Verhuld racisme in nachtelijk Havana (deel 2)

Na de overwinning van Fidel Castro en de Cubaanse revolutie in 1959 wilde de nieuwe natie zich ontdoen van alle slechte erfenissen van het vorige bewind waaronder het racisme. Het werd een gevoelig thema omdat het fenomeen niet met wortel en tak werd uitgeroeid in het binnenste van het revolutionaire socialistische proces in wording. In 2011, 52 jaar na de overwinning van de revolutie, met Fidel ziek in bed en zijn broer aan het roer, keurde het Cubaanse parlement de invoering goed van een reeks door Raúl Castro voorgestelde hervormingen.

jongeren-in-barHet eiland onderging een verandering. Het pakket maatregelen hervormde de sociaal-economische omgeving en vanaf dat moment konden de Cubanen naar het buitenland reizen, een huis of auto kopen en een privéhandeltje opzetten binnen de door de staat vastgestelde marges. Dat leidde tot de bloei van het nachtleven, een kaars die tientallen jaren lang was uitgedoofd. Behalve dat de groei van het privébezit nieuwe richting gaf aan de nachten in Havana en andere opties bood dan een film kijken of op de muur van de Malecón zitten praten en rum drinken, leverde het spijtig genoeg ook de bevestiging dat er een einde was gekomen aan de sociaal-economische gelijkheid.

Klasseverschillen
Sindsdien zijn de klasseverschillen tussen de Cubanen toegenomen. Het daaropvolgend jaar voerde de Cubaanse staat, wellicht geschrokken door de verandering die de hervormingen had teweeggebracht, een nauwkeurige telling uit van populatie en  behuizing en registreerde dat er 11 miljoen 177.743 mensen in het land woonden. Van hen werd 65 procent aangemerkt als blanke, 10,1 procent als zwart en 24,9 procent als kleurling. Ook kwam aan het licht dat 80 procent van de universiteitsstudenten blank is en dat minder dan 10 procent van alle universitair docenten, waartoe Yunior ooit behoorde, zwart is.

estebanmorales

Esteban Morales

‘Onze statistieken kunnen niet kleurloos zijn. Als we in het land 3 procent werkloosheid hebben, moeten we weten welke kleur die werkloosheid heeft. Het is niet hetzelfde om blank en werkloos te zijn als om zwart en werkloos te zijn’, zegt Esteban Morales, universititair docent aan de Universiteit van Havana, op een conferentie over racisme, gehouden in de burelen van de de Unión de Escritores y Artistas /Unie van Schrijvers en Kunstenaars (UNEAC).  Het programma, waarop gedurende enkele maanden analisten en historici van het racisme in Cuba afkwamen, vormt onderdeel van een cyclus van conferenties onder auspiciën van de Stichting Nicolás Guillén en de Commissie José Antonio Aponte, die werken aan de verdediging van raciale gelijkheid en de uitbanning van sporen van discriminatie. ‘Tegenwoordig is de meerderheid van de gedetineerden in Cuba blank, omdat zij degenen zijn die de macht hebben en het hun bedrijven zijn die aan lager wal raken. De zwarten staan in de keuken, ze zijn geen baas, geen directeur, geen voorzitter van de raad van bestuur. Hier zie je de waarheid over de ongelijkheid die in ons land is ontstaan’, zegt Morales.

racismeOpgelaten

Toen Yunior begon met zijn werk bij de bar, was de staf nog niet compleet en er waren nog enkele onopgeloste kwesties van vormgeving en architectuur voordat de zaak klaar zou zijn voor de opening. De eigenaar van de bar kende aan Yunior de ‘rang’ toe van hoofd beveiliging, omdat hij als eerste was aangenomen, maar hij droeg hem de taak op om nog drie imponerende zwarte Cubanen te zoeken om de beveiligingsgroep te completeren. ‘We zijn met z’n vieren en we werken bij toerbeurt. We werken in duo’s, maar soms werken we een avond met z’n drieën’, vertelt Yunior, en met een opgelaten gezichtsuitdrukking voegt hij eraan toe dat zij de enige zwarten in de zaak zijn. Juan Carlos Albizu-Campos, docent aan het Centrum voor Demografische Studie, beweerde het volgende in de conferentiecyclus over racisme: ‘Het zijn steeds vaker de blanken die de beslissingen nemen over raciale kwesties in Cuba. Het is één ding om kansen te bieden, en een ander om ze te kunnen grijpen’.

racisme-havana- 3 jongens-piet-nelissen

Foto: Petrus Nelissen

Zwarten demoniseren
‘Als zwarte Cubanen het niet bij daglicht doen, doen ze het wel in het donker’, zegt Yunior. Zijn antwoord is een uitdrukking uit het Cubanismo-jargon dat zwarten bedoelt te criminaliseren en te demoniseren vanwege slechte fatsoensnormen. ‘Zo werkt het spijtig genoeg in dit land: als zwarten niet goed gekleed komen, zijn ze niet welkom. Daarentegen kan een blanke in korte broek en op slippers komen en dat maakt het niet uit’, zegt Yunior op een stoel bij de deur van zijn huis, zijn blik gericht op een bepaald punt in de straat. Door zijn blikveld lopen twee meisjes met het gezicht van twintigers die het aangrenzend huis binnengaan, een cafetaria dat eigendom is van zijn buurvrouw. Het houten uithangbordje van ‘Doña María’, zoals de vrouw heet, biedt: pizza, fruitsappen en frisdrank. De meisjes overleggen even en kiezen; eentje loopt naar de toonbank en bestelt voor beiden. Maria zegt: ‘Jullie hebben die huidskleur waar mannen gek op zijn, die kaneelkleur. Zoek blanke echtgenoten zodat jullie niet achter het net vissen’.

Bron
* Abraham Jiménez Enoa, website Vice, 7 augustus 2017

Advertenties

Verhuld racisme in nachtelijk Havana (deel 1)

Yunior is een van de drie in het zwart geklede zwarte Cubanen die de entree van bar Habana bewaken. Het drietal staat met het gezicht naar de straat, als ijzeren tralies. Ze dragen een broek van zwarte stof, een zwart shirt met kraag en een zwarte pet. Op hun brede schouders staat in wit SEGURIDAD / beveiliging. Om half twee ’s nachts dreigt Havana te vergaan. Bliksemflitsen en donderslagen laten de nacht beven en de lucht is vol rode wolken. Binnen in de bar zijn nog maar weinig mensen. Er is niemand die staat. Aan de tafels wordt wat gedronken, terwijl de muziek nogal zacht klinkt voor een zaterdag.

bar-habanaBij de deur van de bar zegt Yunior, zonder me aan te kijken, op de strijdvaardige toon van een hoge militair: ‘We laten steeds maar een paar mensen tegelijk binnen, om ze goed te kunnen bekijken en inschatten. Hier staan geen rijen; de baas zegt dat wij verantwoordelijk zijn voor de orde en voor de personen die binnenkomen’. Een moment later maakt hij me duidelijk dat hij niet zomaar wat zegt: ‘Jullie wel, maar zij niet’, zegt Yunior gedecideerd tegen vier lichtgekleurde Spaanse meisjes die met twee zwarte Cubanen bij de bar arriveren. ‘Dat begrijpen we niet. Waarom?, antwoordt een van de Spaansen. ‘De zaak behoudt zich het recht voor de toegang te weigeren’, zegt Yunior alsof hij een uit het hoofd geleerde regel opzegt bij een middelbaar schoolexamen. Na deze volzin keren de twee zwarte Cubanen zich tegen de bewakers. De Spaanse vrouwen roepen obsceniteiten en vertellen ze luidkeels dat ze niet wisten ‘dat ze naar een klote racistisch land waren gekomen’. Uiteindelijk vertrekken de Spaansen met de twee Cubanen. Een van de Cubanen roept van een afstand: ‘als ze maar blanken waren’. Op enkele meters van de ingang leunt de eigenaar van de bar tegen een muur en neemt een slokje terwijl hij het voorval zwijgend aanziet.

bar-habana-yunior
Yunior van de beveiliging

Geen zwarten?
Een paar dagen later zal Yunior, voor de deur van zijn huis, zeggen: ‘De baas heeft het ons verboden zwarte Cubanen binnen te laten die met buitenlandse vrouwen komen’.  ‘En Cubaanse zwarten alleen? En zwarten uit  uit andere landen?’, vraag ik hem. ‘Bij zwarte Cubanen moet je naar het uiterlijk kijken en op grond daarvan een beslissing nemen’, zegt hij. Hij spreekt weinig en doet alleen zijn lippen van elkaar als je hem iets vraagt. Lachen doet hij nooit. Hij is 1,89 meter lang en weegt 110 kilo. Hij is een en al spieren, een indrukwekkende vent, van wie je al bang wordt door alleen maar naar hem te kijken en tegen wie je nooit zou zeggen dat er een pluisje op de mouw van zijn shirt zit. ‘Mensen denken dat het makkelijk is, maar dat is het niet, het werk is stressvol omdat het ’s nachts is en bovendien moet je strijd leveren met mensen die komen om te drinken. En als mensen drinken gebeurt er altijd wel iets’, vertelt Yunior. Dit is zijn eerste ervaring met werk als beveiliger. Tot voor kort was hij docent op een particuliere sportschool in de wijk Vedado. Daarvóór, in 2004, studeerde hij af in Boekhouding en Financiën aan de Universiteit van Havana en daarna bleef hij als docent aan zijn faculteit. ‘Ik hield het niet uit. Als docent betaalden ze me 500 Cubaanse pesos, 20 dollar, per maand, en daarvan kun je onmogelijk leven. Ik ging de straat op om werk te zoeken en eerst kwam de sportschool in beeld en daarna de bar’, vertelt hij. Vier maanden geleden liep Yunior door de smalle keistraten van Havana Vieja toen hij op de muur van een winkelpand dat verbouwd werd, stuitte op een aanplakbiljet waarop stond: ‘Gekwalificeerd en ervaren personeel gezocht: winkelverkoop (vrouwen, lichtgekleurd of blond, met goed figuur en talenkennis) en veiligheid en bescherming (sterke gekleurde mannen)’.

bar.cubaAlleen uiterlijk
Hij kon het geld goed gebruiken en hij besloot het pand in te gaan, dat van buitenaf vol cementstof leek en mensen die de muren schilderden. Op dat moment was hij alleen maar nieuwsgierig naar de verdiensten en de taken die een potige zwarte Cubaan als hijzelf in een bar zou vervullen. Eenmaal binnen kwam hij een meisje tegen dat hem aanhoorde en hem naar het einde van een gangetje bracht. Toen hij binnenging, bekeek de eigenaar zijn postuur langdurig en nauwgezet, van top tot teen, heel serieus. ‘Daarna begon hij te lachen en legde hij me uit wat mijn taken zouden zijn en het salaris. Hij vroeg me helemaal niet of ik bekend was met vechtsporten of iets dergelijks. Op zulke plekken is het uiterlijk het enige wat van belang is; dat is het nieuwe Cuba’, vertelt Yunior en hij noemt de kwalificatie ‘gekleurde man’ op het aanplakbiljet niet eens. Toen ik hem naar die term vroeg, antwoordde hij: ‘Dit is niet de enige bar in Cuba die zo handelt. Overal zul je zien dat de portiers zwarten zoals ik zijn om te imponeren en de kelners knappe blanken om te verkopen. Dat is een logisch en effectief beleid om de zaken te laten functioneren’.

Bron
Abraham Jiménez Enoa, website Vice, 7 augustus 2017

Aanhouding taxichauffeur vanwege racismeklacht

Na een klacht wegens racistisch gedrag door een taxichauffeur tegenover een zwarte klant, heeft het Openbaar Ministerie deze zaak in onderzoek genomen. Het incident werd maandag jl. gemeld in de officiële krant Trabajadores. De chauffeur had de passagiere toegesnauwd ‘geen negers in zijn auto te willen.’

racisme-carro-rojo-matrícula P158682

De rode auto met kenteken P158682P15

Student rechten Yanay Aguirre Calderín klaagde over de ‘woedende wijze’ en het ‘gewelddadige karakter’ waarop de chauffeur van de almendrón – de oude Amerikaanse auto’s die voor het vervoer van passagiers worden gebruikt – haar behandelde en publiceerde een ingezonden brief in de officiele krant Trabajadores. Volgens Aguirre stapte ze in een taxi in de wijk Marianao en zei tijdens de rit dat zij enkele haltes eerder wilde uitstappen dan gepland. De chauffeur reageerde woedend en zei ‘dat hem dat elke keer overkwam als er een neger in zijn taxi stapte en dat hij daar niet langer tegen kon.’ De chauffeur beviel haar de auto te verlaten voor de gewenste halte en riep ‘in zijn auto geen negers te willen.’ Yanay Aguirre kon met haar mobieltje de taxi fotograferen evenals het kenteken van de wagen.

Veel reacties sociale media
De Officier van Justitie, Rafael Soler López, zei tegen Trabajdores ‘niet vooruit te willen lopen op de uitkomsten van het proces’ tegen de chauffeur wiens naam niet is gepubliceerd. Maar hij zegde toe de zaak te onderzoeken. Tot die tijd blijft de verdachte in de cel. De officier meldde verder via telefoon en sociale media tientallen telefoontjes te hebben gehad waarin de houding van de chauffeur werd veroordeeld en aangedrongen op stevige maatregelen. De Cubaanse grondwet en het Wetboek van Strafrecht kennen verbodsartikelen vanwege discriminatie op basis van ras, sekse en gender waarbij de gelijkwaardigheid van elke burger is vastgelegd.  De politie van Havana liet na publikatie in Trabajadores ook bekend maken dat de eigenaar van de wagen was aangehouden en bekend had bij de kwestie betrokken te zijn geweest. De verdachte chauffeur was inmidddels ook door de klager erkend.

Linken
* Bericht Trabajadores, 2 juli 2017 over racisme incident  
* Reacties Trabajadores, 7 juli 2017 over racisme-incident

Antiracist Zurbano ontslagen vanwege kritiek

De schrijver en essayist Roberto Zurbano is ontslagen als directeur van het uitgeversfonds Casa de las Americas, de officiele literaire uitgeverij in Cuba.
Zurbano publiceerde een artikel over het heersende racisme in Cuba in de New York Times en constateerde dat de revolutie voor de zwarte Cubanen nog moet beginnen.

Zurbano-Jorge-Luis-Baños-IPDe aanval tegen Zurbano werd vorige week ingezet door auteur Guillermo Rodríguez Rivera, die de uitspraken van zijn collega Zurbano ‘schandalig’ noemde. Rivera publiceerde zijn kritiek op de website van de zanger Silvio Rodriguez.* De Beweging van Latijns-Amerikaanse en Caribische nakomelingen uit Afrika / Articulación Regional de Afrodescendientes de Latinoamérica y el Caribe, ARAC, die de Cubaanse revolutie meestal goed gezind is, protesteerde tegen het ontslag en tegen ‘het obstructieve en repressieve karakter’ van ieder die bij deze polemiek betrokken is. ARAC zegt ’de vrije uitwisseling van ideeën van al haar leden te willen steunen als deel van ‘de onmisbare vrijheid van meningsuiting’.

Schrijver zoekt isolement
De website van de officiele kunstenaarsbond UNEAC verwijt Zurbano dat hij zich geisoleerd en verwijderd heeft van de consensus die over dit thema bij ‘de meest serieuze Cubaanse onderzoekers bestaat’. De bond waarschuwt voor een scheiding der geesten onder de bestrijders van het racisme en dat zo’n splitsing ‘in het voordeel zal zijn van de vijanden van de Revolutie.’ Zurbana zal werkzaam blijven als onderzoeker van de Casa de las Américas, maar geen bestuurlijke functie vervullen. De Schrijversbond heeft in een korte verklaring meegedeeld dat Zurbana – ondanks zijn vermelding in de New York Times – geen uitvoerend secretaris was van de bond.

Linken
* Zie bericht op deze weblog van 26 maart: Voor zwarte Cubanen is de revolutie nog niet begonnen.
* Zie bericht op deze weblog van 4 april: Cubaanse zanger wil Raúl Castro steunen om de revolutie te verdedigen 
* De eerste kritiek van collega-schrijver Rodriguez gepubliceerd op de website van de zanger Silvio Rodriguez
* De website van de Cubaanse schrijvers- en kunstenaarsbond UNEAC La Jiribilla
De verklaring van de ARAC in het Spaans.

Roberto Zurbano: ‘Voor zwarte Cubanen is de revolutie nog niet begonnen’

De resultaten van de economische hervormingen van de regering van Raúl Castro ‘hangen af van de kleur van je huid.’ Dat schrijft de criticus en essayist Roberto Zurbano afgelopen weekend in The New York Times. Zurbano is directeur van de uitgeverij Casa de las Américas in Havana. Hij bekritiseert het onvermogen van de Cubaanse regering het racisme terug te dringen en de zwarte Cubanen te laten mee profiteren van de veranderingen.

Foto Alex Webb

Foto Alex Webb

‘Het zijn allemaal berichten over veranderingen in Cuba maar die zijn voor Afro Cubanen zoals ik, meer droom dan werkelijkheid,’ zegt Zurbano. Hij noemt de ingetrokken verboden, zoals de mogelijkheid voor Cubanen om in een hotel te overnachten, een mobieltje te kopen, je huis of auto te verkopen en om naar het buitenland te reizen  ‘niets meer dan pogingen om het leven normaler te maken.’ (…) ‘De particuliere sector profiteert nu van een zekere economische vrijheid, maar de zwarten zijn niet in de positie om er voordelen uit te trekken,’ zegt de 54-jarige publicist en ‘de regering is niet in staat ‘het racisme te overwinnen.’ Zurbano is niet alleen directeur van een officiele uitgeverij in Havana, maar ook vicepresident van de schrijversbond Asociación de Escritores. Hij herinnert er aan dat de zogeheten Speciale Periode* en de maatregelen die de regering toen nam juist de tegenstellingen in de Cubaanse samenleving hebben aangescherpt. Om de onvrede af te remmen werd de economie in twee sectoren opgedeeld: een voor particuliere bedrijven en buitenlandse ondernemingen waar de werknemers hun salarissen in deviezen kregen uitbetaald en een ander deel was de staatssector waar de oude socialistische orde bleef bestaan en waar de werknemers een salaris van ongeveer 20 dollar per maand kregen uitbetaald.

Financiele kansen
‘Die scheiding leidde tot twee tegenover elkaar staande realiteiten, die nu nog bestaan. De eerste is die van de blanke Cubanen die hun middelen in zetten om in een nieuwe economie geleid door de markt, te profiteren van een ogenschijnlijk opener socialisme. De ander is die van de zwarte Cubanen die de teloorgang van het socialistisch Utopia meemaken.’ Zurbano noemt nog andere verschillen tussen de zwarten en blanken op het eiland. ‘Het grootste deel van de deviezen, dat uit het buitenland komt – vooral uit Miami, het centrum van de voornamelijk blanke Cubaanse gemeenschap – komt terecht bij blanke Cubanen. Zij woonden al ‘in betere woningen die ook makkelijker konden worden omgezet in restaurants en bed-and-breakfasthotels voor toeristen.’

Roberto Zurbano

Roberto Zurbano

Debat over racisme: contrarevolutionair
De zwarten hebben minder goederen en geld en ook nog eens te maken met een ‘latent racisme’, aldus de essayist Zurbano. ‘Zij hebben weinig gemeen met de managers van hotels die bij voorkeur blank personeel inhuren, ook om de veronderstelde gevoeligheden bij de Europese clienten te ontzien.’ (…) ‘Dat type van openlijke racisme is maatschappelijk minder acceptabel geworden, maar zwarten zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in het toerisme – wellicht de meest lucratieve economische sector – en zijn veel minder ver dan blanke Cubanen bij de oprichting van eigen bedrijven. Zurbano zegt dat ‘het racisme in Cuba verborgen blijft en het is zelfs versterkt omdat men er niet over praat.’ (…) ‘De regering verbiedt het openlijk debat over raciale vooroordelen en de discussie erover in politieke en culturele zin. En pretendeert dikwijls dat het probleem niet bestaat.’ (…) ‘In de voorbije periode stond ‘het in twijfel trekken van raciale vooruitgang gelijk aan een contrarevolutionaire daad. Daardoor was het onmogelijk aan te wijzen wat voor iedereen duidelijk is, namelijk  ‘racisme leeft volop.’

Oververtegenwoordigd in illegaliteit
‘Nu in de een-en-twintigste eeuw, geeft men toe dat de zwarte bevolking onvoldoende aanwezig is op de universiteiten en in de economische en politieke macht en oververtegenwoordigd in de zwarte economie, in de criminaliteit en in arme wijken’. De auteur hoop dat als Raúl Castro in 2018 de macht neerlegt ‘de anti-racistische beweging van Cuba legaal en logistiek is gegroeid, zodat deze in staat is oplossingen aan te dragen die al zo lang zijn beloofd en waar zwarte Cubanen al zo lang op wachten.’ Zurbano zegt dat ‘een eerste serieuze stap zou kunnen bestaan uit een officiele en accurate telling van de Afro Cubanen. De zwarte bevolking in Cuba is veel groter dan uit de resultaten van  recente volkstellingen blijkt. ‘Het aantal zwarten op straat maakt de fraude met cijfers al duidelijk; we zouden nog niet één vijfde van de bevolking uitmaken. Maar veel mensen in Cuba vergeten dat één druppel wit bloed – alleen al op papier – een mesties of een blanke van je maakt,’ aldus Zurbano.

raulcastrometmedaillesEind tijdperk
Het einde van de regering van de Castro’s zal ook het einde van een tijdperk in de Cubaanse politiek zijn’, zegt Zurbano. ‘Het is niet realistisch een zwarte president te verwachten, gezien het geringe zwarte bewustzijn op het eiland. Maar als Raúl Castro zijn ambt neerlegt, zal Cuba anders zijn. Wij kunnen slechts hopen dat vrouwen, zwarten en jonge mensen in staat zijn bij te dragen aan een grotere gelijkheid van mogelijkheden en de realisering van een volledig burgerschap van Cubanen van elke kleur.’

Bron
* Het gehele essay (Engelstalig) van Roberto Zurbano verscheen op 23 maart in de New York Times.
Noot

* De Speciale Periode was de periode in Cuba met grote tekorten op alle gebied nadat de Sovjet Unie eind jaren tachtig alle hulp introk. Als gevolg werd de dollar gelegaliseerd en werd het burgers toegestaan kleine ondernemingen te beginnen.

Interne tegenstellingen belemmeren hervorming Raúl Castro (2)

Op de vraag of Cuba opteert voor een hervorming in de stijl van China, antwoordt Mesa Lago ontkennend: ‘Ook wil men de Vietnamese weg niet bewandelen die, gezien de gelijkenis qua oppervlakte, nog het meest weg heeft van de situatie in Cuba.

Carmelo Mesa Lago (tweede van links) tijdens een debat dat de katholieke kerk in 2010 organiseerde

Kern van de zaak is de hervorming van de landbouw. China geeft geen land in eigendom, maar verstrekt contracten voor onbepaalde tijd (in Cuba geldt 10 jaar), met maximale autonomie voor de landbouwer die zelf de prijs bepaalt voor degene aan wie hij verkoopt en wat hij produceert. ‘In Cuba moet men de opbrengsten aan de staat verkopen voor een vastgestelde prijs die lager is dan de marktprijs. Bovendien moeten de Cubaanse landbouwers tot nu toe hoge belastingen betalen, waardoor stimulansen om meer te produceren ontbreken.’
(…)
‘In zijn boek schrijft Mesa-Lago, dat de Cubaanse economie de afgelopen 20 jaar een enorme transformatie heeft doorgemaakt en niet langer afhankelijk is van een product, zoals de suiker in de koloniale tijd en in de periode van de relaties met de Sovjet Unie. De econoom benadrukt dat ‘de successen in sleutelsectoren zoals de olie, het toerisme, de nikkel te danken zijn aan buitenlandse investeringen, ondanks de belemmeringen die bestaan.’

Dank zij buitenlandse investeringen
‘De Cubaanse economie heeft overleefd dankzij deze investeringen, de commercie, de kredieten en de subsidies van Venezuela, buitenlandse particuliere investeringen in strategische sectoren als de olie, gas, nikkel en toerisme en dankzij kredieten en investeringen uit China.’ Over de huidige sociale situatie op het eiland, zegt Mesa-Lago dat ‘ondanks het feit dat er op enkele terreinen na de crisis in de jaren negentig verbeteringen zijn bereikt, velen (….) toch nog leven beneden het niveau van voor deze crisis.’
(…)
‘De volledige werkgelegenheid werd bereikt door de zichtbare werkloosheid te verbergen, maar de verborgen werkloosheid te vergroten. De eerste was in 2009 1,6%, behorend tot de laagste ter wereld, maar in 2010 werd het ontslag van 500.000 tot 1,3 miljoen mensen in de staatssector aangekondigd, 12 tot 28% van de werkenden bevolking,’ legt hij uit.
(…)
‘Daarnaast was er nominale salarisverbetering, maar de koopkracht daalde tussen 1989 en 2010 met 73% en – dat wordt officieel bevestigd – is te weinig om de basisbehoeften te bevredigen.’

Drievoudige ongelijkheid
‘Cuba heeft te maken met een drievoudige ongelijkheid; de sociale, de raciale en de provinciale,‘ vervolgt Mesa-Lago. ‘De grootste vormen van ongelijkheid zijn het resultaat van de hervormingen in de jaren negentig en daar komen de huidige structurele hervormingen nog eens bij. Het gemiddelde inkopen van een cuentapropista (ondernemer voor eigen rekening) is 2,3 maal het gemiddelde salaris bij de overheid; de geldovermakingen van familieleden uit het buitenland vergroten nog eens de kloof,’ legt hij uit.
(…)
‘En verder‘ is de raciale ongelijkheid gegroeid doordat Afro Cubanen minder toegang hebben tot deviezen, werk in het toerisme, multinationale bedrijven en de particuliere sector dan de blanke Cubaan. En daar zijn de salarissen veel hoger.’ 83% van de zwarte Cubanen krijgt een overheidssalaris en hij voegt er aan toe ‘dat men hierbij ook nog eens de kosten van de sociale uitkeringen moet tellen en die zijn onhoudbaar; 53% van de begroting van de staat en maken 34% van het bruto nationaal inkomen uit.’

Raúl Castro exit?
Op de vraag wat er zal gebeuren wanneer Raúl Castro van het politieke toneel verdwijnt, antwoordt Mesa-Lago: ‘Raúl is succesvol geweest in de consolidatie van de overname van de macht van zijn broer en hij heeft een ambitieus hervormingsproject in gang gezet. Er zijn deskundigen zoals Mujal León, die geloven dat de sleutel voor het postcastrisme ligt in het handhaven van de coalitie van militairen, de communistische partij en de opkomende klasse van technocraten. Het leger wordt steeds sterker en dat leidt tot spanningen in het partijapparaat.’ Volgens Mesa Lago is generaal Raúl  Castro ‘volledig toegewijd’ aan zijn aanpassingsplannen. maar ‘heeft hij onvoldoende tijd vanwege zijn eigen leeftijd en de urgentie van de situatie, om deze uit te voeren te realiseren.’

Bron
* Latam, Argentinie

Cubaanse santeros droefgestemd over komst van de paus (deel 2)

De Cubaanse santeria heeft bedenkingen bij het aanstaande bezoek van de paus aan Cuba. Op dit moment zijn de relaties tussen de leiders van de kerk van Rome en die van de santería koel, maar beter dan twintig jaar geleden. Katholieke priesters deinsden er toen niet voor terug om gelovigen de toegang tot de kerk te ontzeggen wanneer ze in het wit waren gekleed en allerlei gekleurde kettingen droegen, onderdeel van de Afro Cubaanse rituelen. Men verdraagt elkaar op dit moment, maar er is geen sprake van een dialoog. Volgens Cubaans etnologen is de santeria ‘de enige echte Cubaanse religie’ omdat ze vrij is van westerse invloeden en koloniale trekken.

Een santeríabijeenkomst bij El Loma del Cimarron, dichtbij het heiligdom van de Barmhartige Maagd van Cobre

Wetenschappers leggen uit dat de wortels van de santería liggen bij de slaven die vanuit Afrika in Cuba kwamen en de Yorubacultuur meenamen. De geloofsgemeenschap verwerpt het institutionele, kent geen hiërarchie en wordt door een eeuwenlangdurend taboe en racisme met wantrouwen bezien door andere religieuze groeperingen. ‘De santería is, ook volgens de wet, een religie. Het is een van de varianten die hier bestaan maar met iets speciaals, het is de enige Cubaanse godsdienst,’ zegt de etnologe María Ileana Faguaga Iglesias, leraar aan de Universiteit van Havana. ‘Ze kent geen verticale structuur, heeft geen leider, geen kantoren en maakt geen deel uit van de politieke macht.’

Geen heidenen
‘Door de geschiedenis heen hebben de santeros katholieke rituelen gebruikt; de katholieke praktijk had de macht en was de officiële, de anderen werden vervolgd,’ zegt Faguaga, die uitlegt dat het doopbewijs ook een soort identiteitskaart was en dat veel parochies het burgerregister van de bevolking bijhielden. De katholieke kerk heeft weinig behoefte aan een speciale benadering van de santeros. Tom Quinley, een oud-adviseur van de Amerikaanse Bisschoppenconferentie, zegt: ‘De officiële lijn van de kardinaal was, dat mensen die de santería praktiseren katholiek zijn, misschien op een wat afwijkende manier. maar het zijn absoluut geen heidenen of schismatieken.’

Racisme
Anderen zijn van mening dat er ook sprake is van een zeker racisme dat de westerse kerken beïnvloedde. Maar het is ook de Cubaanse samenleving met een tientallen jaren durende revolutie. Velen weten niet meer dat de vijandelijkheden waar de katholieken in de jaren zestig en zeventig in Cuba onder leden, evenzeer voor de gelovigen met afro Cubaanse levensbeschouwing golden.

De verkoop van religieuze artikelen, zoals hier van de santería,speelt zich tegenwoordigheid in alle openheid af.

Vervolging
De santeros, in meerderheid zwart en mulat, konden gevangen worden genomen als ze hun rituelen uitvoerden. Dat veranderde pas in de jaren negentig toen de richtlijnen van de Cubaanse Communistische Partij veranderd werden en gelovigen ook lid mochten worden van deze partij.  En door die religieuze opening floreerde de santería en verspreidde zich via emigratie ook in landen als de VS, Mexico, Spanje en Venezuela. De tegenstelling met de katholieke hiërarchie werd toen weer zichtbaar.

Ogun bij santería, Petrus bij de katholieken

Godsdienst van de élite
‘De Europese godsdiensten (katholicisme, protestantisme en anderen) hebben een gespannen relatie met de autochtone religies met een Afrikaanse achtergrond want de eersten zijn de organisaties van de elite; zij hebben steeds de belangen gediend van de machtigen en vormden het ras van de elites’, legt etnoloog en politicoloog Moore uit. Lázaro Cuesta, een van de leiders van de Afro Cubaanse religies binnen Cuba, vat het gebrek aan begrip bij de babalaos / priesters als volgt samen: ‘In Cuba werd door het negeren van de Afro-religies ook ons nationaal erfgoed genegeerd. Maar deze religie werd in ons land binnengebracht door mensen die als slaven waren geketend en die vervolgens zonder twijfel ons nationaal gevoel vormden.’

Link
* Video met Engels commentaar over de Cubaanse santería, 5 minuten