10.000 handtekeningen voor volksraadpleging in Cuba

Donderdag hebben activisten van het Project Varela 10.000 handtekeningen overhandigd bij het hoofdkwartier van de Nationale Assemblee in Havana. De handtekeningen zijn verzameld door leden van de Christelijke Beweging voor Bevrijding MCL. Al eerder waren bij twee gelegenheden 25.404 handtekeningen afgeleverd toen de actie nog werd geleid door de in 2012 overleden Oswaldo Payá, voorman van de MCL. Daarmee hebben nu in totaal 35.000 Cubanen die in het land wonen met vertoon van hun identiteitskaart, aangegeven het Project Varela te steunen.

proyecto-varela-24032016

Het aanbieden van de handtekeningen, 24 maart 2016

De handtekeningen werden overhandigd door Rosa Maria Rodriguez, Saily Navarro en Rosa Maria Payá (dochter van Oswaldo) en de voormalige politieke gevangene uit de periode van de Zwarte Lente 2003, Felix Navarro. Zij constateerden dat de medewerkers van de Nationale Assemblee enigszins ‘verward’ reageerden, maar na enkele telefoontjes de handtekeningen toch in ontvangst namen.

Politieke hervormingen
Het Varela Project streeft naar politieke hervormingen op het eiland gericht op ‘grotere individuele vrijheden’. In de tekst wordt gewezen op het ‘grondwettelijk recht’ van de Cubanen aan te dringen op een verandering tot ‘democratisch pluralisme’.

oswaldo-paya, Asamblea Nacional del Poder Popular, en La Habana, una caja con 14,000 firmas en apoyo al Proyecto Varela, el 3 de octubre del 2003.

Het overhandigen van de handtekeningen op 3 augustus 2002. In het midden: Oswaldo Payá.

Rosa María Payá sprak de hoop uit dat de 35.000 handtekeningen zullen bijdragen ‘aan een bindende volksraadpleging voor alle burgers die zo in vrijheid kunnen beslissen over de toekomst.’ De Nationale Assemblee weigerde in 2003 te reageren op de eerste 25.000 handtekeningen en nam in plaats daarvan een amendement op de grondwet aan waarin werd vastgesteld dat ‘het socialistisch karakter van de Cubaanse staat onomkeerbaar’ is.

Link
* De tekst in het Spaans van het Project Varela

New York Times: Latijns-Amerikaanse leiders moeten oppositie Cuba steunen

In een commentaar op 28 december jl. schrijft de New York Times dat de steun van de internationale gemeenschap beslissend zal zijn bij de versterking van de oppositie in Cuba en kan voorkomen dat de repressie van de zijde van de Cubaanse autoriteiten zal groeien na de recente aankondiging van president Barack Obama over de normalisering van de relatie tussen de VS en Cuba. Citaat: ‘Als Cubaanse dissidenten en leiders van de civil society zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de komende top in Panama, zoals Washington heeft bepleit, kan president Rousseff van Brazilië de toekomstige leiders van een democratisch Cuba toespreken,’ aldus de optimistische eindconclusie van de New York Times die met dit commentaar een tiende editorial binnen 3 maanden aan Cuba wijdde. Veel commentaren, o.a. over de opheffing van het embargo, de lof voor Cuba voor de strijd tegen ebola en de noodzaak de Cuban Five uit te wisselen tegen Alan Gross, kregen veel aandacht van de staatsmedia in Cuba; dit commentaar werd genegeerd.

Vlak bij de woning van de familie Payá was op de muur te lezen dat 'dissidentie verraad' was

Vlakbij de woning van de familie Payá was op de muur te lezen dat ‘dissidentie verraad’ was

Het commentaar van de New York Times begint met een uitvoerige verwijzing naar de omstandigheden waaronder de Cubaanse dissident Oswaldo Payá moest werken en leven. ‘In een staat van beleg, is dissidentie verraad’ stond er in graffiti geschreven op een woning vlak bij het huis van Payá. (zie foto hiernaast) Tientallen jaren lang heeft de autoritaire regering van Cuba vertrouwd op dat handige argument om alomtegenwoordige controle uit te oefenen op burgers en om oppositiegroepen ervan te weerhouden voldoende steun te krijgen en een bedreiging voor de staat te vormen. De boodschap was overduidelijk; zolang de VS probeerden de leiders van het land ten val te brengen en zich mengden in binnenlandse aangelegenheden was het een zaak van nationale soevereiniteit de rijen te sluiten.’

In maart 2005 werd voor de Cubaanse ambassade in Den Haag gedemonstreerd voor de vrijlating van de Groep van 75. Van links naar rechts: Bert Koenders, Boris Dittrich en Jeanette Ferrier

In maart 2005 werd voor de Cubaanse ambassade in Den Haag gedemonstreerd voor de vrijlating van de Groep van 75. Van links naar rechts: de kamerleden Bert Koenders, Boris Dittrich en Kathleen Ferrier

Waterscheiding 17 december NYT: ‘Het tijdperk dat op 17 december begon toen president Obama en president Raúl Castro het einde aankondigden van 50 jaar vijandschap tussen beide regeringen is een waterscheiding voor de veelvormige en moedige oppositie in Cuba. In 1998, aan het einde van tien jaar honger en armoede, ontstaan door de ineenstorting van de Sovjet Unie, jarenlange Cuba’s rijke oom, had Payá al een dappere poging ondernomen. Hij vertrouwde op een Cubaanse wet die groepen van 10.000 Cubanen of meer de mogelijkheid bood om nieuwe wetten voor te dragen. Meer dan 25.000 handtekeningen verzamelde hij van Cubanen die democratische hervormingen wensten, inclusief vrije verkiezingen, vrijheid van vereniging, persvrijheid en een minder centraal georganiseerde economie. In 2002 reageerde de Nationale Assemblee op het initiatief van Payá, ook bekend als het Varelaproject en voegde eigenhandig een amendement aan de Cubaanse grondwet toe waarbij het socialistische, éénpartijsysteem van Cuba ‘onherroepelijk’ werd verklaard. Het jaar daarop in maart 2003 werden een groep van 75 journalisten en dissidenten tijdens de zogeheten Zwarte Lente opgepakt en veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Dit hardhandig optreden waar vooral veel leiders van de beweging van Payá slachtoffer van werden, kreeg nauwelijks wereldwijd aandacht.‘ (…) ‘In 2010 ging de Cubaanse regering akkoord met een bemiddelingspoging van de katholieke kerk en werden veel politieke gevangenen van de Groep van 75 vrijgelaten, op voorwaarde dat zij naar Spanje gingen. Payá stierf in 2012 bij een auto-ongeluk dat volgens veel mensenrechtenactivisten was opgezet door de autoriteiten.’

De Damas de Blanco groeiden uit tot het symbool van het moeidg protest tegen de schending van mensenrechten na de Zwarte Lente van 2013. Deze foto is op 28 december in Havana genomen waar de stille mnifestatie niet werd verstoord.

De Damas de Blanco groeiden uit tot het symbool van het moedig protest tegen de schending van mensenrechten na de Zwarte Lente van 2013. Deze foto werd  op 28 december in Havana genomen waar de stille manifestatie niet werd verstoord.

Meer onderdrukking
De nieuwe dynamiek die nu ontstaat kan leiden tot een poging de dissidenten sterker te onderdrukken omdat het regime van Raúl Castro kwetsbaarder wordt vanwege een golf van investeringen, toerisme en de toename van informatiestromen. ‘Tientallen jaren hebben de Latijnsamerikaanse landen het regime van de Castro’s beschermd of minstens getolereerd want meningsverschillen zouden kunnen worden uitgelegd als steun aan de harde politiek van Washington. Nu Obama een einde heeft gemaakt aan dit dilemma hebben de leiders van democratische landen de mogelijkheid de principes te verdedigen waarvoor Cubaanse activisten pleiten’, aldus de krant. Het voorstel van de New York Times houdt in dat met name de leiders van de krachtigste economieën van Latijns Amerika sterke bondgenoten worden van de leiders van de Cubaanse oppositie. Zij zouden dit op de Top van de Amerika’s in april volgend jaar in Panama – waar zowel Raúl Castro als Obama aan deelnemen –  zichtbaar kunnen maken. ‘Hoewel historisch gezien de landen van Latijns Amerika altijd weigerden tussenbeide te komen in de interne aangelegenheden van een buurland, zouden de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto en president Dilma Rousseff van Brazilië, onvermoeibaar moeten spreken over de verdediging van de democratische principes die door een meerderheid van de staten in de Amerika’s worden aangehangen,’ aldus het commentaar.

José Daniel Ferrer

José Daniel Ferrer

Geen dramatische omverwerping
In het artikel komt ook de dissident José Daniel Ferrer, leider van de Unión Patriótica de Cuba (UNPACU) en ex-gevangene van de Groep van 75, aan het woord. Hij weigerde na zijn vrijlating uitgezet te worden naar Spanje. Ferrer sprak met de journalist Ernesto Londoño van de New York Times die vorige maand Havana bezocht. Ferrer zet uiteen dat een plotselinge, dramatische omverwerping van de Castroregering niet zijn optie is hoewel veel Cubaanse ballingen daarvoor zullen kiezen. Het is beter dat Cuba’s oppositiebeweging in sterkte en capaciteit groeit en in staat is aan tafel mee te praten. ‘Wij moeten sterk genoeg worden om het regime te dwingen te onderhandelen,’ zegt Ferrer, die erkent dat het tijd vraagt om genoeg Cubanen te doen geloven dat het kiezen voor de oppositie de risico’s waard is. ‘Niemand wil wedden op het paard dat de race verliest.’

Aan tafel in Panama
Aan het slot concludeert de New York Times: ‘Als Cubaanse dissidenten en leiders van de civil society zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de komende top in Panama in april 2015, zoals Washington bepleit, kan president Rouseff van Brazilië de toekomstige leiders van een democratisch Cuba toespreken.’

Link
Het volledige commentaar van de New York Times, 28 december 2014
* Alle commentaren van de New York Times over Cuba sinds 12 oktober 2014, getiteld: Cuba, a new start.

De initiatiefneemster van Ik eis ook /  #YoTambienExijo Tania Brugueera is in één week tijd tweemaal gearresteerd. De eerste maal om te voorkomen dat de Open Microfoon-Act op het Plein van de Revolutie zou doorgaan en een tweede maal toen Tania na haar vrijlating aankondigde op de boulevard Malecón een persconferentie te houden. Woensdagnacht werd zij voor de tweede maal vrijgelaten en kreeg zij te horen dat zij Cuba de eerste twee, drie maanden niet mag verlaten. Ze wordt beschuldigd van ‘verzet’ en ‘verstoring van de openbare orde.’ Een reactie op de website Diario de Cuba luidt: ‘Papa straft zijn slecht opgevoed kind, ze mag twee maanden lang niet uitgaan. Opperste belachelijkheid’

De initiatiefneemster van Ik eis ook / #YoTambienExijo, Tania Bruguera, is in één week tijd tweemaal gearresteerd. De eerste maal om te voorkomen dat de Open Microfoon-Act op het Plein van de Revolutie zou doorgaan en een tweede maal toen Tania na haar vrijlating aankondigde op de boulevard Malecón een persconferentie te houden. Woensdagnacht werd zij voor de tweede maal vrijgelaten en kreeg zij te horen dat zij Cuba de eerste twee, drie maanden niet mag verlaten. Ze wordt beschuldigd van ‘verzet’ en ‘verstoring van de openbare orde.’ Een reactie op de website Diario de Cuba luidt: ‘Papa straft zijn slecht opgevoed kind, ze mag twee maanden lang niet uitgaan. Opperste belachelijkheid’.

* Commentaar New York Times, 30 december 2014
Op 30 december reageerde de New York Times op het onmogelijk maken van een vreedzame open-microfoon-act op het Plein van de Revolutie in Havana waarbij o.a. de initiatiefneemster Anita Bruguera gevangen werd genomen. Zij heeft inmiddels een verbod gekregen om de eerste twee maanden een reis naar het buitenland te maken. NYT: ‘Het smoren van kritische stemmen bewijst dat de Cubaanse regering niet bereid is de grondrechten te accepteren waarvan de meeste mensen in dit werelddeel genieten. Deze houding zal de kritiek doen toenemen van de tegenstanders van de historische ommekeer in het Cubabeleid van president Obama. Het hardhandig optreden van de regering van de Castro’s geeft hen komend jaar munitie om de poging van de Obama-administratie het embargo te versoepelen, te dwarsbomen en belemmert het perspectief op een wettelijke basis de sancties die Washington eerder aan Cuba oplegde, terug te draaien. Dat effect zou schandelijk zijn en op langere termijn negatieve gevolgen hebben voor Havana’.

Yoani Sánchez: Oswaldo Payá 1952 – 2012

Yoani Sánchez is blogger in Havana en Fernando Ravsberg is al sinds 20 jaar een van de twee correspondenten van de BBC in Havana. De twee hebben Oswaldo Payá van zeer dichtbij meegemaakt, Ravsberg het langst. Beiden schreven een In Memoriam bij de dood van Oswaldo Payá. Hier volgt de tekst van Yoani Sánchez die zij op 23 juli publiceerde. Morgen publiceren we de tekst van Ravsberg.

Reinaldo (midden), de oudste zoon van Payá, begroet maandag 23 juli 2012 de stoffelijke resten van zijn vader in een kerk in Havana

Niemand zou moeten sterven voordat hij zijn dromen van vrijheid heeft gerealiseerd. Met het overlijden van Oswaldo Payá (1952-2012), heeft Cuba een dramatisch verlies geleden in het heden en een onvervangbare afwezigheid in de toekomst. Afgelopen zondag liet niet alleen een voorbeeldig man, een liefhebbende vader en een fervent katholiek het leven, maar ook een essentieel persoon voor onze natie. Zijn vasthoudendheid nam al vorm tijdens zijn adolescentie, toen hij in plaats van zijn geloofsovertuiging te verbergen – zoals velen dat wel deden – er publiekelijk voor uitkwam. In 1988 gaf hij zijn maatschappelijke betrokkenheid vorm met de oprichting van de Movimiento Cristiano Liberación (Christelijke Beweging voor Bevrijding) en jaren later met het burgerinitiatief dat bekend werd als het Varela Project.

Referendum
Ik herinner me als de dag van gisteren het beeld van Payá buiten het Nationaal Parlementsgebouw op 10 maart 2002. Onder zijn armen volle dozen met meer dan 10.000 handtekeningen die hij overhandigde aan het beruchte Cubaanse parlement. De officiële reactie was vervolgens een juridische hervorming, een zielige ‘constitutionele mummificatie’, die ons onherroepelijk zou binden aan het huidige systeem. Maar de dissident van de duizend en één confrontaties liet zich niet uit het veld slaan en twee jaar later overhandigde hij samen met een groep activisten nog eens 14.000 handtekeningen extra. Ze eisten met deze handtekeningen een referendum over de vrijheid van vereniging, vrijheid van meningsuiting en een vrije pers, alsmede economische garanties en een algehele amnestie voor politieke gevangenen. Met typerende buitensporigheid reageerde de regering van Fidel Castro met het arrestaties tijdens de beruchte Zwarte Lente in maart 2003. Meer dan veertig leden van de Christelijke Beweging van Bevrijding werden opgepakt en gevangengezet tijdens die beruchte maand.

Gelijkmoedigheid
Hoewel hijzelf niet werd gearresteerd tijdens de Zwarte Lente, heeft Payá jaren moeten lijden onder de constante bewaking van zijn huis, de willekeurige arrestaties, protestacties en de dreigementen. Nooit heeft hij ook maar een minuut nagelaten om de omstandigheden in gevangenschap of de onrechtvaardige celstraf van een bepaalde dissident te veroordelen en aan de kaak te stellen. Nooit heb ik hem zien breken, schreeuwen of zijn politieke tegenstanders zien beledigen. De grote les die hij ons nalaat is de gelijkmoedigheid, het pacifisme en het stellen van de ethiek boven de verschillen in de overtuiging dat alleen via civiele actie en de legaliteit een inclusief Cuba dichterbij kwam.

Rust in vrede, of beter nog, rust in vrijheid.

Link
* De teksten van de weblog Generación Y van Yoani Sánchez worden ook in het Nederlands vertaald.