Bij de dood van vakbondsman Eduardo García (1933-2018)

Op 23 april 2018 overleed in Venezuela Eduardo García Moure. Deze Cubaanse vakbondsman, afkomstig uit de Katholieke Arbeiders Jeugd (KAJ) /Juventud Obrera Cristiana (JOC), speelde een belangrijke rol in het vakbondsverzet tegen dictator Batista. Eduardo García geloofde in de opstandige barbudos /bebaarden, die in 1953 de gewapende strijd aangingen met het leger van Batista. Net als de meeste Cubanen geloofde hij heilig in de revolutie die ‘groen zou zijn als de palmbomen’. Zij wilden, aldus García, ‘een socialisme maar democratisch en op basis van zelfbestuur. Nooit wilden wij een communistische revolutie.’

Eduardo-García-Moure-y-Camilo-Cienfuegos

Eduardo García Moure en Camilo Cienfuegos (links) begroeten elkaar tijdens een bijeenkomst van Sindicato del Comercio van de Cubaanse vakcentrale CTC, 1959

Garcia werkte op 14-jarige leeftijd als bediende in El Comercio, een bekend warenhuis in Havana in het filiaal La Filosofía. Op zijn 15e richtte hij een vakbond op, maar zijn collega’s begrepen dit niet en lieten hem in de steek. Hij raakte in contact met Camilo Cienfuegos die in de winkel El Arte werkte. Beiden deden vakbondswerk en beiden bezochten de kerk van Montserrat, waar veel studenten kwamen. Na de overwinning El Triunfo in 1959 behoorde Camilo Cienfuegos tot de bekende commandanten, samen met Che en Fidel. De vriendschap tussen Garcia en Camilo bleef. Camilo verzette zich tegen de miltarisering van het land. Zijn motto luidde: ‘Waarom wapens? (…) wat we hier nodig hebben zijn scholen, geen leger.’ Camilo Cienfuegos botste in het eerste jaar van de revolutie steeds vaker met de gebroeders Castro. Hij zou in oktober 1959 onder verdachte omstandigheden bij een vliegtuigongeluk het leven laten. Eduardo Garcia was ervan overtuigd dat er kwade opzet in spel was. Camilo was populairder dan Fidel en moest worden uitgeschakeld.

El-Encanto-brand-13031961

El Encanto, voor en na de brandstichting op 13 april 1961

Confrontatie
Na de overwinning zette García zijn vakbondswerk voort o.a. bij een andere bekende winkel El Encanto waar hij loonacties organiseerde. De eigenaar Solís nodigde Fidel uit en bood hem vijf duizend dollar voor het programma van de landhervorming. Die zei tijdens de overhandiging van de donatie: ‘Alles gaat voortvarend behalve die dwaze anarchist hier, Eduardo García Moure, die in 6 maanden alles wil regelen wat Batista in jaren kapot maakte.’
Nadat eind 1959 de vakcentrale CTC was overgenomen door de communisten namen ook de spanningen tussen het regime en García toe. De laatste richtte, o.a. met de politicus Manuel Ray Rivero, de Movimiento Revolucionaria del Pueblo (MRP) op die de confrontatie zocht met het Castroregime. García was een van de leiders van deze ondergrondse beweging en hij verbleef 15 maanden in de clandestiniteit in Santiago en de Sierra Maestra. Toen de winkel El Encanto afbrandde werd hij verdacht van medeplichtigheid en werd de jacht op García geopend. Bij verstek werd hij ter dood veroordeeld. Uiteindelijk zoch hij zijn toevlucht in de  ambassade van Venezuela. Toen dit land de diplomatieke relaties met Cuba verbrak, verhuisde hij naar de Mexicaanse ambassade. Via Curacao zou hij uiteindelijk toch in Venezuela terechtkomen en daar tot zijn dood wonen.

clat-nederland-affiche-vrijheid-arbeidersbeweging-sjarelContacten met Cuba
Hij werd actief in de christelijke vakbeweging CLASC, later CLAT (Central Latino Americano de Trabajadores), en was o.a. de oprichter van de Latijns Amerikaanse Federatie voor Handelspersoneel, FETRALCOS.  In 1977 bezocht hij als vice-voorzitter van de continentale arbeiders- en boerenbeweging CLAT de conferentie van de Internationale Arbeids Organisatie (ILO) in Genève, toen hij benaderd werd door een lid van de Cubaanse delegatie, Jesus Escandell Romero. Deze vroeg hem of hij bereid was naar Cuba te gaan om daar te spreken over de vrijlating van politieke gevangenen. Tegelijkertijd benaderde Cuba in Panama de bankier Bernardo Benes en in Miami werd contact gelegd met de sigarenfabrikant José Orlando Padrón. Zij accepteerden de uitnodiging. Aan het einde van dat jaar werd de tot 18-jaar gevangenisstraf veroordeelde vakbondsleider Reinol González vrijgelaten, mede door druk van de Colombiaanse schrijver Marquez. González ging naar Spanje en bereidde daar met o.a. García nieuwe gesprekken met Havana voor. Die volgden in 1978 toen Eduardo García tweemaal Fidel Castro ontmoette. Hij behoorde inmiddels tot de zogeheten Groep van 75, Cubaanse prominenten die in de jaren die daarop volgden de vrijlating van meer  dan 3.600 politieke gevangenen bewerkstelligden. Ook kwamen er mogelijkheden voor familiebezoeken van Cubaanse-Amerikanen aan Cuba en begonnen er directe vluchten tussen Miami en Havana.

EduardoGarcia-ReinolGonzales1

Reinol González (links) en Eduardo García

Steun Venezuela
Eduardo Garcia kon daarbij rekenen op de steun van de Venezolaanse regering, eerst die van de sociaal-democraat Carlos Andres Pérez – toen een man van gezag o.a. als voorzitter van de Socialistische Internationale – en later van de christendemocratische president Herrera Campins. Zij finanicierden voor een groot deel de opvang van de voormalig politieke gevangenen en hun gezinnen. In Miami was er veel verzet tegen de gesprekken van deze dialogueros met Fidel Castro. Leden van de Groep van 75 werden bedreigd, er vonden bomaanslagen plaats en zelfs moordaanslagen. In de sigarenfabrieken van Padron vonden vijf bomaanslagen plaats. De  anticastristische groepering Omega 7 bleek verantwoordelijk. Ook Garcia werd bedreigd, maar hij herinnerde dan aan een boodschap van een politieke gevangene die hem schreef: ‘Eduardo, kom naar Cuba ook al leidt het tot niks, want een lucifervlammetje ontstoken in Cuba betekent voor ons meer licht dan wanneer heel Miami in brand staat’.

Meloenen of eenheid: Cubaanse vakbeweging onder Castro

Toen Fidel Castro op 1 januari 1959 aan de macht kwam, was de helft van de arbeidzame bevolking in Cuba lid van een vakbond. De Central de Trabajadores de Cuba (CTC) telde 1.200.000 leden en 33 beroepsfederaties. De vakcentrale was veelvormig en telde katholieke, communistische, socialistische en anarchistische leden en bonden. De achturige werkdag, een minimumloon, stakingsrecht en ontslagbescherming waren door inspanningen van de CTC al voor 1959 gerealiseerd. Naast de gewapende strijd van de Castro’s c.s. in de bergen, vormde het stedelijk verzet waar de vakbeweging deel van uit maakte, de kern van het verzet tegen dictator Batista.

Fidel Castro spreekt de bevolking van Havana toe in januari 1959

Fidel Castro spreekt de bevolking van Havana toe in januari 1959

In januari 1959 toen de rebellengroepen onder leiding van Fidel Castro Havana binnentrokken, werden alle 33 nationale hoofdkantoren van de Cubaanse vakbeweging door het stedelijk verzet bezet en werden de vakbondsleiders die Batista hadden gesteund weggejaagd. Het was tijd voor nieuwe – vrije, democratische en geheime – verkiezingen die in 1959 overal werden georganiseerd en die moesten uitmonden in het eerste revolutionaire vakbondscongres in november van dat jaar. Lokaal stond de merendeels anti-communistische Beweging van de 26ste Juli tegenover de sympathisanten van het communisme. De Beweging kwam bij haast alle lokale verkiezingen als winnaar uit de bus en de communisten werden afgerekend op hun aarzelende steun aan het verzet. Had de partij de eerste gewapende actie van Castro in 1953 met de aanval op de Moncadakazerne niet afgedaan als ‘avonturisme van rijke burgermanszonen?’ Zelfs in de voedingsbond en de textielbond kregen de communisten weinig steun. Bij de bond voor suikerrietarbeiders bleken slechts 15 van de 9.000 gedelegeerden te sympathiseren met de communistische partij PSP.

Eenheid
Op 18 november 1959 hield de vakcentrale CTC haar eerste nationale congres. Van de 3.200 afgevaardigden waren er 200 communisten. De overige 3.000 maakten deel uit van de revolutionaire Beweging van de 26ste Juli. Het leek erop alsof de communistische partij PSP geen beduidende rol meer zou spelen in de Cubaanse vakbeweging. Maar Fidel Castro besliste anders. In toenemende mate was zijn afkeer voor partijcommunisten veranderd in waardering  voor de steun van de PSP. Bovendien kon hij de organisatie en de mobilisatiekracht van deze partij goed gebruiken. Tweemaal voerde hij tijdens het vakbondscongres het woord. In zijn openingswoord benadrukte Fidel de noodzaak van Unidad / Eenheid en zei niets te voelen voor een verkiezingscircus. Citaat: ‘Het enige waar het hier omgaat is de onverbrekelijke solidariteit met de Revolutie. Is er hier één arbeider die het niet met ons eens is? De revolutie gaat boven alles.’ (…) ‘Elke verdeeldheid tijdens dit vakbondscongres zal vooral onze vijanden veel plezier doen.’ (…) ‘Tegenover de aanvallen van de vijanden moet er discipline zijn.’

ctc1-150x147Militairen op vakbondscongres
Maar de vakbondsafgevaardigden leken niet overtuigd. Zij waren immers gekomen om na jaren van dictatuur, vrij te spreken en te debatteren en in alle vrijheid hun stem uit te brengen. Toen bleek dat van de 33 vakbondsfederaties op het congres er 27 waren die geen communisten in het CTC-leiding wilden. Onder de 3.200 gedelegeerden brak groot tumult uit. Er werd  gevochten tussen de aanhangers van de communistische partij en de rest. ‘Unidad, unidad (eenheid)’, riepen de eersten. ‘Melones, melones (meloenen),’ antwoordden de leden van de Beweging van de 26ste Juli.  De communisten werden met watermeloenen vergeleken omdat deze groen van buiten (de kleur van het guerrilla-uniform) en rood van binnen zouden zijn. In de vroege morgen van 22 november keerde Fidel Castro in militair uniform naar het vakbondscongres terug, vergezeld van een groep bewapende militairen. ‘Dit is een schaamteloos spektakel,’ schreeuwde hij en voegde vervolgens de namen van drie communisten aan de kandidatenlijst van het 13 personen tellend bestuur van de CTC, toe. Castro legde uit dat deze toevoeging nodig was ter wille van de eenheid. De Cubaanse arbeiders waren in die periode van de revolutie dol op Fidel Castro en gaven hem wat hij vroeg, maar ze zouden hun onafhankelijke vakbonden nooit opgeven en dat werd Che, Raúl en Fidel ook duidelijk gemaakt. De drie extra toegevoegde kandidaten werden bij de eerste stemming verslagen. Toen diende Fidel Castro opnieuw een lijst in waarop de namen van de drie verslagen communisten ontbraken, maar ook die van Reinol González, die in 1959 tot internationaal secretaris van de CTC was benoemd. Hij had een van de algemene stakingen tegen Batista geleid en was anticommunist. Hij kwam voort uit de Cubaanse afdeling van de Katholieke Arbeidsjongeren (KAJ). Tegenover deze overmacht moest het congres wel capituleren. Voor elke functie werd nu één kandidaat voorgedragen en de verkiezingen vonden met handopsteken plaats. Tijdelijk voorzitter werd de socialist David Salvador.

Reinol González bezocht in 1977 met zijn vrouw Teresita Nederland. Zij waren de gast van CLAT Nederland. Hij sprak over zijn Cubaanse ervaringen met CNV, FNV en Amnesty International. González was in Cuba actief in de Juventud Obrera Católica (JOC), de Cubaanse afdeling van de internationale kajottersbeweging KAJ.

Reinol González bezocht in 1977 met zijn vrouw Teresita Nederland. Zij waren de gast van CLAT Nederland. Hij sprak over zijn Cubaanse ervaringen met CNV, FNV en Amnesty International. González was in Cuba actief in de Juventud Obrera Católica (JOC), de Cubaanse afdeling van de internationale kajottersbeweging KAJ.

Gevangenis en strafkampen
David Salvador trad in mei 1960 terug als secretaris-generaal van de CTC uit protest tegen de overname van het vakbondsapparaat door de communisten. Enkele maanden later werd hij gearresteerd en veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf. David Salvador kwam door bemiddeling van de Colombiaanse schrijver en vriend van Castro, Gabriel Marquez  vervroegd vrij en verliet Cuba. Reinol González zou 17 jaar gevangen zitten en in 1977 ook door tussenkomst van Gabriel Marquez vrij komen. In november 1960 was de communistische vakbondsbureaucraat Lazaro Peña, benoemd tot de nieuwe secretaris-generaal van de CTC. Hij was dat al eerder geweest, namelijk in 1939 toen de Cubaanse communisten met Batista samenwerkten. De droom van een vrije vakbeweging in een revolutionair Cuba was voorbij. Die vrije vakbeweging was ook niet meer nodig, volgens de huidige Cubaanse president Raúl Castro die in de beginjaren van de revolutie de Cubaanse werknemers trachtte te overtuigen met ‘de beste vakbond is de Staat – de arbeiders hebben geen vakbonden nodig als zij een bevriende regering hebben, HUN regering, die hen beschermt’.

Kees van Kortenhof

Deze tekst verscheen in juli 2015 op de website van de Vrienden van de Vakbondshistorie VHV. De auteur is ook bestuurslid van de VHV.

Open Brief aan ACW-voorzitter Patrick Develtere

Blogger en internationaal vakbondsman Petrus publiceert vandaag een Open Brief aan de voorzitter van het Algemeen Christelijk Werknemersverbond ACW, Patrick Develtere. Petrus vraagt zich af waarom de in veel opzichten zeer te waarderen solidariteit van deze Vlaamse christelijke volksorganisatie met vervolgde collega’s, waar het Cuba betreft afwezig is. In het blad Visie van het ACW verscheen afgelopen week een kritiekloos artikel over de zogeheten Cubaanse Vijf, de spionnen van Cuba die in de VS gevangen worden gehouden. Opnieuw geen woord over de vakbondsonvrijheid of de vervolging van dissidenten. Dat was ten tijde van de opkomst van Solidarnosc wel even anders. Hier volgen de tekst en de foto’s van Petrus.

Dit is de voorkant van het boek - Y Fidel creo el punto X - dat de voormalige Cubaanse revolutionaire vakbondsman en oud KAJ'er Reinol Gonzalez heeft geschreven over zijn ervaringen als politieke gevangene. Na in 1961 veroordeeld te zijn tot 30 jaar gevangenschap, kwam hij in 1977 vrij dank zij bemiddeling van de Colombiaanse schrijver Garcia Márquez en bemoeienis van Europese politieke en vakbondsleiders waaronder de voormalige WVA algemeen secretaris August Vanistendael.

Dit is de voorkant van het boek – Y Fidel creo el punto X – dat de voormalige Cubaanse revolutionaire vakbondsman en oud KAJ’er Reinol González heeft geschreven over zijn ervaringen als politieke gevangene. Na in 1961 veroordeeld te zijn tot 30 jaar gevangenschap, kwam hij in 1977 vrij dankzij bemiddeling van de Colombiaanse schrijver Garcia Márquez en bemoeienis van Europese politieke en vakbondsleiders waaronder de voormalige WVA algemeen secretaris August Vanistendael.

Beste Patrick,

Als trouwe lezer was ik verbaasd een zo kritiekloos verhaal te lezen over 5 Cubaanse gevangenen in de VS onder de kop ‘Wij vragen gerechtigheid aan president Obama’. Prima dat ACW via haar blad Visie in deze zaak om gerechtigheid vraagt, al kun je daar heel wat bedenkingen bij hebben, maar waarom lees ik nooit artikelen in Visie waarin om gerechtigheid gevraagd wordt aan de Cubaanse autoriteiten en dan met name de gebroeders Fidel en Raoul Castro voor Cubaanse dissidenten die op vreedzame wijze streven naar democratisering?

Je kunt best kritiek hebben op de rechtsgang tegen de Cuban Five, die sinds 2001 in Amerika gevangen zitten op beschuldiging van spionage. Maar dat wil nog niet zeggen dat men dan de officiële versie van Havana kritiekloos moet omarmen zoals in het artikel in Visie gebeurt. Ondanks beweringen dat zij geen bezoek mogen ontvangen in de gevangenis, hebben twee van hen, René González en Gerardo Hernández, in 2010 en 2012 wel degelijk bezoek van hun echtgenotes gehad die overigens ook voor de geheime dienst van Cuba werkten. Ook de andere drie gevangenen hebben regelmatig bezoek van verwanten gehad.

Onschuldig?
Ondertussen verzwijgen de Cubaanse autoriteiten en de media dat er destijds niet vijf, maar een 20-tal agenten uit Cuba werden aangehouden. Vier van hen werkten samen bij het onderzoek, en kregen straffen van 3,5 tot 7 jaar. Anderen ontvluchtten op tijd de VS. Over hen wordt in Havana nooit gesproken. De Cubaanse autoriteiten presenteren de Cubaanse Vijf als onschuldige bestrijders van ‘rechts terroristische Miami Cubanen’, maar zo onschuldig zijn zij nu ook weer niet. Een van hen was zelfs betrokken bij het in internationale wateren neerschieten van 2 vliegtuigjes van de Cubaanse ballingen organisatie ‘Brothers to the Rescue’.

Bovenstaande foto heb ik in 2008 gemaakt tijdens een bezoek aan Roberto. Wat je ziet is een deel van de door Roberto en andere bestuursleden van de onderwijsbond opgezette huisbibliotheek als alternatief voor schoolbibliotheken waar alleen maar eenzijdig propagandamateriaal van de regering wordt toegestaan. Roberto was vanwege diens vakbondsactiviteiten tot 20 jaar veroordeeld. Hij was vervroegd vrij gekomen vanwege een ernstige hart aandoening. Zijn vrouw is actief als Dama de  Blanca en demonstreert samen met de andere Damas Blancas regelmatig voor vrijlating van politieke gevangenen.

Bovenstaande foto heb ik in 2008 gemaakt tijdens een bezoek aan Roberto. Wat je ziet is een deel van de door Roberto en andere bestuursleden van de onderwijsbond opgezette huisbibliotheek als alternatief voor schoolbibliotheken waar alleen maar eenzijdig propagandamateriaal van de regering wordt toegestaan. Roberto was vanwege diens vakbondsactiviteiten tot 20 jaar veroordeeld. Hij was vervroegd vrij gekomen vanwege een ernstige hart aandoening. Zijn vrouw is actief als Dama de Blanca en demonstreert samen met de andere Damas de Blancos regelmatig voor vrijlating van politieke gevangenen.

Kortom een ingewikkeld spel van spionage en contraspionage waarbij de Cubaanse propaganda namens de veroordeelden de vermoorde onschuld uithangt. Een nogal hypocriete houding als je weet dat op Cuba zelf iedereen die ook maar een spoortje van kritiek heeft op de een of andere manier het leven zuur wordt gemaakt of erger zonder een normaal en fatsoenlijk proces veroordeeld wordt tot tientallen jaren gevangenisstraf.

Dood sociaal-christelijke voorman
Ik neem aan dat je ook gehoord hebt van de dood onder zeer verdachte omstandigheden van de mensenrechtenactivist Oswaldo Payá? En wat te denken van de blogster Yoani die tot voor kort onder geen beding het land niet uitmocht? En wat te denken van de Cubaanse onafhankelijke onderwijzersbond waarvan de leiders voortdurend geïntimideerd worden of gevangen gezet? Je hebt toch ook wel eens gehoord van de Damas de Blanco die opkomen voor de rechten van veroordeelde democraten, vakbondsmensen en mensenrechten activisten? Tijdens mijn bezoek aan Cuba in 2008 was ik dank zij bemiddeling van enkele bekenden in staat een bezoek te brengen aan de toen al wereldberoemde blogster Yoani. Aan de keukentafel bespraken we de stand van zaken in Cuba, het totale gebrek aan vrijheid, de gebrekkige economie en de moeilijke omstandigheden waarin zij en haar man gedwongen worden te leven door het Cubaanse regime. Maar ze verzekerde dat ze onverschrokken door zou gaan met haar activiteiten. Sinds kort mag ze in het kader van de versoepeling van het algehele reisverbod het land uit. Ze maakt van de gelegenheid gebruik om op allerlei uitnodigingen wereldwijd in te gaan. Zo bracht ze in maart ook een bezoek aan Nederland georganiseerd door Amnesty International en anderen.

Solidarnosc
Ik vind het vreemd dat ik in Visie, toch ook het blad van de sociaal christelijke vakbond ACV, nooit enige kritiek gelezen heb op het volledige gebrek aan vakbondsvrijheid op het eiland. Dat is vanaf het begin van de revolutie zo geweest. Alleen de Communistische vakbeweging is toegestaan. Je zou toch denken dat een organisatie als ACW die tezamen met ACV indertijd o.a. via het Wereld Verbond van de Arbeid (WVA) volop steun heeft verleend aan de Poolse vakbond Solidarnosc in zijn strijd tegen de Communistische dictatuur van Jaruzelski, ook in Cuba de zijde zou kiezen van de onderdrukten en voor de vrijheid van vakbeweging. Misschien is dat ook wel zo, maar ik lees er nooit wat over in Visie. In plaats daarvan krijg ik een verhaal voorgeschoteld van de Cubaanse propaganda. Een gemiste kans voor Visie.

Linken
* Blog van Petrus
Kees van Kortenhof  publiceerde vorige week op de website MO een reactie bij een publicatie over de Cubaanse Vijf