Miguel Díaz-Canel gekozen tot president van Cuba

Hij volgt Raúl Castro op, die na tien jaar presidentschap terugtreedt. De machtswisseling wordt gezien als historisch, aangezien Cuba al sinds de revolutie in 1959 onder leiding stond van de gebroeders Castro – eerst Fidel, en later Raúl. Met 57-jarige Díaz-Canel komt een nieuwe generatie aan de macht. Vicepresident werd de met zijn 72 jaar aanzienlijk minder jonge Salvador Valdés Mesa. Edwin Koopman schreef erover in Trouw van 19 april 2018.

CUBA-LA HABANA-DESFILE POR EL PRIMERO DE MAYO

Díaz-Canel (korte mouwen) tijdens Eén Meiviering (2016)

De keus voor Díaz-Canel is geen verrassing. Hij was al vicepresident en vertegenwoordigde Cuba in het verleden al regelmatig in het buitenland. De Cubaanse Communistische Partij koos met hem voor zekerheid en continuïteit. Dertig jaar lang draait hij al mee in de molens van de macht, waarvan een aantal als minister van onderwijs en de afgelopen vijf jaar als eerste vicepresident. Al die tijd bleef hij onomstreden en keurig in de pas lopen met de communistische doctrine, wat in Cuba geen sinecure is. Een lange stoet kroonpretendenten viel de afgelopen decennia van de ene op de andere dag uit de gratie.

Benaderbaar
Het nieuwe staatshoofd is afkomstig uit de provincie Villa Clara, waar hij als elektrotechnisch ingenieur bij de universiteit werkte. Later werd hij actief binnen de Communistische Partij. Díaz-Canel staat bekend als gemakkelijk benaderbaar, relaxed, een goede luisteraar, wars van conflicten en ongecompliceerd. Als jonge partijfunctionaris luisterde hij naar rockmuziek en fietste hij liever in korte broek naar het partijkantoor dan in de dienst-Lada die de partij hem aanbood. Ook bij de parlementsverkiezingen vorige maand sloot hij nog netjes aan in de rij en schroomde niet met gewone Cubanen een praatje te maken.

Bron
* Edwin Koopman in Trouw van 19 april 2018

Linken
* Marjolein Van De Water in de Volkskrant, 18 april 2018
De nieuwe president van Cuba is een vriendelijke overlever zonder vijanden in de partij. Miguel Díaz-Canel volgt de Castro-dynastie op. Al in 2013 was Miguel Díaz-Canel (57) de gedoodverfde opvolger van Raúl Castro. De piepjonge vice-president opereert efficiënt tussen de hoogbejaarde ex-guerrillero’s zonder vijanden te maken.
RTL-Z: Hoe staat Cuba er economisch voor, video 3 minuten
* Persbureau EFE, 18 april 2018: Díaz-Canel, Raúl Castro’s Disciplined Pupil Who Will Pilot Post-Castroism

Advertenties

De macht en onmacht van Díaz-Canel

Begin jaren negentig hoorde Juan Juan Almeida voor de eerste keer de naam van Miguel Díaz-Canel, nu de meest genoemde opvolger van president Raúl Castro. Juan Juan Almeida, zoon van de vooraanstaande Comandante Juan Almeida Bosque hoorde toen dat tijdens een bijeenkomst van leden van de Staatsraad, op de vierde verdieping van het Ministerie van de Strijdkrachten (Minfar) gesproken was over de invulling van topfuncties. Raúl Castro had toen de kandidaat Miguelito Díaz-Canel afgewezen omdat hij te jong was en scholing zou nodig hebben. Juan Juan ontvluchtte in 2010 Cuba en woont nu in de VS. Hier volgt zijn column.

Diaz-Canel

Midden: Díaz-Canel

Miguel Mario Díaz-Canel Bermudez, ingenieur en voormalig universitair hoogleraar, geboren op 20 april 1960, is inmiddels de meest presidentiële kandidaat en het veelvuldig vertonen van zijn beeltenis in de Cubaanse media, onderstreept dit. Miguel Diaz-Canel wordt de man die de huidige voorzitter van de Staatsraad van de Republiek Cuba zal opvolgen. Het is opvallend dat zijn naam binnen de gelederen van de Cubaanse Communistische Partij, onder oud-klasgenoten en zelfs binnen zijn eigen familie, een zeldzame mengeling van meningen en reacties oproept. Oud-studenten van de Centrale Universiteit Marta Abreu de Las Villas (UCLV), waar hij afstudeerde als ingenieur, herinneren zich hem als een hardwerkende student, maar ook als een student met een beperkte inventiviteit en weinig openhartig. Oud-collega’s beschrijven hem als een gereserveerde kerel die verzen schrijft die hij met niemand deelde. Sommigen die meer geneigd zijn om risico’s te nemen, merken op dat zijn strategie om de macht te veroveren bestond uit stilzwijgen. En een persoon die dicht bij zijn familie staat, drukt uit ‘dat velen van ons hun leven organiseren rond grote of kleine beslissingen. Dat is niet het geval met Díaz-Canel. Hij is anders omdat hij zich plaatst aan de zijde van hen die nog geen besluit hebben genomen om zo niet de aandacht te trekken of anderen tegen te spreken.’

almeidagarcia1mei2008

Juan Almeida op 1 mei 2008. Hij is de vader van Juan Juan, de schrijver van deze column

Einde historische leiders
Ongeacht de meningen voor of tegen hem, is Miguel Diaz-Canel een leider geboren uit politieke noodzaak en het naderende einde van de houdbaarheidsdatum van de historische leiders van het regime. De huidige eerste vicepresident bleek alsnog een goede kandidaat die bovendien bereid bleek het hoofd te buigen voor Raúl Castro en zijn belangrijkste mentor, José Ramón Machado Ventura behaagde. Als hij Raúl opvolgt zal de mate van openheid van zijn bestuur in grote mate afhangen van de manier waarop de Verenigde Staten hierop reageren, maar de toekomst van het eiland zal echter niet enkel afhangen van wie de troon krijgt, maar wie de scepter krijgt en de troon kan veroveren.

cover-oncuba-april2014Censuur
Diaz-Canel is een erkend leider, maar dat betekent niet dat hij een gerespecteerde man is. In augustus 2017 verscheen er een slechte video van hem op sociale netwerken. Het is een Diaz-Canel die goedkope taal uitsloeg tegen wat hij omschreef als ‘een lawine van ideeën en projecten van gezagsondermijnende inhoud.’ Hij noemde o.a. El Paquete, ansichtkaarten die de periode van voor 1959 verheerlijkten en hij beloofde de digitale glossy OnCuba te sluiten. Nu, in maart 2018, gaat OnCuba gewoon door en zien miljoenen Cubanen elke week weer uit naar het audiovisueel materiaal van het Pakket. Het gezag van deze heer, als eerste vicepresident van een dictatoriaal land, is twijfelachtiger dan de titel van stylist voor de kapper van Kim Jong-un.

Maatregelen
De agenda van de nieuwe leider vermeldt een serie belangrijke taken. Zij zullen niet alles oplossen maar zijn wel dringend. Zo is er de computerisering (3G) van de Cubaanse samenleving, zodat de bevolking een grotere toegang tot het internet heeft, het afschaffen van overbodige regels, de hervorming van het financiële stelsel van het land, de goedkeuring van een nieuwe wet op buitenlandse investeringen, de hervorming van de arbeidsmarkt en verbetering van de kwaliteit van Cubaanse werknemers, meer ruimte scheppen voor kleine zelfstandigen en bovenal de verbetering van de situatie van gepensioneerden. Kan Miguel Mario Díaz-Canel deze belangrijke maatregelen uitvoeren? Ik betwijfel het. Deze agenda is bedoeld om de publieke opinie om de tuin te leiden, een nieuw element toe te voegen aan het scenario van de relaties tussen Cuba en de VS en een spel te spelen met de onzekerheid van de mensen door vage hervormingen.

juan-juan-almeida-pasfoto

Juan Juan Almeida

Bron
* Weblog La Voz del Morro van Juan Juan Almeida, 23 maart
2018

Noot
* J
uan Juan Almeida is de zoon van de in 2009  overleden Comandante en vicevoorzitter van de Staatsraad Juan Almeida Bosque. Juan Juan ageerde publiekelijk tegen het regime en verliet Cuba in 2010.

Urrutia, de enige man die Fidel orders gaf

Manuel Urrutia, Cuba’s eerste president na de overwinning van de Revolutie in 1959, krijgt in de Cubaanse geschiedenisboeken maar weinig aandacht. Toch was hij de enige man die, althans in theorie, orders kon geven aan El Comandante. De website BBC Mundo besteedde op de 59ste verjaardag van de Revolutie op 1 januari jl. aandacht aan deze vergeten president.

manuel_urrutia

Manuel Urrutia

Urrutia, geboren in 1908, was een advocaat werkzaam in het oosten van Cuba. Hij was partijloos en ambieerde geen politieke functies, maar na de vlucht van dictator-president Fulgencio Batista bekleedde hij gedurende de eerste maanden van 1959 de hoogste functie in het land. In 1957 had hij enkele Cubaanse jongeren verdedigd die de landing van Fidel Castro en zijn strijders in 1956 publiekelijk hadden toegejuicht. Historicus Tomás Diez van het Instituto de Historia de Cuba (IHC) zegt hierover tegen BBC Mundo: ‘Urrutia was magistraat aan het gerechtshof van Santiago de Cuba waar deze jongens werden voorgeleid. Met grote moed beklemtoonde Urrutia dat de jongeren niet veroordeeld konden worden, want de grondwet van 1940 bood hen bescherming omdat die zei dat het volk het recht had om in opstand te komen tegen een dictatoriale regering.’ Die woorden hadden gevolgen voor Urrutia want de dictatuur accepteerde dit niet en zij vervolgde hem en men dwong hem het land te verlaten,’ zegt Sergio Guerra Vilaboy, professor aan de Universiteit van Havana. Vilaboy voegt eraan toe dat later ‘toen de strijd in de Sierra Maestra zich consolideerde, de diverse groepen die tegen de dictatuur vochten, op zoek gingen naar een mogelijke kandidaat om Batista te vervangen. Fidel Castro stelde deze magistraat voor vanwege zijn houding tijdens het proces en omdat hij geen binding met een politieke groepering had’.

cardona-jose-miro-time 28041961

Eerste Minister José Miró Cardona op de cover van Times, april 1961

Eerste Minister
Ondanks enige tegenstand van het Directorio Revolucionario / Revolutionair Directoraat – de studentenorganisatie die op 13 maart 1957 het presidentiële paleis had overvallen met de bedoeling Batista te doden, maar deze ontkwam – werd Urrutia, in aanwezigheid van Fidel Castro, midden in de jungle van de Sierra Maestra uitgeroepen tot president van de Republiek die nog geboren moest worden. Urrutia was aangevlogen met een vliegtuig van de voorlopige president van Venezuela, admiraal Wolfgang Larrazábal. Behalve de nieuwe president werden ook wapens door dit toestel aangevoerd. Op 1 januari 1959 vluchtte Batista en werd Urrutia geïnstalleerd. Hij benoemde Fidel Castro als zijn vertegenwoordiger bij de gewapende machten van het land. Fidel werd Comandante en Jefe van de strijdkrachten te land, ter zee en in de lucht. De eerste revolutionaire regering, gevestigd aan de Universiteit van Oriente in Santiago de Cuba, benoemde ook de befaamde advocaat José Miró Cardona tot eerste minister. ‘Het was ongetwijfeld een zeer gematigde, rechtse regering,’ zegt Guerra Vilaboy, waardoor ‘de Verenigde Staten snel besloten tot diplomatieke erkenning. Bovendien was Urrutia een gerespecteerd man en de premier voorzitter van het College van Advocaten, zoon van José Miró Argenter, een vooraanstaand schrijver en militair. Beide vertegenwoordigden de belangen van het kapitaal op het eiland.’ Waarschijnlijk is dat ook tactiek van Fidel Castro geweest. Niet alleen ontstond er zo een regering van nationale consensus die voor alle politieke krachten in het land, maar ook voor de Verenigde Staten en de Cubaanse bourgeoisie acceptabel was,’ aldus de hoogleraar Serge Guerra Vilaboy. Kort daarna nam José Miró Cardona echter ontslag en werd Fidel Castro eerste minister. ‘Toen Fidel Castro het premierschap aannam voerde hij een wijziging van de grondwet van 1940 door. Hij werd daarmee de eerste premier die zowel wetgevende als uitvoerende macht had. Alle verantwoordelijkheid lag nu bij Fidel Castro,’ voegde Guerra Vilaboy eraan toe. ‘In de praktijk zou Urrutia vanaf februari 1959 een figuur van de tweede orde blijven’. Fidel Castro vaardigde ondertussen de zogenaamde revolutionaire wetten uit, waaronder twee hervormingen van de landbouw en de inbeslagname van eigendommen van machtige families.

Urrutia met-pen-Miró Cardona & Castro 1959

President Urrutia met pen, eerste minister Cardona met bril achter Fidel Castro

Aftreden
Urrutia steunde deze wetten aanvankelijk, maar begon later afstand te nemen toen hij meende dat deze wetten het land dichter bij het communisme brachten. Dit leidde tot een crisis in de regering. Fidel Castro trad af en dit dwingt Urrutia op zijn beurt om ook af te treden,’ zegt Guerra. Castro kondigde zijn aftreden aan op de televisie en vervolgens riepen zijn volgelingen op tot een mobilisatie om Urrutia’s aftreden te eisen, herinnert zich de Cubaanse intellectueel Ambrosio Fornet. ‘Het was een enorme manifestatie en het lijdt geen twijfel dat Fidel de held van het moment was en dat Urrutia geen andere keuze had dan af te treden,’ zegt Fornet. Volgens de historicus Tomás Diez liet Urrutia ‘zich verleiden tot propaganda’ en bestempelde de revolutie als ‘communistisch’ en hij sprak van ‘verraad’. De uitgeweken Cubaanse schrijver Norberto Fuentes zegt dat ‘Urrutia liever genoot van zijn salaris, dat 1.200 peso’s was. Hij was een rechtse jurist, maar had geen enkele ervaring met wat hem overkwam en werd uiteindelijk ook een radertje in het  politieke spel van die jaren,’ aldus Fuentes, auteur van een autobiografie van Fidel Castro.

dorticos-fidel-che-februari1959

Dorticos (midden), werd de tweede president van Cuba. Op de foto met Fidel Castro en Che Guevara, februari 1959

Vlucht
In juli 1959, na zijn aftreden, vluchtte de eerste president van revolutionair Cuba naar de Venezolaanse ambassade in Havana. Zijn onenigheid met Castro en zijn verzet tegen de communistische koers van de revolutie maakten zijn positie binnen Cuba onhoudbaar. ‘Hij was de eerste tegenstander binnen de regering van het communisme en vastbesloten daar als eerste een halt aan toe te roepeen,’ zegt Norberto Fuentes, ‘maar hij was geen politicus, een man zonder charisma’. Met een visum kon Urrutia uiteindelijk Cuba te verlaten en zocht hij vervolgens zijn toevlucht in de Verenigde Staten, van waaruit hij zonder veel bevlogenheid probeerde het castrisme te bestrijden. Urrutia stierf in 1981. De post die hij in 1959 verliet, werd bezet door Osvaldo Dorticós, een communist die zich jaren later met een pistoolschot van het leven benam. Uiteindelijk verdween in 1976 de functie van president van de Republiek uit de grondwet en werd alle macht formeel overgedragen aan Fidel Castro.

Bron
* BBC Mundo, 1 januari 2018

Tania Bruguera: president van een vrij Cuba?

De Cubaanse kunstenaar Tania Bruguera maakt zichtbaar hoe een antidemocratische golf nog steeds het tij bepaalt in de eenpartijstaat Cuba. Zij beoefent een waardevolle vorm van artivisme in een verre van bemoedigende natie. Kunst kan soms eenvoudige waarheden duidelijk maken die anders worden vergeten, of gemakkelijk ontkend. Dat schrijft Jonathan Jones, sinds 1999 kunstcriticus van de Guardian. Hij sprak (17 oktober) zijn steun uit voor de Cubaanse kunstenaar Tania Bruguera, die even eerder had aangekondigd zich kandidaat te stellen voor het Cubaanse presidentschap als Raúl Castro in 2018 aftreedt, zoals hij eerder zelf zei. Hier volgt de tekst van Jones.

tania-bruguera-in-times-square-new-york-city

Tania Bruguera op Times Square in New York

Er is echter één belemmering. Je kunt je niet kandidaat stellen voor het presidentschap in Cuba. Het socialistische eiland is geen democratie, maar een eenpartijstaat. Bruguera’s artivisme, zoals zij het zelf noemt, is een satirische performance die de aandacht vraagt voor de verbazingwekkende werkelijkheid dat Cuba’s regeringsleiders niet door het volk worden gekozen. ‘Laten we de verkiezingen van 2018 gebruiken om een ander Cuba te bouwen,’ zegt zij, ‘een Cuba waar iedereen meetelt en niet alleen enkelingen.’ Zij zegt te hopen ‘de cultuur van de angst te veranderen’ met haar utopisch bod voor het presidentschap.

Paradijs in de zon?
logo-cuba-solidarity-campaignWacht even. Angst? De macht van weinigen? Waar praat ze over? Dit is niet het Cuba waar sommige mensen zo’n sentimentele voorliefde voor hebben – het socialistisch paradijs in de zon waar de rum overvloedig vloeit en de enige donkere wolk aan de horizon de kwaadwillende Uncle Sam is. Wereldwijd wordt het handelsembargo van de VN tegen Cuba bekritiseerd, maar de ondemocratische gang van zaken op het eiland zelf  krijgt in sommige kringen slechts milde kritiek. In juli ging de leider van de Labourpartij, Jeremy Corbyn, naar een meeting van de Cuba Solidarity Campaign, die ‘het recht van het Cubaanse volk verdedigt vrij te zijn van buitenlandse interventie’, maar dat spectrum reikt niet verder dan de mogelijkheid van een Amerikaanse invasie. De Cuba Solidarity Campaign zegt op haar website ook tegenstander te zijn van de economische blokkade van Cuba, maar heeft niets te zeggen over de democratische tekortkomingen in het land zelf. In plaats daarvan steunt de CSC de eenpartijstaat die door Bruguera beschuldigd wordt van angstzaaien en een monopolie op de macht van weinigen.

tania-bruguera-met-che-op-achtergrond

Tania Bruguera tijdens een performance in Edinburgh

Scheiding der machten
Ze zou Cubaans kunnen zijn, maar weet zij echt alles over Cuba? Weet zij niet hoe gelukkig de mensen zijn en dat het enige dat Cuba bedreigt de VS zijn? Ze zou naar een Labourconferentie moeten gaan om daar door de Cubaanse ambassadeur heropgevoed te worden. En tussen haakjes, is het geen grappig toeval dat Raúl Castro dezelfde achternaam heeft als Fidel Castro, de revolutionaire leider die het moderne Cuba schiep? O wacht….Raúl is Fidel’s broer? Zeker, het is goed de zaken te regelen binnen de familie. Ook heel verstandig dat Raúl niet allen voorzitter van de Staatsraad, voorzitter van de Raad van Ministers en ook nog opperbevelhebber van de Cubaanse Strijdkrachten. Ik zeg maar zo, waarom zou je je druk maken over de scheiding der machten? Oh, en Raúl Castro is ook eerste secretaris-generaal van het Centraal Comité van de Cubaanse Communistische Partij. In de ogen van Bruguera, riekt dit naar een gebrek aan democratie, zelfs naar een beangstigend eenpartijstaat. Niet vreemd dat zij in het verleden te maken kreeg met de Cubaanse geheime dienst. Misschien is zij een werktuig van de CIA. Of misschien is zij een moedige dissident die de vrijheid van de kunst gebruikt om enkele fundamentele waarheden te zeggen over de wens van haar volk naar meer democratie. En kijk naar de feiten, Amnesty International deelt de scepsis over Castro’s glorierijk Utopia. Het vermeldt in het jaarboek 2015/2016 dat ‘ernstige beperkingen op de vrijheid  van meningsuiting, vereniging en beweging blijven plaatsvinden. Duizend gevallen van pesterijen van critici van de regering en arbitraire arrestaties en aanhoudingen werden gemeld’.

guardian-jonathan-jones

Jonathan Jones

Bron:
* Jonathan Jones in de Guardian van 17 oktober: Vote Bruguera for a free Cuba.

Linken
Website ART-Net over de campagne die Cuba in 2015 tegen Tania Bruguera voerde.
* Meer columns van Jonathan Jones

Raúl Castro grapt over zijn aanstaande pensionering

‘Ik treed terug, ik heb recht om met pensioen te gaan’. Geloven jullie me niet?’ Met deze woorden verraste president Raúl Castro de journalisten, die vrijdag aanwezig waren na afloop van de kranslegging samen met president Medvedev op het militair kerkhof in Havana.

Kranslegging op het kerkhof in San Antonio van Havana op 22 februari 2013

Kranslegging op het kerkhof in San Antonio van Havana op 22 februari 2013 door de presidenten Medvedev en Castro

Generaal Castro raadde zijn gehoor aan de bijeenkomst van de Nationale Vergadering van zondag aanstaande goed te volgen en naar zijn toespraak te luisteren. Dat zal ‘interessant’ zijn, aldus Raúl Castro. Naar verwacht zal Raúl Castro zondag voor een tweede termijn van vijf jaar worden herverkozen als voorzitter van de Staatsraad, het belangrijkste uitvoerend orgaan van het eiland, tevens president van het land. Zijn uitspraak over terugtreden (‘Ik word binnenkort 82 en ik heb recht om met pensioen te gaan’) werd geuit in een sfeer van humor en lacherigheid. Hij weigerde op de inhoud van zijn toespraak vooruit te lopen. ‘Het zou niet correct zijn erop vooruit te lopen. Het wordt een interessante toespraak. Zorg dat je er bij bent.’
Raúl Castro begon zijn eerste mandaat op 24 februari 2008; toen werd ook bepaald dat de hoogste Cubaanse leiders nog maar tweemaal een mandaat van 5 jaar hebben.

Bron
* Diario de Cuba