Cubaanse kunstenaars vechten voor meer autonomie

De Amerikaanse kunstwebsite Hyperallergic vraagt zich af waarom de Cubaanse autoriteiten Cubaanse kunstenaars deporteren die in Havana de alternatieve Biënal willen bijwonen. Had de New York Times immers niet beweerd dat Raúl Castro een hervormer is die de uitbreiding van particuliere bedrijven in Cuba mogelijk heeft gemaakt? En werd de recente explosie van bed and breakfasts, schoonheidssalons en reparatiewerkplaatsen die opereren vanuit privéwoningen niet algemeen verwelkomd als een teken van een positieve verandering? En de nieuwe president van het land, Miguel Díaz Canel, wordt geframed als een liberaal met een Facebook-account, die op de fiets rijdt en homo’s steunt in zijn thuisprovincie Villa Clara. Hier volgt de bijdrage van Coco Fusco.

bienale-alternatief-#00Bienal-04052018Maar hoe moeten we dan verklaren waarom een kleine groep Cubaanse kunstenaars die een alternatieve Biënnale lanceren en hun huizen openstellen voor het publiek, zo keihard door de autoriteiten worden aangevallen? De organisatoren van de #00Bienal de la Habana – kunstenaar Luis Manuel Otero Alcantara en curator Yanelys Nuñez Leyva – besloten hun evenement te organiseren omdat de door de staat gesponsorde Biënnale werd uitgesteld tot 2019 vanwege de gevolgen van de orkaan Irma. Zij vonden dat kunstenaars een afzetmarkt nodig hadden en dat de burgerij zo kon genieten van een dosis creatieve energie. Ze zamelden geld in voor hun project via crowdfunding en maakten handig gebruik van sociale media om hun onderneming te promoten, door aanstekelijke video’s en zelfs een lied. Zij stoten op verzet van de Cubaanse autoriteiten, maar besloten toch door te gaan.

Groeiend aantal deelnemers
Aanvankelijk leken gevestigde kunstenaars die een nauwe band met de Cubaanse overheid hadden, terughoudend om zich aan te sluiten bij een stel, dat al eerder de confrontatie met de autoriteiten was aangegaan. Zes maanden geleden arresteerde de Cubaanse politie Luis Manuel Otero Alcantara terwijl hij een performance presenteerde tijdens de pelgrimage op de feestdag van Sint Lazarus. Maar naarmate de #00Bienal de la Habana naderde besloten meer notabelen uit de Cubaanse kunstwereld deel te nemen. Reynier Leyva Novo schonk de opbrengst van een kunstverkoop, $3.800, demonstratief aan de #00Bienal. Bekende figuren als kunstenaar Tania Bruguera en curator-criticus Gerardo Mosquera ondersteunden het evenement in video’s op Facebook. Buitenlandse artiesten beloofden zich bij hen aan te sluiten, maar de organisatoren verborgen hun namen voor de pers, zodat ze ongemerkt het land in konden glippen. Het aantal deelnemers liep op tot 140.

bienal-luis-manuel-otero-alcantera

Kunstenaar Luis Manuel Otero Alcantara en curator Yanelys Nuñez Leyva, initiatiefnemers van de #00Bienal.

Officiële waarschuwing
Drie dagen voor de opening veroordeelde de officiële kunstenbond, de Unión de Escritores y Artistas de Cuba (UNEAC), de #00Bienal de Habana en verklaarde dat deze bedoeld was om de officiële Biënnale te belasteren; bovendien zou deze gefinancierd worden door ‘contrarevolutionaire huurlingen’. Leerlingen van de kunstacademie van San Alejandro moesten een video bekijken waarin het evenement aan de kaak werd gesteld. Deelnemende kunstenaars kregen telefoontjes van het Kunstenaarsregister, een afdeling van het Cubaanse Ministerie van Cultuur. Zij werden gewaarschuwd dat bij deelname aan de #00Bienal hun accreditatie zouworden ingetrokken. Dat betekent dat zij niet langer als  zelfstandig kunstenaar kunnen werken. Formeel zouden ze dan geen baan meer hebben.

bienale-008bienal-de-habana-werkInbeslagname
Kunstenaar en curator Gean Moreno uit Miami werd op 4 mei bij de douane staande gehouden en 10 uur lang ondervraagd omdat hij drukwerk bij zich had met het #00Biënal logo en 12 werken van de Cubaanse kunstenaar Ernesto Oroza voor de tentoonstelling. Daar zat ook werk bij van Rikrit Tiravanija, Antonio Muntadas en José Bedia. Het werd geconfisqueerd als ‘vijandelijke propaganda’. Kunstenaars die de organisatoren wilden bezoeken, werden door veiligheidsagenten in de val gelokt en bedreigd. Het evenement werd op 5 mei  geopend met de kunstenaars omringd door staatsveiligheidsagenten. Geïnteresseerde academici – onder wie ikzelf – is de toegang tot Cuba zonder opgaaf van redenen geweigerd.

Groeiende mondigheid
Het is moeilijk te geloven dat een goed geoliede machine als het Cubaanse Ministerie van Cultuur zich zo bedreigd zou voelen door zijn kunstenaars, dat het hard zou ingrijpen bij zo’n tiendaags kunstfestijn. Maar dat is precies wat er gebeurt. Cubaanse overheidsfunctionarissen zien onafhankelijke artistieke activiteiten als een bedreiging voor hun controle over de kunstwereld. Zij zullen de macht niet opgeven in de kunstwereld, die hun symbolisch zo dierbaar is als een van de weinige succesverhalen van de revolutie. Buitenlandse kunstprofessionals die massaal naar officiële Cubaanse culturele evenementen gaan, vechten zelden de voortdurende spanningen tussen kunstenaars en de staat aan, omdat ze het systeem niet begrijpen, of omdat ze verblind zijn door hun politieke loyaliteit aan achterhaalde ideologieën, of omdat ze bang zijn het land te worden uitgezet. Toch worden Cubaanse jongeren steeds mondiger o.a. door de sociale media en gebruiken methoden als fundraising die kunstenaars elders ter wereld ook gebruiken. Zij zijn steeds succesvoller in het ter discussie stellen van het monopolie van de Cubaanse regering op het gebied van de cultuur.

bienale-008bienal-de-habana-werk3-met-gorki

Bij de opening van de 00Bienal was ook de zanger van Porno para Ricardo, tweede van links, aanwezig

Slim en dapper
Crowdfunding maakte het mogelijk dat jonge filmmakers films konden maken buiten het officiële Instituto Cubano del Arte e Industria Cinematográficos, ICAIC, en jonge musici maakten hun muziek en zorgden voor uploads op YouTube. Kunstenaars hoeven niet langer af te studeren op kunstopleidingen op het  eiland, aan te pappen met officials van de overheid of weg te blijven van politieke thema’s om gehoor te vinden. Die nieuwe werkelijkheid maakt dat zij onverbloemd hun politieke zorgen uiten. Het maakt ook dat er een golf van repressie door de regering wordt ontketend, die graag een reden zou vinden om de schuld af te schuiven op de CIA of zelfs de Trump-regering voor deze vrije uitingen van creatieve autonomie. Maar deze keer heeft de Cubaanse regering het mis. Jazeker, de CIA heeft in de jaren zestig honderden malen geprobeerd Fidel Castro te doden, maar het is deze revolutie die kunstenaars heeft voortgebracht die slim en dapper genoeg zijn om voor zichzelf te denken. De Cubaanse regering schaadt zichzelf door te kiezen voor de onderdrukking van het genie van haar kunstenaars. Dat genie maakte de Cubaanse kunstenaars zo onmisbaar voor de rest van de wereld en zo waardevol voor het land.

Bron
* Coco Fusco, website Hyperallergic, 8 mei 2017

Linken
*
 Website Hyperallergic, 7 november 2017: Cuban Police Detain Artist Planning Alternative Havana Biennal 
Website Hyperallergic, 8 maart 2018: Tania Bruguera’s Once-Censored Installation Measures the Distance Between Words and Things
* Website Hyperallergic, 13 oktober 2017: Cuba’s Longest Running Independent Gallery to Launch Workshops on Art Outside Official Culture.

Van loyale partijganger naar ‘contrarevolutionair element’

Gisteren trof u hier de belevenissen aan van José Ramírez Pantoja, journalist van Radio Holguín die op staande voet werd ontslagen omdat hij op zijn persoonlijke blog de volledige tekst afdrukte van een speech van de onderdirecteur van de partijkrant Granma, Karina Marron. Hij had zijn baas toestemming moeten vragen, luidde de kritiek. Er zijn steeds meer voorbeelden van medewerkers van staatsinstellingen of media van de staat, die vanwege hun kritische houding en hun wens tot discussie worden uitgeschakeld en ontslagen, vaak na een lange campagne van intimidatie, pressie en chantage door de Cubaanse geheime dienst. De ontslagen bioloog Ruiz Urquiola en biochemicus Casanella hebben hun zaak voorgelegd aan de Mensenrechtenraad in Genève en de hulp van Amnesty International ingeroepen.

logo-museo-de-disidencia-cuba

‘Dissidenten’ als Hatuey, José Marti, Fidel Castro en Oswaldo Payá sieren de website van het Museo de la Disidencia en Cuba

Een vergelijkbaar ontslag overkwam de historica Yanelys Núñez Leyva die vorige week te horen kreeg dat zij niet langer in dienst was van het tijdschrift Revolución y Cultura. Reden is haar betrokkenheid bij het project Museo de la Disidencia en Cuba / Museum van de dissidentie. Yanelys Núñez Leyva zei tegen de redactie van de website Diario de Cuba: ‘In het document dat ze me bij mijn ontslag overhandigden wordt mijn ontslag niet gerelateerd aan mijn betrokkenheid bij het kunstproject en de website Museo de la Disidencia en Cuba.
Ze verwijzen naar het ‘oneigenlijk’ gebruik van internet op mijn werkplek en wijzen ook op mijn opmerking in de openbaarheid dat mijn band met dit project geen effect heeft voor de inhoud van mijn werk bij het tijdschrift Revolución y Cultura.’ (…) ‘Ik heb me verzekerd van de steun van advocaten van het onafhankelijke kantoor Cubalex en wil een bezwaarschrift indienen bij de desbetreffende instantie.’ Het Museo de la Disidencia en Cuba wordt geleid door de kunstenaar Luis Manuel Otero Alcántara en is gebaseerd op het concept dissidentie zoals dat in het officiële woordenboek van de Spaanse taal / Diccionario de la Real Academia de la Lengua Española wordt geformuleerd. Men komt er dan ook naast elkaar een jonge Fidel Castro, de indianenvoorman Hatuey en de overleden leider van de dissidentengroepering  Movimiento Cristiano Liberación Oswaldo Payá, tegen.

omar-everleny16042016

Omar Everleny

Omar Everleny
De vooraanstaande econoom en pleitbezorger van economische hervormingen, Omar Everleny, werd begin april ontslagen bij het Centro de Estudios de la Economía Cubana van de Universiteit van Havana. Omar Everleny (56) zou zonder toestemming gesprekken hebben gevoerd met collega’s uit de VS. Everleny werd door ambassadeurs van EU-landen in Havana bij voorkeur aanbevolen als vertegenwoordiger van de hervormingsgezinde stroming in Havana. De directeur van zijn instituut Humberto Blanco beschuldigt Pérez van het voeren van overleg met buitenlandse instituten en het informeren van ‘Noord-Amerikaanse vertegenwoordigers’ over de gang van zaken op het instituut. Ook wordt hem ‘onverantwoordelijk’ en ‘nalatig’ gedrag verweten, evenals het ontvangen van fondsen voor een studie over Zuid Korea waar geen toestemming voor was gegeven. Pérez is tegen zijn ontslag in beroep gegaan. Tegen persbureau AP  zei hij: ‘Hoe is het mogelijk dat ik elk jaar als excellent werd beoordeeld en men zich nu van mij verwijdert en mij beschuldigt?’.

Ariel Ruiz Urquiola2

Ariel Ruiz Urquiola

Ruiz Urquiola
In april van dit jaar werd een tweede universiteitsprofessor ontslagen, de geneticus en biologieprofessor  Urquiola vanwege ‘veelvuldige afwezigheid op zijn werkplek’.  Hij was in dienst van het Centro de Investigaciones Marítimas / Centrum voor Maritiem Onderzoek van de Universiteit in Havana en moest verdwijnen vanwege ideologische meningsverschillen. Dat meldde de wetenschapper vorige week zelf via een video-interview waarin hij sprak van ‘machtsmisbruik’. Ruiz Urquiola zet in een interview met politiek opposant Antonio Rodiles uiteen dat hij ‘slachtoffer’ is van ‘een serie hindernissen, een proces van machtsmisbruik binnen de Universiteit van Havana en het Openbaar Ministerie van de provincie.’ Gezamenlijk hebben die zich ingespannen ‘een internationaal onderzoeksproject’ tegen te houden dat in samenwerking met de Humboldt Universiteit in Berlijn zou worden uitgevoerd. Urquiola zegt dat de problemen dateren van januari 2015 toen hij problemen kreeg met de directeur van zijn onderzoekscentrum, die moeilijkheden maakte over zijn project met een buitenlandse universiteit. Hij spreekt van ‘gefabriceerde en georkestreerde beschuldigingen’ die werden verspreid door de leiding van het centrum en andere academici. Hem wordt nu ook verweten informatie over zijn ontslag te hebben gegeven aan de redactie van de website Diario de Cuba, ‘een contrarevolutionair medium.’

oscar-casanella-090816

Oscar Casanella

Oscar Casanella
Op 7 juni jongstleden werd de kankeronderzoeker Oscar Casanella ontslagen. Hij ging in beroep, maar deze maand werd zijn ontslag bij het Instituto Nacional de Oncología y Radiobiología (INOR) bevestigd. Casanella spreekt schande van het ontslag en wijst erop hoe hij sinds 2013 bedreigd is door diverse leden van de Cubaanse Staatsveiligheid met steun van de vice-directeur van zijn instituut, Lorenzo Anasagasti. Deze Cubaweblog maakte daar op 10 juli 2014 melding van onder de titel: Pest- en intimidatiecampagne tegen kankeronderzoeker Oscar Casanella.
Citaat:
Toen Oscar op 9 december op zijn werk verscheen in het Instituto Nacional de Oncología y Radiobiología (Hospital Oncológico), wachtte hem een verrassing. Hij doet daar onderzoekswerk naar darmkanker en werkt er onbetaald als toegevoegd docent aan de Faculteit voor Biologie. Zijn collega Pedro Wilfredo Fernández Cabezas wachtte hem op en zei hem dat als hij door zou gaan met het bijwonen van activiteiten van contrarevolutionaire groepen – ‘huurlingen, annexionisten en neoliberalen – kortom een cocktail van huiveringwekkende beschuldigingen’ – dat zeer ernstige gevolgen voor zijn werk zou hebben. Oscar antwoorden dat hij vrienden had die het oneens zijn met de regering, maar dat het geen huurlingen noch annexionistas zijn. Ook geloofde hij niet dat ze ‘neo-liberaal’ waren, maar als dat al zo zou zijn, zou dit geen rechtvaardiging zijn voor een actie tegen hen.

Gorki Aguila

Voorman Gorki Aguila van Porno Para Ricardo

Verder
Casanella wil verder gaan en zijn rechten als werknemer opeisen want ‘ik accepteer niet dat ze mijn carrière vernietigen of het mij onmogelijk maken een doctoraal in de Bioinformatica te behalen enkel en alleen omdat ik vrienden heb die politieke opposanten zijn. Casanella zoekt de oorzaak van zijn ontslag in het feit dat hij banden heeft met personen uit de politieke oppositie zoals zijn vriend Ciro Javier Díaz Penedo, lid van de rock punkband Porno para Ricardo. Hij nam ook deel aan het project van De Open Microfoon van de kunstenaar Tania Bruguera op het Plein van de Revolutie in december 2014.

Jose-Antonio-Torres-espionaje

Jose Antonio Torres

Journalist José Antonio Torres
De Cubaanse journalist José Antonio Torres werd in 2011 wegens spionage werd veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. Torres was ooit werkzaam als journalist bij de partijkrant Granma en zit nu gevangen in het Centro de Estudio y Trabajo Confianza, Mar Verde bij Santiago de Cuba. Hij werd in 2011 gearresteerd nadat hij in Granma artikelen publiceerde over mismanagement bij de aanleg van een aquaduct in Santiago en corruptie bij de aanleg van een glasvezel-kabelverbinding tussen Venezuela en Cuba. Vicepresident Ramiro Valdés was verantwoordelijk voor beide projecten. Torres stond bekend als een fanatiek verdediger van het regime. Hij werd in het verleden nadrukkelijk door president Raúl Castro geprezen. Dat gebeurde nog in juli 2010 in de partijkrant Granma naar aanleiding van de ‘kritische’ reportages over de aanleg van het aquaduct. Castro zei toen o.a. dat ‘deze geest de partijpers moet karakteriseren vanwege zijn onderzoek, zijn transparantie en zijn kritiek en zelfkritiek.’ Torres voelt zich nauw verbonden met zijn land en zei kortgeleden in een interview met 14ymedio: ‘Ik ben trouw aan mijn vaderland. Cubanen discussiëren in Miami, Washington, Madrid of Frankrijk omdat men hen niet toestaat de problemen die we hebben, te bediscussiëren in Santiago, Santa Clara, Camagüey of Havana. De regering heb ik niks te zeggen. Er is een gezegde dat luidt: fatsoenlijke mensen hoeven een regering die hen negeert, niet te accepteren.’

Link
* 9 juli 2010 Het artikel van Torres in de partijkrant Granma