Een Zweed in Burundi of een Uruguees in Cuba?

De Uruguayaanse journalist Fernando Ravsberg woont al jarenlang in Cuba. Hij schreef op zijn website Cartas desde Cuba een artikel over de Cubaanse dissidentie en sprak o.a. over ‘de desoriëntatie van de oppositie’. Ravsberg bekritiseert hun hang naar ‘de paraplu van de Amerikanen’ en meldt tussen neus– en lippen ook nog even dat zij in de beginjaren van de revolutie betrokken waren bij gewelddadigheden. Wij publiceerden deze tekst 8 februari op deze Cubaweblog. De onafhankelijke blogger Regina Coyula publiceerde in de kritische internetkrant 14ymedio een reactie. Volgens Coyula gedraagt Ravsberg zich in Cuba als ‘de gedesoriënteerde Zweed in Burundi’, die hijzelf eerder in zijn artikel opvoert en waarmee hij de mensenrechtenbeweging omschrijft.

fernando-ravsberg

Fernando Ravsberg

Auteur Ravsberg maakt, aldus Coyula, een beginnersfout want hoewel deze journalist de nationale gebeurtenissen op de voet volgt, spreekt hij generaliserend over de oppositie alsof het om één blok gaat. Hij spreekt geen enkele maal in termen als ‘deze bepaalde groep’ of de ‘leden van de oppositie van dit project’. Dat is ernstig want de blog van Ravsberg wordt in Cuba niet gecensureerd, velen ontvangen de teksten per email en wie zijn artikel leest kan de onjuiste conclusie trekken dat de gehele Cubaanse oppositie opereert onder de paraplu van de Amerikaanse regering hoewel volgens dezelfde Ravsberg deze dissidenten – en dat is een bizarre tegenstelling – de normalisatie van relaties gepromoot door de meester uit het Noorden, proberen te boycotten. Het hele artikel ademt de wens uit om een deel (van de oppositie) te zien als het geheel. De antipathie van de auteur verontrust me niet, hoewel hij als communicatie-specialist met zijn opvattingen bijdraagt aan de verwarring bij een toch al slecht geïnformeerde bevolking.

jimmycarterfidelcastrouniform2002

Fidel Castro en Jimmy Carter in 2002. Carter bepleitte toen in een rede openlijk voor ruimte voor het Plan Varela

Mee-onderhandelen
De journalist zegt dat ‘wie wil meespreken aan de onderhandelingstafel met de regering over werkelijke politieke macht moet beschikken’. Hij meent dat deze dissidenten geen recht van spreken hebben en dat het hen ontbreekt aan legitimiteit omdat zij zich de wet laten voorschrijven door Washington. Maar Ravsberg is niet eerlijk want hij weet dat geen dissidente opvattingen gehoord en verspreid kunnen worden, zelfs als juridische procedures dit op papier garanderen. Toen Oswaldo Payá het Project Varela *, respectvol, autonoom en volgens wettige regels presenteerde en hij de zichtbare steun kreeg van Jimmy Carter,  die tijdens zijn toespraak in de Aula van de Universiteit van Havana (2002) en in aanwezigheid van de media het Project Varela uitdrukkelijk noemde, was de reactie van de regering negatief. Het initiatief tot een volksraadpleging en de handtekeningen werden niet voorgelegd aan het parlement. In plaats daarvan werd snel de grondwet aangepast en werd vastgelegd dat het socialisme een eeuwigdurend systeem was en niet omkeerbaar. Maar de vriendschap met de Sovjet Unie was ook eeuwig en er zijn meer eeuwigdurende fenomenen aan hun einde gekomen.

Beschuldiging van terrorisme
De meeste dissidenten zijn niet oud genoeg om te kunnen dromen, zoals Ravsberg suggereert van ‘een invasie van mariniers’ en evenmin suïcidaal genoeg om een blokkade te steunen ‘die hun landgenoten op de knieën dwingt door honger.’ Ik ken niemand die sympathiseert met terrorisme. Ik vind het onvoorstelbaar dat een journalist die pretendeert de feiten in Cuba te kennen niet weet dat de gang van zaken rond de 20 miljoen dollar ook in de ‘vijandelijke pers’ (bedoeld wordt publicaties van mensenrechtengroepen en dissidenten, redactie ) werd gemeld en dat zelfs het discussieprogramma van de staatstelevisie Mesa Redonda deze publicaties toen citeerde waarin melding werd gemaakt van misbruik van geld ‘om de democratie in Cuba te bekostigen.’ Bovendien suggereert hij dat deze harde valuta jaar na jaar Cuba binnenkomen.

balserosopgepiktbijbahamas06122010

Vluchtende Cubanen (2010) die bij de Bahama’s worden gesignaleerd

Werkelijkheid
‘Het contact verliezen met de werkelijkheid kan catastrofaal zijn in de politiek,’ waarschuwt Ravsberg ons. Nee, mijnheer, het IS catastrofaal. Voor de journalistiek maar ook voor een journalist die geen gebruik maakt van het busvervoer, die iemand heeft die de boodschappen voor je doet en die leeft in een bubbel van functionarissen, kunstenaars, ondernemers en andere figuren die altijd wel weer iemand kennen die……………Aan de andere kant is er zijn solidariteit die al 40 tot 25 jaar voortduurt met de Cubaanse regering, een ontkenning van de tientallen mislukkingen, het mismanagement en de corruptie die niets te maken hebben met een ‘blokkade’ of een dreiging van het imperialisme, maar hebben geresulteerd in een volk dat uitgeput en wantrouwend is en heeft geleid tot een emigratie onder jonge mensen die nergens hoger was. Niet elke dissident manifesteert zich op straat of door de lancering van een blog; de jaarlijkse loterij voor een Amerikaans visum, het oversteken van de Straat van Florida en de immigratie richting Midden-Amerika zijn andere vormen van dissidentie, de meest populaire zelfs.

regina-coyula-met-shirts

Regina Coyula

Oppositie
Als ik de tekst van Ravsberg lees, word ik nieuwsgierig en vraag me af hoe de auteur denkt dat de oppositie tegen een autoritair regime zich moet gedragen in een land waar zelfs de oprichting van een vereniging voor dierenbescherming of een milieubeweging al verdacht zijn, wanneer ze niet door de Staat en de partij zijn opgericht. Of wanneer het opduiken van twee oppositionele kandidaten bij de verkiezingen voor de wijkcomité’s al leidt tot een enorme operatie van de geheime dienst. Barack Obama zal besluiten iedereen te ontmoeten óf met een deel van de oppositie óf misschien met geen enkele opponent van de regering, maar ik ben er zeker van dat hij een scherper idee over de Cubaanse dissidentie heeft dan Fernando Ravsberg.

Bron
* Regina Coyula op de internetkrant 14ymedio, 10 februari 2016

oswaldo-paya-malecon

Oswaldo Payá aan de Malecón in Havana

Noot
* Oswaldo Payá, leider van de Christelijke Bevrijdingsbeweging (MCL), verzamelde in 2003 ruim 11.000 handtekeningen ter ondersteuning van een oproep tot een referendum over democratische hervormingen, het zogenaamde Varela-project. In dat referendum zou de Cubaanse bevolking zich kunnen uitspreken over democratie, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid in de grondwet. Uiteindelijk stonden er meer dan 25.000 handtekeningen onder de oproep voor een volksraadpleging. Hij overleed op 22 juli 2012 ten gevolge van een auto-ongeluk. De achtergronden van dit dodelijk ongeval bleven tot nu toe onopgehelderd.

Celebrities haasten zich naar Cuba (deel 1)

De afgelopen maanden hebben meer internationale celebrities Cuba bezocht dan in alle jaren van de revolutie samen. Dat concludeert Yuris Nórido, medewerker van de officiële krant Trabajadores en van de website CubaSi, die ook een column schrijft voor de website BBC Mundo. En Michael Weissenstein van Associated Press begeeft zich in het nachtleven van Havana waar celebrities en buitenlandse zakenlieden elkaar tegenkomen. ‘Iedereen wil nog voor de ander hier zijn,’ aldus een van hen. Rockzanger Gorki, tegenstander van het regime, verwelkomt de buitenlandse gasten, maar zou willen dat ze niet hun ogen sluiten voor de onderdrukking.

Rihanna - met groene hoofddoek -, bezocht Cuba in mei van dit jaar

Rihanna – met groene hoofddoek – bezocht Cuba in mei van dit jaar

Yuris Nórido concludeert dat dergelijke bezoeken tot nu uitzonderlijk waren en de weinige artiesten van wereldniveau die Cuba bezochten, deden dat discreet. Zo kon het gebeuren dat Leonardo di Caprio in alle rust een wandeling door de Cubaanse hoofdstad kon maken. En de Cubanen konden zich toen niet indenken dat iemand als Leonardo hen zou bezoeken. De reactie was soms: ‘Wat lijkt deze man veel op Di Caprio!’. Maar aldus, Yuris Nórido, de tijden zijn veranderd en in sommige opzichten radicaal. ‘Cuba is tegenwoordig in de mode bij celebrity’s overal ter wereld. Iedereen wil op de foto met de Malecón op de achtergrond, een Amerikaanse auto uit de jaren vijftig of al etend in de ontelbare particuliere restaurantjes (enkelen zoals de fameuze Guarida, kunnen zich meten met etablissementen in New York of Parijs) of nachtclubs, omgeven door fanatieke fans’. Nórido noemt een lange lijst: Beyoncé, Rihanna, Mick Jagger, Katy Perry, Usher, Paris Hilton… Er zijn concerten aangekondigd van Olga Tañón en Julio Iglesias en hij stelt vast dat de vips niet langer verborgen blijven voor de officiële media. Partijkrant Granma kondigde de komst van Mick Jagger aan.

De Coca-Cola raakt op door al die bezoekers uit het buitenland

De Coca-Cola raakt op door al die bezoekers uit het buitenland

Betere relaties
Oorzaak van deze betrokkenheid zijn de verbeterde relaties tussen Cuba en de VS hoewel Amerikaanse artiesten nog steeds een speciale vergunning nodig hebben om het eiland te kunnen bezoeken. Veel mensen willen getuige zijn van de ‘ontspanning’ na een periode van tientallen jaren van confrontatie. En men ontdekt dat ‘het volk perfect is geïnformeerd over de artiestenwereld op wereldschaal.’ Nórido: ‘Het lijkt dwaas, maar sommigen personen op de de wereld denken dat de Cubanen geïsoleerd zijn van de internationale artiestenwereld, alsof het gaat om de bevolking van Noord-Korea. In Cuba waren altijd Amerikaanse films te zien – de goede, de slechte en de middelmatige – en men heeft er de muziek uit dit land beluisterd.’ De schrijver van het artikel op BBC Mundo, denkt dat dit fenomeen van voorbijgaande aard kan zijn, maar alles wijst erop dat er steeds meer bekenden naar Cuba zullen komen, aangetrokken door het nieuwe van deze bestemming,maar ook vanwege de rijkdom aan historie en cultureel erfgoed van een land dat zich naar de wereld opent.

Bron
* Yuris Nórido is medewerker van het officiële dagblad Trabajadores, lid van de Cubaanse Communistische Partij omdat hij ‘gelooft dat deze de motor van de noodzakelijke veranderingen in dit land kan zijn’ en schrijft regelmatig een column op de website van BBC Mundo, voor de rubriek Voces desde Cuba. Regina Coyula, mensenrechtenactiviste en Alejandro Rodriguez, jonge ondernemer uit Camagüey schrijven ook voor deze rubriek.

Natalia Revuelta, moeder van een van Fidel’s kinderen, overleden

In een ziekenhuis in Havana is zaterdag Natalia Revuelta Clews, moeder van Alina Fernández Revuelta en dochter van Fidel Castro, overleden aan longemfyseem. ‘Naty’ is 89 jaar geworden en is inmiddels begraven.

'Naty' Revuelta

‘Naty’ Revuelta

Vanwege haar ziekte mocht dochter Alina na een verblijf van 21 jaar in het buitenland Cuba bezoeken; zij was bij het sterven van haar moeder aanwezig. Alina Fernández slaagde er in 1993 in met een vals paspoort en met een pruik het land te ontvluchten. Alina, geboren in 1956 uit een buitenechtelijke relatie van Fidel met Naty Revuelta, had een slechte relatie met haar vader ondermeer omdat zij zich ophield in de subcultuur van kunstenaars en mode-ontwerpers in Havana. Fidel erkende het kind in 1959 als het zijne, maar pas toen ze volwassen werd, ontdekte ze wie haar eigenlijke vader was. Na haar vlucht zou ze zich voegen bij anti-Castrogroepen in ballingschap en bezocht in die hoedanigheid ook Nederland.

Moeder 'Naty' en dochter Alina Fernánedez

Moeder ‘Naty’ en dochter Alina Fernández

Scheiding
Naty Revuelta werd politiek actief in 1952 toen dictator Batista een staatsgreep pleegde. Toen leerde ze op de universiteit Fidel al kennen, die in oktober 1948 getrouwd was met Mirta Francisca de la Caridad Díaz-Balart. Naty werd lid van de Partido Ortodoxo (waar Fidel ook actief in was) en zou een van de oprichters worden van de Beweging van de 26ste Juli. In 1955 scheidden Fidel en Mirta en ook Naty verliet haar echtgenoot, de cardialoog Orlando Fernández. Een jaar later werd dochter Alina geboren uit de relatie tussen Fidel en Naty.

Een andere kant
Op de website 14ymedio verscheen een tekst geschreven door Regina Coyula, dissidente journaliste. Haar man en familie waren blijkbaar tot het einde goede vrienden van Naty Revuelta. Coyula beschrijft een aantal onderbelichte kanten van het leven van Naty Revuelta, de opofferingen die ze bracht voor het welslagen van de revolutie van de Castro’s, haar marginalisering in de Cubaanse samenleving die compleet werd na de vlucht van haar dochter Alina naar de VS. Openingen van exposities en tentoonstellingen, het bezoeken van recepties op ambassade, zoals de Nederlandse, waren wel weer toegestaan.

Waarom vluchten Cubaanse balletdansers?

Deze vraag stelt Fernando Ravsberg, voormalig correspondent van BBC Mundo en op dit moment eindredacteur van zijn eigen website. Aanleiding is het feit dat bijna 10 balletdansers op tournee in Puerto Rico hun heil zochten in Miami. Ravsberg vraagt zich af waarom iemand die vrij het eiland kan verlaten toch op de vlucht slaat. Her volgt – enigszins samengevat – de kern van zijn betoog.
Ook Alicia Alonso (94), die ooit het Nationaal Ballet van Cuba oprichtte, heeft zich na enkele dagen stilzwijgen, uitgelaten over het vertrek van de balletdansers. Zij grijpt naar het wapen dat de orthodoxe communistische leiders in Cuba altijd hanteren tegen hen die afwijken. Ze beledigt de dansers, zet grote vraagtekens bij hun ballettechniek en spreekt vol minachting over hen als ‘de tweede garnituur.’ Alicia Alonso was zelf in Puerto Rico waar de balletvoorstelling door de media werd geprezen. Blijkbaar ging de diva van het Cubaanse ballet op tournee met dansers van de ‘tweede garnituur’.

Alicia Alonos: 'Kan de laatste die vertrekt dit laten weten. Dan kan ik het licht uitdoetn.

Alicia Alonso: ‘Kan de laatste die vertrekt dit laten weten. Dan kan ik het licht uitdoen.'(Cartoon Garrincha)

De hervorming van de emigratiewetten maakte geen einde aan illegale vertrekken, de vluchten via snelle motorboten naar Miami en de clandestiene oversteek van de grens tussen Mexico en de VS van sportlieden, kunstenaars, medici, balletdansers en musici. Deze eilandbewoners zijn niet meer geneigd tot illegale praktijken dan anderen, maar hebben deze nodig om hun American Dream in vervulling te zien gaan. De in de VS geldende wet Ajuste Cubano levert hen de voordelen op van die van een vervolgde politicus. Daartoe moeten zij – in tegenstelling tot de rest van de immigranten – Amerikaanse grondgebied aanraken waarna ze ‘als vervolgde politici’ worden beschouwd die ‘vluchten voor het communistisch regime.’ Het is opmerkelijk dat meer dan 500.000 ‘politieke ballingen’ die in de VS wonen in 2013 hun vakantie door brachten in Cuba ondanks hun politieke opvattingen. Cubaanse artsen krijgen moeilijk een visum voor de VS als ze die aanvragen bij de Amerikaanse vertegenwoordiging in Cuba, maar Washington bepaalde dat iedereen zal worden geaccepteerd als hij of zij werkzaam is tijdens een internationale missie in een ander land en daar deserteert.

Dubbel voordeel
Het doel is tweeledig: men benadeelt de inkomsten voor de economie van Cuba en maakt tegelijkertijd anticastristische propaganda. Toch zijn het slechts een tiental Cubanen op de meer dan 10.000 Cubaanse artsen die op dit moment in Brazilië werkzaam zijn, die op deze manier naar Miami ontkomen. Dat is logisch want ook artsen hebben tegenwoordig geen reden meer om illegaal het land te verlaten. Zij kunnen ook emigreren, desgewenst met hun gezinnen en kunnen hun bezittingen in Cuba behouden voor het geval ze willen terugkeren als het in het buitenland te tegenzit.

Sport
In de sport gebeurt iets vergelijkbaars. Cubaanse honkballers kunnen gecontracteerd worden voor de Major Leagues in andere landen, maar de VS verbieden dit als zij in Cuba willen gehuisvest blijven. Mexico volgt dit beleid omdat, zoals de voorman van het Mexicaanse honkbal, Plinio Escalante, erkende ‘wij deel uitmaken van de Nationale Associatie die afhankelijk is van de Major Leagues van de VS.’

Onvrede
De groep balletdansers heeft bij aankomst in Miami gezegd dat hun vlucht te maken heeft met ‘de onvrede die er op het eiland bestaat over het regime.’ Maar een van de dansers Rayssel Cruz zei dat ze wegging omdat ‘de situatie binnen het ballet precair en frustrerend is omdat er weinig mogelijkheden zijn uit te groeien tot de eersten in het ballet, en dat de weinigen dat slechts bereiken door zeer directe vriendschap met enkele vooraanstaanden.’ Al langer wordt er gesproken over problemen binnen het ballet en de dansers kunnen gelijk hebben, maar deze zaak heeft weinig te maken met politiek. Het is in elk geval een intern conflict. Elk jaar besluiten gemiddeld 5 dansers in het buitenland te blijven – sinds 2007 35 in totaal – en deze ‘deserties’ zullen doorgaan zolang er een wet bestaat in de VS die hen beloont met een verblijf, sociale voordelen en aandacht via de media. Ondertussen leidde de nationale balletschool 800 nieuwe balletdansers op om degenen die niet terugkeerden te vervangen. Sommigen van hen hebben ook een contract met andere gezelschappen zoals Carlos Acosta die ook danst bij het Royal Ballet van Londen. Er zijn er zoveel en op zoveel plaatsen dat men hen wel de Russen van de 21ste eeuw noemt. (Bron: Ravsberg, 12 juni 2014)

Alonso: ‘Tweede garnituur’

'Alicia Alonso regeert het ballet zoals Fidel het land ', aldus de kritiek van leden van het ballet een jaar geleden in een Open Brief

‘Alicia Alonso regeert het ballet zoals Fidel het land ‘, aldus eerdere kritiek van leden van het ballet.

Volgens de directeur van het Ballet Nacional de Cuba, Alicia Alonso, zijn de gevluchte jonge balletdansers ‘dansers van de tweede garnituur, hun vlucht zal het gezelschap artistiek geen schade toebrengen. Het zijn jonge dansers in ontwikkeling en zij schieten nog sterk te kort wat betreft hun hoog technisch niveau,’ aldus Alonso in de partijkrant Granma. ‘De wereld van het ballet is overal ter wereld in beweging, maar in het geval van het Nationaal Ballet manipuleert men veel,’ aldus de klagende Alonso. Ze benadrukt dat de jongeren ‘verblind zijn en geloven in een veelbelovende toekomst, maar volgens de statistieken zijn de meesten die het gezelschap verlieten gefrustreerd en staan op straat.’

Noot
* Op 4 december 2013 publiceerde deze weblog ‘Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land’
Citaat: Eind november schreven leden van het Nationaal Ballet van Cuba een brief aan directeur Alicia Alonso (93) over de werkomstandigheden en de vriendjespolitiek in het gezelschap. Al in 1984 protesteerde een groep van Cubaanse ballerina’s omdat balletvirtuoos Alicia Alonso het ballet bestiert ‘zoals Fidel Castro de rest van het land.’ Dat herinnert zich Regina Coyula, lid van het Cubaans balletgezelschap van destijds. Zij was een van de dansers die in ‘dat Orwelliaanse jaar 1984’ hun stem verhieven. In een gezamenlijke actie van Alicia Alonso, de toenmalige partijideoloog Carlos Aldana en de politieke politie G2 werden zij gedwongen het Cubaans ballet te verlaten. Zie verder een samenvatting van het artikel van Regina Coyula op de website Diario de Cuba van 1 december 2013.

Link
* Website van Fernando Ravsberg: Cartas desde Cuba 

‘Alicia regeert het ballet zoals Fidel het land’

Eind november schreven leden van het Nationaal Ballet van Cuba een brief aan directeur Alicia Alonso (93) over de werkomstandigheden en de vriendjespolitiek in het gezelschap. Al in 1984 protesteerde een groep van Cubaanse ballerina’s omdat balletvirtuoos Alicia Alonso het ballet bestierde ‘zoals Fidel Castro de rest van het land.’ Dat herinnert zich Regina Coyula, lid van het Cubaans balletgezelschap van destijds. Zij was een van de dansers die in ‘dat Orwelliaanse jaar 1984’ hun stem verhieven. In een gezamenlijke actie van Alicia Alonso, de toenmalige parij-ideoloog Carlos Aldana en de politieke politie G2 werden zij gedwongen het Cubaans ballet te verlaten. Hier volgt een samenvatting van het artikel van Regina Coyula op de website Diario de Cuba van 1 december 2013.

aliciaalonso9Coyula constateert dat de aard van de klachten van nu gelijk is aan die in 1984: slechte accommodaties, slecht eten tijdens de internationale reizen van het gezelschap en de vriendjespolitiek waarmee de deelnemers aan internationale tournees werden uitgezocht. ‘Want het was weliswaar de tijd van de internationale solidariteit met Nicaragua, maar iedereen praktiseerde het internationalisme bij voorkeur in Europa.’ En de hoofdrollen in balletstukken? ‘Die lagen toen ook al onder vuur want velen werden verkozen niet vanwege hun danskwaliteiten, maar vanwege bestaande vriendschappen en politieke loyaliteiten.’

Onaangepasten
De ‘onaangepasten’ van het protest in 1984 beschikten over uitstekende leiderskwaliteiten en hadden prestige, maar ook de militanten uit de communistische jeugdbeweging UJC bezaten die. In de klaslokalen, in de kleedkamers en achter het toneel heerste een gespannen sfeer, maar de critici werden allemaal geneutraliseerd door dreigementen of door presentjes. Onze dansers leefden beter dan de meerderheid van de Cubanen, maar vergeleken met collega’s uit het buitenland at men slecht, voelde men zich misbruikt en haalde men allerlei trucs uit om alsnog een beter salaris te krijgen. Al jarenlang konden balletdansers op elke hoek van de straat buiten Cuba een contract tekenen zonder dat een substantieel deel van het salaris naar het Ministerie van Cultuur ging –  een royaal gebaar dat we te danken hebben aan onze Absolute Prima Ballerina – , maar dit leidde tot een een uittocht richting ballingschap van leden van het balletgroep.’

Fidel spelt Alicia in 2009 een medaille op

Fidel spelt Alicia in 2009 een medaille op

Stijl Alicia en Fidel
Coyula constateert dat er niet veel veranderd is, maar ‘ik zou willen dat de samenstellers van de brief van 2013 zouden kunnen vechten voor hun artistieke rechten en hun arbeidsrechten zonder anoniem te blijven.’ Zij concludeert dat er overeenkomsten bestaan in de stijl waarmee Alicia Alonso en Fidel Castro leidinggeven. Beiden leiden hun territorium als een rechtbank, zijn omringd door onvoorwaardelijke volgelingen die klaar staan hen stroop om de mond te smeren, soms uit gemakzucht, soms uit overtuiging. ‘De onderdrukten hadden een ambivalent haat-liefde verhouding ontwikkeld tegenover deze moederlijke patriarch. Maar wee degene die een besluit ter discussie durfde stellen, of vragen te stellen bij haar leiderschap.’ Coyula beschrijft hoe ‘beschamend’ het wel niet was om nadat de kritiek was onderdrukt, te zien hoe dansers en danseressen de volgende dag aanklopten aan de deur van de kleedkamer van de diva en haar toevertrouwden dat zij natuurlijk de enige koningin van het gezelschap was.

Nagel in mijn rug
Mijn persoonlijke relatie met Alicia was goed tot een receptie die Fidel Castro aan het Nationaal Ballet van Cuba aanbood na een succesvolle internationale tournee. Bruzon, een van de persoonlijke lijfwachten van Castro, kwam naar me toe en zei me dat Fidel graag wilde spreken met jonge balletdansers. Ik riep er enkele bijeen waaronder ook enkele ‘onaangepasten’ die aan het protest hadden deelgenomen. Wij gingen naar een rustiger lokaal. Castro sprak met Alice en haar echtgenoot, Sonia Calero, Alberto Alonso toen Bruzon het gesprek onderbrak om met de groep jongeren te kunnen spreken. Op aanwijzing van de lijfwacht werden we één voor één voorgesteld aan Fidel die ons vragen stelde. Op dat moment voelde ik de roze geschilderde nagel van Alicia in mijn rug. Dat betekende problemen. ‘Hij weet wie ze zijn,’ snauwde ze me toe.

Alicia Alonso  in 1971  tijdens een bijeenkomst in de Universiteit van Oost- Cuba

Alicia Alonso in 1971 tijdens een bijeenkomst in de Universiteit van Oost- Cuba

De volgende dag werd Coyula’s baas op het kantoor van Carlos Aldana geroepen. Aldana was de bewaker van de ideologie van de revolutie en was velen malen genoemd als opvolger van Fidel Castro. Uiteindelijk verloor hij al zijn posities bij staat en partij. Het was nu een zaak van de partij geworden voor ‘hen die niet wilden luisteren’ en Alicia had bij hem aangedrongen op het ontslag van Coyula. ‘ Aldana wist maar al te goed dat er sprake was van een van Alicia’s woede-aanvallen. Mijn baas steunde me maar uiteindelijk kon ik vanwege ‘de Oude’  niet langer bij het ballet blijven. Alle muiters van toen wonen nu in het buitenland en willen niet langer de waarheid geweld aandoen.’

Linken
* Cubaencuentro publiceerde een ander artikel over Alicia Alonso
* Deze Cubaweblog (van 23 november 2013) over de petitie van Cubaanse balletdansers