Unilever maakt nieuwe start in Cuba

Het Nederlands-Engelse bedrijf Unilever is na jarenlange afwezigheid weer terug in Cuba. Vanaf 2018 zullen merkartikelen als Omo, Rexona en Lux in Cuba zelf worden geproduceerd. Unilever is een van de grootste buitenlandse ondernemingen, die zich vestigen in de speciale economische zone, Zona Especial de Desarrollo de Mariel (ZEDM), bij de haven van Mariel, 45 kilometer ten westen van Havana. President-directeur van Unilever, Paul Polman, legde vorige week samen met de Cubaanse Minister van Industrie, Salvador Pardo, de eerste steen. Nog elf andere ondernemingen hebben toestemming gekregen zich te vestigen in deze vrijhandelszone.

unilever-eerste-steen-paul-polman-minister-pardo-04112016

Links minister Pardo, rechts Paul Polman

Polman zei bij de eerste steenlegging van de fabriek dat het ‘een grote vreugde’ was voor Unilever weer terug te keren naar Cuba. Unilever was in de jaren negentig een van de eerste westerse bedrijven die toestemming kreeg om in Cuba een onderneming te starten na de val van de Sovjet-Unie. In 2012 verliet het Brits-Nederlandse bedrijf het eiland vanwege een dispuut over joint ventures. Op dat moment eiste de Cubaanse overheid een meerderheidsbelang in joint ventures met buitenlandse bedrijven. Inmiddels is het daarop teruggekomen. Unilever bezit 60% van de aandelen in de joint venture met het Cubaanse staatsbedrijf Intersuchel en investeert voor 35 miljoen dollar. In de vestiging worden artikelen voor de persoonlijke hygiëne (tandpasta, deodorant, shampoo) en schoonmaakartikelen voor vaat- en afwasmachine, geproduceerd, zowel bedoeld voor de verkoop in Cuba als daarbuiten. Deze fabriek levert 300 arbeidsplaatsen op en zal worden geleid door managers van Unilever.

unilever-eerste-steen

Eerste steen in het landschap van Mariel

Importvervanging
Polman benadrukte ook dat het de wens is van het bedrijf ‘bij te dragen aan het verminderen van de importen’ van Cuba, door ook voor de interne markt te produceren. Cuba is op dit moment voor zijn bevoorrading sterk afhankelijk van dure importen en het is de bedoeling van de ingezette economische hervormingen van Raúl Castro deze te verminderen. De president van de staatsinstelling voor de lichte industrie, Grupo Empresarial de la Industria Ligera (Gempil), Roberto Cabrera, vertrouwt erop dat de vorming van deze joint-venture met Unilever ‘als voorbeeld dient om andere investeerders uit Engeland en Nederland aan te trekken.’ Behalve Unilever ging deze week nog een tweede project in de Marielzone  van start, namelijk de Cubaans-Braziliaanse fabriek Brascuba waar sigaretten van Cubaanse tabak zullen worden gemaakt. De investering bedraagt 100 miljoen dollar.  Cuba hoopt op meer buitenlandse investeringen en berekent jaarlijks meer dan 2 miljard dollar nodig te hebben. Voor 2016 ontbreekt nog de helft van dit bedrag.

Bronnen
* 14ymedio en persbureau Associated Press, 4 november 2016

De salarissen van Mariel

Twee-derde van het salaris van een Cubaanse werknemer in het Marielproject gaat naar de Cubaanse staat. De publicist Dimas Castellanos trekt dezelfde conclusie als de onafhankelijk marxist Pedro Campos deed (zie tekst op deze Cubaweblog van gisteren) na de mededelingen van de directeur-generaal van het Marielproject (Zona Especial de Desarrollo Mariel (ZEDM). Castellanos voegt er aan toe dat de Cubaanse werknemers geen instituut of orgaan hebben dat hun belangen in deze verdedigen kan. Zijn bijdrage van 21 april op de website Diario de Cuba volgt hieronder, enigszins samengevat.

Mariel-habanaCastellanos noemt het nieuws dat de arbeiders nu 80% zullen ontvangen van het salaris dat door de staat en de investeerder is overeengekomen ‘relatief goed, want tot nu toe ontvingen arbeiders ingehuurd door buitenlandse ondernemingen of landen, nooit 4/5 deel van wat overeengekomen was’. Maar het feit dat de uitbetaling van de salarissen plaats vindt in nationale peso’s of CUP’s, noemt Castellanos een slechte zaak omdat de Cubaanse werknemers zijn dagelijkse behoeften steeds vaker moet aankopen in CUC’s. En dan komt er nog bij dat het wisselen van CUC’s in nationale peso’s tegen een speciale koers moet plaatsvinden: niet 24 peso’s voor 1 CUC, maar slechts 10 peso’s. Zo veranderen de 800 ÇUC’s uiteindelijk in 333 CUC.

Werknemers onbeschermd
Castellanos constateert verder dat de werknemer niet kan rekenen op bescherming op basis van de tekst van de nieuwe wet. Artikel 27 zegt slechts dat bij investeringen ‘de arbeidswet en de sociale wetgeving van de Republiek Cuba gelden.’ Vergeleken met vroeger is de Ley del Código de Trabajo / Arbeidwet, die op 29 december werd aangenomen een stap terug want blijkbaar is de wet Ley de las Comisiones de Inteligencia Obrera uit 1924 (bedoeld om conflicten tussen arbeiders en bazen tot een oplossing te brengen) ook verdwenen. De scheve verhouding tussen de stijging van salarissen en de kosten van levensonderhoud in Cuba, vindt zijn oorzaak in de periode van het totalitair socialisme, speciaal vanaf 1989 toen de prijzen steeds sneller stegen dan de verhoging van de salarissen. Dat heeft geleid tot het huidige nijpende probleem van een ontoereikend salaris. Dit probleem is zo zorgwekkend dat de partijkrant Granma van 27 april een interview publiceert met de nieuwe secretaris-generaal van de staatsvakbeweging CTC, Carmen Rosa López, die zegt ‘dat in alle analyses van het afgelopen jaar vooral de uitspraken van leden over hun inkomens overheersen.’ Zij geeft aan dat de opmerkingen van de betrokkenen zich allemaal richten op bezorgdheid over de salarissen.

Op 21 april  wordt de geboortedag van Lenin, 'leider van het wereldproletariaat' in Cuba gevierd. Hier met van links naar recht de voormalige secretaris-generaal van de CTC, Salvador Mesa, Mercedes Lopez  en Ulises Guilarte.  De viering vond plaats op de Leninheuvel in Havana

Op 21 april wordt de geboortedag van Lenin, ‘leider van het wereldproletariaat’ in Cuba gevierd. Hier met van links naar recht de voormalige secretaris-generaal van de CTC, Salvador Mesa, Mercedes Lopez en Ulises Guilarte. De viering vond plaats op de Leninheuvel in Havana

Meeste salarissen zijn minimumsalarissen
Castellanos wijst erop dat de Grondwet van 1940, artikel 61, voorzag in paritaire commissies voor elke sector waarbij salarissen en beloningen werden vastgesteld en rekening werd gehouden met het niveau van levensonderhoud, de bijzonderheden van regio’s en de specifieke kenmerken van de industrie, commercie of landbouw. ‘Maar nu nemen de arbeiders niet langer deel aan dergelijke besluitvorming en hebben zij geen zicht meer op salarisverhogingen. Per definitie is het minimumsalaris de begrenzing tussen de armoede en datgene wat nodig is om te overleven. Op basis van deze definitie behoren de meeste salarissen in Cuba tot de inkomens onder het minimumsalaris. Door deze abnormale situatie zijn velen gedwongen om aanvulling te zoeken buiten het normale werk – bijna altijd in de marge van de wet – en worden Cubanen gedwongen steeds van de ene naar de andere plek te gaan, van de ene activiteit naar de andere, van het ene beroep naar het andere beroep, zonder dat er sprake is van scholing en vorming.

Geen vakbond
De pers heeft benadrukt dat er duizenden arbeidsplaatsen zullen worden gecreëerd met salarissen die hoger zullen zijn dat het huidige gemiddelde maandsalaris van 20 CUC. Op elke andere plek op de wereld, zou dit bericht hebben geleid tot een golf van vakbondseisen. In het geval van de Cubaanse arbeiders, van wie de structuren en instituten zijn afgenomen die hen verdedigden, wordt de onvrede slechts in besloten kring geuit. Tegelijkertijd wenden dezelfde arbeiders zich tot het Mariel-agentschap omdat daar per slot van rekening en ondanks de beledigende afroming van het salaris door de staat, toch nog meer wordt verdiend dan het landelijk gemiddelde loon.

Botsende doelstellingen
Castellanos concludeert dat een van de grootste zorgen van de buitenlandse investeerders de behoefte aan efficiënte werknemers is en dat zij een salaris ontvangen dat moet motiveren en hen betrekt bij de resultaten van hun werk. De wijze waarop de salarissen in de toekomst zullen worden uitbetaald, kan wel eens botsen met deze doelstelling en met de wens om meer buitenlandse investeerders aan te trekken.

Dimas Castellanos

Dimas Castellanos

Linken
* Op 14 april 2014 publiceerde Dimas Castellanos een artikel getiteld Buitenlandse investeringen zonder vrijheid van vakbeweging. Citaat: De afwezigheid van zulke elementen als de vrijheid van vakorganisatie en de vrijheid van contract is een stap achteruit vergeleken met dat wat de Cubaanse arbeidersbeweging in de eerste helft van de 20ste eeuw heeft bereikt, maar het zijn ook obstakels bij het aantrekken van miljarden dollars om de Cubaanse economie uit het dal te halen waar zij zich in bevindt.
* De weblog van Dimas Castellanos (1943), woonachtig in Havana en afgestudeerd in politieke wetenschappen, bijbel- en theologiestudies. Hij was ooit professor marxistische filosofie en nu is hij onafhankelijk journalist.