Het tweede Revolutionaire Offensief

Fidel Castro rekende in 1960 met de particuliere onderneming af toen hij alle grote bedrijven nationaliseerde. Daar kwam in 1968 de onteigening van alle kleine bedrijven, cafés, nachtclubs en winkels bij tijdens het zogeheten Revolutionair Offensief. Volgens de partijkrant Granma zelf werden 55.636 bedrijven door de staat genaast, bestaande uit 11.878 kruidenierszaken, 3.130 slagerijen, 3.643 kapperszaken, 3.198 bars, 8.101 winkels met voedingswaren, 6.653 wasserijen, 1.188 schoenherstellers, 4.544 automonteurs, 1.598 makers van artesania en 3.345 timmerlieden.

ofensiva-revolucionario-fidel-cabarets-tegen

Het offensief van 1968 was o.a. gericht tegen cabarets en nachtclubs. Voor alles wilde Fidel Más Revolución / Meer Revolutie

Fidel Castro stond in de loop van de jaren negentig weer enige economische ruimte toe voor particuliere ondernemingen en coöperatieve vormen van bezit vanwege het falen van het socialistisch systeem sinds Stalin en de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Die politiek werd met de komst van zijn broer Raúl enigszins uitgebreid. Ondanks de hoge belastingen, veel obstakels en regelingen, boetes en het ontbreken van een groothandel, groeide het particulier bedrijfsleven in Cuba en schiep men duizenden betaalde banen in kleine kapitalistische ondernemingen. Volgens diverse bronnen, die in Cuba meestal weinig transparant zijn, is ongeveer 10% van de werkende bevolking in dergelijke bedrijven actief.

cuentapropista-kapper4Concurrentie staat
Het belangrijkste is dat deze bedrijven in twee opzichten concurrentie betekenen voor de staatsbedrijven: de kwaliteit van de dienstverlening en de geboden salarissen. Daarom geven veel klanten de voorkeur aan deze dienstverlening en hebben duizenden gekwalificeerde werknemers de staatsector ingeruild voor de kleine onderneming waardoor de levensstandaard aanzienlijk is gestegen tot ergernis van de bureaucraten. Voor deze haviken betekent de opening van de economie dat er een welvarende middenklasse ontstaat, die onafhankelijk van de bureaucratie opereert en zijn eigen politieke belangen behartigt. Deze orthodoxen beweren dat Obama dit bedoelde toen hij een oproep deed zelfstandig ondernemerschap te versterken en ook Trump herhaalde dit. Genoeg reden om hen ‘strategische monsters’ te noemen en ‘de Paarden van Troje’ in de strijd van het imperialisme tegen het socialisme.

ofensiva-revolucionario-pamflet-tegen

Het eerste revolutionaire offensief van 1968 bond ook de strijd aan tegen de ondeugden in de samenleving, zoals het egoisme, parasitisme, de slapheid en de ondeugden.

Aarzelingen staatskapitalisme
Deze nieuwe fase van het ‘contrarevolutionaire offensief’ zoals onlangs in de partijkrant Granma aangekondigd met de definitieve en tijdelijke intrekking van vergunningen voor particuliere beroepen, begon al na het fameuze welkom van Fidel aan de vorige Amerikaanse president in de vorm van een brief aan Broeder Obama. ( Zie deze Cubaweblog van 29 maart 2016: Fidel wil geen cadeautjes van Imperium). Dergelijke opvattingen zijn logisch. Beide revolutionaire offensieven zijn gebaseerd op het feit dat het monopoliekapitalisme van de staat, dat achter het staatssocialisme schuilgaat, grote bedenkingen heeft over ontwikkeling van particuliere, zelfstandige bedrijven. Het is namelijk zelf niet in staat is buiten het monopolie de economische concurrentie te overleven. Het leidt onvermijdelijk tot zelfvernietiging omdat het de basis van dit systeem, namelijk de gesalarieerde arbeiders in overheidsdienst, verorbert. Daarom zal dit particulier ondernemerschap nooit toestemming krijgen zich uit te breiden, worden coöperaties geremd in hun functioneren en worden buitenlandse investeringen afgeremd door een eindeloze lijst van wetten en regels en worden deze investeringen slechts getolereerd binnen het raamwerk van de businessportfolio die de Staat bepaalt en kunnen daarbuiten geen vrije deals worden gesloten.

cubaansepresidentdorticotekentnationalisatievsbanken-1960t (2)

In 1960 tekenden de Cubaanse president Dorticos en Fidel Castro het decreet ter nationalisatie van de buitenlandse banken in Cuba.

Falen
Niemand verbaast zich over de onbepaalde opschorting van vergunningen voor kleine ondernemingen en de aankondiging van openlijke en geheime aankondiging van inspecties. Het zijn de voorboden van nieuw economisch geweld. Economen die het staatssocialisme aanhangen zullen nooit begrijpen dat gesalarieerde arbeid voor de staat per definitie inefficiënt is. Maar in het zicht van de crisis van het systeem, dacht men arbeiders voor eigen rekening en leden van coöperaties en kleine kapitalisten de mogelijkheid te geven in vrijheid te werken, maar onder controle van de Staat en ingesloten in het web van de markt van het staatsmonopolie. Zij begrepen niet dat vrije, particuliere of coöperatie arbeid en privékapitaal niet alleen een vrije markt nodig hebben maar dat ze deze zelf zullen vormgeven want dat is de modus vivendi van deze nieuwe groep ondernemers. Daarom namen zij afstand van al bestaande kanalen en netwerken en vonden alternatieve bevoorradingskanalen en zelfs een markt binnen en buiten het land, met een stabiele aanvoer en uitwisseling die  de staat zelf nooit had kunnen ontwikkelen. Dit tweede Revolutionair Offensief in Cuba is een bewijs temeer van het falen van het stalinistisch socialisme en een mislukt systeem gebaseerd op arbeiders die voor de staat werken.

Economisch geweld
En net zoals men op politiek niveau met repressie optreedt tegen opposanten en de socialistische dissidenten, is men op economisch terrein enkel in staat op basis van zware druk en vervolging op te treden tegen productievormen die niet tot de staat behoren. Het is niet toevallig dat politieke en economische repressie beiden vandaag de dag openlijk zichtbaar worden. Het is een teken van de definitieve crisis van dit systeem. Elementen in de regering die overtuigd zijn van de noodzaak tot veranderingen, de socialistische dissidentie en de oppositie zouden door deze toestand de ruimte moeten kunnen vinden voor dialoog en een zoektocht naar een oplossing waarover zowel in politieke en democratische zin, wordt onderhandeld. Zo voorkomen we het grotere kwaad zoals bijvoorbeeld Venezuela dat nu beleeft. Maar daarvoor moeten de oude regering en de partij terugtreden.

Bron
* Pedro Campos, Havana Times, 12 augustus 2017
Cuba: the ’68 Revolutionary Offensive Reedited. Private businesses are successfully competing with state-run companies in two aspects: quality of their services and the wages they offer. Pedro Campos, publicist en voormalig Cubaans diplomaat, is een pleitbezorger van een democratisch socialisme in Cuba.

Linken
Op deze Cubaweblog (6 oktober 2016): Castrisme vreest ‘de rijkdom’  van kleine zelfstandigen.
* Havana Times, 10 juli 2012: Recalling the Revolutionary Offensive of 1968 door Haroldo Dila Alfonso

Castrisme vreest ‘de rijkdom’ van kleine zelfstandigen

Sinds de presentatie van de partijbesluiten, samengevat in Conceptualización del Modelo Económico en Social Cubano de Desarrollo Socialista*, is artikel 104 over het niet toestaan van concentratie van eigendom en rijkdom, vermoedelijk het meest besproken artikel. De onafhankelijke journalist Orlando Freire Santana beschrijft de vrees voor verrijking van de pas ontstane nieuwe groep van kleine ondernemers of cuentapropistas. Hij vraagt zich af of maatregelen tegen de verrijking ook zullen gelden voor de groeiende toplaag met nieuw geld in Cuba.

cuentapropista-niuris-higueras-propietaria-del-restaurante-atelier-de-la-habana-en-marzo-de-2016

Cuentapropista Niuris Higueras, eigenaresse van het Restaurante Atelier in Havana

Tijdens geen enkele partijvergadering bleef artikel 104 buiten de discussies. En het ergste voor de voorstanders van hervormingen is dat in de meeste gevallen steun werd betuigd aan het regeringsstandpunt dat zelfstandigen die los van de staat opereren, zich niet mogen verrijken. Dat is in elk geval het beeld dat de staatsmedia benadrukken in berichten over debatten over Conceptualización y el Plan Nacional de Desarrollo Económico y Social hasta el 2030. In Santa Clara bepleitte men bijvoorbeeld tijdens een vergadering van de Poder Popular / Gemeenteraad ‘de uitbreiding van nieuwe rijken in Cuba te voorkomen.’ In dezelfde stad maar tijdens een bijeenkomst van journalisten werkzaam bij de officiële media was men het eens over een onderzoek naar de vraag ‘hoever men de concentratie van de rijkdom gaat toestaan om te voorkomen dat mensen denken zich te kunnen verrijken op kosten van het volk’. In andere gevallen verscholen de aanvallen op de rijkdom zich achter loftuitingen op de weldaden van het socialisme. Zoals tijdens een bijeenkomst van de Sindicato Nacional de Hotelería y Turismo / Nationale Bond voor het Hotelwezen en Toerisme toen men concludeerde dat het ‘ontoelaatbaar is dat de concentratie van rijkdom tegen de principes van het socialisme ingaan.’

uneac-september2016-over-pcc-documenten

In september jl besprak de kunstenbond UNEAC de partijdocumenten. Achter de microfoon met bril voorzitter Miguel Barnet.

En de werknemers in de gezondheidssector in Bayamo eisen dat ‘de Staat de concentratie van eigendommen en rijkdom in natuurlijke of juridische personen en niet behoren tot de Staat, regelt volgen de principes van het socialisme.’ De kunstenbond Unión Nacional de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC), met voorzitter Miguel Barnet en de huidige Minister van Cultuur, Abel Prieto, op de eerste rij in de bijeenkomst, suggereert dat ‘het werk als cuentapropista of zelfstandige kleine ondernemer aan niemand de ruimte moet geven zich persoonlijk te verrijken.’

Productie ontmoedigen
Zij die zo denken schijnen te vergeten dat dergelijke dreigementen de wens van kleine ondernemers of cuentapropistas, landbezitters en leden van coöperaties om te produceren kan frustreren. Niemand kan immers rustig slapen als de dreiging bestaat dat zijn zaak zal worden geliquideerd door de staat.

winkel-huishoudelijke-apparaten-in-1968-genaast

Casa Rivero in Havana was een bekende zaak voor huishoudelijke artikelen. De winkel werd in 1968 genaast.

Verder maakt het angstig als onbekend blijft welke mechanismes de regering zal gebruiken om de bedoelde verrijking tegen te gaan. Er zou sprake kunnen zijn van indirecte maatregelen of economische ingrepen – het minst traumatisch – maar men moet ook beangstigende ingrepen niet uitsluiten via directe of administratieve maatregelen in de stijl van het Ofensiva Revoluciónaria / Revolutionaire Offensief van 1968**.

Logica van de ideologie
Zolang de economische logica gehinderd wordt door de logica van de economie en zolang de veranderingen op het eiland geremd worden door de afkeer van hardliners uit de Cubaanse Nomenklatura, zullen de economische hervormingen niet verder komen. Men zou de Cubaanse machthebbers moeten uitleggen hoe achterlijk China was in de periode voorafgaand aan de periode van Deng Xiao Ping en het waarom: om een kleine groep Chinezen te verbieden rond te rijden in moderne auto’s, veroordeelden de maoïsten 800 miljoen Chinezen tot het gebruik van fietsen.

antonio-castro-turkije-juni2015-3

Op de foto: Fidel’s zoon Antonio (in paars shirt) tijdens een luxe-vakantie met een groep vrienden in Turkije in 2015. In een reactie op de website Diario de Cuba wordt op deze verrijking van het ‘nieuwe geld’ in Cuba gedoeld. ‘We zullen zien of de maatregelen tegen de verrijking zullen worden toegepast op allen of enkel gelden voor hen aan de onderkant. Al vele jaren hebben zij aan de top jachten, bankrekeningen en woningen in Europa’, aldus een reactie van een sitebezoeker onder het artikel van Orlando Freire Santana.

Toplaag
De Cubaanse autoriteiten hebben ook hun gewoonte nog niet verloren de eigen concepten en wijzen van regeren te exporteren. Denk aan de export van de guerrilla in de jaren zestig en het model ter controle van de samenleving zoals die van de Chavisten in Venezuela. President Raúl Castro veroordeelde nog onlangs in september tijdens de Conferentie van de Niet-Gebonden-Landen op het eiland Margarita in Venezuela de rijkdom in de wereld (verkregen door anderen natuurlijk). Volgens de Cubaanse regering ‘heeft de internationale economische orde door de grootmachten geleid tot een wereld waar 360 personen een jaarlijks rijkdom bezitten die even groot is als de inkomsten van 45% van de wereldbevolking.’ Men zou de generaalpresident zijn opinie moeten vragen naar zijn mening over de fortuinen die boven water komen in totalitaire samenlevingen als presidenten en andere machthebbers worden vervangen.

 

Bron
* Orlando Freire Santana op de website Diario de Cuba, 4 oktober 2016

Noten
* De teksten van de resoluties over de twee partijdocumenten: Conceptualización del Modelo Económico y Social Cubano de Desarrollo Socialista en het Plan Nacional de Desarrollo Económico y Social hasta 2030 Conceptualización-Modelo-Economico-Social-Cubano-Desarrollo-Socialista.pdf
** Revolutionair Offensief: Fidel Castro rekende in 1960 met de particuliere onderneming af toen hij de grote bedrijven nationaliseerde. Daar kwam in 1968 de onteigening van alle kleine bedrijven, cafés, nachtclubs en winkels bij tijdens het zogeheten Revolutionair Offensief. 

Cuba: met of zonder een nationale middenklasse?

De uitsluiting van de binnenlandse privésector in de nieuwe Wet op de Buitenlandse Investeringen moet voorkomen dat er in Cuba een nationale bourgeoisie ontstaat, die een bedreiging kan vormen voor het communistische systeem. Maar Cubaanse intellectuelen zouden er bij president Raúl Castro op hebben aangedrongen deze uitdaging aan te nemen, net zoals dat eerder gebeurde in China en Vietnam. Eén van hen is de publicist Guillermo Rodríguez Rivera die op de weblog van zanger Silvio Rodríguez, het ontstaan van een ‘patriottische en nationale burgerij’ bepleit. ‘Wat zou daar vreemd aan zijn in deze gecompliceerde wereld?’ vraagt hij zich. ‘Bovendien, we hadden ooit zo’n middenklasse’.
capitool4
De uitsluiting van deze groep nationale ondernemers in de wettekst leidde tot kritiek onder intellectuelen die dicht bij de regering staan, zeker tegen de achtergrond dat het Raúl Castro was die de weg baande voor arbeid ‘als particuliere ondernemer’. De wet biedt belastingvoordelen aan buitenlandse ondernemingen, inclusief  geemigreerde Cubanen want om te kunnen investeren eist men ‘domicilie en kapitaal in het buitenland.’ De regering reageerde daarop door te zeggen dat men ‘niet actief op zoek gaat naar buitenlands kapitaal in Miami.’ Zanger Silvio Rodríguez schrijft op zijn weblog dat hij niet gelooft dat ‘het feit dat ook Cubanen van hier zouden investeren, hen tot kapitalisten maakt. Dat is een sofisme’. En hij voegt er aan toe dat het in Cuba zou gaan om ‘economische maatregelen binnen een socialistisch distributiesysteem en dus onder controle van de socialistische regering.’

Onvoldoende kapitaal
De regering rechtvaardigt de uitsluiting met het argument dat de particulieren in eigen land niet beschikken over ‘voldoende middelen die leiden tot groei van de economie’, maar de politicoloog Jorge Gómez Barata, een ex-medewerker van het Ideologisch Departement van de Communistische Partij, benadrukt dat hun bijdrage ‘beslissend’ is voor de economie. ‘Het antwoord op het onvermogen van Cubanen om te investeren, moet niet hun feitelijke en juridische uitsluiting zijn, maar hen juist helpen bij te dragen aan dit proces dat beslissend is voor de natie en het socialisme,’ zegt hij.

Revolutionair Offensief
Fidel Castro rekende in 1960 met de particuliere onderneming af toen hij de grote bedrijven nationaliseerde. Daar kwam in 1968 de onteigening van alle kleine bedrijven, cafe’s en winkels nog bij tijdens het zogeheten Revolutionair Offensief. De afwijzing van de regering staat omschreven in Lineamiento 3 of Richtlijn 3 die in 2011 door het zesde partijcongres werd aangenomen: ‘in bedrijfsvormen die niet tot de staat behoren, is de concentratie van eigendom via natuurlijke of juridische personen, niet toegestaan.’ Vice-president Marino Murillo, belast met de hervormingen, zegt dat deze beslissing werd genomen ‘om te voorkomen dat er zich een concentratie van eigendom zou voordoen.’ Maar er zijn intellectuelen die geloven dat deze maatregel een mogelijke doorstart van de gestagneerde economie in Cuba juist tegenhoudt.

China en Vietnam
Daar is onderzoeker Arturo López-Levy van de Universiteit van Denver het mee eens want ‘enkel investeren in kleine bedrijfjes en de kritiek op de concentratie van eigendommen’ (…) heeft de weg naar hervorming geen goed gedaan, niet alleen door het verbod van bepaalde economische activiteiten maar nog meer door de signalen die er van uitgaan.’ (…) ‘Je laat de buitenwereld weten dat de autoriteiten niet geheel overtuigd zijn van de onhaalbaarheid van een commando-economie,‘ zegt López-Levy en dat ‘schaadt de burgers niet alleen in hun rechten maar ook omdat het de nationale ontwikkeling inperkt.’

Een van de vele particuliere eethuizen, of palladars, hier in Cienfuegos

Een van de vele particuliere eethuizen, of paladars, hier in Cienfuegos

Embargo ontduiken
Publicist Rodríguez Rivera wijst erop dat wanneer de particuliere Cubaanse ondernemers zouden worden behandeld als de buitenlandse investeerders, ook een loopje met het Amerikaans embargo wordt genomen, dat sinds 1962 bestaat omdat ‘veel Cubanen in de VS via hun familieleden zouden investeren en dat allemaal onder supervisie van de Cubaanse Communistische Partij net zoals in China en Vietnam gebeurt.’ De eigen ondernemers erbij betrekken leidt, aldus Gómez Barata, tot het ontstaan van een ‘stedelijke middenklasse en een boerenbevolking’ waar de werknemer ‘niet langer een loonafhankelijke maar een ondernemer is.’ En Barata wijst erop dat de regerende partijen in China en Vietnam erin geslaagd zijn deze veranderingen te integreren in de productie en dat ze ook deel uitmaken van de sociale dynamiek. ‘Die ervaringen zijn geen recept, maar wel iets waar men rekening mee moet houden,’ benadrukt hij.’ En Rodríguez Rivera constateert dat ‘als wij de Cubanen in Cuba zouden verbieden te investeren terwijl de Yankees de Cubanen die daar wonen dit onmogelijk maken, maken wij ons schuldig aan een blokkade zoals de Yankees dat zelf ook doen.’

LeyNr.118Bron
* El Universal, Venezuela, 14 april 2014
Link
* Arturo López-Levy van de Universiteit van Denver in een interview over de Wet op de Investeringen: ‘Verandering van politiek is niet gelijk aan verandering van de regering.
• De Partijkrant Granma publiceert vandaag  de tekst van de nieuwe Wet op de Buitenlandse Investeringen, die op 29 maart door het parlement werd aangenomen. Ook is er een folder samengesteld (20 centavos) die op dit moment overal in het land wordt verspreid via krantenkiosken.