Raúl Castro bevestigt ‘socialistisch karakter’ Cubaans regime

President Raúl Castro bevestigde donderdag tijdens de zitting van de Nationale Assemblee ‘het socialistisch karakter’ van de revolutie en ‘de rol van de Partij als leidende kracht van samenleving en Staat’. Castro sloot de buitengewone zitting van de assemblee af waar aanvullingen en aanpassingen werden besproken van het zogeheten Conceptualización del modelo económico y social, het economisch ontwikkelingsplan tot 2030 evenals 9 nieuwe Lineamientos / Richtlijnen voor 2016-2021. Deze documenten werden op het 7e partijcongres vorig jaar aangenomen en worden gezien als de leidraad voor de hervormingen die Castro invoerde.

asamblea-nacional-raul-castro-juni2017

Raúl Castro voert het woord in de Asamblea Nacional

Raúl Castro benadrukte ‘het open en democratisch debat’ dat eerder over deze documenten had plaatsgevonden en waar ‘1,6 miljoen Cubanen’ aan deelnamen, de meesten militanten van de communistische partij PCC en de jongerenorganisatie UJC plus de overige massaorganisaties die door de Cubaanse regering worden gecontroleerd. Hij zei dat nu ‘kan worden voortgegaan’ en alles ‘veranderd kan worden wat veranderd moet worden’. Hij voegde er wel aan toe ‘met de snelheid die ruimte biedt voor consensus en het vermogen de zaken goed te doen’ om ‘grote fouten te vermijden’. De Nationale Assemblee is ondergeschikt aan de besluitvorming in de partij. Vicepresident Miguel Díaz-Canel benadrukte dit woensdag toen hij zei dat ‘alles wat hier wordt aangenomen als aanbeveling door de hoogste instanties van de Partij op waarde zal worden geschat.’

Rijkdom
Vicepresident Marino Murillo benadrukte dat ‘de concentratie van eigendom en rijkdom niet zal worden toegestaan’ ook wanneer ‘vormen van particuliere bedrijfsvoering worden ingevoerd.’ Deze cumulatie van rijkdom doet zich bijvoorbeeld voor bij een consortium als Grupo de Administración Empresarial S.A. (GAESA), geleid door het Cubaans leger en door de autoriteiten aangeduid als een staatsbedrijf.

maduro-raul-1mei2015

Presidenten Nicolás Maduro en Raúl Castro

Unanieme steun
Ook dit keer ging de Nationale Assemblee unaniem akkoord met alle voorstellen die de leiders voorlegden. Unaniem was ook de solidariteitsverklaring met de Venezolaanse bondgenoot Nicolás Maduro. Raúl Castro riep op ‘de agressie aan te klagen en tegen te houden waaronder ons broedervolk lijdt.’ (…) ‘Imperialistische belangen willen het recht op zelfbeschikking van dit volk ontnemen.’ De schuld voor de ruim 60 doden en vele gewonden in de straten van Caracas legde Raúl Castro bij de protesterende Venezolanen ‘die uit zijn op een staatsgreep’ en hij verwees naar ‘beelden van neergestoken jongeren en zij die levend werden verbrand.’ Ook sprak het parlement zijn steun uit aan de afgezette Braziliaanse president Dilma Rouseff, de Partido de los Trabajadores en de ‘historische leider’ Luiz Inacio Lula Da Silva. Zij worden beschuldigd van corruptie en financiële manipulatie; Raúl Castro noemde hen slachtoffers van ‘vervolging’. In juli aanstaande komt de Asamblea Nacional del Poder Popular opnieuw bijeen.

Noten
* Gesproken tekst plus video van interventie van Raul Castro op 1 juni 2017
* De teksten van de resoluties over de twee partijdocumenten: Conceptualización del Modelo Económico y Social Cubano de Desarrollo Socialista en het Plan Nacional de Desarrollo Económico y Social hasta 2030 Conceptualización-Modelo-Economico-Social-Cubano-Desarrollo-Socialista.pdf

Advertenties

Waarom buitenlandse investeringen in Cuba niet functioneren?

In 2007 – nadat de Revolutie 48 jaar aan de macht was –  waren door inefficiëntie de stukken land in handen van de staat, veranderd in velden waar de marabu of het oprukkend onkruid, welig tierde. Ondertussen stegen de voedselprijzen op de wereldmarkt. President Raúl Castro stelde toen voor ‘alles te veranderen dat veranderd moest worden.’ Vijf jaar later, in mei 2013 erkende de vicepresident van de Staatsraad, Marino Murillo Jorge dat ‘de maatregelen die tientallen jaren waren getroffen bij de bewerking van de grond, niet hadden geleid tot de noodzakelijke stijging van de productie.’ In het volgende artikel beantwoordt de onafhankelijke publicist Dimas Castellanos de vraag waarom buitenlandse investeringen in Cuba niet functioneren.

computerfabriek-diaz-canel

Vice-president Diaz Canel (blauw overhemd) bezoekt een fabriek waar computers worden geproduceerd.

Die inefficiëntie wordt zichtbaar in het Bruto Intern Product, dat de afgelopen jaren daalde tot 1% in het eerste kwartaal van 2016 en aan het einde van dat jaar tot 0,9%. Dat wil zeggen dat Cuba 2017 binnengaat in recessie en met een negatieve groei. Het is daarom noodzakelijk de behoefte aan buitenlandse investeringen hoog op de agenda te zetten. Geen land kan daaraan ontsnappen, zeker een onderontwikkeld land dat in een staat van crisis verkeert. In 1982 kwam het Decreet Wet nr. 50 / Decreto-Ley No. 50 voor buitenlandse investeringen uit, op een moment dat de torenhoge subsidies vanuit de Sovjet Unie nog maakten dat Cuba zich een vijandige houding tegenover investeerders uit andere delen van de wereld kon permitteren. De klap kwam met het verdwijnen van de Sovjet Unie in de jaren negentig. Toen werd in 1995 Wet 77 gepresenteerd vol inperkingen, het ontbreken van garanties en een slechte houding tegenover investeerders. Daarom verlieten meer dan de helft van de 400 joint ventures (bedrijven met aandelen van de Cubaans staat en buitenlandse investeerders, redactie) in 2002 het land weer. Tot maart 2014 moest worden gewacht tot deze wet werd vervangen door Wet 118 op de Buitenlandse Investeringen. Die wet moest de desinteresse bij investeerders wegnemen en was o.a. gericht op het aantrekken van buitenlandse investeringen voor de vrijhaven en containerhaven van Mariel. Maar hoewel Ley 118 flexibeler is dan zijn voorgangers, blijven spectaculaire resultaten uit. Volgens de Cubaanse autoriteiten zelf heeft het land een groei nodig van het Bruto Intern Product van 5 tot 7%. Om die te bereiken is een groei van de investeringen nodig met 25%, dat betekent een jaarlijkse omvang ter waarde van tussen de 2 en 2½ miljard dollar.

cuentapropista-brood-straat

Ruim 200 beroepen kunnen in Cuba als kleine zelfstandige worden uitgeoefend zoals hier de verkoop van brood op straat.

Obstakels
De enige manier om dit doel in de huidige omstandigheden te bereiken, is de invoering van de volgende maatregelen:
1- Cubanen zowel op het eiland als daarbuiten in staat stellen op te treden als investeerders.
2- Erkenning van de maatschappelijke rol van eigendom en particulier bezit. Het concept verwerpen waarbij het juridische of natuurlijke personen niet is toegestaan eigendommen te vergaren. Daardoor wordt belemmerd dat de Cubaanse burger een zelfstandige speler wordt in economische processen.
3- Cubanen toestaan elke particuliere activiteit (in de productie- en de dienstensector) te beoefenen en deze juridisch te erkennen.
4- Investeerders wettige garanties bieden waardoor bij een conflict of dispuut met de Cubaanse communistische partij een gerechtelijke instantie optreedt die niet onderworpen is aan de Partij of de Staat. Nu treedt de regering zowel als rechter als als partij op.
5- In volle vrijheid personeel kunnen aanstellen.
6- Een einde maken aan het duale monetaire systeem en de verschillen in de wisselkoersen. Dat is een voorwaarde voor het functioneren van een interne markt die investeringen stimuleert.
7- Erkenning van het recht op vereniging waardoor lid worden van en het oprichten van vakbonden mogelijke wordt. Dit is een principe neergelegd in Conventie 87 van de Internationale Organisatie van de Arbeid (ILO) en door Cuba onderschreven. Dit principe wordt ook erkend in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, waar Cuba bij de totstandkoming ervan in 1948 een vooraanstaande rol speelde en de beide internationale VN-pacten voor burger- en politiek rechten en de economische, sociale en culturele rechten, door Cuba ondertekend maar nooit geratificeerd. Dit zijn de obstakels – de historische botsingen met investeerders, de schulden aan crediteuren – en die  vormen de hoofdoorzaak van de geringe buitenlandse investeringen en niet het Amerikaans embargo, inmiddels versoepeld door president Barack Obama.

ricardo-cabrisas-ruiz

De Cubaanse minister van Economie en Planing, Ricardo Cabrisas

De Minister van Economie en Planning, Ricardo Cabrisas, stelde op 27 december tijdens de zitting van het Cubaans parlement: ‘De buitenlandse investeringen blijven zeer laag. We zijn er niet in geslaagd dat deze een fundamentele rol spelen bij de economische ontwikkeling.’ En de voorzitter van de Staatsraad, Raúl Castro, legde uit: ‘Het is van groot belang de dynamiek van de buitenlandse investeringen te vergroten……Het is van belang eens en voor altijd de verouderde mentaliteit te overwinnen vol vooroordelen tegen de buitenlandse investeringen. Wij moeten afzien van de valse angsten voor buitenlands kapitaal.’

investeringen1397761392_ley_inversion_extranjeraNieuwe investeringswet
Wanneer de economische stagnatie slechts een halt kan worden toegeroepen door een sterke kapitaalinjectie en de uitspraak van Raúl Castro ‘dat alles veranderd moet worden dat veranderd kan worden’ meer is als retoriek, dan moet er een nieuwe wet komen of de huidige moet diepgaand worden aangepast, waarin het voorvoegsel ‘buitenlands’ verdwijnt en er vanaf heden gewoon gesproken wordt over de Wet op de Investeringen. Cuba is het enige landen in de regio waar de burgers geen recht hebben als zelfstandige individuen aan het economisch proces deel te nemen ondanks allerlei initiatieven en professionele scholing. Wanneer dit niet wordt gecorrigeerd is er sprake van een ontkenning van onze economische geschiedenis, de sociale strijd en het concept ontwikkeld door José Marti over de Republiek: ‘een staat met gelijke rechten voor iedereen in Cuba geboren waarvan velen kleine ondernemers.’ Dit verbod is schadelijk voor de natie maar ook in strijd met de huidige grondwet waarvan artikel 14 luidt: ‘de economie is gebaseerd op het socialistisch eigendom van heel het volk over de fundamentele productiemiddelen’. Tot nu toe is de bevolking uitgesloten om te participeren in het proces van investeringen en dat staat haaks op onze wet en de Westerse cultuur waar we deel van uitmaken. Een nieuwe Wet op de Investeringen zonder voorzetsel kan een belangrijk signaal zijn voor te verwachten veranderingen. Het bewijs dat, hoewel met enige vertraging, de regering bereid is ‘alles te veranderen, dat veranderd moet worden.’

Bron
* Publicist en historicus Dimas Castellanos op de website van Diario de Cuba, 10 januari 2017

Cubaanse Minister van Economische Zaken vervangen

De Cubaanse Minister van Economische Zaken, Marino Murillo (54),  is op last van president Raúl Castro vervangen door de 79-jarige Ricardo Cabrisas, vicevoorzitter van de ministerraad. Murillo maakte vorige week bekend dat de economische groei in Cuba in de eerste helft van 2016 was afgenomen van 4,7% tot 1 % als gevolg van de crisis in buurland Venezuela, de belangrijkste olieleverancier van Cuba. Hij zei voor de tweede helft van 2016 te streven naar 28% energiebesparingen in heel het land.

dollar-che-guevaraVolgens het Spaanse dagblad El Pais is het moeilijk de betekenis van de kabinetswijzigingen van de afgelopen weken te duiden; vorige week werd al de Minister van Cultuur, Julián González, vervangen door Raúl’s adviseur, Abel Prieto en ook de minister van Hoger Onderwijs, Rodolfo Alarcón, is sinds woensdag jl. vervangen door José Saborido. Murillo werd beschouwd, samen met vicepresident Miguel Díaz-Canel (56), als  een van de belangrijkste architecten van de hervormingen die president Raúl Castro sinds 2008 tracht in te voeren. Die plannen behelzen o.a. een grotere liberalisering van de economie (meer buitenlandse investeringen, de ontwikkeling van een gemengde binnenlandse economie) die een einde moet maken aan de onderontwikkeling van het land en de stagnerende economie.

Richtlijnen
Murillo was tussen 2009 en 2011 al eens Minister van Economische Zaken en vanaf 2014 opnieuw. Hij was de belangrijkste pleitbezorger van de zogeheten Lineamientos del Partido Comunista de Cuba / De Richtlijnen van de Cubaanse Communistische Partij, die in 2011 werden aangenomen en waarop het nieuwe economische model is gebaseerd. Volgens de officiële bekendmaking zal hij bij de realisering van deze plannen een rol blijven spelen en blijft Murillo vice-voorzitter van de Raad van Ministers.

cabrisas-ricardo-min-econom-juli2016

De nieuwe Minister van Economische Zaken, Ricardo Cabrisas

Verontrustend
De daling van het Bruto Intern Product van 4,7% in 2015 tot 1 % in 2016 in de eerste helft van dit jaar deel heeft geleid tot bezuinigingsmaatregelen die tijdens de bijeenkomst van de Nationale Assemblee aan de orde werden gesteld. De Cubaanse economie lijdt ook door de daling van de wereldmarktprijzen van grondstoffen zoals suiker en nikkel. De opbrengsten uit het sterk groeiende toerisme en het overmaken van steeds meer deviezen van Cubaanse-Amerikanen lossen dit probleem niet op. Murillo liet de parlementsleden weten naast een bezuiniging op het energiegebruik ook betalingen in buitenlandse deviezen te willen beperken. Murillo: ‘Wij hebben geen liquide middelen en de oplossing kan niet zijn nog meer op krediet te kopen’, omdat daardoor Cuba’s schuldenlast nog meer zal toenemen.

Bron
* El Pais, 15 juli 2016

Link
* Op de kritische website 14ymedio stelt Reinaldo Escobar zich de vraag of  Murillo in ongenade is gevallen of uit de wind wordt gehouden.

Proces buitenlandse investeringen verloopt traag

Volgens de Cubaanse econoom en publicist Orlando Freire Santana gaat het niet goed met de buitenlandse investeringen in Cuba. Hij trekt die conclusie nadat het Cubaanse parlement in december bijeenkwam en in de besloten werkgroepen feiten naar buiten kwamen ‘die zelfs triomfalistische kringen niet konden verbergen; de buitenlandse investeringen in Cuba verlopen traag nadat anderhalf jaar geleden de Wet 118 ter bevordering van dit proces was aangenomen.’ Santana publiceerde zijn artikel op de website Diario de Cuba 

schaduweconomieCuba_The_Secret_Economy3

Vooral de schaduweconomie groeit in Cuba. Robert, die zijn achternaam niet wil geven, vult hier flessen met een thuis gemaakte frisdrank.

Enkele afgevaardigden wilden slechts de minst sombere feiten noemen en verwezen naar de 37 projecten die wél werden geregeld onder de nieuwe wetgeving. Zes van deze projecten zijn gevestigd in de speciale ontwikkelingszone Mariel. Op dezelfde wijze probeerden zij optimistisch gestemd te blijven over de tweede versie van de portefeuille met mogelijkheden tot investeringen, die in oktober werd gepresenteerd. Directieleden van het Ministerie van Buitenlandse Handel en Buitenlandse Investeringen (MINCEX) bleven in hun opmerkingen meer met de voeten op de grond. Directeur-generaal Deborah Rivas Saavedra verzekerde dat men scholingsactiviteiten en technische adviezen had verstrekt aan onderhandelaars en ondernemers ter wille van de concretisering van de projecten, maar dat zij moest erkennen dat ‘het aantal projecten in verhouding met de periode die verlopen is met de aanname van de nieuwe wetgeving, gering is.’

Directeur-generaal Deborah  Rivas Saavedra  in gezelschap van de Engelse ambassadeur in Cuba

Directeur-generaal Deborah Rivas Saavedra in gezelschap van de Engelse ambassadeur in Cuba

Terug naar het verleden
Minister Rodrigo Malmierca wees op zijn beurt op ‘de mentale blokkade, het gebrek aan voorbereiding en de uiterste behoedzaamheid die verhinderen dat goede resultaten worden bereikt.’ Deze woorden van het hoofd van MINCEX onthullen het bestaan van een stroming van de harde lijn binnen de Nomenklatura van Raúl Castro, de ideologische Taliban die het binnenhalen van buitenlands kapitaal beschouwt als ‘terugkeer naar het verleden.’

Vertrouwen ontbreekt
Er is nog een element waardoor buitenlandse investeringen worden verhinderd en dat heeft te maken met de interne ontwikkelingen in Cuba zelf. Het betreft het gebrek aan vertrouwen bij potentiële investeerders uit het buitenland. En dat is logisch want niemand wil dat zijn geld gevaar loopt omdat het in het ontvangende land ontbreekt aan een helder geformuleerd concept van het economische model dat men voor ogen heeft. Zo heerst onzekerheid over wat morgen kan gebeuren in een land waar de autoriteiten zelf inbreuk kunnen maken op de wetten. Een voorbeeld van de onrust waar de Cubanen mee te maken hebben – en die logischerwijs ook hen bevangt die willen investeren – zijn de herhaalde en groeiende geruchten over het uiteindelijke einde van de dubbele munteenheid in het land, namelijk de CUC en de CUP. Die onzekerheid leidde er toe dat ontelbare Cubanen naar de CADECA-wisselkantoren renden om hun convertibele peso’s (CUC) in te wisselen voor nationale peso’s (CUP), de munt die volgens de geruchtenstroom uiteindelijk zal overleven. Tijdens de zitting van het parlement op 29 december werd door geen enkele afgevaardigde over dit thema gerept en ook de president zweeg er in zijn toespraak over.

cadecakantoor2

Wisselkantoor in Havana

Traagheid
Het trage verloop van het proces van buitenlandse investeringen is ongetwijfeld slecht nieuws voor de castristische machthebbers. De parlementariërs benadrukten tijdens debatten dat buitenlandse investeringen een fundamentele basis zijn voor de ontwikkeling van de nationale economie. Investeringen die, aldus de regering, aan drie sectoren ten goede moeten komen, namelijk het toerisme, de olie en de agro-voedselsector. Daarom drongen zowel de Minister van Economische Zaken, Marino Murillo, als Raúl Castro aan op de noodzaak tot besparingen op energie tegen de achtergrond van de veranderingen op internationaal niveau. Zelf sprak de president bij de sluiting van deze parlementszitting over de gevolgen ontstaan door de veranderingen in de relatie tussen Cuba en de Venezuela in 2015 (de nederlaag van Cuba’s bondgenoot president Maduro en zijn partij, red.)  Duidelijk is dat het castrisme buitengewoon verontrust is over de mogelijkheid te overleven zonder zijn belangrijkste externe steunpilaar.

Linken naar eerdere berichten over dit thema op deze Cubaweblog
* Havana, buitenlandse investeerders gezocht, 28 januari 2014
* Unanieme steun voor investeringswet van buitenlands kapitaal, 29 maart 2014
* Buitenlandse investeerders blijven voorzichtig en kritisch, 22 augustus 2014

Gewone Cubaan profiteert niet omdat ‘structurele veranderingen’ uitblijven

De economische groei in 2015 van 4%, die minister Marino Murillo van Economische Zaken onlangs bekend maakte, ‘wordt niet direct merkbaar in de meerderheid van de Cubaanse gezinnen,’ aldus een expert van de Cubaanse regering in de officiële krant Trabajadores. Hij spreekt over een ‘chronisch tekort’ aan exporten van Cuba.

Antonio Fidel Romero Gómez Profesor del Centro de Investigaciones de Economía Internacional (CIEI)

Antonio Fidel Romero Gómez, professor aan het Centro de Investigaciones de Economía Internacional (CIEI) van de Universiteit van Havana

‘We nemen resultaten waar in het macro-economisch geheel van de Cubaanse economie’, maar deze gaan ‘niet gepaard met gepaste structurele veranderingen die doorwerken op het micro-economisch niveau van het land, ‘aldus Antonio Romero Gómez, docent aan het Centrum voor Internationaal Economisch Onderzoek / Centro de Investigaciones de Economía Internacional (CIEI) aan de Universiteit van Havana. Hij signaleert echter ook een groei van de externe geldstromen ‘belangrijk voor de investeringen, de ondernemers en de ontwikkeling op lokaal niveau.’
‘Onder bepaalde voorwaarden kan dat bijdragen aan de groei van de productiviteit in het land die voorwaarde is voor de verbetering van de kwaliteit van het leven van de bevolking,’ aldus Romero Gómez. Hij beschouwt de succesvolle onderhandelingen van Havana met de groep van crediteuren, verzameld in de Club van Parijs, als een mogelijkheid waardoor ‘het land zijn internationale geloofwaardigheid terugkrijgt en dat heeft rechtstreekse gevolgen voor de relaties met de belangrijkste handelspartners’ en voor de toegang tot kredieten.

toeristen-auto-havana-schilderijDienstensector
De econoom constateert in de afgelopen jaren ook een lichte daling van de kosten van de buitenlandse handel en diensten en zegt ‘dat we in staat waren meer goederen en diensten te exporteren dan te importeren.’ Dat surplus, blijkt later in het interview met Romero, wordt echter vooral veroorzaakt door de export van zeer specifieke diensten zoals die van artsen en verplegers die in het buitenland te werk worden gesteld en de inkomsten door het groeiende aantal toeristen.‘ In de Cubaanse economie blijft echter sprake van ‘een chronisch tekort aan commerciële handel.’ (….) ‘waarvan we meer importeren dan exporteren,’ aldus Romero Gómez. Hij concludeert dat de inkomsten van toeristen en van uitgeleende artsen en verplegers zo hoog zijn dat deze het tekort aan handel in goederen compenseren. De Cubaanse autoriteiten nemen 75% van de salarissen die doktoren en andere beroepsbeoefenaars in het buitenland verdienen, in beslag.

Website
Op de website van Trabajadores reageert John (21 diciembre, 2015 a las 10:54): ‘Het is allemaal mooi, maar op mijn tafel is alles hetzelfde als we gaan eten. Het belangrijkste zou zijn dat we deze groei ook kunnen zien in onze gezinnen want zij die werken in dienst van de staat ontvangen nog steeds dezelfde salarissen.’

Link
* Trabajadores 20 december 2015: Volledig interview met Antonio Fidel Romero Gómez

Cubaanse economie groeide met 4%

Het Bruto Intern Product (BIP) in Cuba is het afgelopen jaar met 4% gegroeid. Dat zei Marino Murillo, vicevoorzitter van de Cubaanse Raad van Ministers en uitvoerder van de economische hervormingsplannen van Raúl Castro, vrijdag jl. Het maandsalaris van een Cubaanse arbeider is nu gemiddeld 28 dollar, een stijging van 12%.

bouw-trapDe groei werd o.a. mogelijk door een daling van de prijzen van importproducten. ‘Alle sectoren zijn gegroeid vergeleken met vorig jaar, hoewel de landbouw, de suikersector, de bouw, het transport en de communicatiesector hun geplande doelen niet bereikten,’ aldus Murillo. In de bouw werd een groei van 11,9% behaald maar het acht-punten-plan (o.a. ontbrekende kennis over investeringen in deze sector) werd niet gehaald. Landbouw, de veesector en de bosbouw kenden een groei van 3,1% hoewel er 5,5% was gepland. Oorzaak was de tegenvallende groei in de sectoren van bloemen, tabak, melk en rijst. De suikerindustrie haalde 16,9%  en bleef daarmee 5 percentagepunten onder de geplande groei, o.a. vanwege ‘de gebrekkige organisatie’. De arbeidsproductiviteit groeide in de eerste zes maanden met 30%. Tijdens de Raad van Ministers werd verder medegedeeld dat het gemiddelde maandsalaris van een arbeider was gestegen tot 696 peso’s (28 dollar), een groei van 12%.

raul-castro-junto a Inés María Chapman, presidenta del Instituto Nacional de Recursos Hidráulicos

Raúl Castro met de Minister van Natuurlijke Hulpbronnen,  Inés María Chapman

Inkomsten
Volgens een studie van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben (CEPAL) is vooral de Cubaanse dienstensector verantwoordelijk voor de groei van de economie en vertegenwoordigt deze sector 70% van het Bruto Intern Product. Het toerisme is een groeisector en levert het land 2,5 miljard dollar op, 3% van het BIP. Tussen januari 2015 en september 2015 ontving Cuba meer dan 2,6 miljoen toeristen. Daarnaast zijn er de dollarovermakingen van Cubaanse – Amerikanen, namelijk 2 miljard in het afgelopen jaar. Verwacht wordt dat dit bedrag nog zal stijgen omdat de Amerikaanse autoriteiten in het kader van de toenadering tot Havana het maximumbedrag voor overmakingen verhoogde van 500 naar 2.000 dollar per kwartaal. Ook mogen Amerikaanse toeristen nu Cubaanse goederen ter waarde van 400 dollar mee naar huis nemen, een stimulans voor de binnenlandse markt.

Link
* De partijkrant Granma over de groeicijfers, 21 december 2015

Cuba stelt groeicijfer bij: van 2,2 naar 1,4%

Cuba heeft de verwachte groeicijfers voor 2014 bijgesteld naar 1,4%. Begin dit jaar was nog sprake van een mogelijke groei van 2,2%. De Cubaanse Minister van Economische Zaken, Adel Yzquierdo, zei in de partijkrant Granma dat deze daling te maken heeft met teruglopende inkomsten uit de export, klimaatomstandigheden en ‘interne onvolkomenheden waarmee onze economie voortdurende wordt geconfronteerd.’

De ministerraad onder leiding van Raúl Castro kwam zaterdag bijeen

De ministerraad onder leiding van Raúl Castro kwam zaterdag bijeen

President Raúl Castro bevestigde tijdens een zitting van de ministerraad zaterdag jl. dat het aangepaste percentage aangeeft dat de Cubaanse economie niet met de gewenste snelheid groeit. Minister Izquierdo zei dat de verwachte groei voor het eerste half jaar volgens deskundigen 0,6% bedraagt en dat in het tweede semester een grotere dynamiek nodig is.’ Vorig jaar groeide het bruto intern product in Cuba met 2,7%. President Castro herinnerde er aan dat de Cubaanse economie zich in 2010 in een kritische situatie bevond en dat toen een pakket van economische hervormingen werd ingevoerd. Die betroffen o.a. de decentralisatie van staatsbedrijven, het vrijgeven van de onroerend goedmarkt en de autohandel en het vergroten van de mogelijkheden voor Cubanen om eigen zaken te beginnen. Vicepresident Marino Murillo, tevens voorzitter van de Invoeringscommissie van het economisch hervormingsplan, zei dat 467.000 mensen nu staan geregistreerd als eigenaar van kleine bedrijven of als werknemer ervan. Bijna 500 niet-agrarische coöperaties hebben een vergunning gekregen.

Marino Murillo

Marino Murillo

Boeren krijgen schuld
Marino Murillo had eerder de schuld voor het uitblijven van de groei van het Bruto Intern Product bij de Cubaanse landbewerkers gelegd. In een interview met de officiële vakbondskrant Trabajadores zei hij ‘dat in deze sector weliswaar 20% van alle Cubaanse arbeiders werken’, maar dat ‘hun bijdrage een van de laagste van het land is.’ Volgens Murillo is Cuba daardoor gedwongen jaarlijks voor 2 miljard dollar aan voedsel in te voeren. ‘Dat drukt op dit moment het zwaarst in het land. Als we 1 miljard dollar zouden kunnen vervangen door eigen voedselproductie, stijgt het BIP al met 8 procent,’ aldus Murillo. Op de website Diairo de Cuba reageerden veel bezoekers verontwaardigd en herinneren Murillo eraan dat zijn eigen dochter vorig jaar naar Miami uitweek. ‘Papi, als jij op het land zou moeten werken voor 200 CUP (10 dollar) per maand, zou jij dan harder werken?’(..) ‘Dikkertje, in plaats van je dochter naar Miami te sturen, zou je haar een perceel land kunnen aanbieden en zo zou ze bijdragen aan de stijging van het BIP.’

Bron
* Associated Press, 23 juni 2014

Linken
* De berichtgeving in Granma, 22 juni 2014
* De berichtgeving in Granma, Engelstalig, 23 juni 2014
* Marino Murillo in de krant Trabajadores, 20 juni 2014