New Statesman: hoe het vlaggenschip van Cuba, de gezondheidszorg, achteruitging

In oktober 1960 evalueerde de marxistische historicus Eric Hobsbawm voor de lezers van de New Statesman een inschatting van de eerste stadia van de Cubaanse Revolutie. Bijna twee jaar na de triomf van de rebellen omschreef Hobsbawm het centrale principe van Fidel Castro’s Beweging van de 26e Juli, namelijk dat om ‘’vrij en welvarend te zijn, Cuba vrij moest zijn van imperialisme, armoede en onwetendheid’. Nu we de laatste vijf maanden van het premierschap van Fidel’s broer Raúl ingaan, leert de teloorgang van de Cubaanse gezondheidszorg dat de revolutie deze drie doelstellingen niet met succes heeft verwezenlijkt.

bohemia-fidel-castro-11011959

Het populaire weekblad Bohemia met ‘editie van de vrijheid’, 11 januari 1959.

In januari 1959, in de eerste weken van zijn nieuwe regering, vertelde Fidel Castro het Cubaanse weekblad Bohemia dat hij ‘elke relatie met dictatoriale staten zou verwerpen… in de eerste plaats met de Sovjet-Unie.’ Maar binnen drie jaar verklaarde hij onomwonden: ‘Ik ben marxistisch-leninistisch en ik zal dat tot de laatste dag van mijn leven zijn…’ Binnen vier jaar plaatste hij Sovjetraketten op zijn eiland. De verklaring voor Castro’s ommezwaai had eerder geopolitieke dan ideologische motieven. Het wederzijds wantrouwen tussen Cuba en de Verenigde Staten duwde Castro in de richting van de Sovjet-Unie. Het resultaat was een deal waarbij financiele miljardensteun beschikbaar kwam in ruil voor een basis in de Caraïben. Dankzij dit contract kon de Cubaanse regering, die door de Sovjet-Unie werd gefinancierd, veel van de sociale voorzieningen invoeren waarom het eiland zo geprezen zou worden, waaronder de gezondheidszorg van wereldklasse.

Koude Oorlog
Tot de val van zijn financier in de Koude Oorlog kon Castro’s revolutie veel van de idealen waarmaken. Maar Castro had wel een Faustiaans pact gesloten. Toen de tanks de democratische ambities van de Praagse Lente vermorzelden, weigerde Castro deze wreedheid te veroordelen. Ondanks al zijn nationalistische retoriek en de rol van underdog die hij speelde, was Cuba cliënt van ’s werelds op één na machtigste staat, geworden. Dit contract was het fundament waarop de Cubaanse welvaart rustte en de katalysator voor de democratisering van de gezondheidszorg. Toen de Sovjet-Unie ophield te bestaan, was het ook gedaan met de geldstroom naar Cuba. Het land belandde in een economische crisis die eufemistisch bekend staat als de Speciale Periode. De gezondheidszorg veranderde langzaam in een systeem met twee afdelingen, namelijk voor de gewone Cubaan en de melkkoe speciaal voor de gezondheidstoerist. ‘Alles voor de gezondheidstoerist, wat overblijft is voor ons,’ werd wel gezegd.

Burt Glinn, Castro speaks in Santa Clara, January 5, 1959

Castro spreekt op 5 januari 1959 de inwoners van Santa Clara toe

Verslechtering
Toen Castro’s rebellen de dictator Fulgencio Batista verjoegen, had Cuba meer artsen per hoofd van de bevolking dan de Britse gezondheidsdienst en was de levensverwachting niet veel lager dan die in de VS. De revolutie van 1959 heeft deze voordelen geconsolideerd en uitgebreid, dankzij de financiering door de Sovjet-Unie. Sinds de jaren negentig is de kwaliteit van de gezondheidszorg echter achteruitgegaan. Duizenden Cubaanse artsen werken in het buitenland in het kader van internationale missies in landen als Venezuela en Brazilië. Dat levert de Cubaanse regering ongeveer $2,5 miljard per jaar op. Thuis staan de medische voorzieningen voor gezondheidstoeristen en de politieke elite in schril contrast met de middelmatigheid en schaarste van geneesmiddelen voor de gemiddelde burger in Cuba.

Zwarte markt
Miguel, een veertigjarige muzikant en percussieleraar in de tweede stad van het land, Santiago, moest zo lang wachten op een tandheelkundige ingreep dat hij gedwongen werd dit op de zwarte markt te laten doen. ‘Vaak is er geen water in onze ziekenhuizen en heel vaak, zijn er geen recepten,’ zegt hij. ‘En wanneer de overheid niet beschikt over de recepten die nodig zijn, wordt ons geadviseerd naar de apotheken te gaan, waar het geneesmiddel wel beschikbaar is, maar men in deviezen of convertibele peso’s moet betalen. Dan kunnen je medicijnen meer kosten dan je maandloon. Voor de gezondheidstoerist, alles. Voor ons, wat er nog over is.’

ziekenhuisruimtevoorafnemenbloedmosnters

Ruimte voor afnemen van bloedmonsters

Mauricio, buschauffeur uit de stad Camagüey, vertelt een gelijkaardig verhaal over schaarste en smerigheid bij de gezondheidszorg. ‘Ik was een week in het ziekenhuis en kon geen enkele dag douchen. En toen mijn zus in het ziekenhuis werd opgenomen, weigerde de schoonmaker van de afdeling ook maar iets te doen. De familieleden van de zieke moesten de vloer vegen.’ Het revolutionaire Cuba, dat ooit vrij was van veel vormen van armoede, heeft nu moeite om de basis medische diensten te leveren. Castro is er echter wel in geslaagd om een van de door Hobsbawm vastgestelde kerndoelen te bereiken. Het goed opgeleide Cubaanse volk is zich bewust van de mislukkingen van zijn regime en weet maar al te goed welke tactieken nodig zijn om toch toegang te krijgen tot een dienst die ooit de trots van een volk was. Tyson Gutiérrez (niet zijn echte naam), werkzaam voor de staat in Camagüey, zegt: ‘Ik had pijn in mijn borst, dus ging ik naar de dokter. Hij pakte zijn stethoscoop en zei onverschillig dat hij niet kon zien dat er iets mis was, en adviseerde mij maar weg te gaan. Toen ik hem wat geld toestopte, werd hij plotseling wakker, pakte opnieuw de stethoscoop opnieuw uit en, wonderbaarlijk, zag nu wel wat.’

venceremos-5jaar-cubare-volutie20jaar-1979

In 1979 vierde de solidariteitsbeweging Venceremos in het Amsterdamse Paradiso het 20-jarig bestaan van de Cubaanse revolutie.

Overdaad aan Cuba-utopisme
In het artikel van Hobsbawm uit 1960, vol lof voor de revolutie, lezen we ook een tip, die tot voorzichtigheid maant en waarschuwt voor de ‘moeilijkheden die zich in toenemende mate zullen voordoen, en waarschijnlijk over het hoofd zullen worden gezien bij een teveel aan Cuba-utopisme’. De schrijver toont een vooruitziende blik. Het Cuba-utopisme bestaat vandaag nog steeds wanneer de verdedigers van het regime naar het sociaal beleid van de regering op het gebied van onderwijs, gelijkheid en gezondheidszorg verwijzen. Toch verhult deze retoriek niet dat Cuba zelfs in zijn hoogtijdagen niet op eigen kracht welvarend was, noch werkelijk vrij van imperialisme was. Nu het op eigen benen moet staan, ontdekt Cuba dat armoede weer lelijk toeneemt.

Opvolger
In maart volgend jaar, wanneer Raúl Castro met pensioen gaat, zal Cuba voor de eerste maal in 60 jaar niet door een Castro geregeerd worden. Vooral gezien de rampzalige financiële situatie waarin bondgenoot en goedkope olieleverancier Venezuela verkeert, staat Cuba op een kruispunt. Zal de opvolger van Castro in staat zijn om de ernstige sociale en economische uitdagingen het hoofd te bieden? Daar hangt van af, hoe lang de politieke status quo van het eiland kan voortduren.

Bron
* Daniel Rey, New Statesman, november 2017

Drie fouten van Gorbachov die de Cubanen niet mogen vergeten

Pedro Campos is woordvoerder van de kritische Cubaanse groepering Observatorio Critico Cuba, een beweging voor participatiesocialisme. Hij is kritisch over de privatiseringen in Cuba en vergelijkt deze met de situatie in de nadagen van de Sovjet Unie. Campos schreef eerder een tekst over de drie fouten van president Gorbachov, die de Cubanen niet zouden mogen vergeten. Her volgt zijn analyse.

In 1989 bezoekt Gorbachov Cuba en snel daarna komt er een einde aan de subsidies uit Oost-Europa voor Cuba

In 1989 bezoekt Gorbachov Cuba en snel daarna komt er een einde aan de subsidies uit Oost-Europa voor Cuba

In eerdere stukken heb ik de fouten al beoordeeld die de voormalige leider van de Sovjet-Unie, Michael Gorbachov, in de weg stonden om de hervormingen te kunnen realiseren van de perestroika en die later hebben geleid tot de politieke opkomst van Boris Jeltsin en zijn groep, gesteund door liberalen, democraten, Russisch-nationalisten en zij die herstel van het privé-kapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie nastreefden, tegenover het conservatief militaire oproer en als alternatief voor de volledige terugkeer van het stalinisme.

Drie misrekeningen
Onder deze misrekeningen zijn er drie van groot belang; het na te streven economisch zelfbestuur, de omgang met de oppositie en met de conservatieven in de partij/regering. Wij moeten ons daar als Cubanen goed rekenschap van geven. Hier volgen ze nogmaals:
1. Gorbachov ontwikkelde niet voldoende het zelfbestuur van de productie en handhaafde daarmee veel staatsbemoeienis.
2. Hij zocht niet naar een alliantie met de middenstand en de democratische krachten.
3. Hij ging de confrontatie niet aan en maakte geen einde aan de conservatieve macht van het neo-stalinisme in de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie) die hem later de staatsgreep bezorgden.

Observatorio Critico loopt mee in een Eén Mei-betoging

Observatorio Critico loopt mee in een Eén Mei-betoging

Zelfbestuur
1. Gorbachov slaagde erin een wet aangenomen te krijgen over het zelfbestuur in de staatsbedrijven, maar waarvoor de tijd ontbrak om die naar behoren te ontwikkelen, terwijl de staat op bureaucratische wijze doorging met het opleggen van “planning” en controle op de resultaten van de productie. Daarom voelden de werknemers zich nooit baas over de controle op de ondernemingen om zo de productie onder de knie te krijgen. Ze kregen er niet de tijd voor. Dit en de traditionele staatscontrole die het revolutionaire enthousiasme hadden uitgeput en de maatschappij afkerig had gemaakt waarbij alcohol de enige uitweg bleek, verhinderden dat de arbeiders de controle over de economie overnamen en de socialisering- in- de- dop identificeerden als de echte weg naar de nieuwe maatschappij. De private, nationale en buitenlandse economie, die de arbeiders uitbuitte, kreeg meer macht. In wezen bleef het oude neo-stalinistische concept dat het kapitalisme moest worden “geëlimineerd” onder dwang en niet door slijtage, door de natuurlijke ontwikkeling van de productiekrachten en progressieve vooruitgang van onderlinge samenwerking in de productie, de boventoon voeren in de communistische partij, CPSU .

Het suikerrietcomplex Hershey produceert al lan ge tijd neit meer

De suikerrietcentrale Hershey produceert al lange tijd niet meer

Participatie
Zonder directe en effectieve participatie van de werknemers in de leiding, management en de opbrengsten van de ondernemingen is er geen echte controle van de werknemers, geen zelfbestuurd bezit en is er geen socialisme mogelijk en bestaan er vanwege de onderlinge afstand ook geen concrete mogelijkheden om de werknemers in ruime mate te kunnen ondersteunen bij hun werk de economie te socialiseren, zich de productiemiddelen eigen te maken en de resultaten toe te passen.  Was men erin geslaagd met de perestrojka en met de glasnost op het gebied van de vrijheid van meningsuiting de harten van de “Sovjets” al te winnen, de meerderheid verloor het vertrouwen in het socialisme. En de weg naar de socialisering werd in de kiem gesmoord door de staatsgreep die – logischerwijze – de natuurlijke reactie tegen de verdedigers van een regiem als ‘socialistisch’ bestempeld, aanwakkerde.

2. Hoewel Gorbachov en zijn aanhangers veel strijders voor de democratie uit de kerkers en de ballingschap haalden waren zij toch niet in staat met hen, de middenklasse en de liberalen een politieke alliantie te smeden die de krachten voor de perestrojka zou winnen en een beslissend tegenwicht zouden vormen tegen elementen die afremden. De oude sektarische vergissing van de communisten van het afwijzen van verbintenissen met de democratische en liberalen krachten, die als “burgerlijk” werden beschouwd, dreunde nog na. Met de staatsgreep hadden de troepen die Gorbachov voor zich moest winnen geen andere optie dan zich te verbinden met de enige anti-stalinistische mogelijkheid in staat om te regeren, vertegenwoordigd door Yeltsin die secretaris van de partij in Moskou en een ex-kameraad van Gorbachov was geweest.

3. Gorbachov wilde of kon de traditionele neo-stalinistische conservatieven niet uit de leiding van de partij, regering en vooral de strijdkrachten stoten. Er bestond een absoluut respect voor de voornaamste leider van de partij die had kunnen rekenen op de steun van de meerderheid in het Politbureau. Bijna niemand kon zich nog het afzetten van Nikita Chroestjov herinneren door die duistere machten. De aanwezigheid van die conservatieve elites leidde er toe dat alle tegenslag geweten werd aan de perestroika. Dat leidde uiteindelijk tot een staatsgreep die ruim baan maakte voor Yeltsin en de coalitie die hem ondersteunde. In naam van ‘de strijd tegen het socialisme’ werden de vernieuwingsplannen van de perestroika ontmanteld en de privatiseringsprocessen versneld.

De hervormingsplannen van raul Castro zijn samengevat in de Lineamientos. Het woord hervorming wordt in Cuba gemeden; men spreekt over actualsiering'.

De hervormingsplannen van Raúl Castro zijn samengevat in de Lineamientos. Het woord hervorming wordt in Cuba gemeden; men spreekt over actualisering.

Beleid van Actualisering en Perestroika
Rekeninghoudend met de afstanden en de aanzienlijke verschillen tussen de voormalige Sovjet-Unie en Cuba, tussen Gorbachov en Raúl Castro en tussen de perestroika en het beleid van Actualisering van Raúl Castro, zien we dat er zich ook in Cuba van die ‘regelmatigheden”   voordoen, om een term te gebruiken die zeer in zwang is bij Cubaanse academici uit de Sociale Wetenschappen. Wanneer deze zaken niet worden gerectificeerd, kan een machtsvacuüm ontstaan en kunnen we geconfronteerd worden met zaken die zich ook voordeden in de voormalige Sovjet-Unie. Dat kan leiden tot een versneld proces van privatisering, te midden van economische, sociale en politieke chaos, hier, op 90 mijl afstand van de Verenigde Staten

Bron
* Diario de Cuba, 18 februari 2015

Link
* Pedro Campos heeft meer artikelen geschreven vanuit een democratisch en socialistisch perspectief op de website Observatorio Critico Cuba en op de website Havana Times, in het Engels.

De Cubaanse staat als manusje-van-alles

‘Er vond op grote en systematische schaal diefstal van de Staat plaats. Het waren echte criminele bendes die goed waren georganiseerd en die op grote schaal risicovol opereerden. Daar waren managers en bedrijfsleiders bij betrokken die verliezen of schade creëerden terwijl er in werkelijkheid sprake was van het wegsluizen naar een ondergrondse economie. Het was een geaccepteerde praktijk dat in de staatswinkels verkopers en managers de duurste producten apart legden met het doel veel meer geld dan de normale prijs op de legale markt te krijgen.’ Hoewel deze opmerkingen lijken te slaan op de situatie in Cuba, komt dit commentaar uit de Sovjet Unie, kort voor de ineenstorting van dit communistisch systeem. De uitspraken zijn afkomstig van Gregory Grossman, een van de kenners van de ‘tweede economie’ in dit land.

Veel kleine bedrijven in de dienstverlening veranderen van staatsbedrijf in een coöperatie. Dit ontslaat de staat van de plicht nog langer kapsalons, cafés en andere kleine bedrijven te managen.

Veel kleine bedrijven in de dienstverlening veranderen van staatsbedrijf in een coöperatie. Dit ontslaat de staat van de plicht nog langer kapsalons, cafés en andere kleine bedrijven te managen.

Om een idee te krijgen van de betekenis van deze parallelle industrie in een socialistisch land, is het voldoende vast te stellen dat er in 1988 219 miljard roebels aan salarissen werd uitbetaald terwijl de bevolking 718 miljard roebel, drie maal zoveel, uitgaf en spaarde. Net zoals in de Sovjet Unie is de parallelle economie slecht onderzocht ondanks de aanzienlijke economische effecten.En bekend is dat onbekende problemen die niet worden opgelost, in je gezicht kunnen exploderen.

Corruptie
De economische problemen van Cuba hebben diverse oorzaken; de toestand als onderontwikkeld land, het gekozen socialistisch model, de fouten die de regering beging, de blokkade van de VS en de binnenlandse corruptie waar de zwarte markt uitdrukking van is. Er kan niet veel tegen dit soort aspecten worden gedaan omdat ze samenhangen met de historische werkelijkheid van het land of omdat ze samenhangen met de wil van anderen. Maar sommige aspecten liggen binnen de mogelijkheden van de regering en kunnen veranderen zoals de verandering van het model en de strijd tegen de corruptie. De zoektocht naar een nieuw economisch model en de strijd tegen corruptie gaan hand in hand omdat het huidige model juist het gesjoemel aanmoedigt, zoals dat geldt voor elke centralistische Staat, die tevergeefs probeert elke economische mechanisme in het land te controleren. De chaos die daarop volgt is de voedingsbodem voor corrupte functionarissen die middelen van de staat misbruiken ten eigen voordeel. Zij zijn de ‘grossiers’ die de zwarte markt, de tweede economie van het land, bevoorraden.

De controle van de staat was in Cuba zo enorm dat zelfs de straatverkoper onderdeel uitmaakte van genationaliseerde bedrijf

De controle van de staat was in Cuba zo enorm dat zelfs de straatverkoper onderdeel uitmaakte van een genationaliseerde bedrijf

Wie zijn corrupt?
Dankzij het werk van de Cubaanse Rekenkamer, weten we nu dat er verschillende ministers, viceministers, buitenlandse ondernemers, Cubaanse importeurs, voorraad controleurs, administratoren en presidenten van bedrijven corrupt waren. We hebben te maken met een nieuwe sociale klasse die zijn rijkdom steelt van het land en ieder corrumpeert die zaken met hen doet, en hen verandert in medeplichtigen. Het is een parasitaire klasse die de grootse vijand van het land geworden is. En zij vermenigvuldigen zich snel. Ze worden naar de gevangenis gestuurd en drie maanden later doen hun opvolgers hetzelfde. Hun opvolgers lijken alleen te hebben geleerd wat slimmer te opereren en controles van de regering te voorkomen. Net als in de Sovjet Unie zijn deze ‘grossiers’ het resultaat van een economisch model dat alle macht en controle in hun landen legt en het onmogelijk is hun activiteiten rigoureus te controleren. Cuba zou er mee gediend zijn als de regering vaststelde welke productiemiddelen fundamenteel zijn (die moeten blijven voortbestaan als gemeenschapseigendom) zodat andere sectoren geopend worden voor coöperaties, particuliere en zelfs buitenlands management.

Belangrijke sectoren van de Cubaanse economie zoals die van de energie moeten door de Staat geleid worden

Belangrijke sectoren van de Cubaanse economie zoals die van de energie moeten door de Staat geleid worden

Open economie
De stap die eerder werd gezet met het toestaan van ‘eigen bazen’ of coöperaties in sectoren als haarverzorging, transport en recent de eetgelegenheden, wijzen in een richting die ook kan leiden tot opening van andere sectoren van de economie van het land. Waarom moet de Staat leiding blijven geven aan bedrijven die voortdurend door managers en ambtenaren worden geplunderd, waar altijd een tekort aan producten is of waar elke controle van waren ontbreekt? De Staat moet ophouden met dit soort futiliteiten en de aandacht richten op fatsoenlijk management en controles van banken, toerisme, de energiesector, de nikkelproductie, oliewinning, tabaksproductie en belangrijke sectoren als opvoeding en gezondheid.

Kasten van functionarissen
De Sovjets wilden een staat organiseren waar alles werd gecontroleerd door de staat en waar een eigen soort ondernemers ontstond; een kaste die alle productiemiddelen van het land in eigen handen hield. Zeker, zij kenden geen José Marti die hen kon waarschuwen dat ‘met elke nieuwe functie, ook een nieuwe kaste van functionarissen opduikt’ en dat het later erg moeilijk is ‘deze functionarissen zo verbonden met gemeenschappelijk belangen te confronteren met veranderingen’.

Bron
* Bovenstaand artikel verscheen op de website van Fernando Ravsberg, voorheen BBC-correspondent in Havana. De BBC maakte begin dit jaar een einde aan zijn contract en sinds dien opereert hij op dezelfde journalistieke basis maar nu als eigen baas met zijn website Cartas desde Cuba
Cuba Photos by Linda KlippNoot

 * De in Havana woonachtige publicist Fernando Dámaso (1938) publiceerde een analyse op zijn blog Mermelade en komt onder de titel: ‘Is de stagnatie teruggekeerd’? tot vergelijkbare conclusies als in bovenstaand artikel van Ravsberg. Hij noemt dit fenomeen ‘een constante in het Cubaans socialisme, dat evenzeer typerend was voor Oost-Europa.’ Damaso schrijft dat rond 2006 een einde kwam aan de lethargie waarin het land en de bevolking zolang gedompeld waren en men geloofde dat de jaren van mislukte experimenten en permanente improvisatie voorbij waren. Ook leek er hoop te ontstaan op betere salarissen en pensioenen. Na 7 jaar concludeert Damaso dat er maar weinig is veranderd en verre van ingrijpend. Hij geeft een opsomming; de landbouw slaagt er niet in tegen schappelijke prijzen voedsel te produceren voor de meeste burgers, de veefok stagneert, de productie van melk is ver beneden de vraag, gezondheidsdiensten en onderwijs worden met de dag slechter en de hygiëne is ver te zoeken in het publiek domein en bedreigt de gezondheid. Hij concludeert dat de Staat in de afgelopen 56 jaar zijn onvermogen op al deze terreinen heeft bewezen nadat zij eerst in de beginjaren van de revolutie toen deze sectoren functioneerden, alles radicaal nationaliseerde. Zolang de staat ‘in naam van het Volk’ de absolute eigenaar blijft van alles en de gewone Cubaan geen toestemming krijgt particulier ondernemer te worden, zal niets functioneren,’ aldus Damaso.

Link
* Volledige tekst van Damaso in het Engels

Verzoener, econoom en dissident Oscar Chepe overleden

Vanochtend overleed in een Madrileens ziekenhuis de Cubaanse dissidente econoom Oscar Espinosa Chepe (1940 – 2013). Chepe was ooit Cubaans diplomaat in dienst van de Castro’s. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Havana. In de jaren zestig was hij werkzaam bij het Landhervormingsinstituut (INRA), bij het Cubaans Centraal Planbureau en van 1965 tot 1968 was hij lid van de Economische Adviesgroep van Eerste Minister Fidel Castro.

Oscar Chepe en Miriam Leiva

Oscar Chepe en Miriam Leiva

Chepe: ‘In 1968 werd ik naar het platteland gestuurd om in de landbouw te werken. Reden was dat ik op het werk had duidelijk gemaakt van mening te verschillen over enkele economische kwesties in het land.’ Hij was daarna 14 jaar werkzaam  op de Cubaanse ambassade in Belgrado en was daar verantwoordelijk voor de samenwerking tussen Cuba en de Comeconlanden. In 1984 keerde hij naar Cuba terug, maar kwam steeds vaker in botsing met het regime. In Oost Europa leerde hij ook zijn echtgenote Miriam Leiva kennen die daar werkzaam was als Cubaans diplomate. In 1996 verloren beiden hun baan en werd Oscar tijdens een verhoor door de politieke politie ‘contrarevolutionair’ genoemd.

Oscar Chepe en Kees van Kortenhof

Oscar Chepe en Kees van Kortenhof

Kees van Kortenhof (voorzitter van Glasnost in Cuba) sprak hem veelvuldig tijdens zijn bezoeken aan Cuba en stelde het volgende artikel samen naar aanleiding van Chepe’s dood.

Chepe: ‘Tussen 1984 en 1987 was ik economisch adviseur in de Cubaanse ambassade van Joegoslavië. Daar leerde ik nieuwe socialistische economische theorieën kennen van mannen als Lieberman, Havemann, Medwejew en Luckacs. Oost-Europa was volop in beweging, de perestrojka en glasnost kwamen op en Gorbachov was inmiddels premier van de Sovjet Unie geworden. Toen ik in 1987 na een vakantie in Cuba naar Joegoslavië wilde terugkeren, werd me dat verboden’. In 1992 werd het eerste politiek proces tegen Chepe gevoerd en werd hij bestempeld als ’een contrarevolutionair sujet.’ Vier jaar later verloor hij zijn job en publiceerde vervolgens een aantal artikelen over de Cubaanse economie in de onafhankelijke pers en op diverse websites. In 2003 verscheen in Spanje zijn boek Crónica de un desastre / Kroniek van een Ramp en later Cuba, revolución o involución (2007) en in 2011 Cambios en Cuba: pocos, limitados y tardíos / Veranderingen in Cuba: weinig, klein en te laat. Ook had hij een programma op Radio Marti Charlando con Chepe / Spreken met Chepe.

Maart 2013: Oscar Chepe wordt weggevoerd door de geheime politie

Maart 2003: Oscar Chepe wordt weggevoerd door de geheime politie

Groep van 75
Op 19 maart 2003 was Oscar Chepe een van de 75 dissidenten die gevangen werden
genomen. Tijdens een proces een maand later werd hij ervan beschuldigd ‘activiteiten tegen de integriteit en de soevereiniteit van de Staat’ te hebben ondernomen.’ Hij zou geld van de Amerikaanse regering hebben geaccepteerd en er zouden 13.600 dollar in een van de zakken van zijn jas zijn gevonden. Chepe werd tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn vrouw, de onafhankelijk journaliste Miriam Leiva, zei dat hij daar 40 kilo aan gewicht was verloren en dat hij gevangen zat in een cel zonder ramen en zonder stromend water. Miriam werd actief in de beweging van de Damas de Blanco, die de vrijlating van hun gearresteerde familieleden wilde; de vrouwen woonden elke zondag de mis bij in de kerk van Santa Rita in Havana. Op 29 november 2004 werd Oscar Chepe na een gevangenschap van 19 maanden, samen met de dichter-journalist Raúl Rivero vrijgelaten. Gezondheidsredenen speelden daarbij een belangrijke rol.

9095.2.3626.2 001Veranderingen
Oscar Chepe was aanvankelijk gematigd optimistisch over de veranderingen die Raúl Castro wilde invoeren: ‘Raúl heeft natuurlijk niet de status van iemand als Fidel die een soort mythe is geworden. Maar we moeten het met Raúl doen. Hij is pragmatischer en minder ideologisch bezeten als zijn broer. Kijk naar de toespraak van Raúl op 26 juli vorig jaar. Hij sprak over de ramp in de landbouw. Hij wenst andere relaties met de VS. Inmiddels zit ėėn van de beste Cubaanse diplomaten Jorge Bolaños in de VS. Hij benoemt dingen die wij vanuit de oppositie ook steeds hebben gezegd.’  Chepe zette toen echter ook al een kanttekening: ‘Elk juridisch kader voor deze versoepelingen ontbreekt en dat betekent dat de hoopvolle signalen ook ieder moment weer gesmoord kunnen worden.’

Cuba aan de afgrond
In 2012 en dit jaar waarschuwde hij Raúl Castro voor het maken van nieuwe fouten en sprak zich uit voor de snellere uitvoering van de maatregelen. ‘Deze regering wekt de indruk dat het land verandert, maar het land bevindt zich op de rand van de afgrond.’ Hij verwees daarbij naar de afhankelijkheid van Cuba van het olierijke Venezuela. Dat land voorziet Cuba jaarlijks van 10 miljard dollar en dat is een aanzienlijk deel van de begroting die 61 miljard omvat. Hij geselde de Cubaanse regering omdat zij zich onvoldoende inspande de signalen van de nieuwe president Obama te beantwoorden vooral op het gebied van het reizen en hij was geschokt door de gevangenneming van de Amerikaanse burger Alan Gross in Havana.

Ook In Nederland werd actie gevoerd voor de vrijlating van Oscar Chepe en zijn 74 opgesloten collega. Hier een beeld van de demonstratie voor de Cubaanse ambassade in Den Haah in maart 1994

Ook In Nederland werd actie gevoerd voor de vrijlating van Oscar Chepe en zijn 74 opgesloten collega’s. Hier een beeld van de demonstratie voor de Cubaanse ambassade in Den Haag in maart 1994

Openhartig en direct
Oscar en Miriam waren open en direct; niet iedereen zowel in Havana als Miami, kon daarmee overweg. Drie jaar geleden noemde hij de hardliners in beide steden ‘de Taliban’. Dat kan de reden zijn dat beiden niet vaak werden genoemd in de kringen van de supporters van het Amerikaans embargo. Over de Cubaans-Amerikaanse Republikein Mario Díaz-Balart en zijn hardliners politiek, zei Oscar: ‘Als wij de politieke maatregelen van de hard-liners tegenover Cuba in Oost-Europa zouden hebben gevolgd, zouden we nog een Berlijnse Muur en zou de Bende van Vier in China nog steeds aan de macht zijn.’ Oscar Chepe was ervan overtuigd dat steun voor het Amerikaanse embargo de Cubanen in Miami de gijzelaar maakte van hun droom ooit terug te keren naar het Cuba van Batista in de jaren vijftig en hij verwierp hun kritiek op de leiding van de katholieke kerk in Cuba die via gesprekken en dialoog de vrijlating van politieke gevangen mede had mogelijk gemaakt.

Bloedige afloop
Houdt u rekening met een bloedig scenario?
Chepe: ‘Als het project van Raúl mislukt, valt dat niet uit te sluiten. Als de veranderingen uitblijven, groeit de frustratie. De keus is tussen hervormingen of chaos.’ (…) ‘Ik heb jarenlang geloofd in het paradijs van het socialisme, Cuba’. Vanwege die droom moest hij onder dictator Batista twee jaar lang dwangarbeid verrichten. De latere president van Cuba, Dorticos, was toen zijn advocaat. De machthebbers veranderden na 1959 van naam, maar gevangenissen bleven een vast onderdeel van het leven van Oscar Chepe. Oscar was een man van verzoening, die iedereen moest omvatten en hij bepleitte samenwerking tussen alle Cubanen die de gezinnen zou verenigen en die ‘een einde zou maken aan de animositeit in ons land die sinds 10 maart 1952 bestaat.’ *

Oscar Chepe in mei 2013

Oscar Chepe in mei 2013 in Madrid

Linken
Time Magazine publiceerde in juli een artikel ‘Terwijl het communisme zich hervormt, neemt het kapitalisme langzaam de roerend goedmarkt over’. Oscar Chepe komt in dit artikel ook aan het woord.

*  Op 18 april 2013 sprak Óscar Espinosa Chepe tijdens een bijeenkomst van de Fundación Hispano Cubana (Madrid) over de situatie in Cuba. Een maand eerder was hij in Spanje aangekomen samen met zijn vrouw Miriam Leiva voor een medische behandeling. Deel 1  (11 minuten) is evenals de overige delen op Youtube te zien.
* In gesprek met Oscar Chepe (Vimeofilm 12 minuten)

* Herdenkingsartikel vandaag op de website Diario de Cuba.

Noot
* Op 10 maart 1952 pleegde legerofficier Batista een staatsgreep, deze keer tegen president Socarras. De staatsgreep had plaats 3 maanden voor de verkiezingen, die hij zou verliezen, en ongeveer 20 jaar na zijn eerste staatsgreep. Voor die verkiezingen had zich een jonge advocaat, Fidel Castro, opgegeven, weliswaar niet voor de presidentsverkiezing maar voor een andere functie. De regering Batista werd door de VS goedgekeurd, kort hierop kondigde Batista, hoewel hij trouw had beloofd aan de Cubaanse grondwet, aan dat sommige rechten tijdelijk ingetrokken zouden worden en verbood eveneens het recht op staken.

Blogger over ‘Het verboden boek in Cuba’

luisfeliperojasfacebookLuis Felipe Rojas schreef op zijn weblog Cruzas las Alambradas (Het rasterwerk doorknippen) over het verboden boek in Cuba; hij stelde er vragen over aan vrienden en bekenden op Facebook.

coverlagranestafaeudocioravinesIk ben op zoek naar het verboden boek. Waarom besluit een president, dictator of autoritair bestuurder een boek te bannen, er op te jagen en uit een land te verwijderen? Daarom vroeg ik mijn Facebookvrienden om reacties. De ex-politieke gevangene Juan Carlos Herrera Acosta en professor Osmel Rodriguez lieten weten deze vorm van literaire vervolging absurd te vinden. Tot de sterkst gecensureerde boeken in Cuba behoort La Gran Estafa van Eudocio Ravines (over de rol van de Sovjet Unie in Latijns-Amerika), maar ook  boeken van Adam Michnik, Milan Kundera, Aleksandr Solzjenitsyn en zijn Gulag Archipel, tientallen boeken, aldus Herrera Acosta. Rodriguez merkt op dat ‘niet alleen studies over Cuba zijn verboden, maar evenzeer boeken van romanschrijvers die het Cubaanse systeem niet wilden bewieroken en anderen omdat ze het eiland ontsnapten. Ik kan er een lijst van maken.’

logolibrohavelof-the-Powerless‘Bijbel’ van de oppositie’
Ik heb geen idee hoeveel en wat er in het begin van de jaren zestig werd verboden, Maar ik weet wel dat in de jaren tachtig veel Cubaanse studenten en ontwikkelingswerkers die uit de zogeheten socialistische landen kwamen, veel literatuur mee naar huis namen waar de bazen van de communistische partij niet op zaten te wachten. Toen de jaren negentig begonnen, wisten zij inmiddels wat ‘ongepast’ was en dat was weer aanleiding voor huiszoekingen bij vreedzame opponenten van het regime. Een kort onderzoek laat ons kennis maken met de zogeheten Bijbel van de oppositie waartoe De Macht van de Machtelozen behoort, Toen de Nacht viel van Hubert Matos, tijdschriften als Dissidente / de Universele Dissident, Encuentro de la Cultura Cubana, het tijdschrift Revista Hispano – Cubano en de boeken van Carlos Alberto Montaner of Rafael Rojos.

Ex-commandant Huber Matos schreef  Hoe de nacht viel

Ex-commandant Huber Matos schreef Hoe de nacht viel

Mijn specifieke vragen aan mijn volgers op Facebook luidden: ‘Men zegt dat het meest gezochte boek door de geheime politie The Wasp Network*  is? Welke boeken worden in Cuba verboden? Wat is er sinds 1959 gebeurd en hoe ontdoken de Cubanen de censuur op de boeken van Hubert Matos, het boek 1984 van George Orwell of de boeken van Guillermo Cabrera Infante?
Ramon H. Cobas, die in Cuba bekend werd omdat hij samen met Berta Mexidor de Onafhankelijke Bibliotheken oprichtte, schrijft dat ‘behalve boeken die verboden waren, er ook censuur tegen schrijvers bestond en dat betekende dat al hun werk in heel het land verboden was. coverreinaldoarenasHet geldt voor Bertrand Russell, Aleksandr Solzjenitsyn , Paul Johnson, Jean-Paul Sartre, Mario Vargas Llosa, Jorge Luis Borges, Milan Kundera, Eudocio Ravines en Juan Carlos Onetti, maar er zijn er nog veel meer. Dit is nog maar een grove schets van auteurs, van vervolgden en hun vervolgers en verboden titels. Of zoals Cabrera Infante eens zei: ‘Het is geen korte lijst en ook geen dappere lijst.’

coverredavispa.Linken
* De website Cruzas las Alambradas
Facebookpagina van Rojas 
* Het Waspnetwerk betrof de activiteiten van 12 Cubaanse spionnen op Amerikaanse bodem. Vijf van hen hen groeiden uit tot helden van de Revolutie, de zgn. Cubaanse Vijf. Het verhaal van de anderen werd in Cuba doodgezwegen.

Voormalige derde man in Cuba, Rafael Rodriguez lijkt vergeten

carlosrafaelrodriguezFOTO Oficina de Asuntos Históricos del Consejo de EstadoAfgelopen donderdag 23 mei was het honderd jaar geleden dat de voormalige Cubaanse vice-president Carlos Rafael Rodriguez werd geboren. Hoewel deze Cubaanse politicus ooit de derde plaats innam van de Nomenklatura op het eiland na de gebroeders Castro, was er nauwelijks aandacht in Cuba voor deze mijlpaal. Rodriguez  was ook auteur van een serie publicaties over sociale thema’s . De regimegetrouwe website Cubadebate publiceerde afgelopen week een aantal historische foto’ s en een uitvoerige levensbeschrijving van Carlos Rafael Rodríguez. Met een opmerkelijke witte vlek voor een tiental jaren rond 1940. Toen was Rodríguez namelijk een loyale bondgenoot van Batista en diende hij als minister in zijn kabinet.

Carlos Rafael  Rodriguez krijgt de hoge Cubaanse onderscheiding José Martí uit handen van Fidel Castro

Carlos Rafael Rodriguez krijgt de hoge Cubaanse onderscheiding José Martí uit handen van Fidel Castro

Onafhankelijk journalist Orlando Freire Santana zet op de website Cubanet uiteen waarom de aandacht voor Rodríguez zo minimaal is. Hij meldt dat er in zijn geboorteplaats Cienfuegos een tijdelijke expositie is ingericht van persoonlijke zaken en ook zullen enkele niet eerder uitgegeven brieven van Carlos Rafael geschreven aan bekende persoonlijkheden uit politiek en cultuur, worden gepubliceerd. Op de hoofdzetel van de kunstenaarsbond Unión Nacional de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC) spreekt een groep auteurs die Carlos Rafael nog hebben gekend, over zijn economische opvattingen. Dat zijn tot nu toe de enige bekende activiteiten. Santana meent dat de geringe aandacht voor Carlos Rafael Rodríguez en zijn rol bij het ontstaan van de Cubaanse revolutie te maken heeft met het feit dat hij ‘steeds de man van Moskou in Cuba’ was. In 1958 reisde hij in opdracht van de partij naar de Sierra Maestra om de rebellen te ontmoeten. Het wantrouwen van de Cubaanse Communistische Partij tegenover de strijders van Fidel was groot. Ook was Carlos Rafael tussen 1959 en 1960, toen Fidel Castro de Cubanen nog voorhield geen communist te zijn, Moskou’s contactpersoon in Havana. Later op het hoogtepunt van de periode van de Sovietisering in Cuba in 1976 was hij de permanente vertegenwoordigers voor Cuba bij de COMECON, het samenwerkingsverband tussen communistische landen  gericht op economische integratie.

covermariasnethlagesboekovercheVerschillen van mening met El ‘Che’
In de eerste periode van de Cubaanse revolutie deed zich ook de ideologisch strijd voor tussen Carlos Rafael Rodríguez en Ernesto ‘Che’ Guevara over de inrichting van de economie. * Maria C. J. Snethlage, in de jaren zeventig de drijvende kracht achter het Cubabulletin in Nederland, beschrijft dit conflict in haar boek Ernesto Che Guevara 1928-1967. Guevara waarschuwt in zijn publicatie De nieuwe Mens (maart 1965) voor de toepassing van ‘de verrotte wapens van het kapitalisme’. Citaat: ‘We hebben nog een lange weg voor ons eer wij een bevredigend peil van economische ontwikkeling bereikt zullen hebben en de verleiding de platgetreden paden van het materiele belang als drijfveer voor de economische ontwikkeling in te slaan is zeer groot. (…) ‘Men loopt dan het risico door de bomen het bos niet meer te zien; door de hersenschimmen te volgen van verwezenlijking van het socialisme met behulp van de verrotte wapens die het kapitalisme ons heeft nagelaten, namelijk de koopwaar als economische eenheid, de rentabiliteit, het individuele materiele belang als stimulans. Dan komen we in een doodlopende straat terecht……Voor de opbouw van het communisme heeft men naast een nieuwe economische basis een Nieuwe Mens nodig’  (…) Daarom is het belangrijk dat het instrument om de massa’s te mobiliseren juist gekozen wordt. Dit instrument moet ten gronde ethisch zijn, waarbij niet mag worden vergeten te kiezen voor het correcte gebruik van materiële stimuli, die sociaal van aard moeten zijn.’

Fidel Castro bezoekt Berlijn; rechts Rafael Rodriguez

Fidel Castro bezoekt Berlijn; rechts Rafael Rodriguez

Meer markt
Maar Carlos Rodriguez, toen hoofd van het Landhervormingsinstituut Instituto Nacional de Reforma Agraria (INRA), wilde juist aan de genationaliseerde landbouwondernemingen een zekere mater van zelfstandigheid toekennen en wel degelijk stimuli toepassen. Snethlage schrijft: ‘Zij moesten zichzelf financieren, hun eigen investeringen bepalen waarvoor zij bij de banken gewoon, tegen rente, geld konden opnemen. Die banken zouden dan een zekere mate van controle over de ondernemingen uitoefenen. Hun producten moesten zij op de markt verhandelen, die hebben dan net als in de kapitalistische landen het karakter van ‘waren’. Guevara wilde een tot het uiterst doorgevoerd systeem van planning voor Cuba met een nationaal plan. Alle ondernemingen zijn onderdeel van één grotere productie-eenheid; de publieke sector in zijn totaliteit, dus, naar Che zei, een grote machine waarvan de ondernemingen de raderen zijn. Vanuit één centraal punt moest alles geleid worden en op den duur kon de markt geheel worden uitgeschakeld. Men maakt dan geen ‘waren’ met handelswaarde meer ter verkoop op de markt, maar datgene wat het plan aangeeft, wat nuttig is. De marktwaarde had in de ogen van Che volledig afgedaan. ‘Rodríguez was geen overtuigd aanhanger van de markteconomie, maar zijn opvattingen liepen parallel met kleine wijzigingen in de economische structuur van de Sovjet Unie en bondgenoten in die jaren.

Verkiezingsaffiche uit 1939 waarbij enkele communistische groepen samen optrekken ten gunste van Batista

Verkiezingsaffiche uit 1939 waarbij enkele communistische groepen samen optrekken ten gunste van de kandidaat Batista

Samen met Batista
Carlos Rafael Rodríguez stierf in december 1997, maar speelde de laatste jaren van zijn leven, dat samenviel met de val van de communistische wereld, geen grote rol meer. Zelfs de officiele Cubaans pers constateert dat hij voor jongeren een grote onbekende is geworden. Zijn autobiografie, Letra con filo telt 3 delen met al zijn ooit gepubliceerde teksten en is in de vergetelheid geraakt. Zijn sympathie voor het Sovjetmodel klinkt er in voort, maar is ook in de officiéle propaganda in Cuba geen thema meer. Op de officiele website Cubadebate die afgelopen week een levensbeschrijving publiceerde, is de verbondenheid met de Sovjetideologie afwezig. De jaren 1936 tot 1956 worden in zijn geheel overgeslagen. In 1940 won Batista bij de algemene verkiezingen en die overwinning werd mede mogelijk gemaakt door de steun van de Cubaanse Communistische Partij. Zowel Carlos Rafael Rodriguez als de populaire communistenleider Juan Marinello  zouden deel gaan uitmaken van Batista’s kabinet.

Carlos Rafael heft het glas met de vermoorde Chileense president Allende

Carlos Rafael  (links) heft het glas met de vermoorde Chileense president Allende

Link
* Cubadebate met het herdenkingsartikel van 22 mei 2013

Bronnen
* Cubanet, Orlando Freire Santana, 23 mei 2013
* Maria C. J. Snethlage Ernesto Che Guevara 1928-1967 Kritiese Bibliotheek Van Gennep  1978
* Che Guevara: De mens en het socialisme in Cuba, uitgave van het Informatiebulletin Cuba, oktober 1967

Opmerkelijk bondgenootschap tussen Fidel Castro en Jorge Videla

Terwijl Cuba op internationale fora de dictatuur van Pinochet in Chili scherp veroordeelde, bleef Havana tegelijkertijd zwijgen over de misdaden begaan door de op 17 mei jl. overleden Argentijnse dictator Jorge Videla. Een van de redenen waren de sterke banden tussen Cuba en de toenmalige Sovjet-Unie. Het volgende artikel is afkomstig van de website Cubanet en werd in 2012 gepubliceerd door de website Infobae.

Jorge Rafael Videla

Jorge Rafael Videla

Fidel Castro zou een bondgenoot worden van de Argentijnse president Videla. Dat bleek tijdens internationale fora waar Cuba zich inspande om te voorkomen dat Jorge Videla veroordeeld zou worden vanwege de massieve schending van de mensenrechten in zijn land. Publiciste Claudia Peiró herinnert er aan hoe ten tijde van de harde onderdrukking, het Cubaanse bewind via zijn vertegenwoordiger in de VN, voorkwam dat de Mensenrechtencommissie van de VN Argentinië veroordeelde en voorkwam dat een onderzoekscommissie van de VN het land bezocht. Dit gebaar – aldus Peiró – werd beloond. Dictator Videla die in Argentinië zei te strijden tegen het ‘vaderlandsloze en atheïstische marxisme’, gaf zijn vertegenwoordiger bij de VN opdracht elke veroordeling van Havana tegen te houden. Toen Rusland in 1979 Afghanistan binnen viel en bezette en de Amerikanen een graanembargo afkondigden tegen het land, sprongen de Argentijnse militairen in de bres voor deze ‘goddeloze en marxistische’ macht.

Argentinië taboe
In de toespraken van Fidel Castro ging deze voortdurend in op dictaturen in Latijns-Amerika die grensden aan Argentinië. Chili, Uruguay, Paraguay, Peru, Bolivia en Brazilië werden met naam en toenaam genoemd, maar over Argentinië werd gezwegen. De medeplichtigheid van Cuba aan het zwijgen over de misdaden van deze dictatuur was, aldus Peiró, een gevolg van de afhankelijkheid van Cuba van de toenmalige Sovjet Unie.

Martin Guevara, neef van El 'Che' en de zoon van jongste broer Juan Martin

Martin Guevara, neef van El ‘Che’ en de zoon van Che’s jongste broer Juan Martin

De publiciste van Infobae citeert Martín Guevara, een neef van Che Guevara, die vanaf zijn tiende met zijn familie in Havana woonde. Hij zegt de betrokkenheid van Fidel met Videla direct te hebben waargenomen want zo kon de Sovjet Unie aan de nodige tarwe uit Argentinië komen. Martin Guevara, zoon van Che’s jongste broer Juan Martin, heeft lang gewacht voor hij deze kritiek uitte. In 2010 publiceerde bij een artikel. ‘Vele jaren lang en uit loyaliteit aan mijn familie en misschien ook door een zeker indoctrinatie van links, deed ik afstand van mijn recht dit te vertellen,’ aldus Martin Guevara.

De verdwenenen. Wij missen hen allemaal

De verdwenen personen. Wij missen hen allemaal

Verdwijningen
De journalist Andrés Oppenheimer gaf uit de eerste hand een bewijs over deze samenwerking vanuit de Amerikaanse delegatie bij de Mensenrechtencommissie in Geneve. Hij stelt vast dat Cuba zich in 1980 en 1981 heftig verzette tegen een veroordeling van Argentinië toen president Carter daartoe een voorstel deed. Cuba vormde met anderen landen een blok om een motie van deze inhoud te blokkeren. ‘Patricia Derian was toen onder-secretaris van Mensenrechten in de regering Carter en die liet me weten ‘dat de Argentijnen en de Cubanen samenwerkten om een motie ter veroordeling van de militaire junta te blokkeren,’ aldus Oppenheimer. ‘Roberta Cohen, de assistente van Derian, nam persoonlijk deel aan de debatten in 1980 waarbij de VS zochten naar een mogelijkheid om de gedwongen verdwijningen in Argentinië expliciet te veroordelen. ‘Het waren zware onderhandelingen; de Russen en de Cubanen wilden niets ondernemen tegen Argentinië,’ aldus Cohen. ‘Uiteindelijk slaagden Cuba en Argentinië erin dat er een afgezwakte resolutie werd aangenomen waarin verdwijnigen in het algemeen werden veroordeeld zonder dat Argentinië werd genoemd.’

Mario Firmenich was een van de belangrijkste leiders van de Montoneros die als balling in Havana verbleef. In 1990 kon hij naar Argentinie terugkeren omdat zijn straf werd kwijgescholden.

Mario Firmenich was een van de belangrijkste leiders van de gewapende beweging, de  Montoneros die als balling in Havana woonde. In 1990 kon hij naar Argentinie terugkeren omdat zijn straf werd kwijgescholden.

Angst voor precedent
Oppenheimer wijst erop dat behalve vanwege de voedselsteun van Argentinië aan de Sovjet Unie, Fidel Castro de militaire dictatuur ook steunde omdat hij vrees had voor een veroordeling voor schending van de mensenrechten door de VN. Argentinië zou een precedent kunnen vormen tegen Cuba. Op de derde plaatste steunde Argentinië Cuba op dat moment om een voorstel van de VS ten gunste van de Russiische dissident Andrei Sacharov te blokkeren. ‘Argentinië  vervierdubbelde in 1989 zijn graanverkopen aan Rusland voor een totaal van 8 miljoen ton tarwe bestemd voor de toen nog bestaande Sovjet Unie,’ licht Oppenheimer toe. Dat gebeurde allemaal terwijl Cuba tegelijkertijd onderdak verschafte aan leden van de gewapende beweging in Argentinië, de  Montoneros.

Ballingen huilden
Martín Guevara vertelt over de ontsteltenis die deze houding bij hem teweeg bracht, inclusief de uitreiking door Moskou van de Leninorde aan hoge Argentijnse militairen. Guevara: ‘Keer op keer hoorden de Argentijnse ballingen in Cuba hoe de belangrijkste leider, Fidel Castro Ruz, in zijn ellenlange toespraken nooit de fascistische en dictatoriale praktijken bekritiseerde van het Vaderland van iemand, die aldus Fidel, behoorde tot zijn beste vrienden en strijdmakkers, namelijk  Che Guevara.’ En alles voor ‘een handvol roebels,’ zegt hij. ‘Ik zag de tranen in de ogen van deze geharde mannen, militanten uit Argentijnse linkse groeperingen die toen in Cuba leefden.

Fidel Castro: Hier zijn we, Videla. Je mocht je eens alleen gaan voelen. (recente cartoon van Omar Santana)

Fidel Castro: ‘Hier zijn we, Videla. Je mocht je eens alleen gaan voelen’. (recente cartoon van Omar Santana)

Zij maakten mee hoe Cuba, in afwachting van een verklaring van de Mensenrechtencommissie van de VN, Fidel via zijn vertegenwoordigers en onder de dreiging van de Sovjet Unie, zweeg en historische medeplichtig werd aan deze schurkenstreek.’ Guevara twijfelt aan de vriendschap die tussen Fidel en Che zou hebben bestaan. ‘Toen hij moest zwijgen, las hij op het Plein van de Revolutie de afscheidsbrief van zijn vriend Guevara voor, die enkel in geval van Che’s overlijden had mogen worden voorgelezen. Toen hij moest spreken om revolutie te maken en eer te bewijzen aan zijn ex-vriend en zijn Vaderland, zweeg hij.’

Bron
* Dit artikel werd op 19 maart 2012 gepubliceerd op de website Infobae
Moises Asis reageerde op dit artikel: ‘Ik wist dit al 25 jaar. Toen ik destijds in Buenos Aires was, hoorde ik hoe een ex-communist me vertelde dat de Argentijnse communisten wanneer ze door de politie of anderen werden gearresteerd, de opdracht hadden hard te roepen dat ze lid waren van de Argentijnse Communistische Partij, dat hun aanhouding een vergissing was en dat de militairen hen dan uiteindelijk zouden vrijlaten. Dit verbaast me niet; denk aan het historische Molotov-Ribbentrop Pact dat Nazi-Duitsland en de Sovjet Unie destijds tekenden.’

Link
De weblog van Martin Guevara. De neef van ‘Che’ schreef recent op 19 mei jl. nogmaals over de betrokkenheid van Fidel Castro bij de ‘fascistische misdaden’ van de Argentijnse junta.

Carlos Fuentes over ‘de perfecte uitvlucht van Fidel Castro’ (2)

Carlos Fuentes een zijn gedicht over het onbekende karakter van de dood


Groeiende onverdraagzaamheid

Maar er was iets something rotten in dit rijk van Denemarken. De groeiende interne onverdraagzaamheid in naam van staatsveiligheid veranderde al snel in groeiende externe afhankelijkheid ten aanzien van de optie die de Koude Oorlog altijd aanbood aan de Derde Wereld: de Sovjetmacht. De rakettencrisis van 1962 stond op het punt de derde en laatste wereldoorlog te ontketenen. Alleen de vastberadenheid en kundigheid van Kennedy die tegelijkertijd zijn eigen militaire establishment en de avontuurlijke Nikita Chroesjtsjov weerstond, redde ons van de ramp. Maar voor Castro was de teerling geworpen. ´Nikita, mariquita, lo que se da no se quita´ (Nikita, mietje, ooit gegeven is gegeven), geroepen tijdens massale betogingen in de straten van Havana, bleef geen kreet. De steun van Castro aan de Sovjetinvasie van Tsjecho-Slowakije zorgde ervoor dat de overeenkomst definitief werd: van een kolonie van Spanje en de Verenigde Staten, werd Cuba een klant, satellietstaat van de Sovjet-Unie op het Amerikaanse continent. Zoals Turkije de voorpost van de VS was, zo zou Cuba de voorpost in het westen van de Sovjet Unie worden.

Sovjettanks tijdens een militaire parade in Havana (1962)

Economische ramp
De intolerantie, de dissidentenvervolging, Patria o Muerte (Vaderland of de Dood), waren misschien toelaatbaar geweest als de revolutionaire retoriek een minimum van economische efficiëntie had toegevoegd. Zo ging het niet. De revolutionaire economie begon als een ramp en eindigde als een ramp. De enorme productieve krachten van Cuba – intellectueel kapitaal, knappe koppen op economisch gebied, onuitputtelijke rijkdommen, vruchtbare grond – werden opgeofferd voor domme en exotische dogma’s. De agrarische hervorming, vanaf het begin geleid door de intelligente en vaderlandslievende Núñez Jiménez, eindigde in een tegenstelling: in naam van een geschifte ‘gelijkheid’ beroofde ze de steden van agrarische producten en de boer, zonder enige stimulans, staakte de productie; de stad en het platteland werden ten gronde gericht. De grootse op de Sovjet-Unie gebaseerde industrialisatieprojecten, vulden Cuba met oude Russische machines die behalve stokoud ook nog eens ongeschikt waren voor de tropen. De industriële diversificatie vond niet plaats. Terwille van het dogma stierf het kleinbedrijf, het restaurant, de familiezaak. De visrijkdom werd niet benut. Oliebronnen bevonden zich daar niet. Nikkel is alleen de naam voor een muntje van vijf cent van de gringo’s. Zoals altijd, bleef alleen de suiker over.

1961 Nikita Khrushchev en president John F. Kennedy

Afhankelijkheid blijft
Na een halve eeuw Revolutionaire triomf, blijft Cuba een afhankelijke natie. Maar omdat men niet meer op de steun van de Sovjets kan rekenen, deed men een beroep op de weg die ook dictator Batista bewandelde: het toerisme en de prostitutie. De tekortkomingen wijt men aan het Noord-Amerikaanse embargo. Maar Cuba kon rekenen op een jaarlijkse subsidie van miljarden dollars van de Sovjet-Unie. En nu zien we hoe met zichtbaar ongenoegen van Noord-Amerikaanse bedrijven en dankzij de twee meest stomme en arrogante wetgevingsbesluiten van de Verenigde Staten tegen Cuba, Europese investeerders zich haasten om de mogelijke economische ruimte in het  post-Castro tijdperk te vullen. De Helms-Burton wet die sancties oplegt aan buitenlandse beleggers in Cuba, haalt geen onteigende goederen terug naar de Verenigde Staten. Het zou een goede wet zijn die Groot-Brittannië had kunnen gebruiken tegen de VS voor de onteigening van Engelse goederen tijdens en na de onafhankelijkheidsoorlog. En het commerciële embargo dat de VS meer schade toebrengt dan Cuba, geeft Castro mogelijk de perfecte dekmantel voor zijn eigen bestuurlijke inefficiëntie. Castro heeft nooit een tekort gehad aan goede adviezen. Het is voldoende te wijzen op de aanbevelingen van Carlos Solchaga tijdens de regeringsperiode van Felipe González in Spanje: een voortreffelijk plan van evenwicht tussen socialistische principes en efficiënte handelwijzen, een plan met meer evenwicht dan autoritair kapitalisme met een Chinese stijl.

Een billboard tegenover de Amerikaanse vertegenwoordiging in Havana met de toenmalige Amerikaanse president G.W. Bush, de rechts-extremist Posada en Adolf Hitler

Amerikaanse bullebak
Men zou daarom kunnen vermoeden dat Fidel Castro zijn Noord-Amerikaanse vijand als dekmantel nodig heeft om zijn eigen mislukkingen te verdoezelen en om de steun van het volk te behouden tegen het Noord-Amerikaanse imperialisme en misschien ook, om zijn eigen vertrek van deze wereld voor te bereiden midden in een Numancia in vlammen waarin samen met hem -‘Patria o Muerte’- miljoenen Cubanen sterven. Het feit is dat elke keer dat een Noord-Amerikaanse president – Carter, Clinton – een verkennende vredesduif naar Cuba stuurt, Fidel ervoor zorgt dat hij de duif schietend neerhaalt. Fidel heeft daarom waarschijnlijk zijn Amerikaanse bullebak nodig. En in George W. Bush vindt hij die perfecte bullebak, alsof Hollywood hem gestuurd zou hebben. George W. Bush, de evangelische boodschapper van het Goede met hoofdletter G, heeft slechteriken nodig voor zijn grote dramatische theatervoorstelling Axis of Evil / De As van het Kwaad, die, eenmaal begonnen in Irak, niet zal wachten om zich uit te breiden naar Syrië, Libanon, Noord-Korea en op het Amerikaanse continent, naar Cuba.

De Peruaanse schrijver Vargas Llosa (links) en zijn vrouw, Carlos Fuentes, Juan Carlos Onetti, Emir Rodriguez Monegal en Pablo Neruda (rechts) in 1966

Vervalste handtekeningen
Castro, op zijn beurt, kiest het meest kritieke moment aan het einde van de Koude Oorlog om 75 dissidenten vast te zetten en te veroordelen tot in totaal 1.500 jaar gevangenschap. Het gaat verder: hij executeert in totaal drie vluchtelingen die een schip gekaapt hadden om Cuba uit te vluchten. José Saramango, vanouds solidair met de Cubaanse Revolutie, zegt in een eerlijke en vurige verklaring: ‘Tot hier ben ik gekomen, maar niet verder’. Ik leg de grens zelf bij dat moment in 1966 dat de bureaucratie van de Cubaanse literatuur, gemanipuleerd door Roberto Fernández Retamar om zijn bureaucratische promotie te versnellen en ervoor te zorgen dat zijn rechtse verleden vergeten werd, Pablo Neruda en mij veroordeelde voor het bijwonen van een congres van de internationale PEN-Club, toentertijd geleid door Arthur Miller. Dankzij Miller kwamen er voor het eerst schrijvers uit de Sovjet-Unie en Centraal-Europa naar de Verenigde Staten om een dialoog te voeren met hun Westerse partners. Neruda en ik verklaarden dat dit bewees dat op literair gebied de Koude Oorlog te overwinnen was. Maar Retamar kwam met door hemzelf opgestelde verklaring, ondertekend door Cubaanse schrijvers, waarin hij ons beschuldigde te bezwijken voor de vijand. Het probleem, zo vertelde hij ons, was niet de Koude Oorlog maar de klassenstrijd en  wij waren bezweken voor de verleidingen van de klassieke vijand.

Vervalste handtekeningen
Het waren niet deze belachelijke redenen die bij Neruda en mij tot verontwaardiging leidden maar het feit dat Zjdanov Retamar* de namen van vrienden van ons op de lijst had gezet, zoals Alejo Carpentier en José Lezama Lima, die niet eens geraadpleegd waren. Daarnaast werden er namen toegevoegd van anderen die blijkbaar Latijns-Amerikaanse schrijvers wilden voorschrijven waar naar toe te gaan, waar niet naar toe te gaan, wat te zeggen en wat te schrijven. Neruda schaterde om sergeant’ Retamar die ik heb opgenomen in mijn roman Cristóbal Nonato als  El Sargento del Tamal .

Positie Fuentes
Ik behield de positie die ik tot vandaag de dag in stand houd: tegen de onterende en imperialistische politiek van de Verenigde Staten tegen Cuba. En tegen de onterende en totalitaire politiek van de Cubaanse regering tegen zijn eigen burgers.
Ik ben Mexicaan en ik accepteer ook voor mijn land het diktat van Washington niet. Maar ik wil ook niet het Cubaanse voorbeeld overnemen met zijn verstikkende dictatuur zonder pers, opinies, afwijkende meningen of vrije verenigingen. Ik complimenteer Saramango met het stellen van zijn grens. Dit is de mijne: tegen Bush en tegen Castro.

Noot
* Deze tekst schreef Carlos Fuentes voor het tijdschrift Encuentro de la Cultura Cubana en verscheen op 16 april 2003 ook in de Mexicaanse krant Reforma.

NB

Eduardo Galeano (links), schrijver en journalist uit Uruguay met de Cubaanse “Zjdanov’ Roberto Fernández Retamar (1930) in januari 2012 in Havana

De Zjdanovdoctrine of Zjdanovisme was een culturele doctrine opgelegd door de Sovjetautoriteiten. De doctrine werd ontwikkeld door Andrej Zjdanov in 1946. De Zjdanovdoctrine hield in dat de wereld was verdeeld in twee kampen: een imperialistisch deel geleid door de Verenigde Staten van Amerika en een democratisch deel geleid door de Sovjet-Unie. Elk land moest een kant kiezen, neutraliteit in de doctrine was onmogelijk. De Zjdanovdoctrine veranderde snel in een cultureel beleid. Dat hield in dat artiesten, kunstenaars, muzikanten, schrijvers en denkers naar het denkbeeld van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie moesten werken. Dit beleid werd enigszins versoepeld na de aanstelling van Nikita Chroesjtsjov. De resolutie uit 1946 was gericht tegen twee literaire bladen; Zvezda en Leningrad. Deze zouden apolitiek, individualistisch en bourgeois zijn. Carlos Fuentes spreekt in bovenstaand artikel over Zjdanov Retamar, de Cubaanse cultuurpaus die alle zuiveringen in de Cubaanse kunstenaarswereld overleefde en ook nu nog een vooraanstaande rol speelt. In werkelijkheid heet hij Roberto Fernández Retamar.

Snelle groei particuliere eethuizen en slaapplaatsen

In Cuba functioneren op dit moment 1.618 paladaressen of particuliere restaurants en er zijn 5.207 casas particulares of slaapmogelijkheden bij particulieren thuis. Volgens het Ministerie van Toerisme zijn de meesten van ‘hoge kwaliteit’. De Minister van Toerisme verstrekte deze informatie vanwege de Internationale Toerismebeurs FitCuba in Cayo Santa Maria van 8 tot 12 mei.

Paladar Huron Azul

Volgens minister Manuel Marrero is ook de deelname van Cubanen aan het toerisme gegroeid. In 2011 verbleven meer dan een half miljoen Cubanen in een hotel en 800.000 op campings. In 2008 werden het verbod voor Cubanen om hotels te bezoeken, opgeheven. Sindsdien zijn ook de mogelijkheden om de dienstverlening bijvoorbeeld via particuliere eethuizen, te verbeteren, vergroot. In 2010 werd het aantal toegestane zitplaatsen in deze kleine restaurants verhoogd van 12 naar 20. Sinds een jaar is het aantal zitplaatsen verhoogd tot 50 en kunnen eigenaren ook ander personeel dan familieleden in dienst nemen.

Beelden uit de Russische film Soy Cuba (Michail Kalatozov, (1964), die pas na de val van de Sovjet-Unie, in 1995, internationaal werd vrijgegeven.

De Russen komen
Het aantal toeristen uit Rusland kan in het komend jaar stijgen tot 100.000, aldus de Russische ambassadeur in Havana, Mijail Kamynin. Elk jaar steeg het aantal toeristen uit dit land. In 2011 waren er 78.500 toeristen uit Rusland; vier jaar geleden waren het er 40.000. In het eerste kwartaal van dit jaar telde men al 27.800 toeristen uit Rusland. De ambassadeur wees ook op de toenemende belangstelling vanuit Rusland om in de Cubaanse toeristenindustrie te investeren.

Bron
* Encuentro Cubano, Diario de Cuba, Granma