken en personeel dat de woning schoonhield, vastgehouden. Zij zeggen nooit toestemming te hebben gegeven voor het binnendringen van de woning en door de autoriteiten niet te zijn geinformeerd over deze operatie. Antonio Guevara benadrukte dat hij en de andere familieleden de legale erfgenamen zijn, ook van de documenten, papieren en kunstwerken, precies zoals Alfredo Guevara dat in zijn testament beschreven zou hebben. Guevara beschikte over een grote verzameling kunstwerken. Direct na zijn dood, op 25 april, publiceerde het Ministerie van Cultuur een besluit waarin werd bepaald dat alle zaken met betrekking tot het leven en het werk van Guevara gerekend moeten worden tot het cultureel patrimonium van Cuba. Dat betekent dat toegang en gebruik van Guevara’s nalatenschap slecht mogelijk is via de Nationale Raad van het Cultureel Patrimonium/ Consejo Nacional de Patrimonio Cultural (CNPC).

Geruchtenstroom
De huiszoeking bij Guevara – sinds 1959 een van de meest vooraanstaande persoonlijkheden in de Cubaanse kunstwereld en politiek – is aanleiding tot een geruchtenstroom over de motieven van deze operatie. De vrouw van Antonio Guevara, Janet Cueto, spreekt van een voorwendsel van de zijde van de Cubaanse autoriteiten en wijst erop dat in het testament van Alfredo geen enkele verwijzing voorkomt naar overheidsinstanties als mogelijke erfgenamen. Ook de doorzochte woning was particulier bezit en eigendom van haar twee kinderen Claudia en Alfredo.

Alfredo Guevara (1925 – 2013) die op 19 april op 87-jarige leeftijd stierf, was 7 maanden ouder dan Fidel Castro. Hij steunde Fidel en zijn revolutie zijn hele leven. Guevara en Fidel kenden elkaar sinds hun 19e levensjaar toen zij actief waren op de Universiteit van Havana om, zoals Guevara eens zei ‘te complotteren, de regering om ver  te werpen en revolutie te maken. De twee waren in 1948 betrokken bij de zeer gewelddadige opstand Bogotazo uin Columbia. Guevara studeerde filosofie. Literatuur en theater terwijl Fidel rechten studeerde. Guevara was lid van de Cubaanse Communistische Jeugdbeweging; Fidel verkeerde in kringen van de Ortodoxo partij maar zou, mede onder invloed van Guevara na 1959 uiteindelijk kiezen voor het communisme.

Alfredo Guevara (1925 – 2013) die op 19 april op 87-jarige leeftijd stierf, was 7 maanden ouder dan Fidel Castro. Hij steunde Fidel en zijn revolutie zijn hele leven. Guevara en Fidel kenden elkaar sinds hun 19e levensjaar toen zij actief waren op de Universiteit van Havana om, zoals Guevara eens zei ‘te complotteren, de regering omver te werpen en revolutie te maken.’ De twee waren in 1948 betrokken bij de zeer gewelddadige opstand Bogotazo in Colombia.
Guevara studeerde filosofie, literatuur en theater terwijl Fidel rechten studeerde. Guevara was lid van de Cubaanse Communistische Jeugdbeweging; Fidel verkeerde in kringen van de Ortodoxo partij maar zou, mede onder invloed van Guevara na 1959 uiteindelijk kiezen voor het communisme.

Gladys Collazo Usallán, voorztter van CNPC, verzekert de redactie van een regimevriendelijke weblog dat de reden van de actie geen andere was dan ‘de belangen van de ware erfgenamen en dat van het nationaal patrimonium, te beschermen.’ Zij meldt ook dat buren enkele nachten eerder hadden gezien dat goederen uit Guevara’s woning door onbekenden werden weggehaald. Volgens de bekende blogger Yoani Sánchez zouden de onderzoekers vooral geinteresseerd zijn geweest in documenten en aantekeningen die Alfredo Guevara de laatste jaren maakte. Zij zegt dat dat materiaal ‘herinneringen bevat met de meest obscene details over het systeem, want als iemand directe getuige en betrokkene was bij de totstandkoming van het huidige Cubaanse systeem was het Alfredo Guevara.’ Sánchez wijst erop dat de inval plaatsvond op een moment dat de naaste familieleden in het buitenland verbleven. Publicist Alejandro Armengol (Cubaencuentro) stelt zichzelf de vraag of de Cubaanse autoriteiten werkelijk ongewenste onthullingen vreesden van de zijde van Guevara. Hij – i.t.t. Yoani Sánchez – twijfelt aan die mogelijkheid. Zou iemand als Guevara iets hebben kunnen schrijven dat de gebroeders Castro en het regime niet goed zou uitkomen, terwijl hij zijn leven lang een absolute loyaliteit aan de Castro’s ten toon had gespreid? Armengol wijst in de richting van Guevara’s  enorme kunstverzameling. ‘Men moet niet  vergeten dat Alfredo Guevara geen simpele particuliere verzamelaar van Cubaanse kunst was, maar dat hij vooral veel kunstwerken kon vergaren door zijn positie die hij binnen het regime innam. Vanaf januari 1959 werden veel woningen en kunstverzamelingen in bezit van de hogere bourgeoisie, geconfiskeerd. Niet alle kunstwerken gingen toen naar musea, ministeries of de opslagruimten van de overheid. De gangen en alle zalen van de filmorganisatie ICAIC hingen bijvoorbeeld vol kunstwerken, vaak afgestaan door kunstenaars die op die manier de sympathie van de de leiding van ICAIC c.q. Guevara wilden winnen. ‘Voor Guevara bestond er geen verschil tussen de wanden van zijn werkkamer bij ICAIC of de muren bij hem thuis,’ aldus Armengol.

Guevara met Haydee Santamaria, voormalig guerillrstrijder en directeur van de uitgeverij Casa de las Americas.

Guevara met Haydee Santamaria, voormalig guerillastrijder en directeur van de uitgeverij Casa de las Americas.

Levenslange privileges
Armengol: ‘Alfredo Guevara was geen miljonair – hij ontbeerde de eigenschap van zo iemand – ook was hij geen beroemd filmproducent noch directeur van een grote filmmaatschappij. Maar hij profiteerde van een groot aantal privileges die bij zo’n functie behoren. Hij was hoge ambtenaar van een communistische regering. Maar net als anderen van zijn soort was die Staat er niet alleen voor hem om te gebruiken, maar werd ook gebruikt door anderen om hem heen. Als het juist is dat hij een testament heeft achtergelaten en daar vastlegt dat zijn kunstschatten zouden worden nagelaten aan zijn ‘familie’, is dit document zijn laatste bedrog aan het adres van de Cubanen.’ Arnengol ziet er het zoveelste bewijs in van ‘de morele en fysieke decadentie in het huidige Cuba.’

Cartoonist Garrincha maakte een cartoon over de affaire.

Cartoonist Garrincha maakte een cartoon over de affaire. Hij verwijst naar recente berichten over de inperking van het aantal eieren dat elke Cubaanse burger nog met zijn rantsoeneringskaart kan krijgen. ‘Hee, ze hebben een inval gedaan bij Alfredo Guevara.’ ‘Ik weet zeker dat ze op zoek waren naar eieren’.

De filmmaker en publicist Manuel Zayas zegt in New York dat de huiszoeking een voorwendsel is om compromitterende informatie van Guevara in beslag te nemen. Zayas beschouwt de huiszoeking als een boodschap aan de erfgenamen die luidt dat zij een zero tolerance kunnen verwachten. Ook Zayas, die Guevara na zijn dood omschreef als ‘de laatste aparatsjik’, benadrukt dat Alfredo Guevara een van de grootste particuliere schilderijen verzamelingen bezat. Dat was mogelijk omdat hij al jarenlang reizen kon maken naar het buitenland en vanwege zijn verdediging van de Revolutie, werd dit gedrag getolereerd. Daar is nu een einde aan gekomen.’ Zayas zegt dat er aanwijzingen zijn dat kunstwerken door Guevara’s familieleden naar het buitenland werden gebracht, verkocht en dat de opbrengsten werden geinvesteerd in diverse ondernemingen in Miami.’

Castro's zoon,  ooit Fidelito werd genoemd

Castro’s zoon, ooit Fidelito genoemd

Ongenade
De as van Guevara werd enkele dagen na zijn dood uitgestrooid op de trappen van de Universiteit van Havana, de plek waar hij zijn loopbaan begon en Fidel Castro leerde kennen. Bij de plechtigheid was zijn nichtje Claudia Guevara aanwezig. De Castro’s zelf waren er niet; enkel Fidel Castro Díaz Balart, Castro’s zoon, was aanwezig. Zaya trekt de conclusie dat Alfredo Guevara bij zijn dood in ongenade viel.

Bron
* Bericht van de Engelstalige Havana Times