De Zwarte Lente, de onderdrukking die vrucht droeg

Het was vroeg in de ochtend toen de politie arriveerde bij de deur van de eerste van de politieke tegenstanders die op 18 maart 2003 werden gearresteerd. Tijdens deze operatie werden 75 (vakbonds) activisten en onafhankelijke journalisten veroordeeld tot lange gevangenisstraffen op basis van de wet Ley Mordaza, die nog steeds van kracht is. De website 14ymedio publiceerde een commentaar.

primavera-negra-protestbord

Protestposter tegen de Zwarte Lente.

Het hebben van een typemachine, het melden van een schending van de mensenrechten via een telefoonlijn, het uitgeven van een onafhankelijk tijdschrift, het verzamelen van handtekeningen of simpelweg een interview geven aan buitenlandse media, waren de ‘bewijzen’ die de autoriteiten gebruikten om de gearresteerden in staat van beschuldiging te stellen. Het ontbrak niet aan verhalen van ontmaskerde mollen, informanten die hun eigen hachje spaarden door tegen hun collega’s te getuigen, noch aan excessen van de politie tegen de families van de gedetineerden. De lange nacht van repressie daalde over het hele eiland. De Zwarte Lente heeft in grote mate bepaald wat er de afgelopen vijftien jaar in de Cubaanse burgermaatschappij is gebeurd. De angst om in een kerker te belanden bracht veel burgers ertoe om af te zien van het uiten van een mening, en ballingschap was uiteindelijk het lot van een groot deel van degenen die in die kerkers hadden geleden. Het was een harde klap voor de dissidenten.

oscarchepewordtafgevoerd2003

De econoom en journalist Oscar Chepe was één van de Groep van 75. Hier wordt hij bij zijn woning afgevoerd door de geheime dienst.

Nieuwe ontwikkelingen
Dit kritieke punt heeft echter ook geleid tot het ontstaan en de ontwikkeling van nieuwe groepen, tendensen en fenomenen die buiten de officiële controle vallen. Vijftien jaar na die poging om de oppositie uit te schakelen, zien we een proces van diversificatie en uitbreiding van de kritieke sector, samen met een grotere internationale solidariteit met de politieke opponenten. De activisten van vandaag, schatplichtig aan die 75 gevangenen, hebben de thema’s waar zij aandacht voor vragen verbreed, van groepen die rechten eisen voor de LGBTI-gemeenschap tot verenigingen die grotere sociale ruimten voor mensen met een handicap nastreven. Het eiland is een broeinest van onafhankelijke plannen en ideeën.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Protest in mei 2003 voor de Cubaanse ambassade in Den Haag, o.a. georganiseerd door CNV, Glasnost in Cuba, NVJ en Pax.

Journalistiek
De journalisten die in maart 2003 werden gearresteerd zijn ook onmisbare voorbeelden voor de generatie verslaggevers die de onafhankelijke media van nu voeden. Ondanks alle pogingen om elke journalist buiten de controle van de Cubaanse Communistische Partij, het leven onmogelijk te maken, is er sprake geweest van een informatie-explosie, deels dankzij nieuwe technologieën. De datum die werd uitgekozen om een einde maken aan wat er nog over was van het Cubaanse burgeractivisme, herinneren we ons vandaag als een historische datum die een nieuw begin markeerde. Toen de regering van Fidel Castro in maart 2003 uit was op de uitroeiing van de dissidentenbeweging, was dat in feite het begin van de rebellie, van maatschappelijk non-conformisme en van inspiratie voor hen die besloten nieuwe media te creëren buiten de officiële pers om.

Bron
* Website 14ymedio, 18 maart 2018

Groeiende verdeeldheid onder Damas de Blanco

De tegenstellingen onder de leden van de mensenrechtengroep Damas de Blanco lopen sterk op. De huidige leider Berta Soler zou alles doen om verkiezingen voor een nieuw leiderschap te verhinderen. Leden van de Damas de Blanco in het buitenland die hiervoor pleiten, beet zij toe zich niet te bemoeien met ‘de zaken van het collectief op het eiland.’ Laura María Labrada Pollán, dochter van een van de oprichters van de Damas de Blanco, geeft toe dat Berta Soler die de beweging sinds 2011 leidt, fouten heeft gemaakt. Zij wil ook een verkiezing om ‘de eenheid, de integriteit en het prestige van de Damas de Blanco’ te beschermen. In 2005 ontvingen de Damas de Sacharov Prijs van het Europees Parlement.

Berta Soler (links) en Alejandrina García de la Riva staan tegenover elkaar in het kantoor van de Damas de Blanco, 16 december 2014

Berta Soler (links) en Alejandrina García de la Riva staan tegenover elkaar in het kantoor van de Damas de Blanco, 16 december 2014

Labrada Pollán, dochter van de overleden Laura Pollán, benadrukte dat ‘als haar moeder nog zou leven en mee zou maken wat er zich nu afspeelde rondom de organisatie, zij de eerste zou zijn om verkiezingen mogelijk te maken’. Labrada verzet zich tegen pogingen de kritische Damas in het buitenland uit te sluiten. Zij is er vast van overtuigd dat Berta Soler zich tot het uiterste zal verzetten tegen de verkiezing van nieuwe leiders van de beweging. De verklaring van Labrada Pollán is een reactie op een interview (18 februari 2015) van het Spaanse persbureau EFE met Berta Soler waarin deze de suggestie van 16 leden van de Damas de Blanco in ballingschap verwierp om af te treden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. In het kantoor van de Damas de Blanco in Havana klonk dezelfde eis wat leidde tot aanvaringen onder de vrouwen. Soler zegt in het interview dat ze zich gesteund voelt door de activisten binnen Cuba en dat zij niet zal aftreden omdat leden van de groepering in ballingschap daarom vragen, want zij ‘hebben niet het recht zich te bemoeien met de zaken van het collectief op het eiland.’

Laura Ollan overleed in oktober 2011

Laura Pollán overleed in oktober 2011

Spanningen groeien
De spanningen onder de Damas de Blanco werden in december duidelijk zichtbaar. Op 16 december 2014 vond in de woning van de inmiddels overleden oprichter van de Damas de Blanco, Laura Pollán, een actie plaats, gericht  tegen een mede-oprichter van de Damas de Blanco, Alejandrina García de la Riva. De la Riva was het oneens met de leiding door Berta Soler en de laatste noemde Riva ‘een verrader’. Enkele leden van de groep van de Damas de Blanco bedreigden de vrouw. De video werd pas later via sociale media verspreid. De beelden doen denken aan de zogeheten ‘actos de repudio’, uitgevoerd door Cubaanse regime-aanhangers in samenwerking met leden van de geheime dienst, waar de Damas de Blanco zelf sinds 2003 slachtoffer van zijn. De kritische Damas de Blanco sluiten niet uit dat de geheime dienst een poging heeft gedaan de organisatie te verdelen, ‘want de geheime dienst zit er altijd en overal achter, maar Berta Soler mag niet op deze manier optreden,’ aldus een van de vrouwen. Soler zelf noemde deze actie later ‘helaas misschien niet de meest correcte.’ Zij benadrukt in het interview met EFE en later met de Cubaanse internetkrant 14ymedio, de aanval op haar reputatie en spreekt over ‘een goed voorbereide actie’ van de kant van de Cubaanse veiligheidsdienst.

Damas de Blanco verzamelen zich in een kerk in Matanzas

Damas de Blanco verzamelen zich in een kerk in Matanzas

Sinds de Zwarte Lente
De mensenrechtengroep Damas de Blanco werd in 2003 opgericht door de vrouwen, dochters en vrienden van de 75 dissidenten die tijdens de Zwarte Lente tot zware gevangenisstraffen waren veroordeeld. Soler is getrouwd met Ángel Moya, een van de politieke gevangenen uit die groep, die de naam kreeg Groep van 75. De Damas de Blanco besloten toen tot wekelijkse stille tochten om de vrijlating van hun gevangenen te eisen. Vaak vonden die stille tochten plaats na afloop van kerkdiensten op zondag.

Video’s
* Oppositieleider Luis Enrique Ferrer (UNPACU) over de verdeeldheid onder de Damas de Blanco en beelden van het verbale geweld tegen een dissidente Dama de Blanco, 6 minuten
* Gesprek met de belaagde Alejandrina García, 4 minuten
* Damas de Blanco Berta Soler  en Leticia Ramos uit Matanzas in gesprek met Antonio Rodiles van de beweging Estado de Sats. Het interview duurt 31 minuten en is een steunbetuiging aan de koers van Berta Soler.

Linken
* Alejandro Armengol, een Cubaanse-Amerikaan schreef op zijn weblog Cuadernos de Cuba een commentaar, getiteld Het einde van de Damas de Blanco
* Interview van 14ymedio met Berta Soler die zegt zich gesteund te voelen door de vrouwen in Cuba.

Tien jaar na de fusillade van drie Cubaanse jongeren (deel 1)

Op 11 april 2003 werden drie Cubaanse jongeren gefusilleerd omdat zij met een gekaapte veerboot vanuit de haven van Havana naar de VS wilden vluchten. Bij de actie kwamen geen mensen om, ook werden er geen Cubanen gewond. Toch leidde dit incident tot de doodstraf van de drie met de kogel. 27 belangrijke Cubaanse intellectuelen en functionarissen schreven daarop hun ‘Brief uit Havana voor de Vrienden van Verre’ om de executies te rechtvaardigen.  De publicist Haroldo Dilla Alfonso schrijft tien jaar na datum, bijgaande tekst over voor de website Cuba Encuentro.

DE veerboot van Oud-Havana naar Rgela aan de overzijde van de baai

De veerboot van Oud-Havana naar Regla aan de overzijde van de baai

Deze maand wordt herdacht hoe 10 jaar geleden een van de meeste trieste gebeurtenissen in de periode na de Cubaanse revolutie van 1959, plaatsvond; de zogeheten Zwarte Lente**. Het was een moment waarop Fidel Castro, aangemoedigd door een golf van revolutionair sentiment in Latijns-Amerika en de eerste leveranties van gesubsidieerde vaten olie uit Venezuela, besloot alle vormen van oppositie en ontevredenheid de pas af te snijden. Het voorwendsel was, zoals gewoonlijk sinds 1959, de imperialistische dreiging. De onvrede had zich opgestapeld op weg van de ene nederlaag naar de volgende nederlaag tot aan de eind victorie, zoals Fidel die herhaaldelijk schetste.

In maart 2003 werden 75 opposanten van de Castroregering aangehouden, gevangengezet en via snelle processen veroordeeld

In maart 2003 werden 75 opposanten van de Castroregering aangehouden, gevangengezet en via snelle processen veroordeeld

Zwarte Lente begon in maart
Hoewel deze Zwarte Lente vooral wordt herinnerd als het moment waarop zonder enige rechtvaardiging 75 leden van de oppositie gevangen werden genomen, wil ik hier wijzen op een ander aspect. Het fusilleren van drie zwarte jongeren vanwege een mislukte poging een veerboot te kapen in de baai van Havana. Zoals bekend waren 11 jongeren op 2 april 2003 bij deze strafbare feiten betrokken met het doel om de kust van Florida te bereiken. Dat betekende de gijzeling van een 30-tal passagiers inclusief twee buitenlandse jongeren, die later een hoofdrol zouden spelen bij de onderhandelingen tussen de gijzelnemers en de politie. Uiteindelijk bleek de veerpont zonder benzine waardoor de gijzelnemers besloten een akkoord te sluiten, waaruit vooral hun kinderlijke naïviteit bleek: zij zouden tot bij de wateren van Mariel worden gesleept, nieuwe brandstof krijgen en dan hun tocht naar het noorden mogen voortzetten.

De drie slachtoffers: Lorenzo Copello Castillo, Barbaro Leodan Sevilla Garcia en JorgeLuisMartinez

De drie slachtoffers: Lorenzo Copello Castillo, Barbaro Leodan Sevilla en Jorge Luis Martinez

Haastig en onzorgvuldig
In plaats daarvan werden alle gijzelnemers van wie niemand geweld had gebruikt, vastgezet. Op 8 april stelde een rechtbank vast dat de gearresteerden geen recht hadden op een advocaat naar keuze. Drie van hen – Lorenzo Capello van 31 jaar, Bárbaro Sevilla van 22 jaar en Jorge Martínez van 40 – werden ter dood veroordeeld en de anderen kregen straffen, die varieerden van levenslang tot 2 jaar cel. Volgens de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten ( CIDH) heeft de Cubaanse staat nagelaten ‘de vereiste voorzorgen bij het proces in acht te nemen’, die leidden tot de berechting en veroordelingen. De commissie wijst er ook dat ‘bij de typeringen van de begane delicten de bestaande wetgeving niet voorziet in de doodstraf, maar een straf met vrijheidsbeneming.’ In een supersnelle prodedure van drie dagen werden de besluiten van het Hooggerechtshof en de Staatsraad bekrachtigd en spraken alle leden zich unaniem uit voor het fusilleren van de drie jongeren. Uiteindelijk vond de uitvoering ervan op 11 april 2003 plaats. De familieleden werden daarover pas veel later geinformeerd. Zij verkeerden nog in de veronderstelling beroep te kunnen kunnen aantekenen. Uiteindelijk konden zij niet eens afscheid nemen. In de 9 dagen tussen 2 en 11 april 2003 werd het proces gevoerd, beroepen aangetekend en besluiten genomen over het leven van deze drie personen en werd de executie uitgevoerd.

Herinneringsaffiche uit 2011: Wij zullen niet vergeten

Herinneringsaffiche uit 2011: Wij zullen niet vergeten

Linken
De tekst van het doodvonnis
De Brief uit Havana voor de vrienden van Verre werd ondertekend door Alicia Alonso, Miguel Barnet, Leo Brouwer, Octavio Cortázar,  Abelardo Estorino, Roberto Fabelo, Pablo Armando Fernández, Roberto Fernández Retamar, Julio García Espinosa, Fina García Marruz, Harold Gramatges, Alfredo Guevara, Eusebio Leal, José Loyola, Carlos Martí, Nancy Morejón, Senel Paz, Amaury Pérez, Graziella Pogolotti, César Portillo de la Luz, Omara Portuondo, Raquel Revuelta, Silvio Rodríguez, Humberto Solás, Marta Valdés, Chucho Valdés en Cintio Vitier.

* * Engelstalig artikel van Ivan Garcia over de Zwarte Lente 2003

Carlos Fuentes over ‘de perfecte uitvlucht van Fidel Castro’ (1)

Carlos Fuentes (1928), één van de grootste iconen van de Mexicaanse en Latijns-Amerikaanse literatuur, overleed op 15 mei jl.. Fuentes, 83 jaar, leverde een belangrijke bijdrage aan de roman en het essay in de Spaanse taal. Eén daarvan, La nueva novela hispanoamericana (De nieuwe Spaans-Amerikaanse roman, 1969) is een van zijn klassieke werken. Zoals bijna alle Mexicaanse intellectuelen uit zijn tijd, bevond Fuentes zich onder de eerste bewonderaars van de Cubaanse revolutie, geleid door Fidel Castro. Het verdere verloop van de antidemocratische gebeurtenissen in Cuba deden hem afstand nemen van het revolutionaire proces en veranderde hem in een onverbiddelijke criticus van de dictatoriale koers van het regime van Castro.

Als eerbetoon aan de beroemde schrijver van La muerte de Artemio Cruz en La región más transparante publiceerde de website CaféFuerte opnieuw het artikel dat op 22 april 2003 gepubliceerd werd in de Spaanse krant El País als reactie op de Zwarte Lente, een golf van onderdrukking door het Cubaanse regime van 75 dissidenten. Hier komt de polemische en halsstarrige Carlos Fuentes tot leven, maar altijd helder en betrokken bij de belangrijkste zaken van het menselijk bestaan.

Alta Fidelidad – Grote Trouw
Op 2 januari 1959 kwam ik in het gezelschap van Fernando Benítez, Manuel Barrera Acosta en de uitgever Juan Grijalbo, in Havana aan. Fidel Castro was nog niet aangekomen in de hoofdstad van Cuba. Vanaf Santiago naderde hij in een jeep via de route van de overwinning, vergezeld door gedresseerde duiven die op zijn schouders neerstreken zodra hij een rede hield. Hij onderbrak zijn toespraken met de retorische vraag  ´Doe ik het goed Camilo?’, gericht aan de tweede man van het driemanschap van de Revolutie in de Sierra Maestra, Camilo Cienfuegos. De derde was uiteraard Ernesto Che Guevara. Met dit ´Doe ik het goed Camilo?’ richtte Castro zich niet alleen tot zijn wapenbroeders, maar ook tot de gehele Cubaanse gemeenschap die, met uitzondering van de aanhangers van Batista, de bebaarde jongelui met tomeloze vreugde ontving. Iedereen verwachtte van deze heldhaftige jongens iets meer dan de omverwerping van een wrede en corrupte tiran. Wellicht verwachtten ze alles. Democratische politiek, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging, een gemengde economie, versterking van zowel de onderneming als de Staat, productie-diversificatie, onderwijs, gezondheid.

Dictator Somoza werd in 1939 ontvangen door president Franklin D. Roosevelt

Vriendschap VS en dictators
Misschien verwachtten ze ook – volk en revolutionair bestuur – een begripvol en vriendelijk gebaar van de regering van de Verenigde Staten, die op dat moment werd geleid door generaal Dwight D. Eisenhower. Eén van de eerste reizen van Fidel ging naar Washington. Ike ontving hem niet. Nixon gaf hem een koele handdruk op de trappen van het Capitool. Gewend om dictators uit Midden Amerika en de Caraïben ten gunste van eigen belang te gebruiken, keken de Noord-Amerikanen met argwaan naar deze niet te classificeren rebel, een vreemde vogel tussen de Trujillo´s, Somoza´s, Castillo Armas en Baptista’s uit de regio. Bovendien – hoe verwarrend!-, werd de Cubaanse rebel omschreven als ‘bourgeois’ door de Cubaanse communistische partij, die alleen op het laatste moment, dankzij de ontegenzeggelijke intelligentie van partijman en advocaat, Carlos Rafael Rodríguez, het revolutionaire karakter van de oncontroleerbare rebellen erkende.

Het beloofde vrije vaderland

Fidel Castro en de Franse auteur Jean Paul Sartre in een helicopter (1960)

Castro had alles om het beloofde vrije vaderland te creëren. De hulp kwam niet uit de minste hoek, de mondiale kunstenaars-  en intellectuelengemeenschap bood hem haar hulp aan. Van Jean Paul Sartre tot C. Wright Mills, de intelligentia van de wereld zag in Cuba de mogelijkheid tot een originele revolutionaire vernieuwing, bevrijd van dogma’s en de misvormingen, opgelegd door de Byzantijnse caesaro-papistische traditie van een marxisme dat was overleden in het orthodoxe (de Partij) en tsaristische (de Staat) Rusland.

‘Vooruit, ga je gang net als in de tijd van het Platt Amendment’, cartoon partijkrant Granma 2010

Nabuurschap VS
Wellicht was dit in Polynesië wel mogelijk geweest. In Cuba was nabuurschap catastrofaal. Samen met Puerto Rico de laatste kolonie van Spanje in Amerika, kolonie de facto van de Verenigde Staten tijdens en na het Platt Amendement, een amendement dat Washington de bevoegdheid gaf in te grijpen in interne aangelegenheden op het eiland. Cuba was nu niet langer een kolonie. Maar Cuba bleef een buurland. Het tijdperk speelde ook een rol. Hoewel met minder manicheïstische wreedheid dan Bush, zei Washington midden in de Koude Oorlog eveneens: ´Degene die niet met mij is, is tegen mij´. Maar als met ´hen´ betekende zich onderwerpen aan hen, onderwierp Castro zich niet en stelde hervormingen in die door het Witte Huis van Eisenhower en zijn regering van magnaten en haviken, als sterk communistisch gezien zouden worden. Zoals het Mexico van Carranza tot Cárdenas, nationaliseerde en onteigende Castro, maar, in tegenstelling tot Mexico, onderhandelde hij niet. De escalatie van confrontaties met Washington leidde tot een breuk in de betrekkingen in 1961. In plaats van het versterken van de nationalistische middenklasse, sloot Castro de interne deuren en opende de poorten naar buiten: het verlies aan talent en energie was enorm. De pers werd onderdrukt. De politieke partijen weggeveegd. De macht consolideerde zich rondom de Beweging van de 26ste juli (Movimiento 26 de Julio) en de fatale rondes begonnen in de escalatie tussen het eiland en de Verenigde Staten. Bij veel Noord-Amerikaanse agressie, meer Cubaanse dictatuur. Bij meer Cubaanse dictatuur, meer Noord-Amerikaanse agressie.

Raúl Roa was een belangrijke Cubaanse diplomaat uit de eerste jaren van de revolutie. Hier spreekt hij op 18 maart de vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) toe.


Onderwijs en welzijn

Ondanks deze spanningen realiseerde Cuba grote vorderingen in onderwijs en welzijn. Bovendien bezat Cuba de wapens van David tegen Goliath: de katapult van de waardigheid, de grootheid van de kleine tegen de grote. De Varkensbaai invasie, tot in de puntjes uitgewerkt door de regering Eisenhower en geërfd met een gebrek aan doorzettingsvermogen door die van Kennedy, resulteerde zonder de logistieke hulp van de Noord-Amerikanen in een fiasco voor de binnenvallende huurlingentroepen. Playa Girón (de Varkensbaai) werd de plek waar het aanzien van Cuba als pionier van de Latijns-Amerikaanse onafhankelijkheid zijn hoogtepunt vond. Achtereenvolgens gaven Ernesto Guevara en Raúl Roa in Punta del Este morele en diplomatieke inhoud aan de waardigheid van heel Latijns-Amerika. Hoe kon je nog tegen de Cubaanse Revolutie zijn?

Oswaldo Payá 1952 – 2012: Van kerkelijk naar politiek activisme

Oswaldo Payá Sardiñas werd in 1952 in Havana geboren in een traditioneel katholiek gezien. Hij bezocht het College van de Maristen in de wijk Cerro totdat dit in 1961 door de communistische autoriteiten werd gesloten. Op 16-jarige leeftijd vervulde hij zijn militaire dienst op het Eiland van de Jeugd / Isla de Pinos. Hij zat enige tijd gevangen in een van de vele strafkampen die Cuba toen telde. Na vrijlating zette hij zijn godsdienstige activiteiten voort en werd hij actief in de parochie van de wijk Cerro. Hij hield zich vooral bezig met jongerenpastoraat. Payá was actief binnen de kerkelijke beweging Reflexión Eclesial Cubana / Kerkelijke Cubaanse Reflectie (REC) en was afgevaardigde bij de ENEC-Conferentie (ENEC: Encuentro Nacional Eclesial Cubano / Nationale Kerkelijke Ontmoeting) in februari 1986. Deze kerkelijke bijeenkomst was bedoeld ter vernieuwing en modernisering van de katholieke kerk in Cuba. Centraal stond toen de vraag hoe de katholieke kerk zich binnen het socialisme diende op te stellen. Payá richtte in de parochie van El Cerro een ontmoetingscentrum op en maakte het tijdschrift Pueblo de Dios / Volk van God, dat ook in veel andere parochies werd verspreid.

In 1988 richtte Payá de Movimiento Cristiano Liberación / Christelijke Beweging van Bevrijding (MCL) op, die zich geheel richtte op de verdediging van de fundamentele democratische rechten van de Cubanen. De beweging MCL was een politieke en sociale beweging die ook toegankelijk was voor niet-katholieken. Payá was veelvuldig doelwit van gewelddadige acties van de Cubaanse geheime dienst en is vele malen voor kortere tijd gevangen gezet.

Van links naar rechts Hector Palacios, Oswaldo Payá en de vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez tijdens een persconferentie

Project Varela: 25.000 handtekeningen
In 1998 ontstonden binnen het MCL de plannen voor het Project Varela. Samen met zijn volgelingen doorkruiste hij het hele land om handtekeningen te verzamelen, die op 12 maart 2002 bij de Nationale Assemblee del Poder Popular / Asamblea Nacional del Poder Popular werden aangeboden. Volgens de toen bestaande Cubaanse wetgeving zouden 10.000 handtekeningen van burgers volstaan voor een plebisciet onder de bevolking. Uiteindelijk werden 11.000 handtekeningen aangeboden van burgers die vroegen om vrijlating van alle politieke gevangenen, democratisering van de samenleving en een scheiding van de wetgevende, juridische en uitvoerende machten. De Cubaanse regering negeerde het verzoek, organiseerde massale demonstraties om de instemming met het socialistisch systeem te bevestigen en verklaarde uiteindelijk officieel dat het socialisme in Cuba ‘onomkeerbaar’ was. Ook werd de grondwet gewijzigd waardoor de mogelijkheden van burgers voor een referendum verdwenen. In maart 2003 verhevigde de repressie met de arrestatie tijdens de Zwarte Lente / Primavera Negra van 75 geweldloze dissidenten; ruim 40 van hen behoorden tot de MCL en hoorden straffen van 12 tot 28 jaar uitspreken vanwege ‘ondermijning van de nationale soevereiniteit’. Payá werd niet gearresteerd en spande zich in om de vrijlating van zijn collega’s te bevorderen en democratische grondrechten te eisen voor alle Cubanen. In 2004 werden door het Project Varela opnieuw 14.000 handtekeningen ingezameld om veranderingen te eisen in de regering van Fidel Castro.

Huurling
De autoriteiten in Cuba beschouwden Payá echter als ‘een huurling’, in dienst van de VS hoewel hij een verklaard tegenstander van het Amerikaanse embargo was. In de Cubaanse Wikipedia (Ecured, een door het regime opgezet informatiesysteem) werd hij aanvankelijk ook omschreven als ‘terrorist’ maar na protesten uit eigen land en het buitenland werd dit gewijzigd.

Bekladding woning
Toen de oppositieleider Oswaldo Payá Sardiñas in juni 2006 terugkeerde uit de kerk bleek tegenover zijn huis een enorme karikatuur tegen Bush en een leus tegen het Amerikaanse embargo geschilderd te zijn. Tientallen leden van de Cubaanse geheime dienst en andere Cubanen waren in het parkje Manila voor zijn woning verzameld toen Oswaldo en zijn vrouw Ofelia hun woning wilden betreden. In een goed voorbereide actie waren overal in de omgeving van de woning spandoeken opgehangen met leuzen als ‘Socialisme of de Dood’ en ‘In een belegerd vesting is dissidentie verraad’. Oswaldo en zijn vrouw werden ook veelvuldig gefotografeerd. Het huis werd destijds ook bewoond door de 84-jarige vader van Oswaldo die inmiddels is overleden. Payá: ‘Deze laffe actie en terreur is een represaille tegen mij en mijn familie vanwege het feit dat onze beweging op 10 mei jongstleden het Programa Todos Cubanos (Programma Alle Cubanen) publiceerde, een vredelievend alternatief voor Cuba, dat machthebbers niet wensen te zien of te horen.’

Payá bezoekt in februari 2010 de woning van Orlando Zapata die na een hongerstaking overleed

Moeilijke relatie met kerk
Hoewel Oswaldo Payá een gelovig katholiek was, waren er regelmatig spanningen tussen hem en de katholieke kerkleiding. Hij verweet deze en vooral de kardinaal van Havana, Jaime Ortega, te kritiekloze banden met de machthebbers te onderhouden. Dat bleek o.a. tijdens het recente bezoek van de paus toen Payá publiekelijk scherpe kritiek uitte op het zwijgen van de katholieke kerkleiding over de mensenrechten. Een ontmoeting met de paus, waarom hij had gevraagd, werd geweigerd. Eerder verbood de kerkleiding hem deel te nemen aan de Sociale Week die zij organiseert.

In 2003 sprak Ofelio Acevedo met een Duitse televisieploeg over de gevolgen voor haar gezin van de Zwarte Lente, naast haar Paya’s zoon Oswaldito.

Drie kinderen
Payá was getrouwd met Ofelia Acevedo en zij hebben drie kinderen: de zonen Oswaldo José en Reinaldo Isaías en dochter Rosa María. Zijn broer Carlos woont in Madrid en is vertegenwoordiger van de MCL in Madrid. Ondanks zijn dissidente activiteiten bleef Payá werkzaam in een ziekenhuis als specialist voor elektrische apparatuur; hij bezat een ingenieurstitel. Met de fiets op weg naar zijn werk werd hij veelvuldig gevolgd door een of meer medewerkers van de Cubaanse geheime dienst; ook zij gebruikten vaak de fiets.