Fidel Castro: over humor en vergetelheid

De man die tijdens zijn leven voorwerp was van duizenden grappen over zijn dood, speelt nu hij een half jaar dood is, in de Cubaanse volkshumor geen rol meer. Journalist en blogger Yoani Sánchez beschrijft deze teloorgang.

fidel-castro-oud2

Fidel Castro

Tientallen jaren zijn de Cubanen gebombardeerd met officiële propaganda waarin de vermeende genialiteit van Fidel Castro werd beschreven. In die lofzangen was hij niet alleen een vader, maar ook een strateeg, pedagoog, boer en veefokker en had hij een visionaire geest naast veel andere uitmuntende karakteristieken. Maar dat prototype van een patriarch, wetenschapper en Messias had ook zijn ‘kwetsbare kanten’. Met de tijd, begrepen velen dat de Máximo Líder niet zo overweldigend was als zij ons wilden laten geloven. Hij had ook kapitale tekortkomingen: een volledig ontbreken van zelfkritiek, nooit het debat willen voeren en ook kon hij niet omgaan met ironie of humor, de moeilijkste en optimale schaal van de menselijke intelligentie.

Mea culpa
Ondanks de slechte adviezen en besluiten die hij nam, stierf Castro zonder dat er een excuus over zijn lippen kwam in tegenstelling tot iemand die zegt: ‘Fouten maken is menselijk, ze corrigeren is wijsheid’. Mijn generatie wachtte tevergeefs op de excuses voor de deelname van scholieren aan de werkkampen op het platteland en andere pedagogische experimenten. Zoals we wachten op een mea culpa vanwege de slachtoffers van de Quinquenio Gris (de jaren van censuur, redactie), de stalinistische zuiveringen of de straf- en werkkampen als de UMAPS, Unidades de Ayuda a la Producción.

Goed geïnformeerd
Controverses rond de Comandante en Jefe kwamen niet voor. Hij meed heftige kritiek en bereidde zichzelf voor met geselecteerd cijfermateriaal en strooide dat vervolgens uit over de verbaasde buitenlandse journalisten en menigten op het Plein van de Revolutie. Hij hoorde hen graag zeggen: ‘Wat een goed geïnformeerde man!’ Hij was in werkelijkheid slechts een heerser die toegang had tot de informatie waarover zijn burgers niet konden beschikken.

Keizer zonder kleren
Castro verdronk in die urenlange toespraken, die de schijn hadden van een gezonde politieke discussie en een constructieve aanzet om het land te verbeteren. Wij moesten hem toejuichen of klappen maar nooit tegenspreken. Hij week nooit van de schijnwerpers, bang dat we ons zouden realiseren dat de keizer geen kleren droeg en de guerrillero niet het minste benul had waarover hij sprak. Alle keren wanneer de overleden leider zich bewoog op het terrein van de polemiek, liep dit slecht af. Als hij deze uitnemende sport gelijkend op de schermkunst, beoefende, werd hij in de eerste helft al uitgeschakeld. Zijn manier om met deze nederlagen om te gaan was de tegenstander te overweldigen met lange toespraken of zijn trouwe volgelingen oproepen de reputatie van zijn tegenstander te vernietigen. Hij was middelmatig als een gladiator van het woord.

fidel-en-el-inferno
Fidel in de hel, 3 minuten

Pepito
Grappen waren niet zijn sterkste kant. Hoewel Castro een hoofdrol speelde in grappen en grollen, gaf hij zelf nooit in zijn leven blijk van gevoel voor humor. In een land waar altijd wel een grap bij de hand is om het ijs te breken, was hij in het keurslijf van zijn militaire tenue en met zijn gezwollen taalgebruik een voortdurend doelwit van spotternij. Zijn dood heeft dat gebrek aan charmante scherts nog eens benadrukt. De man die tijdens zijn leven doelwit van duizenden grappen over zijn dood en zijn veronderstelde aankomst bij de hel was, speelt nu een half jaar na zijn dood zelfs in de volkse humor geen rol van betekenis meer. Zelfs Pepito, de eeuwige hoofdfiguur in onze grappen, noemt de overledene nergens. Het lot van iemand over wie men zich geen grap meer herinnert, is triest. Armzalig degene die nooit zei ‘ik heb me vergist’, die nooit het genot smaakte om met argumenten de strijd met een tegenstander te beslechten en die zelfs de smaak van de humor niet proefde.

Bron
* Yoani Sánchez, website Generación Y, 3 juli 2017

Ex-minister Prieto: ‘Cubanen maken geen grappen over de Revolutie’

Cubanen maken geen grappen over het regime van de Castro’s of over de Revolutie. Dat zegt in elk geval de voormalige Minister van Cultuur en auteur Abel Prieto. Hij deed de uitspraak vorige week tijdens een gesprek in het Centrum Dulce María Loynaz in Havana. De wereldvreemde opmerking leidde op de website Diario de Cuba tot maar liefst 150 reacties en voorbeelden van grappen en moppen over de gebroeders Castro.

Oud-minister Prieto

‘Onder Cubanen bestaat geen enkele grap die verwijst naar de revolutie’, aldus een citaat van oud-minister Prieto in de partijkrant Granma. Hij voegde er aan toe dat de grappen van Cubanen gericht zijn op ‘tekortkomingen of op de emigratie,’ maar op een ‘welwillende manier, met begrip en zonder rancune of bitterheid.’ Prieto sprak tijdens de bijeenkomst over scenes uit eerdere boeken die hij schreef en die partijkrant Granma omschreef als ‘hilarisch.’ Volgens de krant zouden aanwezigen luid hebben gelachen ‘tot ze niet meer konden.’ Prieto wees met name naar een essay uit 1995 van zijn hand El humor de Misha over de crisis en de val van het communisme in Oost-Europa en de politieke mop. Via deze moppen probeerde bij de ondergang van het socialisme in de Oost-Europese landen te verklaren. Hij vergeleek de grappen in Oost-Europa met die in Cuba en concludeerde dat ‘de laatste niet de bitterheid of zuurgraad kenden’ van de politieke grappen in Oost-Europa.

Cartoonist Garrincha tekende Abel Prieto

Geschiedenis humor herschrijven
Het lijkt erop dat Prieto veel moppen over de Castro’s heeft gemist. Schrijver en essayist Enrique del Risco zegt dat elke Cubaan tientallen moppen kent die de uitspraken van Prieto ontkrachten en waarin Fidel Castro veelvuldig voorkomt maar ‘zoals zij altijd al de geschiedenis van het land willen herschrijven, willen zij nu zelfs de onze geheime geschiedenis – over de moppen die we vertellen – manipuleren en dat verbaast me niks.’ En hij herinnert Prieto aan die grap van een arts die zegt dat je in Cuba de amandelen weghaalt via iemands achterwerk ‘want in mijn land mag men zijn mond niet open doen’. Del Risco twijfelt aan het gevoel van humor van Prieto zelf. Hij las Prieto’s boek El vuelo del gato en kan zich niet herinneren daarom gelachen te hebben behalve ‘misschien over de wat belachelijk aandoende hoofdpersoon, waarmee Prieto zei zich te identificeren’. Risco vergelijkt de vermeende humor van de oud-minister met de benoeming van Che Guevara tot president van de Nationale Bank: Che wist ook niets over economie en financiën. Abel Prieto publiceerde recent het boek Viajes de Miguel Luna (500 pagina’s) en publiceert binnenkort ‘de eerste roman in Cuba over een detective die voor eigen rekening werkt, als ‘cuentapropista.’

Meer dan 150 reacties
Prieto’s uitspraken leidden op de website Diario de Cuba tot tientallen reacties en voorbeelden van grappen waarvan er hier enkele volgen. Ondanks de bewering van Prieto dat deze grappen zo verschillen van die in de landen van Oost- Europa, is de overeenkomst opmerkelijk; soms verschillen enkel de namen van de communistische leiders. Zie daarvoor o.a. Links lachen, Humor van achter het IJzeren Gordijn, uitgave: Arbeiderspers 1961.

  • Iemand gaat naar een platenzaak en vraagt aan de verkoopster: ‘Hebt u Morir de Amor (Sterven van Liefde) van de gebroeders Hermanas Fabrisa in 45 revoluties?’ en de verkoopster antwoordt: ‘Die hebben we niet, compañero, maar we hebben wel Morir de Hambre, van de gebroeders Castro in slechts één revolutie.’
  • Fidel komt in Mazorra, de psychiatrische inrichting in Havana en ziet vanaf een afstand dat enkele patiënten tanks vullen met een het ander. Even later roept hij een van de patiënten bij zich en zegt: ‘Hé, man, want doen jullie daar?’ ‘De Revolutie, Commandant’ en Fidel lacht tevreden. Hij treedt dichterbij en steekt zijn hand in een van containers, ‘Maar dat is stront,’ roept Fidel. ‘Zeker, Commandant. Ik zei toch dat ik met de Revolutie bezig ben.’
  • Pepito, een veel voorkomende persoon in Cubaanse moppen, wordt bij Fidel Castro geroepen en deze vraagt hem of het waar is dat Pepito heeft gezegd dat hij op het graf van Fidel zal poepen, als hij sterft. Pepito: ‘Ik heb dat niet gezegd. Denkt u nou echt dat ik in zo’n lange rij wil staan?’
  • Fidel gaat naar een waarzegger en vraagt: ‘Wanneer zal ik sterven?’’ Zij antwoordt: ‘Op een feestdag.’ Fidel: ‘Waarom?’ De waarzegster: ‘Omdat elke willekeurige dag waarop u dood gaat, een feestdag zal zijn.’
  • Fidel en Obama sterven en gaan naar de hel. Obama vraagt de duivel of hij een boodschap mag sturen naar de VS want hij is verontrust over de economie van zijn land. De duivel geeft hem de telefoon en zegt: ‘U moet wel 300 dollar betalen voor een gesprek.’ Daarna vraagt Fidel aan de duivel een gesprek met Cuba te mogen voeren want hij is bezorgd over ‘zijn Volk’.  Hij vraagt hem hoeveel zo’n gesprek kost en de duivel antwoordt: ‘Lokale gesprekken zijn gratis.’
  • Fidel kondigt tijdens een Een Meiviering op het Plein van de Revolutie aan dat hij de melk van de rantsoeneringskaart haalt. Een groep mensen schreeuwt in koor ‘en wij zullen harder werken.’ Daarna zegt Fidel ook de zwarte bonen en de rijst van de rantsoeneringskaart te halen en de groep roept opnieuw: ‘En wij zullen harder werken.’ En zo gaat dat door, ook met de aardappels en tabak. Fidel roept zijn adjudant en vraagt wie die mensen zijn die steeds maar roepen dat ze harder gaan werken en deze antwoordt: ‘Dat zijn de werknemers van het kerkhof, Commandant.’
  • Fidel sterft en komt bij de hemelpoort, maar Petrus zegt: ‘U kunt hier niet binnen want u hebt teveel schade aan het land en het leven toegebracht.’ Fidel gaat naar de hel, de duivel ontvangt hem en zegt al lang op hem gewacht te hebben. Dan herinnert Fidel zich dat zijn koffers nog bij de balie van de hemel staan. De duivel zegt enkele duiveltjes te sturen om ze op te halen. Maar deze vinden de poorten van de hemel gesloten. Zij besloten over de omheining te klimmen en zo alsnog de koffers op te halen. Twee engelen zien dat en de een zegt tegen de ander: ‘Fidel is nog geen 5 minuten in de hel of we hebben al vluchtelingen….’
  • Guama noemt deze prent De laatste Taliban en vereeuwigt (links) Prieto en rechts zijn opvolger, de ideoloog Iroel Sánchez Espinosa.

    ‘Wat zou de beste plek zijn om Fidel te begraven?’ vraagt de onderwijzer aan zijn leerlingen. ‘Op het Rode Plein samen met Lenin’, zegt Roberto. ‘In Frankrijk, vlak bij de tombe van Napoleon,’ zegt Mario.‘ In het Heilig Graf vlak bij Christus’, zegt Juan. ‘Nee, meester a.ub. niet’, zegt Pepito, ‘want als je niet uitkijkt zal die op de derde dag nog verrijzen.’

  •  Fidel houdt een toespraak op het Plein van de Revolutie en na het applaus roept iemand piruli! ( letterlijk; een ijsje maar kan ook slaan op een aantrekkelijke persoonlijk, kortom, een lekker ding, redactie). Fidel spreekt verder, het volk applaudisseert en wanneer het stil wordt, roept iemand opnieuw Piruli!! Fidel herneemt het woord, bekritiseert de hele wereld en weer volgt ovationeel applaus. Wanneer dat is verstomd, hoort men opnieuw iemand roepen: ‘Piruli!!! Fidel wordt kwaad en schreeuwt dat wie nog een keer Piruli roept een opdonder van hem kan krijgen, die hem 90 mijl verder brengt. En het volk roept als een stem: ‘Piruli, piruli piruli!!!’
  •  De beste grap? Zeggen dat er geen grappen worden gemaakt ten koste van de Revolutie.

Link
* De tekst in partijkrant Granma