Voor een pers zonder stilzwijgen (deel 2)

Aan de andere kant vraagt een deel van de vakbond, niet op het congres vertegenwoordigd en bestaande uit journalisten die voor onafhankelijke media werken of eigen media beheren, al jaren om een perswet die de uitoefening van de journalistiek buiten de strikte staatsmedia, mogelijk maakt. Ze willen wettelijke erkenning van hun werk, zodat ze niet in de gevangenis belanden.

upec-sluiting-diaz-canel2-14072018

President Diaz Canel sprak op het UPEC-congres de slotrede uit. ‘Los periodistas cubanos tienen el mérito indiscutible de haber sostenido la voz de la nación’ – ‘Cubaanse journalisten hebben de onbetwiste verdienste de stem van het volk te hebben ondersteund’.

Zij zijn de grote afwezigen en worden het meest getroffen door de mogelijke resultaten. Men verwacht dat dit congres erop is gericht de rijen te sluiten en degenen die banden onderhouden met de onafhankelijke pers of blogs, kranten en websites te veroordelen.
Ook zullen zij getroffen worden die taboe-onderwerpen aanroeren zoals het geweld op straat, de uitwassen van de geheime diensten, de bestuurlijke corruptie of milieuvervuiling, etcetera. Maar de deelnemers aan dit congres van de UPEC hebben zelf niets gepubliceerd over de meest urgente problemen die het eiland in de afgelopen weken hebben geschokt. Heeft een van hen de luchtvaartmaatschappij Cubana de Aviación gevraagd naar de details van de overeenkomst tussen dit staatsbedrijf, dat een 38 jaar oud toestel huurde van een Mexicaanse maatschappij, die wordt geplaagd door onregelmatigheden? Hebben zij informatie ingewonnen over de netelige kwestie van de schadeloosstelling van de families van de slachtoffers bij de vliegramp van begin mei toen dit toestel neerstortte?

upec-ana-teresa-badia-specialist14072018

Communicatie-expert Ana Teresa Badia over de snelheid van het nieuws. ‘Steeds vaker verliezen praktijken om informatie achter te houden, hun betekenis.’ Volgens Badía is vernieuwing van de discussie over de media noodzakelijk en moeten ‘de criteria die we nu hebben voor nieuwsfeiten, worden geactualiseerd.’

Kritische vragen
Wie van deze afgevaardigden legde zijn oren te luisteren bij de debatten achter gesloten deuren over de nieuwe grondwet van de Republiek? Of heeft minstens één regel gepubliceerd over de diefstal van duizenden dollars waar tientallen Cubaanse artsen in Venezuela slachtoffer van werden? Hoeveel van hen hebben hun hoofdredactie verzocht toestemming te geven voor een reportage over de nieuwe migratieroute die duizenden Cubanen naar Chili, Uruguay en Brazilie hebben gevonden om Cuba te ontvluchten.

Nee

13 de marzo victimas

Enkele slachtoffers van de gewelddadige actie tegen de veerboot 13de Marzo. Drie Cubaanse vaartuigen ramden op 13 juli 1994 een veerboot met Cubanen die hun land wilden ontsnappen. Zij zetten hogedrukspuiten in tegen de passagiers op het dek en vervolgens kapseizde de boot; 41 mensen verdronken waaronder 23 kinderen.

Zijn er congresafgevaardigden die gedacht hebben aan een journalistiek verslag over deze tragedie of die de telefoon hebben gepakt om een ministerie een serie vragen voor te leggen? Heeft een van hen om een interview gevraagd met de nieuwe leider van het land om hem te vragen welke plannen hij heeft met het land? Al deze vragen kunnen met Nee worden beantwoord. Alle journalisten die in het Palacio de Convenciónes aanwezig waren hebben gezwegen. Zij keken de andere kant uit en zij hebben geprobeerd de machthebbers niet te ontrieven. Het thema van het congres, luidde enigszins hooghartig: ‘De waarheid heeft ons nodig.’ In werkelijkheid zijn zij degenen die de waarheid nodig hebben en die achter de feiten zouden moeten aangaan.

Bron
* Yoani Sánchez, 14 juli 2018

Link

* De officiele website CubaInformación over de transformatie van het Cubaanse persmodel plus een serie besluiten van het UPEC-congres, 14 juli 2018.

Voor een pers zonder stilzwijgen (deel 1)

Eén van de twee was twee jaar werkloos geweest. De ander ging naar Miami en werkt, volgens de Cubaanse regering, voor de pers van het imperialisme, terwijl de derde korte berichten maakt voor een lokaal Cubaans radiostation en droomt van onderzoeksjournalistiek. Alle drie zijn afgestudeerd aan universiteiten op het eiland, zijn talenvolt en willen dingen doen, maar hen rest slechts beroepsfrustratie.

granma-voorpagina-19april2018

‘Opnieuw een 19e april vol successen’

Vrijdag begon in Havana het congres van de Unie van Journalisten van Cuba (UPEC) in Havana, waar 267 verslaggevers, redacteuren, fotojournalisten en nieuwsdirecteuren uit het hele land bijeenkwamen. De bijeenkomst vond plaats tegen de achtergrond van verwachtingen die variëren van het ene uiterste tot het andere. De slotverklaring kan een vernieuwingsimpuls betekenen voor de pers of is een keurslijf, nog strakker dan de huidige beroepsuitoefening al is.

Ingewikkeld scenario
Zoals tijdens elk conclaaf van UPEC zal de roep klinken naar een doortastender journalistiek die dichter bij de werkelijkheid staat. Zal de eis klinken om nieuwsredacties meer toegang te geven tot officiële informatie en om de lokale pers een grotere redactionele autonomie te geven. De sector, die zo geplaagd wordt door buitensporige ideologische controle en materiële instabiliteit, snakt naar modernisering. Het congres kon niet ontkomen aan de verplichte eerbied als het bij de opening wordt opgedragen aan Fidel Castro Ruz, een hardnekkig roofdier van de persvrijheid en de belangrijkste architect van vele problemen waar de leden van dit gilde de afgelopen halve eeuw, onder leden. Maar naast deze formaliteiten, meer ingegeven door opportunisme dan door geloof, vindt dit congres plaats binnen een ingewikkeld scenario.

pers-upec-congres13072018

Afgevaardigden van de provincie Santiago de Cuba tijdens het congres van de officiële journalistenbond UPEC.

Censuur en intimidatie
De journalisten die in het Palacio de los Convenciónes bijeen zijn, wisselen van gedachten in een tijd waarin de censuur tegen El Paquete (een video- en televisie-aanbod dat via de informele markt via usb-sticks aan de Cubaanse consument wordt aangeboden, redactie) toeneemt, er nieuwe obstakels worden opgeworpen voor artiesten om in particuliere gelegenheden op treden en de intimidatie van onafhankelijke verslaggevers toeneemt. Al deze gebeurtenissen suggereren dat de regerende partij door intimidatie de ruimte wil terugwinnen die de laatste jaren bij de verspreiding van content en nieuws verloren is gegaan. UPEC heeft ook een ontmoeting met president Miguel Díaz-Canel, die enkele weken na zijn aantreden ambivalente uitspraken deed over de media. Enerzijds riep hij journalisten op om dieper in te gaan op kwesties met betrekking tot de Cubaanse realiteit, anderzijds presenteerde hij zich als de onverbiddelijke hoeder van de revolutionaire pers, die demoniseert en dreigt een einde te maken aan media die buiten de controle van de Cubaanse Communistische Partij vallen.

granma-bezoek-fidel-Granma-Jorge Enrique Mendoza-directeur

Fidel Castro – ook wel Soldaat met de Pen ggenoemd – bezoekt het redactielokaal van Granma, naast hem Jorge Enrique Mendoza, directeur.

Soldaat met de pen
Tijdens dit congres zou een nieuwe etappe kunnen worden toegevoegd aan het informatiebeleid en zou men – bij gebrek aan een succesvol systeem dat kan wijzen op tastbare resultaten en in afwachting van een diepe economische crisis – kunnen kiezen voor een beleid waarbij de krantenkoppen prioriteit krijgen boven de werkelijkheid, de ideologische component van de media wordt versterkt en een nieuwe inzet van persprofessionals wordt geeist die zich zouden moeten gedragen als ‘soldaten van de pen’ in plaats van als enthousiaste nieuwsmakers. Op hun beurt eisen journalisten die in de officiële media werken betere garanties om hun werk te doen, maar velen van hen eisen ook dat andere informatieverstrekkers, die zij slecht opgeleid of ideologisch verwerpelijk vinden, worden geëlimineerd.

Bron
* Yoani Sánchez, website 14ymedio, 14 juli 2018

Journalistenbond ontneemt kritische collega lidmaatschap

De ethische commissie van de officiële journalistenvakbond Unión de Periodistas de Cuba (UPEC) heeft radiojournalist José Ramírez Pantoja in Holguín voor vijf jaar geschrapt als lid van de bond. Hij kan in beroep gaan bij het congres van de UPEC.

radio-holguin-ramirez-pantoja-holguin-verdadecuba-facebook

Ramirez Pantoja

De Comisión Nacional de Ética (CNE) van de journalistenbond zegt dat Pantoja zich na vijf jaar weer bij de UPEC kan melden als lid, onder twee voorwaarden: hij moet werkzaam zijn bij een medium en ethisch en professioneel gedrag getoond te hebben, in overeenstemming met het reglement en de voorschriften van de bond, aldus een collega van Ramírez Pantoja die anoniem wil blijven. In het kader van het onderzoek naar het gedrag van Pantoja reisde op 7 september de voorzitter van de ethische commissie en tevens vooraanstaand commentator van de partijkrant Granma, Luis Sexto, naar Holguín en sprak daar met Pantoja. Deze was na een uitspraak van de provinciale ethische commissie in beroep gegaan bij de landelijke commissie. De provinciale commissie had aangedrongen op schorsing als vakbondslid voor onbepaalde tijd. De anonieme bron zei tegen de website Cubanet: ‘De uitspraak van de nationale commissie is veel drastischer dan die van de provinciale commissie omdat in het laatste geval Pantoja zich binnen een bepaalde periode weer bij de UPEC kan aanmelden als lid.’

Geen commentaar
Hij wijst er ook op dat de ethische commissie niet coherent is in haar uitspraken omdat Luis Sexto, op 22 september in een programma van Radio Rebelde, nog pleitte voor een nationale pers zonder censuur en stimulator van het debat en de polemiek met een verknochtheid aan de waarheid. ‘Het is duidelijk dat Luis Sexto met twee tongen spreekt en een verschil maakt tussen zijn woorden en zijn daden want in de praktijk straft hij een journalist die de polemiek zocht, gebaseerd op de waarheid. Sexto is geen man die handelt naar zijn opvattingen en dat is van zijn kant niet ethisch,’ aldus de anonieme bron. De website Cubanet belde met het kantoor van de UPEC in Holguín, maar deze weigerde commentaar.

silvio-rodriguez

Silvio Rodriguez

Solidair
Pantoja werd ontslagen bij Radio Holguín omdat hij op zijn persoonlijke blog (Verdadecuba) de tekst van Karina Marrón González, onderdirecteur van de partijkrant Granma, uitgesproken tijdens een  bijeenkomst op 28 juni van de journalistenvakbond UPEC, afdrukte. Marrón González wees op de mogelijkheid van sociale onrust in het land als de economische crisis zou voortduren. Diverse journalisten op het eiland en Cubaanse artiesten, onder wie de regimevriendelijke zangers Silvio Rodríguez en Vicente Feliú hebben hun openlijke steun betuigd aan Ramírez Pantoja.

Bron
* Cubanet, 29 september 2016

Link
* Fernando Ravsberg pleit voor ontslagen journalist. Zie deze Cubaweblog van 19 augustus 2016

Journalistenbond suggereert verbanning kritische journalist

Volgens de oud-correspondent van de BBC in Havana, Fernando Ravsberg, voert de officiële journalistenbond van het regime, de Unión de Periodistas de Cuba (UPEC), een campagne tegen zijn weblog Cartas desde Cuba. De vicevoorzitter van de UPEC, Aixa Hevia, ‘suggereert weinig subtiel’ dat de regering hem zal uitwijzen omdat zijn journalistiek fatsoenlijke burgers ergert’. Ravsberg nam het eerder op voor de ontslagen journalist José Ramírez Pantoja, werkzaam bij Radio Holguín.

ravsberg-gesprek-la jovencuba

Ravsberg wordt geïnterviewd door een redacteur van het blog La Joven Cuba. (LJC)

Citaat van de vakbondsbestuurder Hevia: ‘Het lijkt erop dat de handelwijze van deze Uruguayaanse ‘professional’ fatsoenlijke mensen begint te ergeren (….) nu er op digitale fora oproepen verschijnen deze persoon die voortdurend als een kameleon van schutkleur wijzigt, het land uit te zetten.’ Ravsberg zegt dat ‘Aixa de geschiedenis zal ingaan als de enige leider van een journalistenvereniging ter wereld die de autoriteiten verzoekt om een collega uit te stoten.’ Ravsberg bekritiseert ook de aanval van Hevea op de ontslagen journalist José Ramírez Pantoja. Die wordt verweten teksten gepubliceerd te hebben ‘die onthaald werden door de media in Miami.’ Ravsberg spreekt van een vuile beschuldiging en noemt deze dubbelvuil omdat hij afkomstig is van de vicevoorzitter van de UPEC, ‘een verband dat juist de rechten van journalisten zou moeten verdedigen’ en hij citeert een uitspraak van Joseph Goebbels: ‘Als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt, zal er altijd wat onder de bevolking van blijven hangen’ en in dit geval is er ‘geen betere leugen mogelijk dan de persoon in kwestie in verband te brengen met Miami’.

boekomslag_cancion_hombre_nuevo

Lied voor de Nieuwe Mens

Nieuwe journalistiek
Fernando Ravsberg citeert ook Che Guevara die in de brochure Het socialisme en de Nieuwe Mens’ waarschuwt voor het ontstaan van een pers die parasiteert op de macht. ‘Wij moeten geen functionarissen aanstellen die zich dociel ontwerpen aan het officiële denken’, aldus Guevara. Ravsberg herinnert ook aan een opmerking van Raúl Castro die journalisten in 1980 oproep een kritische rol te spelen: ‘journalisten schrijven kritieken en de Partij zal hen steunen.’ Ravsberg wijst er op dat verbanning uit Cuba, zou betekenen dat men mij moet beschuldigen ‘een huurling’ te zijn, maar ‘ik ontvang niet meer geld dan mijn salaris. De website Cartas desde Cuba wordt onderhouden uit mijn eigen inkomsten en spaargeld, daar is geen cent van binnen, noch buiten Cuba bij.’ Hij is ervan overtuigd dat men hem aanvalt om een debat over sancties genomen tegen een Cubaanse journalist, te voorkomen.

Meer ontslagen
Ravsberg: ‘De extremen proberen al jaren lang de ontwikkeling van een nieuwe journalistiek die ontstaat, ook binnen de officiële media, af te remmen’. Hij wijst op de genoemde journalist Pantoja in Holguín, maar ‘ik ken nog drie bestrafte journalisten uit de recente periode. Men blokkeerde de weblog La Joven Cuba, beschuldigde On Cuba en Progreso Semanal van ‘samenwerking met de vijand’ en trok van leer tegen blogs van nationale journalisten, hief lokale platforms op, nam mensen het werk af of vroeg hen het land te verlaten’. Volgens Ravsberg zijn er veel mensen in Cuba die kennisnemen van de nieuwe journalistiek ‘vooral jongeren.’

Bron
* Diario de Cuba, 25 augustus 2016

Linken
* Cartas desde Cuba
* La Joven Cuba
* Progreso Semanal
* On Cuba

Fernando Ravsberg pleit voor ontslagen journalist bij Radio Holguín

‘Deze week ontving mijn collega Jose Ramírez Pantoja te horen dat hij definitief ontslagen was bij Radio Holguín en daarom (vanwege de bestaande zwarte lijsten bij de staatsmedia) ook geen werk meer kan krijgen bij andere staatsmedia. Zijn misdaad? Op een persoonlijke blog drukte hij de volledige tekst af van een speech van de onderdirecteur van de partijkrant Granma, Karina Marron. (zie linken hieronder) Sommige fragmenten waren al verschenen in andere media van de staat. Nu hij de volledige tekst van Karina Marron publiceerde, kostte hem dat zijn werk en zal hij waarschijnlijk nooit meer ergens anders in Cuba kunnen werken,’ aldus de journalist Fernando Ravsberg van de website Cartas desde Cuba en Havana Times. Ravsberg beschrijft de activiteiten van de Cubaanse autoriteiten vaak met een zekere welwillendheid, maar dit keer liet hij die voorzichtigheid varen en laat hij José op zijn website uitvoerig aan het woord en voegt er aan toe: ‘Als de bestraffende autoriteiten hun opvattingen willen kenbaar maken, kunnen zij dit ook doen. Wij staan open om het relaas van hun kant te horen’.

george-orwell-fernando-ravsberg

Ravsberg illustreert zijn interview met José Ramirez Pantoja met een foto en een uitspraak van de schrijver George Orwell, namelijk: ‘Journalistiek is datgene publiceren dat anderen niet bevalt. Al het andere is PR.’ De boeken van de anticommunistische Orwell (o.a. Animals Farm) behoorden jarenlang tot de verboden lectuur in Cuba.

Marron deed haar uitspraken op 28 juni 2016 in juli tijdens een bijeenkomst van de officiële journalistenbond Unión de Periodistas de Cuba (UPEC). Zij waarschuwde toen voor mogelijke ‘protesten in de straten’ vanwege de vergaande bezuinigingsmaatregelen die de regering van Raúl Castro had afgekondigd en zij maakte een vergelijking met de korte maar heftige opstand in 1994 in Oud-Havana, de zogeheten Malecónazo. José Ramirez Pantoja was  aanwezig o.a. omdat hij de journalistenbond UPEC vertegenwoordigde bij zijn bedrijf Radio Holguín. Hij had er ook geen geheim van gemaakt dat hij de woorden van de spreekster opnam en ook nog de teksten van 6 andere sprekers.

Opvattingen uitwisselen
Ravsberg stelt José de vraag waarom hij de toespraak van Marron integraal wilde afdrukken?

Radio-Holguin- Ramirez-Pantoja-Holguin-Verdadecuba-Facebook

José Ramirez Pantoja, voorheen Radio Holguin

‘Toen ik zag dat ook het televisiejournaal aandacht aan de toespraak schonk en de website van de UPEC delen ervan publiceerde, leidde ik daaruit af dat de tekst publicabel was en besloot deze in zijn geheel op mijn weblog te plaatsen met de principiële bedoeling mensen in Cuba te laten weten dat journalisten in Cuba in staat zijn tot een serieus en verantwoord debat op het hoogste niveau. Ik publiceerde de tekst ook omdat ik dacht dat er daardoor een debat zou ontvlammen in lijn met het karakter van de toespraak zelf, die controversieel was en dat er verschillende opvattingen zouden worden uitgewisseld die hier zo hard nodig zijn.’

José heeft geen antwoord op de vraag wat de baas van zijn radiostation te maken heeft met de publicatie op zijn persoonlijke blog.
‘Hoe is het mogelijk dat je een manager van je mediabedrijf nodig hebt om toestemming te krijgen teksten te publiceren op je persoonlijke blog. Van wie is zo’n blog? In mijn geval claimt de leiding op mijn werk dat als een journalist teksten publiceert op zijn blog of op sociale media, hij dat doet uit naam van het medium waar hij voor werkt. Dat is een controversieel standpunt.’

Ontslag bekrachtigd
José leest ook de tekst voor waarop zijn ontslag is gebaseerd:
Citaat: ‘De collega in kwestie had de mogelijkheid deel te nemen als gast aan een conferentie op 28 juni 2016, die deel uitmaakte van een landelijke bijeenkomst van de UPEC. Hij nam de tekst op – zonder de noodzakelijke toestemming- van de woorden van journalist Karina Marron, onderdirecteur van Granma, die op haar eigen kritische wijze vragen aan de orde stelde over het functioneren van de journalistenbond UPEC, de behaalde resultaten van het afgelopen jaar, ze gaf haar persoonlijke opvatting over de informatiepolitiek van Cuba en de plichten van jonge journalisten evenals de mogelijke impact van economische maatregelen die zullen worden genomen.’ (…) ‘De persoon in kwestie schreef de tekst van Karina Marron volledig uit ondanks het feit dat hij niet de opdracht had gekregen de bijeenkomst te verslaan en publiceerde de toespraak op Facebook. Daarmee overtrad hij het informatiebeleid dat voor alle media geldt en dat vaststelt dat werk van maatschappelijk belang moet zijn en kritiek eerst moet worden goedgekeurd door de Manager van de media.’

radio-holguin-

Kantoor van Radio Holguin

De vijand
In het document dat José Ramírez Pantoja ontving van de Raad voor Arbeidsrecht /  Órgano de Justicia Laboral werd het ontslag bevestigd en werd vastgelegd dat ‘de vergadering van de UPEC beschouwd kan worden als bron van overheidsinformatie, zelfs als de nationale televisie er verslag van doet.’ Het document werd afgesloten met de kreet: ‘De vijand moet niets meer horen dan onze eigen stem van de aanval,’ een parafrase op een uitspraak van José Marti. (José Ramírez kan nog in beroep gaan bij een gemeentelijk hof voor werkgerelateerde kwesties)

fernando-ravsberg-fidel-castro-sept-1996. jpg

September 1996: Fernando Ravsberg, toen nog correspondent van de BBC, stelt Fidel Castro een vraag.

Veranderingen
Tenslotte vraagt Ravsberg wat José vindt van de Cubaanse media en wat er zou moeten veranderen?
‘Over dit onderwerp wordt veel gediscussieerd. De disciplineringsactie tegen mij is ook onderwerp van gesprek omdat deze een slechte smaak heeft achtergelaten in mijn beroepsgroep. Volgens mij hebben de Cubaanse media meer onafhankelijkheid nodig om werkelijk haar rol te kunnen spelen in onze samenleving. Cuba heeft behoefte aan minder triomfalisme en de media moeten de realiteit van ons land waarachtig in beeld brengen. Neem het aangekondigde ontslag enkele dagen terug van de Minister van Cultuur, Julian González. Hebben de media ons verteld waarom hij werd vervangen?( …) De media zijn er niet om onze leiders te volgen zodat zij ons kunnen vertellen over hun bijzondere prestaties. Cubaanse media moeten ophouden met het schetsen van rooskleurige en liefelijke vooruitzichten. Maar wie wil de situatie doormaken die ik op dit moment doormaak hoewel ik slechts een werkwijze volgde van ‘Nee, tegen de geheimzinigheid’ en ‘Wij zijn niet bang voor verschillen van meningen of tegenstellingen’. Beide uitspraken werden door Raúl Castro zelf gedaan.’

Bron
* Tekst (Engels) van Fernando Ravsberg, 17 augustus 2016:: How a Cuban journalist got the axe from a government radiostation

Linken

* Protest journalisten staatsmedia tegen censuur en vervolging op deze Cubaweblog van 4 juli 2016
* Op 7 juli 2016 meldde deze Cubaweblog de bijeenkomst waar Karina Marron haar tekst uitsprak.

* Weblog José Ramírez Pantoja

Redactie partijkrant steunt waarschuwing maatschappelijke onrust

Karina Marrón, onderdirecteur van de partijkrant Granma, die vorige week waarschuwde voor maatschappelijke onvrede op het eiland als de autoriteiten de elektriciteitsonderbrekingen doorzetten en daarover niet zouden communiceren met de bevolking, lijkt te kunnen rekenen op de steun van de directeur van de partijkrant en de redactie van Granma. Dat meldt de website Diario de Cuba, die contacten heeft met redactieleden en met personen uit de omgeving van Marrón.

granma-sub-directeur-Karina Marrón - bestuurslid- upec2

Onderdirecteur Karina Marrón González van de partijkrant Granma

Deze bronnen verzekeren dat de functie van Marrón bij de krant niet ‘in gevaar is’ ondanks de polemiek die in onafhankelijke media en in de buitenlandse pers ontstond. Marron kan rekenen op bescherming van vicepresident Miguel Díaz-Canel. Haar kritiek is echter slecht gevallen bij het Ideologisch Departement van de communistische partij en vooral ‘in de directe omgeving van de chef van dit departement, Rolando Alfonso Borges’. Marrón deed haar waarschuwende uitspraken in het kader van een landelijke bijeenkomst van de officiële journalistenbond Unión de Periodistas de Cuba (UPEC) waar een persoon haar toespraak had opgenomen. Marron zou zelf hebben gezegd geen bezwaar te maken tegen zo’n opname.

pcc-2016-diaz-canel

Vice-president Díaz-Canel

Steun vicepresident Canel
Karina Marrón (37 jaar) studeerde journalistiek aan de universiteit van het Oosten in Santiago de Cuba en werkte later bij de provinciale krant Ahora de Holguín toen Díaz-Canel de eerste partijsecretaris in deze provincie was. Toen Díaz-Canel vicepresident werd, werd zij onderdirecteur van de krant in Holguín. Op verzoek van Díaz-Canel en Roberto Montesinos (departementschef van het Centraal Comité) kwam ze 2 jaar geleden naar Havana en werkte eerst als redacteur van Granma, later werd ze onderdirecteur van de partijkrant. Daarnaast is deze journaliste ook lid van de Nationale Raad van de UPEC en werd belast met steun aan ‘vernieuwing van de media’. Na haar komst in het bondsbestuur kregen steeds meer jonge mensen een baan bij de officiële media.

cover-granma-06072016

Voorpagina van Granma gisteren

Polemiek
De discussie die Marrón begon, vormt een nieuw hoofdstuk in de strijd tussen journalisten werkzaam bij de officiele media en de communistische partij PCC. Hoewel deze journalisten het systeem verdedigen, eisen ze meer autonomie en willen daarom ook een nieuwe Perswet. Díaz-Canel zou dit steunen, evenals de journaliste Rosa Miriam Elizalde en de decaan van de Faculteit voor Communicatie in Havana, Raúl Garcés. Maar Díaz-Canel heeft niet de steun van het partijapparaat, van de directeuren van enkele media en van functionarissen in de provincie. De bron van Diario de Cuba zegt ‘dat men de huidige directeur van het departement van Ideologie zou willen vervangen door Roberto Montesinos, een functionaris die opener is en dichter bij Díaz-Canel staat, maar Machado en Alfonso Borges stemmen daar niet mee in.’ Hij voegt er aan toe dat ‘Díaz-Canel de journalisten beloofd heeft dat binnen 2 jaar een nieuwe Perswet zou zijn aangenomen. En nu wacht men af, maar met weinig geduld.’

Bron
* Diario de Cuba, 6 juli 2016

Protest journalisten staatsmedia tegen censuur en vervolging

Jonge journalisten in Santa Clara werkzaam bij de officiële provinciale krant Vanguardia presenteerden op zeven juni jl. een document waarin de censuur en de politieke vervolging van kritische journalisten worden veroordeeld. De journalisten protesteerden ook tegen de minimale salarissen. Het document draagt de titel: ‘Waarom werken wij?’ en werd op 8 juni geciteerd door journalisten van de Vanguardia tijdens een bijeenkomst in Santa Clara van de officiële journalistenbond Unión de Periodistas de Cuba (UPEC), zo’n beetje de meest trouwe organisatie die het Castroregime zich kan wensen. Een van de voorzitters van deze bijeenkomst was Enrique Villuenda, functionaris belast met de media binnen het Centraal Comité van de PCC. Ondertussen wordt de tekst van het document via email in heel Cuba verspreid. Het volgende artikel, afkomstig van de website Diario de Cuba, is o.a. gebaseerd op informatie van een bron die aanwezig was bij de journalistenbijeenkomst.

upec-pleno-santa-clara-08062016

Openingsceremonie bijeenkomst journalistenvakbond in Santa Clara, 8 juni 2016

Aanleiding voor de presentatie van het document was het verbod, uitgevaardigd door de journalistenvakbond UPEC, voor journalisten om nog langer te werken voor het digitale tijdschrift OnCuba, een glossyachtig magazine dat veel informatie verstrekt over het veranderende Cuba, maar elke kritiek op het regime vermijdt. De journalistenvakbond beschouwt werken voor OnCuba als ‘zeer kritisch voor het beeld van de Revolutie’. Uit het document blijkt dat veel afgestudeerde journalisten gefrustreerd zijn door de kloof die zij ervaren tussen hun academische opleiding en de dagelijkse gang van zaken bij de staatsmedia. Journalisten die een opleiding in Cuba hebben gevolgd moeten, ten gevolge van de geldende arbeidswet, verplicht twee jaar werkzaam zijn bij de officïele media, bedrijven of staatsinstellingen in het land. Wie dat niet doet, kan zijn erkenning als journalist verliezen.

Verstikkende banden met partij
In het document worden zowel de journalistenbond UPEC als de Cubaanse Communistische Partij ervan beschuldigd niet te willen veranderen. Dat zal ook niet gebeuren, schrijven de opstellers van het document, ‘zolang het informatiebeleid niet voorgoed wordt losgemaakt van de dwingende banden met de instituties en de officiële bronnen.’ Zij bevestigen dat er ‘censuur bestaat en die staat de praktisering van revolutionaire journalistiek in de weg staat.’ (…) ‘Als een duizendkoppig monster, tast de censuur het woord, de ideeën en de nuances in teksten aan. Het is onnodig om publicatie van teksten te verbieden als een commentaar ten gevolge van eindeloze discussies over strategische kwesties, in de kern word gewijzigd. (…) ‘Wanneer de chefs van onze media ons censureren, doen ze dat met het argument dat de opvattingen in onze teksten op dit moment niet in het belang van ons land zijn.’

unanimidadomarsantana

Unanieme instemming. Cartoon van Omar Santana

Kritische gedachtenwisseling vs politieke vervolging
De bijeenkomst van de UPEC vond 20 dagen geleden plaats, maar de tekst van het document werd geheimgehouden vanwege de druk van officials van de partij. Zij verboden de aanwezigen erover te publiceren. Desondanks circuleert de tekst in kringen van de UPEC. Dat bevestigt een medewerker van de officiële vakbondskrant Trabajadores en een student van de journalistenopleiding van de Universidad Central de Las Villas. Beiden willen vanwege ‘mogelijke consequenties’ anoniem blijven. Onze bron die aanwezig was bij de bijeenkomst van de UPEC, beschrijft hoe het document voortkomt uit klachten van een jonge journalist Carlos Alejandro Rodríguez Martínez (ook de auteur van de blog La Aldea Maldita) over de druk die men op hem uitoefende. Hij vertelde hoe hij vanwege zijn teksten op dit blog, maar ook voor teksten in Vanguardia,  verschillende malen door ‘types’ is ondervraagd.  ‘Het waren geen politieagenten, noch functionarissen van de partij maar ze bezoeken de vergaderingen van de UPEC en zijn geen lid’.

blog-Carlos Alejandro

Carlos Alejandro

Hij werd zelf enkele dagen eerder op het kantoor van Vanguardia staande gehouden, maar de directie van Vanguardia weigert hierover commentaar te geven maar ontkent het bestaan van het document niet. Het is niet de eerste maal dat dergelijke problemen aan het licht treden. In maart 2015 werd de fotograaf Leandro Pérez Pérez van de officiële krant Adelante in Camagüey twee dagen gevangen gezet omdat hij een vreedzaam protest van tegenstanders van de regering had gefotografeerd. (zie deze Cubaweblog van 7 maart 2015)

Ideologische controle
Een resolutie van het Politburo van het Centraal Comité van de PCC uit 2007 beschrijft de normen voor journalisten bij de officiële pers: hoe om te gaan met bronnen, de toegankelijkheid van de informatie en dergelijke. Vastgelegd is dat er enkel een publicatieverbod bestaat voor staatsgeheimen en de financiën van de staat. Maar de feiten wijzen anders uit en geven aan dat de regering niet alleen de onafhankelijke journalisten censureert, maar ook anderen die de routinematige werkzaamheden van journalisten werkzaam bij provinciale kranten, willen doorbreken. Die worden in elke provincie gecontroleerd door het zogeheten Departamento Ideológico del Buró Provincial del PCC / Ideologisch Departement van het Provinciaal Bureau van de Partij. Het document van Santa Clara geeft ook aan hoe de beoefening van onderzoeksjournalistiek kan leiden tot ‘een heksenjacht’ waar ook de officiële journalisten slachtoffer van worden. De schrijvers van het document, ondertekend door de basisorganisatie van de communistische jeugd UJC, beklemtonen dat ‘zij geen gevaar voor de staatsveiligheid vormen. Dat moet helder zijn’. En ze klagen over hoe men hen in de gaten houdt, onderzoek naar hen doet op de werkplek of hoe ze zich voor de Comités ter Verdediging van de Revolutie (CDR) moeten verantwoorden voor hun gepubliceerde teksten.

hugo-cancio-El empresario cubanoamericano Hugo Cancio fuma un tabaco en la clausura del XVI Festival del Habano

De Cubaans-Amerikaanse ondernemer Hugo Cancio, uitgever van OnCuba

OnCuba als uitlaatklep
OnCuba, een Amerikaans digitaal magazine met correspondenten in Cuba en geleid door Hugo Cancio, publicist in Miami, staat ingeschreven bij het Internationaal Perscentrum in Havana. Het blad wordt in vliegtuigen uitgedeeld op vluchten tussen de VS en Cuba en verschijnt ook digitaal. Het combineert een moderne journalistieke aanpak over de veranderingen in Cuba met een welwillende houding tegenover het regime. Medewerkers krijgen er beter betaald** voor artikelen dan bij de staatsmedia. Dat leidde tot een vlucht van journalisten werkzaam bij officiële bladen naar publicaties als OnCuba en anderen zoals:
Progreso Semanal,
IPS
Havana Times
Periodismo de Barrio
El Estornudo
El Toque.
Dat was aanleiding tot meningsverschillen tussen deze niet-officiële media en het beleid van de vakbond UPEC en de partij PCC. Al tijdens het congres van de UPEC in 2013 lieten UPEC-bestuurders weten afkerig te zijn van journalisten die bij bladen als OnCuba werkten en ervoor schreven. Dat valt af te leiden uit de verslagen van dit vakbondscongres in officïele media als Granma, Cubadebate, Juventud Rebelde en Cubaperiodistas van toen. In de e-mails die naar aanleiding van het document in Cuba circuleren, komt men o.a. vragen tegen over de positie van OnCuba, zoals: waarom hebben de officiële media op het eiland enkele dagen gewacht voor zij publiceerden over de Cubanen die in Midden-Amerika waren gestrand? Waarom publiceert OnCuba over de overstromingen in Santa Clara, maar zwijgt Vanguardia, de krant van de provincie Santa Clara? Waarom besteedde OnCuba aandacht aan de geruchten over een mogelijk op handen zijnde eenmaking van de twee munten en deed Vanguardia niets met dit feit? vanguardia-paginaIn de krantenversie van La Vanguardia werd nog verwezen naar de kloof tussen oud en jong in de media die in het document aan de orde werd gesteld. ‘De actuele huidige overgevoelige discussie die we voeren, is te wijten aan de gang van zaken in het land zelf. Tientallen jaren werden in even zoveel onkritische media triomfalistische vergezichten gepresenteerd die resulteerden in de huidige hyperkritiek over Cuba. Maar wij zijn daar, hoe je er ook overdenkt, niet verantwoordelijk voor.’ Maar in de digitale versie van Vanguardia wordt deze zinsnede samengevat tot: ‘Tijdens de vergadering werd opgeroepen aandacht te schenken aan de ideologische component van de pas afgestudeerde jonge journalisten, hen te onderwijzen en te helpen’.

revista-on-cuba-2013Contrarevolutionair
De opstellers van het document verweren zich ook krachtig tegen de beschuldiging met een contrarevolutionaire website als OnCuba samen te werken en constateren dat diverse officiële instituten en persoonlijkheden, tot en met decommunistische partij PPC toe, dit blijkbaar ook doen.
Citaat: ‘Als men van mening is dat deze publicatie (OnCuba) doelstellingen heeft in strijd met onze soevereiniteit, vragen we ons af waarom zoveel bedrijven en revolutionaire instituten zoals Gaviota Tours, BioCubaFarma, Gran Caribe, CubaRon, HavanaTour, TecnoAzúcar, la Bienal de Diseño, Habanos, Habaguanex, Cubatur, Islazul, Havana Club en Mintur, reclame maken in OnCuba?  Als OnCuba een contrarevolutionaire website is, zouden we graag willen weten waarom zoveel vooraanstaande persoonlijkheden uit Cubaanse instituten als UPEC, de schrijversbond  UNEAC, de muziekclub AHS, de economen van ANEC tot en met de communistische partij PCC in OnCuba schrijven? En waarom schrijvers en intellectuelen als Marilyn Bobes, Laidi Fernández de Juan en Arturo Arango, de journalisten Yuris Nórido en Reinaldo Cedeño, de metereoloog José Rubiera en de econoom Juan Triana Cordoví voor OnCuba schrijven? Maar vooral willen we weten waarom OnCuba, als dit een contrarevolutionaire site is, toch een legale status verwierf in Cuba en staat ingeschreven bij het Internationaal Perscentrum in Havana? Wanneer deze vragen overtuigend zijn beantwoord, kan men ons voorstellen niet langer met OnCuba te werken.’

Bron
* Diario de Cuba,1 juli 2016 en kwam tot stand met de steun van de Fundación Nacional Para el Estudio y Desarrollo del Periodismo y la Opinión Pública

cover-onuba-obamaLinken
* Spaanstalige tekst van het document van de basisgroep van de Unie van Jonge Communisten (UJC) bij het dagblad Vanguardia / Carta de protesta del Comité de Base de la UJC del diario Vanguardia.
* Vanguardia, dagblad van de provincie Villa Clara
* Het uur van de Waarheid / La Hora de Verdad door Reinaldo Escobar, voormalig journalist bij Juventud Rebelde en op dit moment redacteur van de kritische internetkrant 14ymedio.
* Engelstalig interview met website van WLRN in Florida met Hugo Cancio (The Man Who Straddles The Straits, Tells U.S. Business To Learn Cuba), 23 mei 2016

Noot
** Journalisten die artikelen schrijven voor media als OnCuba, Progreso Semanal, Havana Times y El Toque krijgen tussen de 15 en 30 CUC, dat is meer dan een maandsalaris voor iemand die bij de officïele media werkt. Het vak van journalist behoort in Cuba tot de vijf slechtst gehonoreerde beroepen, namelijk 584 peso’s Cubanos (23,36 dollar), aldus het Cubaanse Bureau voor de Statistiek (ONEI).