Als Vietnam vooruit gaat, waarom Cuba dan niet?

De economische hervormingen die Raúl Castro in 2008 aankondigde, voltrekken zich schoksgewijs en traag. In Havana vond twee weken geleden een grote economische beurs plaats om buitenlandse investeerders (ook Amerikaanse kapitalisten) te verleiden, maar een week later wordt het land gemobiliseerd vanwege militaire oefeningen en trainingen voor revolutionaire milities. Een richtingbepalende keus voor modernisering en economische welvaart in de Cubaanse samenleving is blijkbaar na acht jaar nog niet genomen. De welvaart blijft dan ook voor de meeste Cubanen uit. Journalist Fernando Ravsberg van de website Cartas desde Cuba vroeg zich af waarom Vietnam vooruit gaat maar Cuba niet? Hij komt tot de harde conclusie dat ‘het enige dat in Cuba groeit de eindeloze debatten zijn over de ideologische gevaren van de modernisering.’ Hier volgt een uitvoerige samenvatting.

vietnam-fidel-castro-tran-dai-quang-15112016

Vorige week ontving Fidel Castro de Vietnamese premier Tran-Dai-Quang en zijn vrouw

Dankzij het recente bezoek van de Vietnamese president Tran Dai Quang aan Cuba, aldus Ravsberg, weten de Cubanen nu ook meer over de sociaal-economische prestaties van dit land, maar weinig werd er in de media gezegd over de wijze waarop die tot stand kwamen. Ravsberg somt de vooruitgang op. De exporten stegen met 17% per jaar. Men verkoopt telefoons, computers, textiel, visproducten, rijst en koffie en sinds de hervormingen werden ingezet, is het Bruto Nationaal Product gegroeid met 7% per jaar. Ook het leven van de bevolking is verbeterd; de armoede is teruggebracht tot 12% van de bevolking en 24 miljoen Vietnamezen werden uit de armoede gehaald. Het werkloosheidscijfer is laag en het gemiddelde maandinkomen dat rond de 15 tot 20 dollar bedroeg (gelijk aan dat in Cuba vandaag) varieert tussen de $200 en $300. Negentig procent van de bevolking kan lezen en schrijven en de levensverwachting is 72 jaar. Ravsberg erkent de culturele en geografische verschillen tussen Cuba en Vietnam, maar hij raadt iedereen aan in de spiegel van Vietnam te kijken, een land dat ‘georganiseerd is op basis van een socialistisch model en geleid wordt door één politieke partij.’

vietnam-fabriek

Fabriek in Vietnam

Snelheid
Volgens Ravsberg kunnen de verschillen veroorzaakt zijn door de snelheid van het proces. Vietnam sprong, met de presentatie van het Doi Moi-model in het diepe terwijl het modernisatieproces in Cuba ’langzaam verloopt en met de snelheid van iemand aan het strand,  die bang is te verdrinken.’ (…) ‘De boodschap van Vietnam is dat er zonder mentaliteitsverandering, geen vooruitgang zal zijn.’ Hij citeert ook de partijkrant Granma die het succes van Vietnam omschrijft als ‘een wonder’, maar dat is, aldus Ravsberg, een benadering, bedoeld om niet verder te hoeven uitleggen waarom het resultaat zo indrukwekkend is. Duizenden buitenlandse investeerders en de nationale particuliere ondernemingen die prioriteit krijgen boven de staatsondernemingen en allen beschikken ze over autonomie. Cuba heeft weliswaar geconstateerd dat buitenlandse investeringen ‘essentieel zijn’ voor de ontwikkeling, maar die ontwikkeling ‘verloopt met de snelheid van een schildpad’. Ravsberg wijst op de Speciale Zone van Mariel waar in 2 jaar 19 ondernemingen toestemming kregen zich te vestigen en honderden nog wachten op een antwoord. Vietnam accepteerde in 20 jaar 2.700 buitenlandse investeringsprojecten ‘dat zijn er 270 per jaar, met een snelheid 28 keer groter dan in Marielzone.’ Zijn conclusie luidt dat het niet gaat om wonderen, maar om effectieve besluitvormers en hen die economische beleid met resultaten, invoeren.

vietnam-oogst

Oogst in Vietnam

Coöperaties
De Cubaanse regering kondigde de oprichting van coöperaties aan en vervolgens remde zij deze ontwikkeling weer af. Begin van dit jaar zei Raúl Castro dat midden- en kleinbedrijven op juridische erkenning konden rekenen en nu is het december en is er nog geen enkele onderneming gelegaliseerd. Hij erkende op het afgelopen partijcongres dat legalisering van particuliere ondernemingen tot controverses leidde. Het probleem is echter dat zonder legalisering van particuliere ondernemingen – Noord-Korea natuurlijk uitgesloten – geen enkele socialistische model overleefde.

Staatsbedrijven
Ravsberg wijst erop dat de Cubaanse staatsbedrijven elke flexibiliteit ontberen en dat hun handen zijn gebonden door de centralistische besluitvorming en intensieve controle van de financiën. Ze zijn ‘in de ogen van de Cubaanse bevolking het symbool van de inefficiëntie en veel Cubanen zien daarom in privatisering de enige oplossing.’ De webredacteur van Cartas desde Cuba wijst ook op de nooit eindigende discussies, vaak gevoerd door mensen die angst hebben voor de verandering. De commissie die de theoretische basis van de arbeidshervorming uitwerkte, kwam met 614 punten en vervolgens werd gevraagd 600 veranderingen door te voeren. Ravsberg: ‘En terwijl de besluitvormers zich verliezen in theoretische debatten, dreigt het land zijn grootste rijkdom te verliezen, namelijk de tienduizenden goed opgeleide jonge professionals die het land verlaten omdat de overheid hen ontoereikende salarissen betaalt en hen verbiedt eigen projecten na te jagen.’ Hij noemt de briljante mathematicus en computerdeskundige die hij kende en die tools ontwikkelde om websites te verbeteren. Hij wilde niet emigreren, maar wilde producten voor klanten buiten Cuba maken, maar dat verbood de overheid. Nu woont hij in een ander land, waar hij zijn talenten ontwikkelt en zijn geld verdient.

vietnamfidelengiapseptember1973

De Vietnamese generaal en oorlogsheld Von Giap decoreert Fidel Castro tijdens zijn bezoek in september 1983 aan Noord-Vietnam. Ravsberg constateert dat de schade die de VS in Vietnam aanrichtten veel groter is dan de schade die Cuba leed door de Amerikaanse blokkade

Ideologische gevaren
Als de Cubaanse regering socialistisch wil zijn, zijn er maar twee modellen, dat van Vietnam en China of dat van Noord-Korea. Zelfs Fidel Castro heeft toegegeven dat het laatste model niet functioneert. Vietnam heeft nu een nieuw project gelanceerd en wil zichzelf veranderen in ‘een geïndustrialiseerd land, uitgerust voor de weg naar moderniteit’. Ravsberg: ‘Ondertussen is het enige in Cuba dat groeit het nooit eindigende debat over ‘ideologische gevaren’, verbonden aan een particuliere schoenfabriek, groothandelsondernemingen, particuliere arbeid voor vrije beroepen, coöperaties, economische decentralisatie of monetaire eenwording. Cuba adviseerde de Vietnamezen om koffie te verbouwen en tilapiavis te kweken. Op dit moment exporteren de Vietnamezen beide producten en is Cuba genoodzaakt koffie in te kopen en kippen  te importeren want tilapiavis is er niet. Ravsberg: ‘Is het zo moeilijk om een weg voorwaarts te bewandelen?’

Bron
* If Vietnam Advanced Why Can’t Cuba? Fernando Ravsberg op de websites Cartas desde Cuba en Havana Times, 17 november 2016

Commentaar The Economist: Be more libre

Het is 5 maanden geleden dat Cuba en de VS aankondigden dat zij een einde zouden maken aan de Koude Oorlog tussen beide landen. President Raúl Castro lijkt nog na te genieten van de gevolgen van die historische gebeurtenis. Op weg naar Rusland deed hij het Vaticaan aan en zei misschien terug te keren tot het katholieke geloof. Even later bezocht voor de eerste maal in de geschiedenis de Franse president Cuba. Hollande kon rekenen op een ontmoeting met Fidel Castro, de zieke broer van Raúl die de revolutie van 1959 leidde en tot 2008 aan de macht was.

blokkade-ketting-vs en cubaMaar achter de wellevendheid gaan ongemakken verscholen. De krakkemikkige revolutionairen in Cuba gaven een halve eeuw lang de schuld van alle ellende in het land aan de VS. Nu verzetten zij zich tegen het Amerikaanse kapitalisme uit angst overruled te worden. Het resultaat is niet te veel veranderingen voor de gewone Cubaan, maar te weinig. Het eiland is armer dan veel van zijn buren. Dokters verdienen nu 60 dollar per maand, na een salarisstijging van 150%. Voedsel en andere basisartikelen zijn vaak niet voorradig en bootvluchtelingen kiezen nog steeds voor de kusten van Florida.

Stevige markteconomie
Cuba verdient een eigen democratie en een stevige markteconomie. Maar het is treurig dat dit niet op korte termijn zal gebeuren. Sommige dingen veranderen. Particulieren mogen hun kamers verhuren aan toeristen, er zijn particuliere restaurants, kapperszaken en de animo voor dit soort initiatieven, die de kern kunnen vormen van een ondernemende middenklasse, groeit. Maar of de Cubanen zullen profiteren van de opening richting VS is de vraag; hun leider moeten steviger en sneller hervormen dan tot nu toe gebeurt.

Een cocktail van hervormingen
Waar te beginnen? Cuba zou meer sectoren moeten openen voor particuliere initiatieven. Op dit moment kunnen Cubanen een eigen zaak beginnen in 201 beroepen, inclusief het lezen van de Tarot, maar voor slechts weinig van die beroepen is een universitaire opleiding vereist. In plaats van een ‘positieve lijst’ met toegestane privé-activiteiten zou de overheid een negatieve lijst moeten publiceren met enkel de beroepen die juist zijn voorbehouden aan de staat. Alle anderen kunnen dan overgelaten worden aan private initiatieven, inclusief beroepen in de sfeer van de architectuur, medicijnen, educatie en juridische zaken. De nieuwe burgerij is de nieuwe klant van deze professionele diensten; als men zich op die vraag concentreert zal dit ook leiden tot uitbreiding van de middenklasse.

Een particuliere schoenmaker.

Een particuliere schoenmaker. ‘Ik ben schoenmaker, geen tovenaar’.

Groothandel
Liberalisering is ook noodzaak in de groothandel. Nu zijn particuliere restaurants nog gedwongen hun voorraad op supermarkten van de staat te kopen waar ook de gewone man zijn boodschappen doet en dat vergroot de tekorten. Dat ondermijnt de steun van de bevolking voor de groeiende particuliere sector. Het klimaat voor buitenlandse investeringen moet ook verbeteren. Cuba dingt naar de hand van buitenlandse investeringen vanwege de expertise, banen en deviezen, maar behandelt hen armzalig. Ook onder de nieuwe wet op buitenlandse investeringen, die vriendelijker veronderstelde te zijn tegenover buitenlandse investeerders, moeten deze hun personeel nog steeds rekruteren via een staatsarbeidsbureau, dat zij in harde valuta moeten betalen. Die overheidsinstelling betaalt armzalige salarissen uit in nationale peso’s. Geïmporteerde goederen en diensten moeten geïmporteerd worden via bureaucratische staatsondernemingen. Het ergste is dat wettelijke kaders vaag zijn en de toepassing ervan arbitrair. In de afgelopen jaren zijn diverse buitenlandse ondernemers gevangen genomen (en later vrijgelaten) met weinig uitleg. Hoeveel van dit soort onkruid Raúl Castro wil verwijderen is onzeker. De leiders van de partij hebben aangegeven dat zij de Nationale Assemblee willen versterken, tot nu toe een ja-knik-parlement. Eigen wetgevende organen die ook wetten kunnen uitvaardigen zouden zekerheid bieden aan de ondernemers. Cuba staat ook nog voor een pijnlijke eenwording van de huidige twee munteenheden waarmee ook een einde zal komen aan de reusachtige overheidssteun aan staatsbedrijven.

Risico
Voor veel van de bejaarde leiders van de revolutie zijn hervorming en privatisering lelijke termen die geïnspireerd zijn door de Yankees. Het regime kijkt naar China en Vietnam waar communistische regeringen het kapitalisme hebben omarmd zonder de macht los te laten. De Cubaanse communisten zijn op hun hoede: zij vrezen dat als zij teveel economische controle opgeven, zij zichzelf zullen verwijderen net als de communisten in Oost Europa dat eerder deden. Nog groter is het risico enkel wat te sleutelen aan een systeem dat de Cubanen arm houdt terwijl juist nu hun ambities groeien.

Bron
* The Economist, 16 mei 2015

Linken
* The Economist van deze week bevat nog twee artikelen over Cuba
Picturesque, but doing poorly (over de Cubaanse economie) en
Day zero or D-Day? (over de unificatie van de munten in Cuba).

Amerikaanse landbouw lonkt naar Cubaanse markt

In 2002 leidde de toenmalige gouverneur Jesse Ventura een handelsmissie naar Cuba kort nadat de regels voor export naar dit land waren versoepeld. Landbouwer Lawrence Sukalski herinnert zich nog goed hoe hij in 2002 in de haven van Havana stond om getuige te zijn van de levering van het eerste Amerikaanse graan sinds 40 jaar. Sukalski, die tarwe en sojabonen kweekt in Minnesota, zegt blij te zijn opnieuw de Cubaanse bevolking te kunnen helpen aan voedsel nu de VS de relatie met Cuba wil verbeteren.

Jesse Ventura, gouverneur van Minnestoa, bneezocht Cuba in 2002 aan het hoofd van een landbowudelegatie

Jesse Ventura, gouverneur van Minnesota, bezocht Cuba in 2002 aan het hoofd van een landbouwdelegatie

De agribusiness en de boeren in Minnesota verwachten een boom in de export; tot nu toe werd vooral voedsel naar het eiland verkocht, maar de komende jaren gaan de deuren wijd open. ‘Graan en sojabonen zijn onze core-business en dat zijn ook de top importitems voor Cuba,’ zegt Su Ye, hoofd economische zaken van het Ministerie van Landbouw in Minnesota. Ye zegt dat Minnesota in 2012 voor 26 miljoen dollar naar Cuba exporteerde en voor 2013 rekent op 20 miljoen dollar. Cargill was een van de eerste Amerikaanse bedrijven dat voedsel naar Cuba exporteerde nadat een nieuwe wet dat in 2001 mogelijk maakte. Maar er waren beperkingen. Cubaanse importeurs moesten contant betalen of beschikken over een kredietbrief op naam van een derde land want Amerikaanse banken mochten vanwege het embargo, deze transacties niet financieren. Die beperkingen zullen nu worden opgeheven, maar een bedrijf als Cargill is ervan overtuigd dat er meer nodig is zoals de opheffing van het gehele embargo. Ye verwacht dat dergelijke maatregelen kunnen leiden tot nog eens 20 miljoen dollar aan voedselexport uit Minnesota.

fidel-castro-probeeert-amerikaanse-rijst-havana-beurs 2002

Fidel Castro proefde in 2002 op de beurs van Havana de Amerikaanse rijst

Landbouw Coalitie voor Cuba
Cargill en nog 25 andere bedrijven presenteren deze week de U.S. Agriculture Coalition for Cuba waar het afgelopen jaar al flink aan gewerkt is en die moet leiden tot een duurzame marktrelatie voor voedsel en landbouwproducten voor Cuba. De Amerikaanse onderminister van Landbouw, Tom Vilsack, zei vorige maand dat verbetering van de relatie kan leiden tot grotere verkopen van Amerikaanse landbouwproducten aan Cuba. Dave Torgerson, uitvoerend directeur van de tarweproducenten, Minnesota Association of Wheat Growers, wijst erop dat Cuba een van de grootste graanmarkten in de Cariben is. Hij verwelkomt de opening van de Cubaanse markt en wijst op het voordeel van de korte aanvoerlijnen tussen Cuba en de VS.

Overname marktaandeel
Kanttekeningen worden geplaatst bij de mogelijkheid om markten te heroveren op rivalen in Zuid-Amerika en Azië. Landbouwspecialist William Messina (Florida) wijst erop dat Cuba in 2014 voor 300 miljoen dollar aan landbouwproducten uit de VS invoerde, het laagste cijfer in de afgelopen tien jaar en dat is vooral te wijten aan het agressievere optreden van andere landen, die meer krediet en financieringsmogelijkheden boden; Argentinië en Brazilië spelen daarbij een hoofdrol. Brazilië vooral door de investering van ongeveer 680 miljoen dollar in het havenproject van Mariel. Messina wijst ook op investeringen van dit land in de suikersector. Cuba importeerde tot 2009 veel rijst uit de VS, maar die importstroom is al enkele jaren vervangen door de goedkopere rijst uit Thailand en Vietnam. De voorzitter van de boerenbond in Minnesota, Doug Peterson, onderschat dit element niet maar hij wijst ook op het voordeel voor de Amerikaanse landbouw vergeleken met andere sectoren van het bedrijfsleven. ‘Er hebben al heel veel landbouwmissies plaatsgevonden in het verleden naar Cuba. Het fundament voor veel meer handel in de landbouw is al gelegd.’ Voormalig gouverneur Jesse Ventura leidde in 2002 een van die missies, een jaar nadat de regels voor verkoop van voedsel en landbouwproducten waren versoepeld en Cuba vervolgens graan, sojabonen, tarwe en kip in de VS kon aankochten. In 2008 was er sprake van een topjaar met een export ter waarde van $700 miljoen dollar, maar dat cijfer is de afgelopen jaren teruggelopen tot de helft.

In de provincie camaguey hielpen Vietnamese deskundigen bij de verbouw van rijst

In de provincie Camaguey hielpen Vietnamese deskundigen bij de verbouw van rijst

Klein, arm land
Su Ye tempert de opwinding rond de mogelijkheden in de toekomst. Cuba is immers een klein land met nog geen 11,3 miljoen mensen, ongeveer tweemaal de bevolking van Minnesota: ‘En het is een arm land met geringe koopkracht. Het is een potentiële markt, maar de omvang is bescheiden.’ En ze wijst erop dat in 2008, het topjaar van de handel met Cuba de waarde ervan 30 miljoen dollar bedroeg, vergeleken met de 700 miljoen dollar naar Mexico in hetzelfde jaar. ‘Het is een bescheiden markt. Maar ze is belangrijk en dichtbij waardoor het ook een natuurlijk markt voor ons is,’ aldus Su Ye van het Ministerie van Landbouw.

Bron
* Star Tribune, 4 januari 2015 door Tom Meersman en Mike Hughlett (enigszins ingekort)
Link
*
Karin Engels over de perspectieven voor de rijstexport van de VS, 18 december 2014

Anna Claes: Let op Cuba

Fidel Castro is ondertussen 87 jaar en het kleine socialistische eiland Cuba blijft op de been, ondanks alle ellende sinds de val van de Sovjet Unie, aldus de publiciste Anna Claes. Maar ‘sinds de historische leider’ van de revolutie de macht overdroeg aan zijn broer Raúl in 2008, bedreigen subtiele maar betekenisvolle beleidswijzigingen de overlevingskansen van dit verouderd systeem. Of versterken deze juist de overlevingskansen van het regime? Claes stelt vast dat ‘er nog steeds geen vrije pers is en er buiten het één-partij-systeem geen vrijheid van meningsuiting is.’ Het aantal Cubanen dat het land verlaat is sinds de crisis van 1990 nog niet zo hoog geweest. Toch adviseert Claes de komende tijd het oog gericht te houden op Cuba.

Socialisme

Verenigd voor een voorspoedig en duurzaam socialisme

Drie teenagers nippen van hun piña colada op het luxe strandresort in Guardalavaca, een van de mooiste stranden in Cuba terwijl ze hun kleurige smartphones gebruiken. Dat lijkt een normaal beeld voor vakantieressorts vol met buitenlandse teenagers maar deze drie bling-bling types zijn Cubanen, die meer dan 2 ½ keer het gemiddelde maandsalaris opmaken voor een nachtje hier. Nauwelijks het socialistische model dat Marx en Lenin voor ogen hadden.
Cuba wordt vaak aangeprezen bij toeristen als een laatste mogelijkheid om terug te keren naar het Latijns-Amerika van de jaren vijftig. Zeker toen ik in 2008 Cuba bezocht, leek me dat een begrijpelijke parallel. Niet alleen was het land geografisch een eiland, maar ook commercieel en politiek verkeerde het in een isolement. Een buitenpost van de al lang voorbije Koude Oorlog met op elke hoek van de straat de kenmerkende revolutionaire propaganda. Buiten de Amerikaanse vertegenwoordiging, Office of Special Interests Section in Havana, had Castro juist 138 vlaggen geplaatst om de slachtoffers van de Amerikaanse agressie te herdenken. De logo’s van de multinationale bedrijven die me zo vertrouwd waren, waren nergens te zien.

Supermarkt in Havana

Supermarkt in Havana

Revolutionaire verandering
Nu in juli 2013 kan ik in Havana Sprite en Coca Cola drinken (hoewel de Wikipedia van het bedrijf zegt dat het product niet wordt verkocht in communistisch Cuba of Noord Korea), producten kopen van Adidas, Puma of Lacoste en Nestlé. Maggiproducten zijn er overal, net als Niveacremes, Twix en M&M chocolade repen (geproduceerd door het bedrijf Mars uit de VS) en Red Bull energiedrankjes. Niet alleen in de gewone supermarkten, maar ook in Oud Havana zijn winkels van Adidas of United Colours of Benetton. Dit zijn revolutionaire veranderingen binnen Cuba’s revolutie. Ze betekenen de grootste ommekeer van het beleid van deze communistische regering sinds de jaren zestig, dankzij de economische crisis van de jaren negentig die het regime dwong tot massaal internationaal toerisme naar Cuba. De vraag is of het om ideologische of praktische veranderingen gaat en hoever ze gaan?

autocuba2Aanpassen en overnemen
(…) Er heerst het regime van de wortel en de stok (streng en dan weer vriendelijk). Voor gewone Cubanen betekent de (legale en illegale) bereikbaarheid van veel consumptiegoederen van multinationale bedrijven, de grotere vrijheid om te reizen, vooral hoop op verandering, maar het heeft zo te zien nog niet geleid tot het einde van veel bejaarde en revolutionaire leiders. Als Cuba zich aanpast en zaken overneemt, wellicht lessen trekt uit de Chinese en Vietnamese transitie naar een globale economie, bestaat de kans de kostbare verworvenheden van het Cubaanse socialisme te beschermen; het land pretendeert namelijk hogere alfabetiseringspercentages dan heel veel ‘ontwikkelde landen’, dezelfde levensverwachting bij geboorte als in de VS, meer artsen per hoofd van de bevolking dan waar ook ter wereld en een laag percentage absolute armoede. Het ontbreken van gewelddadige drugsbendes maakte Cuba een baken van relatieve veiligheid vergeleken met buurlanden als Jamaica, Mexico en de VS. Afgezien van de auto’s uit de jaren vijftig en de reclamevrije Malecón, zijn deze voordelen waard om verdedigd te worden en Cubanen weten dit. Hoewel er weinig gesproken wordt over een naderende revolutie, moet men toch bedenken dat toen de socialistische DDR in 1989 de veertigste verjaardag vierde, er maar weinigen de ineenstorting ervan een jaar later, voorzagen. Het is nu zonder meer het moment om het oog gericht te houden op ontwikkelingen in Cuba.

Linken
* Lees hier verder voor het volledige Engelstalige artikel
* Twitter

Interne tegenstellingen belemmeren hervorming Raúl Castro (2)

Op de vraag of Cuba opteert voor een hervorming in de stijl van China, antwoordt Mesa Lago ontkennend: ‘Ook wil men de Vietnamese weg niet bewandelen die, gezien de gelijkenis qua oppervlakte, nog het meest weg heeft van de situatie in Cuba.

Carmelo Mesa Lago (tweede van links) tijdens een debat dat de katholieke kerk in 2010 organiseerde

Kern van de zaak is de hervorming van de landbouw. China geeft geen land in eigendom, maar verstrekt contracten voor onbepaalde tijd (in Cuba geldt 10 jaar), met maximale autonomie voor de landbouwer die zelf de prijs bepaalt voor degene aan wie hij verkoopt en wat hij produceert. ‘In Cuba moet men de opbrengsten aan de staat verkopen voor een vastgestelde prijs die lager is dan de marktprijs. Bovendien moeten de Cubaanse landbouwers tot nu toe hoge belastingen betalen, waardoor stimulansen om meer te produceren ontbreken.’
(…)
‘In zijn boek schrijft Mesa-Lago, dat de Cubaanse economie de afgelopen 20 jaar een enorme transformatie heeft doorgemaakt en niet langer afhankelijk is van een product, zoals de suiker in de koloniale tijd en in de periode van de relaties met de Sovjet Unie. De econoom benadrukt dat ‘de successen in sleutelsectoren zoals de olie, het toerisme, de nikkel te danken zijn aan buitenlandse investeringen, ondanks de belemmeringen die bestaan.’

Dank zij buitenlandse investeringen
‘De Cubaanse economie heeft overleefd dankzij deze investeringen, de commercie, de kredieten en de subsidies van Venezuela, buitenlandse particuliere investeringen in strategische sectoren als de olie, gas, nikkel en toerisme en dankzij kredieten en investeringen uit China.’ Over de huidige sociale situatie op het eiland, zegt Mesa-Lago dat ‘ondanks het feit dat er op enkele terreinen na de crisis in de jaren negentig verbeteringen zijn bereikt, velen (….) toch nog leven beneden het niveau van voor deze crisis.’
(…)
‘De volledige werkgelegenheid werd bereikt door de zichtbare werkloosheid te verbergen, maar de verborgen werkloosheid te vergroten. De eerste was in 2009 1,6%, behorend tot de laagste ter wereld, maar in 2010 werd het ontslag van 500.000 tot 1,3 miljoen mensen in de staatssector aangekondigd, 12 tot 28% van de werkenden bevolking,’ legt hij uit.
(…)
‘Daarnaast was er nominale salarisverbetering, maar de koopkracht daalde tussen 1989 en 2010 met 73% en – dat wordt officieel bevestigd – is te weinig om de basisbehoeften te bevredigen.’

Drievoudige ongelijkheid
‘Cuba heeft te maken met een drievoudige ongelijkheid; de sociale, de raciale en de provinciale,‘ vervolgt Mesa-Lago. ‘De grootste vormen van ongelijkheid zijn het resultaat van de hervormingen in de jaren negentig en daar komen de huidige structurele hervormingen nog eens bij. Het gemiddelde inkopen van een cuentapropista (ondernemer voor eigen rekening) is 2,3 maal het gemiddelde salaris bij de overheid; de geldovermakingen van familieleden uit het buitenland vergroten nog eens de kloof,’ legt hij uit.
(…)
‘En verder‘ is de raciale ongelijkheid gegroeid doordat Afro Cubanen minder toegang hebben tot deviezen, werk in het toerisme, multinationale bedrijven en de particuliere sector dan de blanke Cubaan. En daar zijn de salarissen veel hoger.’ 83% van de zwarte Cubanen krijgt een overheidssalaris en hij voegt er aan toe ‘dat men hierbij ook nog eens de kosten van de sociale uitkeringen moet tellen en die zijn onhoudbaar; 53% van de begroting van de staat en maken 34% van het bruto nationaal inkomen uit.’

Raúl Castro exit?
Op de vraag wat er zal gebeuren wanneer Raúl Castro van het politieke toneel verdwijnt, antwoordt Mesa-Lago: ‘Raúl is succesvol geweest in de consolidatie van de overname van de macht van zijn broer en hij heeft een ambitieus hervormingsproject in gang gezet. Er zijn deskundigen zoals Mujal León, die geloven dat de sleutel voor het postcastrisme ligt in het handhaven van de coalitie van militairen, de communistische partij en de opkomende klasse van technocraten. Het leger wordt steeds sterker en dat leidt tot spanningen in het partijapparaat.’ Volgens Mesa Lago is generaal Raúl  Castro ‘volledig toegewijd’ aan zijn aanpassingsplannen. maar ‘heeft hij onvoldoende tijd vanwege zijn eigen leeftijd en de urgentie van de situatie, om deze uit te voeren te realiseren.’

Bron
* Latam, Argentinie