Cuba erkent privébezit in nieuwe grondwet

De Cubaanse regering is van plan privébezit opnieuw te erkennen. Dat is één van de voorgestelde grondwetswijzigingen die zaterdag bekend werden gemaakt, melden Cubaanse staatsmedia. Nadat Fidel Castro in 1959 aan de macht was gekomen in het communistische land werd privébezit zo veel mogelijk beperkt. In de nieuwe grondwet zou ook erkenning van de vrije markt worden opgenomen. Volgens de staatsmedia blijven de Cubaanse planeconomie en staatsondernemingen wel leidend.

congreso2-2do Congreso del PCC, 1980 Marx, Engels, Lenin, Martí, Maceo, Gómez, Mella, Camilo y Che

Het tweede congres van de PCC in 1980 met de afbeeldingen van Marx, Engels, Lenin, José Martí, Maceo, Gómez, Mella, Camilo Cienfuegos en Che Guevara.

De socialistische republiek wil naast de president ook een premier gaan aanstellen. Zo wil het land de functies van staatshoofd en regeringsleider scheiden. De grondwetswijziging houdt de politieke macht van de communistische partij wel intact.

Entrepreneurs en investeerders
Hoewel de regering grip houdt op de economie van Cuba erkent de nieuwe grondwet wel een vorm van vrije markt en privébezit voor de bevolking. Hoe dit precies is vastgelegd is nog niet duidelijk, maar persbureau Reuters schrijft ‘juridische bescherming voor Cuba’s prille entrepreneurs en buitenlandse investeerders’ te verwachten. Ook is Cuba een wijziging in het juridisch stelsel van plan, dat uitgaat van de onschuld totdat het tegendeel is bewezen. Verder wordt waarschijnlijk een verbod op discriminatie op basis van geslacht, etniciteit en beperkingen in de nieuwe wet opgenomen. LHBTI-activisten hopen dat daarmee ook het homohuwelijk wordt gelegaliseerd.

Referendum
Voor de grondwetswijziging in werking treedt moet de bevolking deze nog goedkeuren in een referendum. Aan het hoofd van de commissie voor de grondwetswijziging staat Raúl Castro (87), oud-president en de broer van oud-president Fidel Castro.

Bronnen
* NOS, NRC, 15 juli 2018

Link
* Website Cubadebate met de hoofdzaken van de nieuwe grondwet in het Spaans, 14 juli 2018

Solide meerderheid voor Berta Soler bij referendum

Berta Soler, de leider van de Damas de Blanco, kan ondanks voorbije kritiek, rekenen op een solide meerderheid onder de vrouwen van de deze mensenrechtengroep. Dat blijkt uit een referendum, dat op haar verzoek onder de vrouwen van de Damas de Blanco is gehouden, nadat de afgelopen weken de kritiek op Soler’s leiderschap was toegenomen. Berta Soler vertrouwt erop haar activiteiten als leider van de groep in de toekomst voort te zetten. In totaal namen 202 van de 233 leden van de Damas de Blanco aan het referendum deel; 180 steunden Soler en 16 stemden tegen haar. Drie biljetten werden ongeldig verklaard en drie biljetten waren blanco.

De stembus wordt geleegd

De stembus wordt geleegd

In de provincie Matanzas kwamen alle 33 leden van de Damas de Blanco hun stem uitbrengen; slechts een stem werd tegen Soler’s leiderschap uitgebracht. Van de 22 leden in Guantánamo verschenen 18 vrouwen waarvan zes voor Berta Soler stemden. In Santa Clara verschenen 16 van de 18 activistenvrouwen en spraken 8 zich uit voor Soler. Van de 12 stemgerechtigde vrouwen in Santiago de Cuba waren 10 vrouwen voor voortzetting van haar leiderschap en in Bayamo waren dat 5 vrouwen. Woensdag werd in Holguín, gestemd met 22 ‘ja’ en vier ‘nee’ stemmen. In de hoofdstad Havana stemden gisteren 79 vrouwen voor Soler en zes tegen haar. Op alle plaatsen waar werd gestemd was een stembus die gecontroleerd werd door waarnemers van verschillende organisaties zoals de UNPACU of de Partido Republicano. Per telefoon werden de resultaten doorgebeld naar Havana. De stembiljetten werden in verzegelde enveloppen naar de hoofdstad gezonden of gebracht.

Geheime dienst
In een interview met de digitale krant 14ymedio spreekt Soler over de rol van de Cubaanse geheime politie bij de stemmingen. Op enkele plaatsen kwam het tot aanvaringen, maar meestal bleef de taak van de staatsveiligheid beperkt tot scherpe controle. Soler: ‘Een waarnemer van de provincie Granma werd ‘s ochtends gearresteerd en aan het einde van de dag was nog niets van hem vernomen. In Havana plakten we posters van Ángel Santiesteban en de kunstenaar El Sexto en de politie wilde dat verhinderen. Wij doen dat, wij deden dat en wij gaan daarmee door want als de Cubaanse regering overal en nergens affiches plakt van de Cuban Five, hebben wij het recht om ook aandacht te schenken aan onze gevangen heeft.* Zeven Damas de Blanco werden bij San Miguel del Padrón aangehouden evenals drie activisten van andere mensengroepen. Een agent van de geheime dienst, Luisito genoemd, dreigde een lid van de Damas met vier dagen gevangenschap als ze voor Berta zou stemmen. En Sobrelis Turroella, die ziek is, werd aangehouden in Alamar. Politieagenten beten haar toe: ‘Hoe gaat het met de kanker?’

De stemcommissie in Havana

De stemcommissie in Havana

Vrije verkiezingen
Berta Soler zei na afloop dat de polemiek in de gelederen van de Damas de Blanco het regime weinig heeft opgeleverd en dat het de eis van de Damas de Blanco in Cuba vrije verkiezingen te organiseren slechts heeft versterkt. Het Foro por los Derechos y Libertades / Forum voor de Rechten en Vrijheden sprak haar steun uit en zei dat ‘het referendum uitgeroepen door haar leider, Berta Soler, aangetoond heeft dat niet enkel de beweging sterk is, maar dat zij klaar is om de uitdagingen die nog wachten, aan te gaan.’

Linken
* Reinaldo Escobar van de digitale krant 14ymedio interviewde Berta Soler op 10 maart 2015
* Deze weblog over de achtergronden van de spanningen bij de Damas de Blanco, 20 februari 2015

Noot
* Ángel Santiesteban is een schrijver die gevangen zit en de kunstenaar El Sexto zit vanwege zijn artistieke activiteiten drie maanden gevangen. De Cuban Five zijn de vijf Cubaanse spionnen die de afgelopen jaren in de VS gevangen zaten, inmiddels allemaal vrij zijn en voor wie de Cubaanse autoriteiten in binnen- en buitenland grootscheeps actie voerden.

Oswaldo Payá 1952 – 2012: Van kerkelijk naar politiek activisme

Oswaldo Payá Sardiñas werd in 1952 in Havana geboren in een traditioneel katholiek gezien. Hij bezocht het College van de Maristen in de wijk Cerro totdat dit in 1961 door de communistische autoriteiten werd gesloten. Op 16-jarige leeftijd vervulde hij zijn militaire dienst op het Eiland van de Jeugd / Isla de Pinos. Hij zat enige tijd gevangen in een van de vele strafkampen die Cuba toen telde. Na vrijlating zette hij zijn godsdienstige activiteiten voort en werd hij actief in de parochie van de wijk Cerro. Hij hield zich vooral bezig met jongerenpastoraat. Payá was actief binnen de kerkelijke beweging Reflexión Eclesial Cubana / Kerkelijke Cubaanse Reflectie (REC) en was afgevaardigde bij de ENEC-Conferentie (ENEC: Encuentro Nacional Eclesial Cubano / Nationale Kerkelijke Ontmoeting) in februari 1986. Deze kerkelijke bijeenkomst was bedoeld ter vernieuwing en modernisering van de katholieke kerk in Cuba. Centraal stond toen de vraag hoe de katholieke kerk zich binnen het socialisme diende op te stellen. Payá richtte in de parochie van El Cerro een ontmoetingscentrum op en maakte het tijdschrift Pueblo de Dios / Volk van God, dat ook in veel andere parochies werd verspreid.

In 1988 richtte Payá de Movimiento Cristiano Liberación / Christelijke Beweging van Bevrijding (MCL) op, die zich geheel richtte op de verdediging van de fundamentele democratische rechten van de Cubanen. De beweging MCL was een politieke en sociale beweging die ook toegankelijk was voor niet-katholieken. Payá was veelvuldig doelwit van gewelddadige acties van de Cubaanse geheime dienst en is vele malen voor kortere tijd gevangen gezet.

Van links naar rechts Hector Palacios, Oswaldo Payá en de vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez tijdens een persconferentie

Project Varela: 25.000 handtekeningen
In 1998 ontstonden binnen het MCL de plannen voor het Project Varela. Samen met zijn volgelingen doorkruiste hij het hele land om handtekeningen te verzamelen, die op 12 maart 2002 bij de Nationale Assemblee del Poder Popular / Asamblea Nacional del Poder Popular werden aangeboden. Volgens de toen bestaande Cubaanse wetgeving zouden 10.000 handtekeningen van burgers volstaan voor een plebisciet onder de bevolking. Uiteindelijk werden 11.000 handtekeningen aangeboden van burgers die vroegen om vrijlating van alle politieke gevangenen, democratisering van de samenleving en een scheiding van de wetgevende, juridische en uitvoerende machten. De Cubaanse regering negeerde het verzoek, organiseerde massale demonstraties om de instemming met het socialistisch systeem te bevestigen en verklaarde uiteindelijk officieel dat het socialisme in Cuba ‘onomkeerbaar’ was. Ook werd de grondwet gewijzigd waardoor de mogelijkheden van burgers voor een referendum verdwenen. In maart 2003 verhevigde de repressie met de arrestatie tijdens de Zwarte Lente / Primavera Negra van 75 geweldloze dissidenten; ruim 40 van hen behoorden tot de MCL en hoorden straffen van 12 tot 28 jaar uitspreken vanwege ‘ondermijning van de nationale soevereiniteit’. Payá werd niet gearresteerd en spande zich in om de vrijlating van zijn collega’s te bevorderen en democratische grondrechten te eisen voor alle Cubanen. In 2004 werden door het Project Varela opnieuw 14.000 handtekeningen ingezameld om veranderingen te eisen in de regering van Fidel Castro.

Huurling
De autoriteiten in Cuba beschouwden Payá echter als ‘een huurling’, in dienst van de VS hoewel hij een verklaard tegenstander van het Amerikaanse embargo was. In de Cubaanse Wikipedia (Ecured, een door het regime opgezet informatiesysteem) werd hij aanvankelijk ook omschreven als ‘terrorist’ maar na protesten uit eigen land en het buitenland werd dit gewijzigd.

Bekladding woning
Toen de oppositieleider Oswaldo Payá Sardiñas in juni 2006 terugkeerde uit de kerk bleek tegenover zijn huis een enorme karikatuur tegen Bush en een leus tegen het Amerikaanse embargo geschilderd te zijn. Tientallen leden van de Cubaanse geheime dienst en andere Cubanen waren in het parkje Manila voor zijn woning verzameld toen Oswaldo en zijn vrouw Ofelia hun woning wilden betreden. In een goed voorbereide actie waren overal in de omgeving van de woning spandoeken opgehangen met leuzen als ‘Socialisme of de Dood’ en ‘In een belegerd vesting is dissidentie verraad’. Oswaldo en zijn vrouw werden ook veelvuldig gefotografeerd. Het huis werd destijds ook bewoond door de 84-jarige vader van Oswaldo die inmiddels is overleden. Payá: ‘Deze laffe actie en terreur is een represaille tegen mij en mijn familie vanwege het feit dat onze beweging op 10 mei jongstleden het Programa Todos Cubanos (Programma Alle Cubanen) publiceerde, een vredelievend alternatief voor Cuba, dat machthebbers niet wensen te zien of te horen.’

Payá bezoekt in februari 2010 de woning van Orlando Zapata die na een hongerstaking overleed

Moeilijke relatie met kerk
Hoewel Oswaldo Payá een gelovig katholiek was, waren er regelmatig spanningen tussen hem en de katholieke kerkleiding. Hij verweet deze en vooral de kardinaal van Havana, Jaime Ortega, te kritiekloze banden met de machthebbers te onderhouden. Dat bleek o.a. tijdens het recente bezoek van de paus toen Payá publiekelijk scherpe kritiek uitte op het zwijgen van de katholieke kerkleiding over de mensenrechten. Een ontmoeting met de paus, waarom hij had gevraagd, werd geweigerd. Eerder verbood de kerkleiding hem deel te nemen aan de Sociale Week die zij organiseert.

In 2003 sprak Ofelio Acevedo met een Duitse televisieploeg over de gevolgen voor haar gezin van de Zwarte Lente, naast haar Paya’s zoon Oswaldito.

Drie kinderen
Payá was getrouwd met Ofelia Acevedo en zij hebben drie kinderen: de zonen Oswaldo José en Reinaldo Isaías en dochter Rosa María. Zijn broer Carlos woont in Madrid en is vertegenwoordiger van de MCL in Madrid. Ondanks zijn dissidente activiteiten bleef Payá werkzaam in een ziekenhuis als specialist voor elektrische apparatuur; hij bezat een ingenieurstitel. Met de fiets op weg naar zijn werk werd hij veelvuldig gevolgd door een of meer medewerkers van de Cubaanse geheime dienst; ook zij gebruikten vaak de fiets.