De varkens blijven rozen verslinden (deel 1)

Vorige week vrijdag 14 april meldden wij dat de 18-jarige studente Karla González van de journalistenopleiding aan de Centrale Universiteit Marta Abreu in de provincie Las Villas was verwijderd. Karla González onderhield contacten met de oppositiegroep Movimiento Somos+ en plaatste teksten op websites die kritisch staan tegenover de regering van Cuba. De verwijdering vond plaats na een drie uur durende ondervraging – ‘een psychologische mishandeling’, zegt zij zelf -, door de leiding van de faculteit, enkele studenten en leden van de Unie van Jonge Communisten. Baptistendominee en dissident Mario Félix Lleonart Barroso beschrijft hoe deze universiteit in Santa Clara als sinds de beginjaren van de revolutie een bastion van de Cubaanse Communistische Partij is waar studenten en docenten vanwege hun politieke of religieuze dissidentie slachtoffer zijn van een ware heksenjacht. Barroso’s achtergrondartikel verscheen eerder op de website 14ymedio.

santa-clara-Universidad_Central_Marta_Abreu_de_Las_Villas

Universiteit Marta Abreu in Las Villas

Het is dringend noodzakelijk dat de academische wereld het stilzwijgen verbreekt over de heksenjacht op de Centrale Universiteit Marta Abreu van Las Villas. Het is niets nieuws. Al tientallen jaren lang konden velen er niet studeren of werken vanwege politieke of religieuze discriminatie. Anderen die dat wel deden werden om soortgelijke redenen uitgesloten. Hieraan ontkwam ook de bekende schrijver en illustrator Samuel Feijóo niet. Ondanks het feit (of misschien wel juist daarom) dat hij in 1958 de oprichter van het tijdschrift Islas was geweest werd hij er eind jaren zestig uitgesloten.

Samuel Feijóo (November 27, 1914 in San Juan de los Yeras, Las Villas, Cuba – July 14, 1992 in Villa Clara, Cuba)

Samuel Feijóo 1914 – 1992

Geheel in zijn stijl vertrok hij met het bestempelen van de vrouwelijke rector als merrie in een paardenfokkerij en kiezel in de suiker. Ook stuurde hij Raúl Roa* een telegram (als twitteren  al had bestaan zou het deze tweet geweest zijn): ‘De varkens vreten de rozen op’.  Velen herinneren zich nog en bevestigen hoe later, in een van die heroïsche dagen van de vrijwillige arbeid die rode zaterdag werd genoemd, het papierwerk van deze beroemde schrijver en plastiek kunstenaar in een op een ceremonie van exorcisme lijkende plechtigheid werd verbrand. Men wilde er blijkbaar geen twijfel over laten bestaan dat dit een authentiek proces van seculiere inquisitie was en dat de brandstapels niet zouden ontbreken.

Grijze periode
Dezelfde handelwijze bleef zich herhalen in de jaren tachtig en negentig, en in tegenspraak met de stelling van de Cubaanse intellectueel Ambrosio Fornet dat de excessen maar beperkt bleven tot een ellendige grijze periode van vijf jaren, waarbij verwezen werd naar de excessen die tussen 1971 en 1975 plaatsvonden. De realiteit laat zien dat het veeleer tientallen grijze jaren zijn die voor die tijd begonnen en tot op de dag van vandaag voortduren. Een van de uitgestotenen in de jaren 80 was de geschiedenisleraar Amador Blanco Hernández omdat hij het bij zijn studenten gewaagd had het stalinisme in twijfel te trekken. Hij deed uitspraken over het Kremlin die hij uiteindelijk niet als eerste aan de kaak stelde, aangezien Che Guevara in eigen persoon dat al in 1965 gedaan had in zijn beroemde toespraak in Algiers. We weten nu hoe die heeft bijgedragen tot het aan zijn lot overlaten wat tot zijn dood in Bolivia leidde. Daarmee werd voldaan aan de eisen van de Sovjet Unie ter wille van de vreedzame co-existentie met de VS.

religie-gustavo-perez-silverio-mario-felix-lleonart

Yoaxis Marcheco Suárez (rechts) werd als universitair docent aan de Universiteit Las Villas ontslagen. Naast hem de auteur van dit artikel Mario Felix Lleonart

Ideologisch ongeschikt
Eind jaren 90 werd aan Yoaxis Marcheco Suárez en aan schrijver dezes de mogelijkheid ontzegd deel uit te maken van het college van docenten voor de nieuwe opleiding van Informatiewetenschappen die in Santa Clara werd gestart, ondanks de dringende behoefte aan docenten. Beiden waren we eervol afgestudeerd aan de Universiteit van Havana aangezien we winnaars waren geweest in wetenschappelijke forums en zelfs behoorden tot de beste onderzoeksstudenten. Ondanks het feit dat we door de rest van het team werden aanbevolen, werden we niet door de rector aangenomen omdat hij ons niet geschikt achtte op ideologisch gebied. Daarna achtervolgde de niet verzadigbare Inquisitie ons door zelfs binnen te dringen in de kerkelijke opleidingssystemen waar we onze toevlucht toe hadden genomen en niettegenstaande het feit dat ze tot de dag van vandaag niet erkend zijn door het Ministerie van Hogere Opleidingen (geen enkele seminarist van welke religieuze orde dan ook wordt door het officiële onderwijssysteem van Cuba erkend, en er is nog geen enkele universiteit in het land met een theologische faculteit). Pressie van Caridad Diego Bello, hoofd van het Bureau van Toezicht op Religieuze Zaken van de Cubaanse Communistische Partij belemmerde ons de toegang tot een cursus voor een Doctoraat in Theologie dat voor de eerste keer in Cuba werd aangeboden door het Theologische Instituut FIET (Argentinië) in samenwerking met de FTS van Londrina, waarbij alles afhing van de handtekening van de vrouwelijke inquisiteur.

Heksenjacht
Jammergenoeg gaat die beschamende heksenjacht ook in de 21ste eeuw nog gewoon door. In 2015 bereikten de echo’s ervan het Congres van de VS waar midden in de diplomatieke dooi, nauwelijks enkele dagen na de aankondiging van het herstel van de betrekkingen tussen de regeringen, de uitsluiting van de academicus Gustavo Pérez Silverio als adjunct-professor van de Faculteit van Sociale Wetenschappen werd veroordeeld. Ondanks het feit dat hij onafgebroken jarenlang met succes materiaal als Geschiedenis van Cuba, Rassenstudies en Politieke Theorie had gedoceerd. Hierna werd ook zijn populaire radioprogramma Crisol Cubano opgeheven, dat zich bezighield met de culturele en nationale identiteit en uitgezonden werd door radio CMHW van Villa Clara.

universiteit-las villas-Andrés Castro Alegría-diaz canel

De rector van de Universiteit Las Villas Andrés Castro Alegría, naast hem links de eerste vice-president van Cuba, Diaz Canel

Rector en parlementslid
Ondanks zijn lente- uitstraling zie het er naar uit dat deze maand april de onheilspellende verklaring van Feijóo dat ‘de varkens de rozen verslinden’ meer dan ooit bewaarheid wordt ten nadele van de Centrale Universiteit van Las Villas die, verre van haar trieste optreden te veranderen, deze nog verergert. De rector Andres Castro Alegria heeft verschillende professoren en studenten uitgesloten, ondanks (of misschien wel daarom) dat hij afgevaardigde in het Cubaanse Parlement is. Twee ervan zijn opvallend, gezien de menselijke en intellectuele kwaliteit van de nieuwe slachtoffers: de professor van de Faculteit van Humaniteit Dalila Rodriguez Gonzalez en Karla Pérez González, studente van die faculteit. Dalila, van onbesproken gedrag en erg populair bij haar studenten, gegarandeerd door de hoeveelheid erkenningen die ze al vanaf haar studentenleven en als professor krijgt, ondanks een tiental jaren intensief docentschap als Filologe en Master in Linguïstische en Redactionele Studies, overkwam de uitsluiting juist op het moment dat zij een doctoraal Pedagogie volgde. De door de rector zelf ondertekende resolutie verklaart dat haar ‘handelwijze in het sociale en ethische afwijkt van het correct optreden wat als docent van haar vereist wordt en wat de vorming van de studenten die aan genoemde Faculteit en deze Universiteit colleges volgen kan aantasten’. Dalila was naast haar werk als docent ook actief in het Instituut Patmos, een debatcentrum van evangelische snit dat door de autoriteiten in Cuba niet wordt erkend en herhaaldelijk dwarsgezeten door de Cubaanse geheime dienst.

Bron
* Mario Félix Lleonart Barroso op de website 14ymedio, 14 april 2017
Noot
* Raúl Roa was een vooraanstaand Cubaanse politicus en diplomaat. Hij was o.a. vele jaren lang Minister van Buitenlandse Zaken van Cuba.

Advertenties

Volkskrant: ‘Propaganda’

Mooie opdracht, die regisseur Oliver Stone in 2003 van tv-zender HBO kreeg: trek dertig uur op met de Cubaanse leider Fidel Castro en maak van die gesprekken een film. Aan het begin van Comandante, als Stone en zijn crew zich in Castro’s kantoor klaarmaken voor de eerste opnamen, worden de regels van het spel uitgelegd: de camera’s mogen draaien zolang Stone én Castro het goed vinden. Heeft Castro teveel moeite met een vraag of opname, dan wordt dat meteen gerespecteerd en alles overgedaan. Volgens de begintitels zou Castro nooit bezwaar aantekenen, wat natuurlijk heel leuk klinkt, maar ook iets zegt over het kritische gehalte van Stone’s marathoninterview.

Oliver Stone (tweede van Links) tijdens het interview met Fidel Castro

Oliver Stone (tweede van links) tijdens het interview met Fidel Castro. Naast Castro zijn zoon Alex, de officiele fotograaf van de Castro dinastie

Fascinerend
Niet dat Stone lastige onderwerpen schuwt, maar of het nu om Cubaanse dissidenten gaat, vermeende martelpraktijken door het leger, de acceptatie van homoseksualiteit, elke vraag wordt door Castro even optimistisch beantwoord en Stone vraagt zelden door. Dat Castro tijdens de Cubaanse rakettencrisis de Russische president Chroetsjov zou hebben willen aanzetten tot een nucleaire oorlog, is volgens El Comandante een misverstand; waarschijnlijk lag het aan de gebrekkige tolk die destijds zijn bedoelingen naar het Russisch moest vertalen.

Fidel Castro en de Russische leider Chroetsjov in New York (1960)

Fidel Castro en de Russische leider Chroetsjov in New York (1960). Links de Cubaanse diplomaat Roa die tussen 1959 en 1976 Cuba’s minister van Buitenlandse Zaken was

Het zal allemaal wel, denk je dan, maar ook op die momenten blijft El Comandante fascinerend materiaal — alleen al omdat het iets onwerkelijks heeft, een dergelijk icoon uit de moderne westerse geschiedenis van zo dichtbij mee te maken. Castro demonstreert hoe hij elke dag rondjes om zijn bureau loopt om fit te blijven en ouwehoert met Stone in zijn privébioscoop over de Titanic. Dit alles doorspekt met mooie archiefbeelden en haastige kiekjes van Havana.

Vanavond Canvas
* Comandante (Oliver Stone, 2003), van 22.55 tot 0.30 uur

Ecuatoriaans president Correa ontmoet Fidel Castro

Correa bezocht vrijdag jl. Fidel Castro

Correa bezocht vrijdag jl. Fidel Castro

De president van Ecuador, Rafael Correa, heeft afgelopen weekend een kort bezoek gebracht aan Cuba. Hij had er ontmoetingen met Fidel (87) en Raúl Castro (82). 

Correa bezocht o.a. Santiago de Cuba waar een contingent van het leger van Ecuador een gebouw van de universitair medische opleiding renoveert en 560 nieuwe woningen bouwt in het kader van het herstel van de schade van de orkaan Sandy in oktober 2012. Terug in Havana ontmoette hij de Cubaanse oud-leider Fidel Castro. Correa: ‘Het was een grote eer met iemand te verkeren die de levende geschiedenis van Latijns Amerika vertegenwoordigt.’ Correa’s laatste bezoek aan Cuba dateert van december 2012 toen hij de doodzieke president van Venezuela Hugo Chávez in een ziekenhuis in Havana bezocht.

Carlos Fuentes over ‘de perfecte uitvlucht van Fidel Castro’ (1)

Carlos Fuentes (1928), één van de grootste iconen van de Mexicaanse en Latijns-Amerikaanse literatuur, overleed op 15 mei jl.. Fuentes, 83 jaar, leverde een belangrijke bijdrage aan de roman en het essay in de Spaanse taal. Eén daarvan, La nueva novela hispanoamericana (De nieuwe Spaans-Amerikaanse roman, 1969) is een van zijn klassieke werken. Zoals bijna alle Mexicaanse intellectuelen uit zijn tijd, bevond Fuentes zich onder de eerste bewonderaars van de Cubaanse revolutie, geleid door Fidel Castro. Het verdere verloop van de antidemocratische gebeurtenissen in Cuba deden hem afstand nemen van het revolutionaire proces en veranderde hem in een onverbiddelijke criticus van de dictatoriale koers van het regime van Castro.

Als eerbetoon aan de beroemde schrijver van La muerte de Artemio Cruz en La región más transparante publiceerde de website CaféFuerte opnieuw het artikel dat op 22 april 2003 gepubliceerd werd in de Spaanse krant El País als reactie op de Zwarte Lente, een golf van onderdrukking door het Cubaanse regime van 75 dissidenten. Hier komt de polemische en halsstarrige Carlos Fuentes tot leven, maar altijd helder en betrokken bij de belangrijkste zaken van het menselijk bestaan.

Alta Fidelidad – Grote Trouw
Op 2 januari 1959 kwam ik in het gezelschap van Fernando Benítez, Manuel Barrera Acosta en de uitgever Juan Grijalbo, in Havana aan. Fidel Castro was nog niet aangekomen in de hoofdstad van Cuba. Vanaf Santiago naderde hij in een jeep via de route van de overwinning, vergezeld door gedresseerde duiven die op zijn schouders neerstreken zodra hij een rede hield. Hij onderbrak zijn toespraken met de retorische vraag  ´Doe ik het goed Camilo?’, gericht aan de tweede man van het driemanschap van de Revolutie in de Sierra Maestra, Camilo Cienfuegos. De derde was uiteraard Ernesto Che Guevara. Met dit ´Doe ik het goed Camilo?’ richtte Castro zich niet alleen tot zijn wapenbroeders, maar ook tot de gehele Cubaanse gemeenschap die, met uitzondering van de aanhangers van Batista, de bebaarde jongelui met tomeloze vreugde ontving. Iedereen verwachtte van deze heldhaftige jongens iets meer dan de omverwerping van een wrede en corrupte tiran. Wellicht verwachtten ze alles. Democratische politiek, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging, een gemengde economie, versterking van zowel de onderneming als de Staat, productie-diversificatie, onderwijs, gezondheid.

Dictator Somoza werd in 1939 ontvangen door president Franklin D. Roosevelt

Vriendschap VS en dictators
Misschien verwachtten ze ook – volk en revolutionair bestuur – een begripvol en vriendelijk gebaar van de regering van de Verenigde Staten, die op dat moment werd geleid door generaal Dwight D. Eisenhower. Eén van de eerste reizen van Fidel ging naar Washington. Ike ontving hem niet. Nixon gaf hem een koele handdruk op de trappen van het Capitool. Gewend om dictators uit Midden Amerika en de Caraïben ten gunste van eigen belang te gebruiken, keken de Noord-Amerikanen met argwaan naar deze niet te classificeren rebel, een vreemde vogel tussen de Trujillo´s, Somoza´s, Castillo Armas en Baptista’s uit de regio. Bovendien – hoe verwarrend!-, werd de Cubaanse rebel omschreven als ‘bourgeois’ door de Cubaanse communistische partij, die alleen op het laatste moment, dankzij de ontegenzeggelijke intelligentie van partijman en advocaat, Carlos Rafael Rodríguez, het revolutionaire karakter van de oncontroleerbare rebellen erkende.

Het beloofde vrije vaderland

Fidel Castro en de Franse auteur Jean Paul Sartre in een helicopter (1960)

Castro had alles om het beloofde vrije vaderland te creëren. De hulp kwam niet uit de minste hoek, de mondiale kunstenaars-  en intellectuelengemeenschap bood hem haar hulp aan. Van Jean Paul Sartre tot C. Wright Mills, de intelligentia van de wereld zag in Cuba de mogelijkheid tot een originele revolutionaire vernieuwing, bevrijd van dogma’s en de misvormingen, opgelegd door de Byzantijnse caesaro-papistische traditie van een marxisme dat was overleden in het orthodoxe (de Partij) en tsaristische (de Staat) Rusland.

‘Vooruit, ga je gang net als in de tijd van het Platt Amendment’, cartoon partijkrant Granma 2010

Nabuurschap VS
Wellicht was dit in Polynesië wel mogelijk geweest. In Cuba was nabuurschap catastrofaal. Samen met Puerto Rico de laatste kolonie van Spanje in Amerika, kolonie de facto van de Verenigde Staten tijdens en na het Platt Amendement, een amendement dat Washington de bevoegdheid gaf in te grijpen in interne aangelegenheden op het eiland. Cuba was nu niet langer een kolonie. Maar Cuba bleef een buurland. Het tijdperk speelde ook een rol. Hoewel met minder manicheïstische wreedheid dan Bush, zei Washington midden in de Koude Oorlog eveneens: ´Degene die niet met mij is, is tegen mij´. Maar als met ´hen´ betekende zich onderwerpen aan hen, onderwierp Castro zich niet en stelde hervormingen in die door het Witte Huis van Eisenhower en zijn regering van magnaten en haviken, als sterk communistisch gezien zouden worden. Zoals het Mexico van Carranza tot Cárdenas, nationaliseerde en onteigende Castro, maar, in tegenstelling tot Mexico, onderhandelde hij niet. De escalatie van confrontaties met Washington leidde tot een breuk in de betrekkingen in 1961. In plaats van het versterken van de nationalistische middenklasse, sloot Castro de interne deuren en opende de poorten naar buiten: het verlies aan talent en energie was enorm. De pers werd onderdrukt. De politieke partijen weggeveegd. De macht consolideerde zich rondom de Beweging van de 26ste juli (Movimiento 26 de Julio) en de fatale rondes begonnen in de escalatie tussen het eiland en de Verenigde Staten. Bij veel Noord-Amerikaanse agressie, meer Cubaanse dictatuur. Bij meer Cubaanse dictatuur, meer Noord-Amerikaanse agressie.

Raúl Roa was een belangrijke Cubaanse diplomaat uit de eerste jaren van de revolutie. Hier spreekt hij op 18 maart de vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) toe.


Onderwijs en welzijn

Ondanks deze spanningen realiseerde Cuba grote vorderingen in onderwijs en welzijn. Bovendien bezat Cuba de wapens van David tegen Goliath: de katapult van de waardigheid, de grootheid van de kleine tegen de grote. De Varkensbaai invasie, tot in de puntjes uitgewerkt door de regering Eisenhower en geërfd met een gebrek aan doorzettingsvermogen door die van Kennedy, resulteerde zonder de logistieke hulp van de Noord-Amerikanen in een fiasco voor de binnenvallende huurlingentroepen. Playa Girón (de Varkensbaai) werd de plek waar het aanzien van Cuba als pionier van de Latijns-Amerikaanse onafhankelijkheid zijn hoogtepunt vond. Achtereenvolgens gaven Ernesto Guevara en Raúl Roa in Punta del Este morele en diplomatieke inhoud aan de waardigheid van heel Latijns-Amerika. Hoe kon je nog tegen de Cubaanse Revolutie zijn?