Kunstenaarsbond uitgesloten van debat over nieuwe grondwet

De officiële kunstenaarsbond Unión de Escritores y Artistas de Cuba, UNEAC, heeft gisteren laten weten niet deel te nemen aan het landelijk debat over de komende nieuwe grondwet. Zij roept de leden op zich aan te sluiten bij de debatten in de wijken en bedrijven. Volgens de Cubaanse autoriteiten hebben 7,3 miljoen mensen aan deze debatten deelgenomen die op 15 november worden afgesloten. In de afgelopen weken hebben leden van de UNEAC geprotesteerd tegen het feit dat de organisatie geen rol mag spelen in het debat over de nieuwe grondwet.

uneac-naamplaatjeDe UNEAC zegt in een verklaring: ‘In tegenstelling tot de volksraadplegingen van de afgelopen jaren, nemen de politieke en massaorganisaties die deel uitmaken van onze civil society, niet als zodanig deel aan dit proces’, aldus een communiqué van de leiding van de UNEAC op de website. In de voorbije weken hebben diverse leden van de UNEAC o.a. via hun Facebook geprotesteerd tegen de weigering deel te nemen aan de besprekingen over een nieuwe grondwet. Onder hen is de hoogleraar Economie, Esteban Morales. Hij schreef vorige week een brief aan de vice-minister van Cultuur, Fernando Rojas, waarin hij o.a. een tweet van de vice-minister bekritiseerde. Vice-minister Rojas zei ‘elke elitaire visie die ons probeert te scheiden van ons volk te verwerpen, evenals onverantwoorde criteria en manipulaties die proberen de vermeende schending van de mensenrechten in Cuba, met name die van intellectuelen, te framen.’  In de verklaring van de UNEAC wordt geconstateerd dat de critici die aandringen op debat binnen de bond ‘de autoriteit en het prestige van UNEAC in twijfel hebben getrokken.’ De bond zegt nooit ‘het debat te hebben ontweken, hoe complex het ook mag zijn’ en altijd ‘de cultuur verbonden aan een Revolutie die ruimte biedt voor authentieke artistieke creaties, te hebben verdedigd’. Ook verwerpt de bond ‘de gewetenloze wijze waarom media betaald door de vijand de debatten proberen te beïnvloeden’. De bond spreekt van ‘gezagsondermijnende projecten die proberen ons te verdelen’ en noemt dit ‘een globale koloniale vloedgolf’.

barnet-miguel-uneac

De voorzitter van de UNEAC, Miguel Barnet, is een getrouwe volgeling van het regime.

Kritiek
Esteban Morales noemt het ‘een gigantische politiek fout’ om de kunstenaarsbond UNEAC geen rol te laten spelen in het debat. De historica Gladys Marel García beschuldigt in een protestbrief president Díaz Canel en de leiding van de partij ervan Miguel Barnet (voorzitter van de UNEAC) opdracht te hebben gegeven te voorkomen dat de UNEAC aan het debat deelneeemt. ‘Hij die dit besluit neemt discrimineert ons en schendt de rechten van de collega’s van de schrijversbond’. Schrijver en journaliste Gisela Arandia Covarrubias schreef ook een brief waarin zij de gang van zaken bekritiseerde. Zij wijst erop dat de UNEAC als ngo ‘evenals andere groepen in de samenleving zoals docenten, artsen, juristen, boeren, arbeiders, wetenschappers, studenten, kleine ondernemers, kerken of huisvrouwen’ dezelfde rechten hebben. Arandia benadrukt dat het hier niet om ‘een voorrecht noch een privilege gaat, maar om het recht van deelname.’

grondwet-tekst-vrouwenVolksraaadpleging
Zodra de volksraadpleging op 15 november is afgerond, worden de voorstellen aangeboden aan de Nationale Commissie voor de Grondwetshervorming. Deze zal een nieuw document opstellen en aanbieden aan de Nationale Assemblee die daarover discussieert en haar goedkeuring zal verlenen. In februari zal dit document tijdens een volksraadpleging aan de Cubaanse burgers ter beoordeling worden voorgelegd.

Bronnen
* Persbureau EFE en de website 14Ymedio, 5 november 2018

Linken
* Commentaar van de site Diario de Cuba: Why are members of the UNEAC being left out of discussions on the new Constitution? 31 oktober 2018
De Open Brief van Esteban Morales aan vice-minister Rojas, 30 oktober 2018

Verhuld racisme in nachtelijk Havana (deel 2)

Na de overwinning van Fidel Castro en de Cubaanse revolutie in 1959 wilde de nieuwe natie zich ontdoen van alle slechte erfenissen van het vorige bewind waaronder het racisme. Het werd een gevoelig thema omdat het fenomeen niet met wortel en tak werd uitgeroeid in het binnenste van het revolutionaire socialistische proces in wording. In 2011, 52 jaar na de overwinning van de revolutie, met Fidel ziek in bed en zijn broer aan het roer, keurde het Cubaanse parlement de invoering goed van een reeks door Raúl Castro voorgestelde hervormingen.

jongeren-in-barHet eiland onderging een verandering. Het pakket maatregelen hervormde de sociaal-economische omgeving en vanaf dat moment konden de Cubanen naar het buitenland reizen, een huis of auto kopen en een privéhandeltje opzetten binnen de door de staat vastgestelde marges. Dat leidde tot de bloei van het nachtleven, een kaars die tientallen jaren lang was uitgedoofd. Behalve dat de groei van het privébezit nieuwe richting gaf aan de nachten in Havana en andere opties bood dan een film kijken of op de muur van de Malecón zitten praten en rum drinken, leverde het spijtig genoeg ook de bevestiging dat er een einde was gekomen aan de sociaal-economische gelijkheid.

Klasseverschillen
Sindsdien zijn de klasseverschillen tussen de Cubanen toegenomen. Het daaropvolgend jaar voerde de Cubaanse staat, wellicht geschrokken door de verandering die de hervormingen had teweeggebracht, een nauwkeurige telling uit van populatie en  behuizing en registreerde dat er 11 miljoen 177.743 mensen in het land woonden. Van hen werd 65 procent aangemerkt als blanke, 10,1 procent als zwart en 24,9 procent als kleurling. Ook kwam aan het licht dat 80 procent van de universiteitsstudenten blank is en dat minder dan 10 procent van alle universitair docenten, waartoe Yunior ooit behoorde, zwart is.

estebanmorales

Esteban Morales

‘Onze statistieken kunnen niet kleurloos zijn. Als we in het land 3 procent werkloosheid hebben, moeten we weten welke kleur die werkloosheid heeft. Het is niet hetzelfde om blank en werkloos te zijn als om zwart en werkloos te zijn’, zegt Esteban Morales, universititair docent aan de Universiteit van Havana, op een conferentie over racisme, gehouden in de burelen van de de Unión de Escritores y Artistas /Unie van Schrijvers en Kunstenaars (UNEAC).  Het programma, waarop gedurende enkele maanden analisten en historici van het racisme in Cuba afkwamen, vormt onderdeel van een cyclus van conferenties onder auspiciën van de Stichting Nicolás Guillén en de Commissie José Antonio Aponte, die werken aan de verdediging van raciale gelijkheid en de uitbanning van sporen van discriminatie. ‘Tegenwoordig is de meerderheid van de gedetineerden in Cuba blank, omdat zij degenen zijn die de macht hebben en het hun bedrijven zijn die aan lager wal raken. De zwarten staan in de keuken, ze zijn geen baas, geen directeur, geen voorzitter van de raad van bestuur. Hier zie je de waarheid over de ongelijkheid die in ons land is ontstaan’, zegt Morales.

racismeOpgelaten

Toen Yunior begon met zijn werk bij de bar, was de staf nog niet compleet en er waren nog enkele onopgeloste kwesties van vormgeving en architectuur voordat de zaak klaar zou zijn voor de opening. De eigenaar van de bar kende aan Yunior de ‘rang’ toe van hoofd beveiliging, omdat hij als eerste was aangenomen, maar hij droeg hem de taak op om nog drie imponerende zwarte Cubanen te zoeken om de beveiligingsgroep te completeren. ‘We zijn met z’n vieren en we werken bij toerbeurt. We werken in duo’s, maar soms werken we een avond met z’n drieën’, vertelt Yunior, en met een opgelaten gezichtsuitdrukking voegt hij eraan toe dat zij de enige zwarten in de zaak zijn. Juan Carlos Albizu-Campos, docent aan het Centrum voor Demografische Studie, beweerde het volgende in de conferentiecyclus over racisme: ‘Het zijn steeds vaker de blanken die de beslissingen nemen over raciale kwesties in Cuba. Het is één ding om kansen te bieden, en een ander om ze te kunnen grijpen’.

racisme-havana- 3 jongens-piet-nelissen

Foto: Petrus Nelissen

Zwarten demoniseren
‘Als zwarte Cubanen het niet bij daglicht doen, doen ze het wel in het donker’, zegt Yunior. Zijn antwoord is een uitdrukking uit het Cubanismo-jargon dat zwarten bedoelt te criminaliseren en te demoniseren vanwege slechte fatsoensnormen. ‘Zo werkt het spijtig genoeg in dit land: als zwarten niet goed gekleed komen, zijn ze niet welkom. Daarentegen kan een blanke in korte broek en op slippers komen en dat maakt het niet uit’, zegt Yunior op een stoel bij de deur van zijn huis, zijn blik gericht op een bepaald punt in de straat. Door zijn blikveld lopen twee meisjes met het gezicht van twintigers die het aangrenzend huis binnengaan, een cafetaria dat eigendom is van zijn buurvrouw. Het houten uithangbordje van ‘Doña María’, zoals de vrouw heet, biedt: pizza, fruitsappen en frisdrank. De meisjes overleggen even en kiezen; eentje loopt naar de toonbank en bestelt voor beiden. Maria zegt: ‘Jullie hebben die huidskleur waar mannen gek op zijn, die kaneelkleur. Zoek blanke echtgenoten zodat jullie niet achter het net vissen’.

Bron
* Abraham Jiménez Enoa, website Vice, 7 augustus 2017

Kunstenaars bekritiseren ‘de culturele oorlog’ van de VS

Twee officiële kunstenaarsorganisaties, de Unión de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC, voor schrijvers en kunstenaars) en de Asociación Hermanos Saíz (musici) beschuldigen de VS aanstichter te zijn van ‘een culturele oorlog’ en van ‘symbolen’ tegen Cuba.  Zij waarschuwen dat ‘elke naïviteit in dit opzicht de soevereiniteit en de onafhankelijkheid’ van het land duur kan komen te staan. Donderdag 21 oktober werd in Cuba de Dag van de Nationale Cultuur gevierd vanwege het feit dat op deze dag in 1868 het volkslied van het land in de stad Bayamo, voor de eerste maal werd gezongen.

bayamo-animatiefilm-liberacion20102016

In 1868 klonk in Bayamo voor de eerste maal het Cubaanse volkslied. Ter gelegenheid daarvan werd een animatiefilm gepresenteerd over deze historische gebeurtenis.

‘Het is duidelijk dat de culturele oorlog en de symbolen waarmee we worden geconfronteerd samenvallen met een expliciet plan van de Amerikaanse leiders en documenten van de strijdkrachten van dit land,’ aldus de boodschap van deze twee organisaties die op de Dag van de Cubaanse Cultuur werd afgedrukt in de officiële pers. In het oorlogsjargon van het regime wordt gesproken over pogingen ‘de eenheid op te blazen’, ‘twijfels te zaaien’ en het activisme te ontmoedigen. ‘Hoewel zij die ons aanvallen niet in staat blijken het compromis van de kunstzinnige en intellectuele voorhoede van de Cubaanse Revolutie te doorbreken, geven zij hun pogingen niet op,’ aldus de verklaring. Er wordt aan toegevoegd dat ‘elke naïviteit in dit opzicht de soevereiniteit en de onafhankelijkheid’ van het land duur kunnen komen te staan. In de verklaring wordt er op gewezen dat ‘de historie ons heeft bewezen dat het onmogelijk is dat een socialistische revolutie overleeft als deze niet wordt begeleid door een verregaande culturele transformatie die begint bij het gezond verstand.’

los-aldeanos3

De ‘ondermijnende’ rap van Los Aldeanos

Schild en zwaard
Ook wordt ex-president Fidel Castro geciteerd die de cultuur omschreef als ‘het schild en het zwaard van de natie’ en de huidige president Raúl Castro, die kortgeleden waarschuwde dat de Cubaanse cultuur dubbel wordt bedreigd, namelijk door ‘gezagsondermijnende projecten’ en door de ‘de globaliserende golven van kolonialisme.’ De intellectuelen waarschuwen ook voor het economisch embargo van de VS dat al 50 jaar bestaat en volgens hen heeft het geweld van dit embargo ‘op directe wijze’ de Cubaanse cultuur doen lijden. De beide kunstenorganisaties hebben in de afgelopen periode o.a. gewaarschuwd tegen de verderfelijke gevolgen van het half-legale Pakket, muziek van bepaalde rapgroepen als Los Aldeanos, hip-hopgroepen, Haloween, schotelantennes en opzichtige kleding met bijvoorbeeld de Amerikaanse vlag.

Bron
* Persbureau EFE

Link
* De verklaring van de twee officiële cultuurorganisaties in Juventud Rebelde: la cultura en el corazon mismo de la nación, 20 oktober 2016
* Youtube: Het Cubaanse volkslied (inclusief de tekst)

Castrisme vreest ‘de rijkdom’ van kleine zelfstandigen

Sinds de presentatie van de partijbesluiten, samengevat in Conceptualización del Modelo Económico en Social Cubano de Desarrollo Socialista*, is artikel 104 over het niet toestaan van concentratie van eigendom en rijkdom, vermoedelijk het meest besproken artikel. De onafhankelijke journalist Orlando Freire Santana beschrijft de vrees voor verrijking van de pas ontstane nieuwe groep van kleine ondernemers of cuentapropistas. Hij vraagt zich af of maatregelen tegen de verrijking ook zullen gelden voor de groeiende toplaag met nieuw geld in Cuba.

cuentapropista-niuris-higueras-propietaria-del-restaurante-atelier-de-la-habana-en-marzo-de-2016

Cuentapropista Niuris Higueras, eigenaresse van het Restaurante Atelier in Havana

Tijdens geen enkele partijvergadering bleef artikel 104 buiten de discussies. En het ergste voor de voorstanders van hervormingen is dat in de meeste gevallen steun werd betuigd aan het regeringsstandpunt dat zelfstandigen die los van de staat opereren, zich niet mogen verrijken. Dat is in elk geval het beeld dat de staatsmedia benadrukken in berichten over debatten over Conceptualización y el Plan Nacional de Desarrollo Económico y Social hasta el 2030. In Santa Clara bepleitte men bijvoorbeeld tijdens een vergadering van de Poder Popular / Gemeenteraad ‘de uitbreiding van nieuwe rijken in Cuba te voorkomen.’ In dezelfde stad maar tijdens een bijeenkomst van journalisten werkzaam bij de officiële media was men het eens over een onderzoek naar de vraag ‘hoever men de concentratie van de rijkdom gaat toestaan om te voorkomen dat mensen denken zich te kunnen verrijken op kosten van het volk’. In andere gevallen verscholen de aanvallen op de rijkdom zich achter loftuitingen op de weldaden van het socialisme. Zoals tijdens een bijeenkomst van de Sindicato Nacional de Hotelería y Turismo / Nationale Bond voor het Hotelwezen en Toerisme toen men concludeerde dat het ‘ontoelaatbaar is dat de concentratie van rijkdom tegen de principes van het socialisme ingaan.’

uneac-september2016-over-pcc-documenten

In september jl besprak de kunstenbond UNEAC de partijdocumenten. Achter de microfoon met bril voorzitter Miguel Barnet.

En de werknemers in de gezondheidssector in Bayamo eisen dat ‘de Staat de concentratie van eigendommen en rijkdom in natuurlijke of juridische personen en niet behoren tot de Staat, regelt volgen de principes van het socialisme.’ De kunstenbond Unión Nacional de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC), met voorzitter Miguel Barnet en de huidige Minister van Cultuur, Abel Prieto, op de eerste rij in de bijeenkomst, suggereert dat ‘het werk als cuentapropista of zelfstandige kleine ondernemer aan niemand de ruimte moet geven zich persoonlijk te verrijken.’

Productie ontmoedigen
Zij die zo denken schijnen te vergeten dat dergelijke dreigementen de wens van kleine ondernemers of cuentapropistas, landbezitters en leden van coöperaties om te produceren kan frustreren. Niemand kan immers rustig slapen als de dreiging bestaat dat zijn zaak zal worden geliquideerd door de staat.

winkel-huishoudelijke-apparaten-in-1968-genaast

Casa Rivero in Havana was een bekende zaak voor huishoudelijke artikelen. De winkel werd in 1968 genaast.

Verder maakt het angstig als onbekend blijft welke mechanismes de regering zal gebruiken om de bedoelde verrijking tegen te gaan. Er zou sprake kunnen zijn van indirecte maatregelen of economische ingrepen – het minst traumatisch – maar men moet ook beangstigende ingrepen niet uitsluiten via directe of administratieve maatregelen in de stijl van het Ofensiva Revoluciónaria / Revolutionaire Offensief van 1968**.

Logica van de ideologie
Zolang de economische logica gehinderd wordt door de logica van de economie en zolang de veranderingen op het eiland geremd worden door de afkeer van hardliners uit de Cubaanse Nomenklatura, zullen de economische hervormingen niet verder komen. Men zou de Cubaanse machthebbers moeten uitleggen hoe achterlijk China was in de periode voorafgaand aan de periode van Deng Xiao Ping en het waarom: om een kleine groep Chinezen te verbieden rond te rijden in moderne auto’s, veroordeelden de maoïsten 800 miljoen Chinezen tot het gebruik van fietsen.

antonio-castro-turkije-juni2015-3

Op de foto: Fidel’s zoon Antonio (in paars shirt) tijdens een luxe-vakantie met een groep vrienden in Turkije in 2015. In een reactie op de website Diario de Cuba wordt op deze verrijking van het ‘nieuwe geld’ in Cuba gedoeld. ‘We zullen zien of de maatregelen tegen de verrijking zullen worden toegepast op allen of enkel gelden voor hen aan de onderkant. Al vele jaren hebben zij aan de top jachten, bankrekeningen en woningen in Europa’, aldus een reactie van een sitebezoeker onder het artikel van Orlando Freire Santana.

Toplaag
De Cubaanse autoriteiten hebben ook hun gewoonte nog niet verloren de eigen concepten en wijzen van regeren te exporteren. Denk aan de export van de guerrilla in de jaren zestig en het model ter controle van de samenleving zoals die van de Chavisten in Venezuela. President Raúl Castro veroordeelde nog onlangs in september tijdens de Conferentie van de Niet-Gebonden-Landen op het eiland Margarita in Venezuela de rijkdom in de wereld (verkregen door anderen natuurlijk). Volgens de Cubaanse regering ‘heeft de internationale economische orde door de grootmachten geleid tot een wereld waar 360 personen een jaarlijks rijkdom bezitten die even groot is als de inkomsten van 45% van de wereldbevolking.’ Men zou de generaalpresident zijn opinie moeten vragen naar zijn mening over de fortuinen die boven water komen in totalitaire samenlevingen als presidenten en andere machthebbers worden vervangen.

 

Bron
* Orlando Freire Santana op de website Diario de Cuba, 4 oktober 2016

Noten
* De teksten van de resoluties over de twee partijdocumenten: Conceptualización del Modelo Económico y Social Cubano de Desarrollo Socialista en het Plan Nacional de Desarrollo Económico y Social hasta 2030 Conceptualización-Modelo-Economico-Social-Cubano-Desarrollo-Socialista.pdf
** Revolutionair Offensief: Fidel Castro rekende in 1960 met de particuliere onderneming af toen hij de grote bedrijven nationaliseerde. Daar kwam in 1968 de onteigening van alle kleine bedrijven, cafés, nachtclubs en winkels bij tijdens het zogeheten Revolutionair Offensief. 

‘Fidel is bron van onuitputtelijke kennis’

Fidel Castro is een ‘onuitputtelijke bron van kennis tot wie men altijd kan terugkeren om nieuwe kennis op te doen’, aldus de ex-minister van Cultuur, Abel Prieto tijdens het Tweede Internationale Congres van Onderzoekers naar de Jeugd, vorige week  in Havana. Prieto, adviseur van Raúl Castro, riep nieuwe generaties op ‘de ideeën te bestuderen’ evenals teksten van de dictator die op 13 augustus 90 jaar wordt.

fidel-castro-jongeren-december2014

Fidel Castro spreekt met schoolkinderen, december 2014

De officiële journalist Katiuska Blanco, biograaf van Fidel Castro, zei verder dat de voormalige leider ‘nog steeds jong blijft vanwege zijn idealen, zijn revolutionaire geest en zijn eeuwige bereidheid zichzelf en anderen te veranderen’. Beide functionarissen spraken tijden het congres waar 250 personen uit 16 landen aan deelnamen. Een van de workshops luidde: Fidel Castro en de politiek tegenover de jeugd van Cuba.  De pogingen de persoon van Fidel Castro te promoten volgen na een golf van kritische beschouwingen in de staatsmedia waarin de toespraak van president Obama in het Gran Teatro van Havana doelwit was. De Amerikaanse president richtte zich juist op dit segment van de Cubaanse samenleving en riep jongeren op iets nieuws op te bouwen. Hij verdedigde de democratische waarden en verzond een boodschap van geloof in de vooruitgang, de verzoening en de emancipatie op eigen kracht.

Rechtvaardiging
Blanco benadrukte dat Fidel Castro zich voortdurend druk maakt over de rechten van kinderen en jongeren ‘op gratis onderwijs en onderwijs met kwaliteit’ evenals het recht op recreatie en sportbeoefening.  Juist de gezondheidszorg en het onderwijs zijn de twee aspecten vaan de Cubaanse samenleving die het Cubaans regime gebruikt om zijn aparte visie op de mensenrechten te rechtvaardigen waarbij vrijheid van meningsuiting, van vereniging, het recht je te manifesteren en andere rechten worden uitgesloten. Zo probeerde Raúl Castro zich ook te verdedigen tijdens zijn persconferentie in Havana op 21 maart samen met Obama.

kunstwerk-marti-comandante-03042016

Dit schilderij Marti Comandante werd aan Fidel Castro gezonden. Achter applaudiserend staat Abel Prieto

Teleclases
Fernando Vecino Alegret, ooit 30-jaar lang Minister van Hoger Onderwijs, herinnerde aan de experimenten in de onderwijssector die op bevel van Fidel Castro werden uitgevoerd. Enkelen daarvan, zoals de zogeheten ‘teleclases’ droegen bij aan een ernstig niveauverlies van deze onderwijssector. Met teleclases zou, aldus Fidel, elke stad in Havana zijn eigen Universiteit bezitten. De vicevoorzitter van de officiële schrijversbond Unión de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC), Luis Morlote, en de onderdirecteur van het Centro de Estudios sobre Juventud / Centrum voor Studie van de Jeugd, Keyla Estévez, zeiden dat Fidel Castro een beleid voerde waarbij jongeren en kinderen volledige rechten kregen en een rol zouden kunnen spelen bij de culturele ontwikkeling van het land. Na afloop zonden de aanwezigen een plastiek van de Cubaanse kunstenaar Kamyl Bulludy aan Castro met de getiteld Martí Comandante,  als ‘bewijs van erkenning van de nieuwe generaties en de deelnemers aan het congres’.

Bron
* Diario de Cuba, 2 april 2016

Cubaanse dichter Rafael Alcides krijgt geen visum van VS

De Amerikaanse ambassade in Havana heeft de Cubaanse dichter Rafael Alcides een visum voor de VS geweigerd omdat hij mogelijk ‘een emigrant’ zou zijn. Dat meldde zijn vrouw,  de blogger Regina Coyula. Alcides was uitgenodigd door de Fundación Vista die hem en de schrijver Manuel Díaz Martínez, woonachtig in Spanje, wilde eren. In december werd Alcides onderscheiden met de Nationale Prijs voor Nationale Literatuur Gastón Baquero.

Rafael-Alcides-schrijver

De dichter Rafael Alcides  (Foto:Regina Coyula)

In een kort onderhoud zei een functionaris van de ambassade dat men Alcides beschouwde als een mogelijke emigrant omdat hij een zoon heeft wonen in de VS. Daarom werd hem een visum geweigerd. ‘Kom binnen een jaar terug,’ zei men hem aan heet einde van het onderhoud. De dichter weigerde commentaar te geven op de beslissing van de vertegenwoordiging van de VS.

Het houten been
Alcides (82) werd in 1933 in Bayamo geboren en begon zijn literaire activiteiten bij het tijdschrift Ciclón. Hij wordt beschouwd als een van de grootste Cubaanse dichters uit de zogeheten Generatie van Vijftigers. Hij publiceerde gedichten als Himnos de montaña (1961), Gitana (1962) en zijn bekendste gedicht La Pata de Palo / Het houten Been (1967). In 1983 verscheen zijn dichtbundel Agradecido como un perro, maar op dat moment werd hij binnen Cuba al omgeven door een institutioneel stilzwijgen vanwege openlijke kritiek op de Cubaanse regering. In 1993 verbrak de officiële uitgeverswereld in Cuba alle contacten met hem en daaropvolgend trok hij zich via een Open Brief terug uit de staatsorganisatie van kunstenaars Unión de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC)

cover-la-pata-de-palo-alcidesVerklikkers
Tijdens een bijeenkomst van de organisatie van onafhankelijke schrijvers Club de Escritores Independientes de Cuba (CEIC), gehouden in Havana eind mei van dit jaar, zei de coördinator van CEIC, Víctor Manuel Domínguez, dat ‘de officiële uitsluiting en de manipulatie van zijn werk’ bewezen dat ‘de censoren, de ideologische verklikkers en politieke commissarissen die Rafael Alcides de mond willen snoeren….hebben gefaald.’

Bron
* Website 14ymedio, 2 maart 2016

Link
* De website Cubaencuentro over La pata de palo / Het houten Been, 3 augustus 2012

Geen plaats voor ‘vijanden van de Revolutie’ in Cubaanse filmbond

De voorzitter van de Cubaanse filmbond ICAIC, Instituto Cubano del Arte e Industria Cinematográficos, heeft naar aanleiding van een bijeenkomst van kritische cineasten vorige week zaterdag, verklaard dat er binnen de organisatie ‘geen ruimte is voor de vijanden van de Revolutie.’

icaic-hoofdkantoor-havana

Het kantoor van de filmbond ICAIC

‘Het uitgangspunt in het debat dat wij hebben verdedigd is, was en zal ondubbelzinnig revolutionair zijn,’ aldus de verklaring. ‘Wij werken, samen met andere organisaties en instituten van de Staat om oplossingen te vinden voor de problemen van de audiovisuele kunst, vanuit een antikoloniaal, anti-imperialistisch en socialistisch perspectief.’ De verklaring verschijnt enkele dagen nadat activisten als Eliécer Ávila door functionarissen van ICAIC werden gedwongen de bijeenkomst van filmmakers te verlaten. De cineasten bespraken daar o.a. de tekst van een solidariteitsverklaring voor de gecensureerde theaterdirecteur Juan Carlos Cremata. Ook werd tijdens deze bijeenkomst gesproken over censuur en zelfcensuur.

Huurlingen
‘Vorige week zaterdag 28 november verwierpen wij de aanwezigheid van verschillende huurlingen in het cultureel centrum Centro Cultural Fresa y Chocolate van de ICAIC, waar een bijeenkomst van cineasten plaatsvond in samenwerking met hun organisatie. Geen enkele organisator van deze samenkomst van cineasten had hen (de huurlingen c.q. mensenrechtenactivisten) uitgenodigd en hun aanwezigheid vormde een provocatie en een opzetje om deze ruimte te gebruiken als platform voor proselitisme en legitimatie,’ aldus de verklaring die onderstreept dat ICAIC ‘consequent de cultuurpolitiek van de Revolutie zal voortzetten’.

logouneac2011-50jaarSteun van Kunstenbond UNEAC
De voorzitter van de officiële kunstenbond UNEAC, Miguel Barnet, reageerde met verontwaardiging op de incidenten die in het gebouw van Fresa y Chocolate plaatsvonden, toen ‘huurlingen binnendrongen in een culturele ruimte van revolutionaire kunstenaars’. (…) ‘Wij mogen niet accepteren dat de contrarevolutie zich mengt met onze kunstenaars in een ruimte van vrijheid en dialoog, gebaseerd op de culturele politiek van de Revolutie, vanaf Las palabras a los intelectuales/De woorden aan de intellectuelen,’ aldus Barnet.*

Bron
* Diario de Cuba

Noot

* Las Palabras a los Intelectuales / Woorden aan de Intellectuelen
Op 16, 23 en 30 juni 1961 werden drie bijeenkomsten georganiseerd van Cubaanse kunstenaars met de Cubaanse leider Fidel Castro. Hij gaf daarbij aan hoe vrij de Cubaanse kunst zou zijn met de woorden Dentro de la Revolución todo y contra la Revolución nada of Binnen de Revolutie alles en tegen de Revolutie niets.