Een Zweed in Burundi of een Uruguees in Cuba?

De Uruguayaanse journalist Fernando Ravsberg woont al jarenlang in Cuba. Hij schreef op zijn website Cartas desde Cuba een artikel over de Cubaanse dissidentie en sprak o.a. over ‘de desoriëntatie van de oppositie’. Ravsberg bekritiseert hun hang naar ‘de paraplu van de Amerikanen’ en meldt tussen neus– en lippen ook nog even dat zij in de beginjaren van de revolutie betrokken waren bij gewelddadigheden. Wij publiceerden deze tekst 8 februari op deze Cubaweblog. De onafhankelijke blogger Regina Coyula publiceerde in de kritische internetkrant 14ymedio een reactie. Volgens Coyula gedraagt Ravsberg zich in Cuba als ‘de gedesoriënteerde Zweed in Burundi’, die hijzelf eerder in zijn artikel opvoert en waarmee hij de mensenrechtenbeweging omschrijft.

fernando-ravsberg

Fernando Ravsberg

Auteur Ravsberg maakt, aldus Coyula, een beginnersfout want hoewel deze journalist de nationale gebeurtenissen op de voet volgt, spreekt hij generaliserend over de oppositie alsof het om één blok gaat. Hij spreekt geen enkele maal in termen als ‘deze bepaalde groep’ of de ‘leden van de oppositie van dit project’. Dat is ernstig want de blog van Ravsberg wordt in Cuba niet gecensureerd, velen ontvangen de teksten per email en wie zijn artikel leest kan de onjuiste conclusie trekken dat de gehele Cubaanse oppositie opereert onder de paraplu van de Amerikaanse regering hoewel volgens dezelfde Ravsberg deze dissidenten – en dat is een bizarre tegenstelling – de normalisatie van relaties gepromoot door de meester uit het Noorden, proberen te boycotten. Het hele artikel ademt de wens uit om een deel (van de oppositie) te zien als het geheel. De antipathie van de auteur verontrust me niet, hoewel hij als communicatie-specialist met zijn opvattingen bijdraagt aan de verwarring bij een toch al slecht geïnformeerde bevolking.

jimmycarterfidelcastrouniform2002

Fidel Castro en Jimmy Carter in 2002. Carter bepleitte toen in een rede openlijk voor ruimte voor het Plan Varela

Mee-onderhandelen
De journalist zegt dat ‘wie wil meespreken aan de onderhandelingstafel met de regering over werkelijke politieke macht moet beschikken’. Hij meent dat deze dissidenten geen recht van spreken hebben en dat het hen ontbreekt aan legitimiteit omdat zij zich de wet laten voorschrijven door Washington. Maar Ravsberg is niet eerlijk want hij weet dat geen dissidente opvattingen gehoord en verspreid kunnen worden, zelfs als juridische procedures dit op papier garanderen. Toen Oswaldo Payá het Project Varela *, respectvol, autonoom en volgens wettige regels presenteerde en hij de zichtbare steun kreeg van Jimmy Carter,  die tijdens zijn toespraak in de Aula van de Universiteit van Havana (2002) en in aanwezigheid van de media het Project Varela uitdrukkelijk noemde, was de reactie van de regering negatief. Het initiatief tot een volksraadpleging en de handtekeningen werden niet voorgelegd aan het parlement. In plaats daarvan werd snel de grondwet aangepast en werd vastgelegd dat het socialisme een eeuwigdurend systeem was en niet omkeerbaar. Maar de vriendschap met de Sovjet Unie was ook eeuwig en er zijn meer eeuwigdurende fenomenen aan hun einde gekomen.

Beschuldiging van terrorisme
De meeste dissidenten zijn niet oud genoeg om te kunnen dromen, zoals Ravsberg suggereert van ‘een invasie van mariniers’ en evenmin suïcidaal genoeg om een blokkade te steunen ‘die hun landgenoten op de knieën dwingt door honger.’ Ik ken niemand die sympathiseert met terrorisme. Ik vind het onvoorstelbaar dat een journalist die pretendeert de feiten in Cuba te kennen niet weet dat de gang van zaken rond de 20 miljoen dollar ook in de ‘vijandelijke pers’ (bedoeld wordt publicaties van mensenrechtengroepen en dissidenten, redactie ) werd gemeld en dat zelfs het discussieprogramma van de staatstelevisie Mesa Redonda deze publicaties toen citeerde waarin melding werd gemaakt van misbruik van geld ‘om de democratie in Cuba te bekostigen.’ Bovendien suggereert hij dat deze harde valuta jaar na jaar Cuba binnenkomen.

balserosopgepiktbijbahamas06122010

Vluchtende Cubanen (2010) die bij de Bahama’s worden gesignaleerd

Werkelijkheid
‘Het contact verliezen met de werkelijkheid kan catastrofaal zijn in de politiek,’ waarschuwt Ravsberg ons. Nee, mijnheer, het IS catastrofaal. Voor de journalistiek maar ook voor een journalist die geen gebruik maakt van het busvervoer, die iemand heeft die de boodschappen voor je doet en die leeft in een bubbel van functionarissen, kunstenaars, ondernemers en andere figuren die altijd wel weer iemand kennen die……………Aan de andere kant is er zijn solidariteit die al 40 tot 25 jaar voortduurt met de Cubaanse regering, een ontkenning van de tientallen mislukkingen, het mismanagement en de corruptie die niets te maken hebben met een ‘blokkade’ of een dreiging van het imperialisme, maar hebben geresulteerd in een volk dat uitgeput en wantrouwend is en heeft geleid tot een emigratie onder jonge mensen die nergens hoger was. Niet elke dissident manifesteert zich op straat of door de lancering van een blog; de jaarlijkse loterij voor een Amerikaans visum, het oversteken van de Straat van Florida en de immigratie richting Midden-Amerika zijn andere vormen van dissidentie, de meest populaire zelfs.

regina-coyula-met-shirts

Regina Coyula

Oppositie
Als ik de tekst van Ravsberg lees, word ik nieuwsgierig en vraag me af hoe de auteur denkt dat de oppositie tegen een autoritair regime zich moet gedragen in een land waar zelfs de oprichting van een vereniging voor dierenbescherming of een milieubeweging al verdacht zijn, wanneer ze niet door de Staat en de partij zijn opgericht. Of wanneer het opduiken van twee oppositionele kandidaten bij de verkiezingen voor de wijkcomité’s al leidt tot een enorme operatie van de geheime dienst. Barack Obama zal besluiten iedereen te ontmoeten óf met een deel van de oppositie óf misschien met geen enkele opponent van de regering, maar ik ben er zeker van dat hij een scherper idee over de Cubaanse dissidentie heeft dan Fernando Ravsberg.

Bron
* Regina Coyula op de internetkrant 14ymedio, 10 februari 2016

oswaldo-paya-malecon

Oswaldo Payá aan de Malecón in Havana

Noot
* Oswaldo Payá, leider van de Christelijke Bevrijdingsbeweging (MCL), verzamelde in 2003 ruim 11.000 handtekeningen ter ondersteuning van een oproep tot een referendum over democratische hervormingen, het zogenaamde Varela-project. In dat referendum zou de Cubaanse bevolking zich kunnen uitspreken over democratie, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid in de grondwet. Uiteindelijk stonden er meer dan 25.000 handtekeningen onder de oproep voor een volksraadpleging. Hij overleed op 22 juli 2012 ten gevolge van een auto-ongeluk. De achtergronden van dit dodelijk ongeval bleven tot nu toe onopgehelderd.

Oswaldo Payá 1952 – 2012: Van kerkelijk naar politiek activisme

Oswaldo Payá Sardiñas werd in 1952 in Havana geboren in een traditioneel katholiek gezien. Hij bezocht het College van de Maristen in de wijk Cerro totdat dit in 1961 door de communistische autoriteiten werd gesloten. Op 16-jarige leeftijd vervulde hij zijn militaire dienst op het Eiland van de Jeugd / Isla de Pinos. Hij zat enige tijd gevangen in een van de vele strafkampen die Cuba toen telde. Na vrijlating zette hij zijn godsdienstige activiteiten voort en werd hij actief in de parochie van de wijk Cerro. Hij hield zich vooral bezig met jongerenpastoraat. Payá was actief binnen de kerkelijke beweging Reflexión Eclesial Cubana / Kerkelijke Cubaanse Reflectie (REC) en was afgevaardigde bij de ENEC-Conferentie (ENEC: Encuentro Nacional Eclesial Cubano / Nationale Kerkelijke Ontmoeting) in februari 1986. Deze kerkelijke bijeenkomst was bedoeld ter vernieuwing en modernisering van de katholieke kerk in Cuba. Centraal stond toen de vraag hoe de katholieke kerk zich binnen het socialisme diende op te stellen. Payá richtte in de parochie van El Cerro een ontmoetingscentrum op en maakte het tijdschrift Pueblo de Dios / Volk van God, dat ook in veel andere parochies werd verspreid.

In 1988 richtte Payá de Movimiento Cristiano Liberación / Christelijke Beweging van Bevrijding (MCL) op, die zich geheel richtte op de verdediging van de fundamentele democratische rechten van de Cubanen. De beweging MCL was een politieke en sociale beweging die ook toegankelijk was voor niet-katholieken. Payá was veelvuldig doelwit van gewelddadige acties van de Cubaanse geheime dienst en is vele malen voor kortere tijd gevangen gezet.

Van links naar rechts Hector Palacios, Oswaldo Payá en de vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez tijdens een persconferentie

Project Varela: 25.000 handtekeningen
In 1998 ontstonden binnen het MCL de plannen voor het Project Varela. Samen met zijn volgelingen doorkruiste hij het hele land om handtekeningen te verzamelen, die op 12 maart 2002 bij de Nationale Assemblee del Poder Popular / Asamblea Nacional del Poder Popular werden aangeboden. Volgens de toen bestaande Cubaanse wetgeving zouden 10.000 handtekeningen van burgers volstaan voor een plebisciet onder de bevolking. Uiteindelijk werden 11.000 handtekeningen aangeboden van burgers die vroegen om vrijlating van alle politieke gevangenen, democratisering van de samenleving en een scheiding van de wetgevende, juridische en uitvoerende machten. De Cubaanse regering negeerde het verzoek, organiseerde massale demonstraties om de instemming met het socialistisch systeem te bevestigen en verklaarde uiteindelijk officieel dat het socialisme in Cuba ‘onomkeerbaar’ was. Ook werd de grondwet gewijzigd waardoor de mogelijkheden van burgers voor een referendum verdwenen. In maart 2003 verhevigde de repressie met de arrestatie tijdens de Zwarte Lente / Primavera Negra van 75 geweldloze dissidenten; ruim 40 van hen behoorden tot de MCL en hoorden straffen van 12 tot 28 jaar uitspreken vanwege ‘ondermijning van de nationale soevereiniteit’. Payá werd niet gearresteerd en spande zich in om de vrijlating van zijn collega’s te bevorderen en democratische grondrechten te eisen voor alle Cubanen. In 2004 werden door het Project Varela opnieuw 14.000 handtekeningen ingezameld om veranderingen te eisen in de regering van Fidel Castro.

Huurling
De autoriteiten in Cuba beschouwden Payá echter als ‘een huurling’, in dienst van de VS hoewel hij een verklaard tegenstander van het Amerikaanse embargo was. In de Cubaanse Wikipedia (Ecured, een door het regime opgezet informatiesysteem) werd hij aanvankelijk ook omschreven als ‘terrorist’ maar na protesten uit eigen land en het buitenland werd dit gewijzigd.

Bekladding woning
Toen de oppositieleider Oswaldo Payá Sardiñas in juni 2006 terugkeerde uit de kerk bleek tegenover zijn huis een enorme karikatuur tegen Bush en een leus tegen het Amerikaanse embargo geschilderd te zijn. Tientallen leden van de Cubaanse geheime dienst en andere Cubanen waren in het parkje Manila voor zijn woning verzameld toen Oswaldo en zijn vrouw Ofelia hun woning wilden betreden. In een goed voorbereide actie waren overal in de omgeving van de woning spandoeken opgehangen met leuzen als ‘Socialisme of de Dood’ en ‘In een belegerd vesting is dissidentie verraad’. Oswaldo en zijn vrouw werden ook veelvuldig gefotografeerd. Het huis werd destijds ook bewoond door de 84-jarige vader van Oswaldo die inmiddels is overleden. Payá: ‘Deze laffe actie en terreur is een represaille tegen mij en mijn familie vanwege het feit dat onze beweging op 10 mei jongstleden het Programa Todos Cubanos (Programma Alle Cubanen) publiceerde, een vredelievend alternatief voor Cuba, dat machthebbers niet wensen te zien of te horen.’

Payá bezoekt in februari 2010 de woning van Orlando Zapata die na een hongerstaking overleed

Moeilijke relatie met kerk
Hoewel Oswaldo Payá een gelovig katholiek was, waren er regelmatig spanningen tussen hem en de katholieke kerkleiding. Hij verweet deze en vooral de kardinaal van Havana, Jaime Ortega, te kritiekloze banden met de machthebbers te onderhouden. Dat bleek o.a. tijdens het recente bezoek van de paus toen Payá publiekelijk scherpe kritiek uitte op het zwijgen van de katholieke kerkleiding over de mensenrechten. Een ontmoeting met de paus, waarom hij had gevraagd, werd geweigerd. Eerder verbood de kerkleiding hem deel te nemen aan de Sociale Week die zij organiseert.

In 2003 sprak Ofelio Acevedo met een Duitse televisieploeg over de gevolgen voor haar gezin van de Zwarte Lente, naast haar Paya’s zoon Oswaldito.

Drie kinderen
Payá was getrouwd met Ofelia Acevedo en zij hebben drie kinderen: de zonen Oswaldo José en Reinaldo Isaías en dochter Rosa María. Zijn broer Carlos woont in Madrid en is vertegenwoordiger van de MCL in Madrid. Ondanks zijn dissidente activiteiten bleef Payá werkzaam in een ziekenhuis als specialist voor elektrische apparatuur; hij bezat een ingenieurstitel. Met de fiets op weg naar zijn werk werd hij veelvuldig gevolgd door een of meer medewerkers van de Cubaanse geheime dienst; ook zij gebruikten vaak de fiets.