Oswaldo Payá 1952 – 2012: Van kerkelijk naar politiek activisme

Oswaldo Payá Sardiñas werd in 1952 in Havana geboren in een traditioneel katholiek gezien. Hij bezocht het College van de Maristen in de wijk Cerro totdat dit in 1961 door de communistische autoriteiten werd gesloten. Op 16-jarige leeftijd vervulde hij zijn militaire dienst op het Eiland van de Jeugd / Isla de Pinos. Hij zat enige tijd gevangen in een van de vele strafkampen die Cuba toen telde. Na vrijlating zette hij zijn godsdienstige activiteiten voort en werd hij actief in de parochie van de wijk Cerro. Hij hield zich vooral bezig met jongerenpastoraat. Payá was actief binnen de kerkelijke beweging Reflexión Eclesial Cubana / Kerkelijke Cubaanse Reflectie (REC) en was afgevaardigde bij de ENEC-Conferentie (ENEC: Encuentro Nacional Eclesial Cubano / Nationale Kerkelijke Ontmoeting) in februari 1986. Deze kerkelijke bijeenkomst was bedoeld ter vernieuwing en modernisering van de katholieke kerk in Cuba. Centraal stond toen de vraag hoe de katholieke kerk zich binnen het socialisme diende op te stellen. Payá richtte in de parochie van El Cerro een ontmoetingscentrum op en maakte het tijdschrift Pueblo de Dios / Volk van God, dat ook in veel andere parochies werd verspreid.

In 1988 richtte Payá de Movimiento Cristiano Liberación / Christelijke Beweging van Bevrijding (MCL) op, die zich geheel richtte op de verdediging van de fundamentele democratische rechten van de Cubanen. De beweging MCL was een politieke en sociale beweging die ook toegankelijk was voor niet-katholieken. Payá was veelvuldig doelwit van gewelddadige acties van de Cubaanse geheime dienst en is vele malen voor kortere tijd gevangen gezet.

Van links naar rechts Hector Palacios, Oswaldo Payá en de vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez tijdens een persconferentie

Project Varela: 25.000 handtekeningen
In 1998 ontstonden binnen het MCL de plannen voor het Project Varela. Samen met zijn volgelingen doorkruiste hij het hele land om handtekeningen te verzamelen, die op 12 maart 2002 bij de Nationale Assemblee del Poder Popular / Asamblea Nacional del Poder Popular werden aangeboden. Volgens de toen bestaande Cubaanse wetgeving zouden 10.000 handtekeningen van burgers volstaan voor een plebisciet onder de bevolking. Uiteindelijk werden 11.000 handtekeningen aangeboden van burgers die vroegen om vrijlating van alle politieke gevangenen, democratisering van de samenleving en een scheiding van de wetgevende, juridische en uitvoerende machten. De Cubaanse regering negeerde het verzoek, organiseerde massale demonstraties om de instemming met het socialistisch systeem te bevestigen en verklaarde uiteindelijk officieel dat het socialisme in Cuba ‘onomkeerbaar’ was. Ook werd de grondwet gewijzigd waardoor de mogelijkheden van burgers voor een referendum verdwenen. In maart 2003 verhevigde de repressie met de arrestatie tijdens de Zwarte Lente / Primavera Negra van 75 geweldloze dissidenten; ruim 40 van hen behoorden tot de MCL en hoorden straffen van 12 tot 28 jaar uitspreken vanwege ‘ondermijning van de nationale soevereiniteit’. Payá werd niet gearresteerd en spande zich in om de vrijlating van zijn collega’s te bevorderen en democratische grondrechten te eisen voor alle Cubanen. In 2004 werden door het Project Varela opnieuw 14.000 handtekeningen ingezameld om veranderingen te eisen in de regering van Fidel Castro.

Huurling
De autoriteiten in Cuba beschouwden Payá echter als ‘een huurling’, in dienst van de VS hoewel hij een verklaard tegenstander van het Amerikaanse embargo was. In de Cubaanse Wikipedia (Ecured, een door het regime opgezet informatiesysteem) werd hij aanvankelijk ook omschreven als ‘terrorist’ maar na protesten uit eigen land en het buitenland werd dit gewijzigd.

Bekladding woning
Toen de oppositieleider Oswaldo Payá Sardiñas in juni 2006 terugkeerde uit de kerk bleek tegenover zijn huis een enorme karikatuur tegen Bush en een leus tegen het Amerikaanse embargo geschilderd te zijn. Tientallen leden van de Cubaanse geheime dienst en andere Cubanen waren in het parkje Manila voor zijn woning verzameld toen Oswaldo en zijn vrouw Ofelia hun woning wilden betreden. In een goed voorbereide actie waren overal in de omgeving van de woning spandoeken opgehangen met leuzen als ‘Socialisme of de Dood’ en ‘In een belegerd vesting is dissidentie verraad’. Oswaldo en zijn vrouw werden ook veelvuldig gefotografeerd. Het huis werd destijds ook bewoond door de 84-jarige vader van Oswaldo die inmiddels is overleden. Payá: ‘Deze laffe actie en terreur is een represaille tegen mij en mijn familie vanwege het feit dat onze beweging op 10 mei jongstleden het Programa Todos Cubanos (Programma Alle Cubanen) publiceerde, een vredelievend alternatief voor Cuba, dat machthebbers niet wensen te zien of te horen.’

Payá bezoekt in februari 2010 de woning van Orlando Zapata die na een hongerstaking overleed

Moeilijke relatie met kerk
Hoewel Oswaldo Payá een gelovig katholiek was, waren er regelmatig spanningen tussen hem en de katholieke kerkleiding. Hij verweet deze en vooral de kardinaal van Havana, Jaime Ortega, te kritiekloze banden met de machthebbers te onderhouden. Dat bleek o.a. tijdens het recente bezoek van de paus toen Payá publiekelijk scherpe kritiek uitte op het zwijgen van de katholieke kerkleiding over de mensenrechten. Een ontmoeting met de paus, waarom hij had gevraagd, werd geweigerd. Eerder verbood de kerkleiding hem deel te nemen aan de Sociale Week die zij organiseert.

In 2003 sprak Ofelio Acevedo met een Duitse televisieploeg over de gevolgen voor haar gezin van de Zwarte Lente, naast haar Paya’s zoon Oswaldito.

Drie kinderen
Payá was getrouwd met Ofelia Acevedo en zij hebben drie kinderen: de zonen Oswaldo José en Reinaldo Isaías en dochter Rosa María. Zijn broer Carlos woont in Madrid en is vertegenwoordiger van de MCL in Madrid. Ondanks zijn dissidente activiteiten bleef Payá werkzaam in een ziekenhuis als specialist voor elektrische apparatuur; hij bezat een ingenieurstitel. Met de fiets op weg naar zijn werk werd hij veelvuldig gevolgd door een of meer medewerkers van de Cubaanse geheime dienst; ook zij gebruikten vaak de fiets.