Trump’s Cubabeleid treft zwarte Cubanen

De Afro-Cubanen zijn de verliezers als de maatregelen van president Trump tegen Cuba, worden ingevoerd. Zij zijn al langer aan de verliezende hand want de voorzichtige economische hervormingen die de Cubaanse regering invoerde, hebben geleid tot een groeiende kloof tussen Cubanen die toegang hebben tot kapitaal en zij die dat niet hebben. ‘De kloof is niet kleurenblind,’ aldus Alejandro de la Fuente, directeur van het Afro-Latin American Research Institute van de Harvard Universiteit.

afro-cubaanse-vrouwToegang tot kapitaal is afhankelijk van de stroom dollars uit de Cubaans-Amerikaanse gemeenschap. Zwarte Cubanen hebben dat kapitaal niet en kunnen dus niet op gelijkwaardige basis investeren in de particuliere sector. ‘Dollars zijn wit,’ schreef een Cubaanse collega van De La Fuente eens. Hoewel een derde van de Cubanen zwart is, ziet men maar weinig zwarte eigenaren van paladares, casas particulares en winkels. De participatie van zwarte Cubanen in de toeristensector waar dollars worden verdiend, is wel gegroeid sinds president Obama de reisvoorschriften van Amerikanen om Cuba te bezoeken, versoepelde. De nieuwe regels maken het sinds maart 2016 mogelijk zogeheten people- to-people-reizen te maken, ook individueel.

People-to-people
Juist vanwege het verbod om Cuba legaal als toerist te bezoeken (onderdeel van de Amerikaanse embargowetgeving uit 1961), hebben de Amerikaanse bezoekers voorkeur voor een verblijf bij particuliere verhuurders thuis, de zogeheten casa particulares waar ook Afro-Cubanen meer aanwezig zijn. Europese en Canadese toeristen verblijven meestal in all-inclusive hotels, eigendom van de staat. Het bezoek van Amerikaanse toeristen heeft een democratiserend effect op de sector, schept mogelijkheden voor individuen en hun gezinnen en de buurten waar zij wonen, die vooraf buiten de toeristeneconomie vielen.

Arm en zwart
Volgens een verklaring van het Amerikaanse Ministerie van Financiën en het bureau Office of Foreign Assets Control (OFAC) van 16 juni maakt president Trump een einde aan de individuele people-to-people-contacten. Doelwit van het Trumpbeleid zijn de Cubaanse strijdkrachten die de Cubaanse economie controleren. Maar door de mogelijkheden van people-to-people–reizen buiten de toeristenfaciliteiten van de staat, in te perken worden de armere Cubanen, inclusief de Afro-Cubanen disproportioneel geschaad. Het nieuwe beleid van Trump, noch de economische hervormingen van de Cubaanse regering, zijn principieel racistisch. Maar de uitvoering van deze maatregelen hebben wel een raciaal-specifieke consequenties van maatschappelijke aard.

Racismedebat
Afro-Cubanen weten dat de enige tegenkracht sociale mobilisering en het versterken van het politieke bewustzijn zijn. Maar Cuba is niet vriendelijk voor autonome en niet door de staat gecontroleerde maatschappelijke mobilisatie, maar desondanks groeit de Afrocubaanse bewustzijnsbeweging. Ontstaan tijdens de economische crisis van 1991 toen de Sovjet Unie ineen stortte, is deze beweging nu groter en complexer dan een aantal jaren terug. Het begon als een culturele beweging, geleid door hiphopkunstenaars, schilders, schrijvers en filmmakers die kritisch zijn over raciale discriminatie in Cuba. Nu zijn er ook sociale werkers bij betrokken die actief zijn in de armste buurten van Cuba; organisaties die juridisch advies geven, genderactivisten, bloggers en makers van websites over Afro-Cubaanse thema’s. En er zijn organisaties die hun eisen formuleren in het kader van de roep om burgerschap en mensenrechten. Deze organisaties hebben met succes een debat geopend over het racisme in de Cubaanse samenleving, maar hun vermogen om de politiek te beïnvloeden blijft zacht gezegd beperkt. Cubaanse autoriteiten wantrouwen elke sociale beweging die buiten hun eigen controle opereert en weigert een serieus debat met deze groepen aan te gaan.

toerisme-room-for-rent

Kamer te huur

Verliezende partij
Deze activisten kunnen maar weinig klaarspelen teen de nieuwe plannen van Trump met Cuba of tegen de economische effecten van de economische hervormingen in Cuba zelf. Zij missen de platforms om effectief te reageren op veranderingen in het beleid zoals die nu door de Trump-administratie werden aangekondigd. Het hoofddoel van het nieuwe beleid zijn de Cubaanse strijdkrachten, maar zeker is dat in dit proces de Afro-Cubanen opnieuw de verliezende partij zijn.

Bron
* Alejandro de la Fuente in de Miami Herald, 29 juni 2017
Link
* Spectaculaire stijging van het aantal VS-toeristen, website Cubanismo, 27 juni 2017

Nieuwe vluchten Frankrijk – Cuba

De Franse luchtvaartmaatschappij Corsair vloog gisteren voor de eerste maal met een Boeing 747 van Parijs naar Havana. In principe zullen er 2 vluchten per week plaatsvinden. De Boeing heeft een capaciteit van 533 passagiers. Op de eerste vlucht was de president-directeur Pascal de Izaguirre aan boord, die aankondigde dat een derde vlucht is gepland voor de winterperiode met bestemming het toeristenoord Varadero.

Corsair-International-TUI-frankrijk

Corsair International is een Franse luchtvaartmaatschappij, gespecialiseerd in lange afstanden. Het bedrijf is een filiaal van de TUI-groep.

In 2016 reisden 180.000 Franssen naar Cuba, een record en een stijging van 32% vergeleken met 2015. In de eerste twee maanden van 2017 waren dat er 50.000. Dat is een groei met 30% vergeleken met dezelfde periode in 2016. Naast Corsair International zijn reeds twee andere maatschappijen uit Frankrijk actief, namelijk Air France met 9 vluchten per week en Air Caraibes, die sinds december 2016 elke vrijdag van Parijs naar Havana vliegt en ook Santiago de Cuba aandoet.

Bron
* Het Spaanse persbureau EFE

Che Guevara’s laatste rustplaats gerestaureerd

Het monument in Santa Clara waar de laatste resten van Ernesto Che Guevara rusten, wordt op dit moment gerestaureerd. De restauratie wordt uitgevoerd door het Duitse bedrijf MD Projektmanagement, een onderneming die ook meewerkte aan de restauratie van het Capitool en de kathedraal van Havana.

chesantaclara

Monument in Santa Clara

De restauratie omvat het schoonmaken van het standbeeld van de Argentijns-Cubaanse strijder, de tribune en de trappen die naar de herdenkingsruimte leiden. Het Duitse bedrijf heeft  70.00 dollar geschonken voor het onderhoud van de voet van het  monument en de nissen waarin enkele strijdmakkers van Che Guevara begraven liggen, die deelnamen aan de guerrillastrijd in Bolivia, waarbij Guevara op 9 oktober 1967 het leven liet. Zijn stoffelijke resten werden 30 jaar later vanuit Bolivia overgebracht naar Cuba en bijgezet in het monument in Santa Clara.

 

guevara-complex-santa-claraBezoekers
Het complex ontving vorig jaar 374.900 personen, voornamelijk toeristen uit Duitsland, Frankrijk, Italië, Engeland en Argentinië en Cuba zelf.  Plein, tribune, museum en monument werden op 28 december 1988 geopend bij gelegenheid van de 30ste  verjaardag van de Slag om Santa Clara, een militaire actie in 1958 die geleid werd door Che Guevara en beschouwd wordt als de beslissende slag voor het succes van de revolutie op 1 januari 1959.

Bron
* Diverse media, 13 mei 2017

Investeerders gezocht voor 110 toeristenprojecten

De Cubaanse regering zoekt buitenlandse investeerders voor de realisering van 110 nieuwe projecten in de toeristensector, een van de belangrijkste inkomstenbronnen van Cuba op dit moment. Dat meldt het Spaanse persbureau EFE.

toerisme-fietsen-malecon

Fietsende toeristen aan de Malecón

De directeur Investeringen van het Ministerie van Toerisme MINTUR, José Daniel Alonso, zoekt o.a. buitenlands kapitaal voor de bedrijfsvoering van bestaande hotels, bedoeld om deze te renoveren en te hermodelleren. Als voorbeeld verwijst het Cubaanse economisch blad Opciónes naar het contract dat eerder werd gesloten door de Spaanse hotelketen Iberostar, waarbij de bedrijfsvoering van hotel Habana Riviera in de hoofdstad werd overgenomen.

Toeristengroei                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Ook wil de Cubaanse regering de infrastructuur van vliegvelden verbeteren en de bouw van nieuwe hotels versnellen om de te verwachten groei van het aantal toeristen te kunnen opvangen. In uitvoering is op dit moment het eerste vijfsterrenhotel in Havana, Manzana Kempinski, geleid door de Zwitserse hotelketen Kempinski in samenwerking met het staatsconglomeraat Gaviota. Dit hotel zal in april worden geopend. Andere hotels in Havana als Prado y Malecón en Packard zijn reeds met verbouwingswerkzaamheden gevolgd, in samenwerking met het Spaanse bedrijf Iberostar en het Franse bedrijf Accor.

 

toerisme-model-Prado-y-Malecon

Het Hotel Prado y Malecón in model, op de hoek van het Prado en de Malecón

Record
De bouw van deze luxe hotels maakt deel uit van het plan nog dit jaar het aantal hotelbedden te vergroten met 4.020 bij de al aanwezige 67.000 bedden. In 2030 moet dat aantal in geheel Cuba zijn gegroeid tot 104.000. Zo moet aan de vraag worden voldaan in Havana, de badplaats Varadero, de oostelijke provincie Holguín, en de Cayería Norte en Trinidad in het centrum van het land. In 2016 bereikte Cuba voor de eerste maal met 4 miljoen toeristen een recordcijfer. In 2017 rekent men op meer dan 4,2 miljoen toeristen. Het toerisme is de tweede inkomstenbron van het eiland, na de verkoop van de diensten van artsen, verplegers en leraren aan derde landen in het buitenland.

Bron
* Persbureau EFE

Groeiend tekort aan frisdranken (deel 1)

Lo mío primero luidt de tekst van een reclame in de staatswinkels van Cuba. Het is een variant op een vroegere slogan in Nederland: ‘Koop Nederlandse waar, zo helpen we elkaar’. Maar de campagne heeft niet geleid tot een grotere vraag naar nationaal geproduceerde artikelen. Bovendien kan de lage productiviteit niet voldoen aan de vraag. De groei van het toerisme en de particuliere sector, dwingen de regering grote hoeveelheden frisdrank in te voeren.

frisdrank-frised-uit-spanje

Een frisdrank uit Spanje als alternatief voor Cubaanse frisdranken

‘Een Cuba Libre vraagt om Coca-Cola, anders is het geen Cuba Libre‘, benadrukt de voormalige docent chemie Ricardo Ulloa. Hij werkt – om rond te komen – alweer enige tijd als barman in hotels tussen Cárdenas y Varadero, maar is van plan een eigen zaak te openen. ‘Ik wil kijken of ik mijn eigen bar kan openen,’ zegt hij. Hij heeft de afgelopen maanden via informele wegen onderzocht of hij voorraden kan krijgen. Maar frisdranken en mineraal water behoren tot de schaarse producten. tu-kola-ciego-monteroEn op markten en in staatsbedrijven verliest de nationaal gemaakte Coca-Cola, met merken als TropiCola of TuKola, de strijd,’ aldus de barman.

Coca-Cola
In 1960 moest dit Amerikaanse bedrijf het eiland verlaten vanwege de nationalisaties die Fidel Castro uitvoerde. Maar de laatste 20 jaar is de drank via derde landen weer teruggekeerd in de schappen. Na het herstel van de betrekkingen tussen de VS en Cuba, verklaarde José Antonio Fernández, president van Femsa in Mexico en de belangrijkste bottelarij van Coca-Cola ter wereld: ’Wij komen Cuba binnen met Coca-Cola en de Coca-Cola in Cuba zal die van Femsa zijn.’ Maar zijn voorspellingen werden tot nu toe geen werkelijkheid. De frisdrank met de bijzondere smaak ontbreekt steeds vaker in de paladares / particuliere eethuizen. ‘Eerst was er een probleem met bier,’ zegt Ulloa, maar daarna volgden andere dranken en allerlei voedingsmiddelen. ‘Wanneer we horen dat er ergens frisdranken te koop zijn, kopen we zoveel mogelijk in want je weer nooit wanneer het opnieuw in de verkoop is’.

coca-cola-che-guevara.jpga

Che Guevara aan de Coca-Cola

Elke dag feest en rum
Lege schappen zijn geen nieuws voor Cubanen, maar in de laatste maanden is het tekort aan producten sterk gegroeid. De lage productiviteit, de corruptie en het Amerikaans embargo versterken deze situatie, maar ook de hooggespannen verwachtingen na de dooi in de relaties tussen Washington en Havana. ‘Hier was er ooit elk weekend feest, maar nu is dat elke dag zo,’ legt Rosa María (73) uit. Ze woont dicht bij de toeristische trekpleister Callejón de Hamel in Havana. De vrouw herinnert zich nog goed hoe ‘in de jaren negentig buitenlanders begonnen te komen om te dansen, maar nu leeft de hele wijk van de toeristen.’ De verkoop van drank is essentieel om toeristen te trekken. Café Brown, ook in de buurt, probeert de dorst van de toeristen te lessen. Op de kaart staan piña colada, de mojito, het nationale bier en de Cuba Libre. ‘Elke dag wordt het moeilijker de bestanddelen voor elk drankje te pakken te krijgen,’ bekent een medewerker op zachte toon. De nationale frisdranken staan al enkele maanden niet meer op de kaart. Het bedrijf Los Portales, deels geleid door het staatsbedrijf Corporación Alimentaria de Cuba en deels door Nestlé, bevoorraadt niet langer. Ondertussen zoekt de Cubaanse regering naar buitenlandse investeringen in de voedingssector ter waarde van 762 miljoen dollar. Het is harde noodzaak voor een land dat zich nu gedwongen ziet om bijna 80% van al het voedsel dat het nodig heeft te importeren. Dat is een uitgavenpost van 2 miljard dollar of meer per jaar.

Bron
* Zunilda Mata, website 14ymedio, 16 maart 2017

Link
* Fidel Castro drinkt Coca-Cola in Chili in 1971, video van 26 seconden.

Boekverkopers op Plaza de Armas moeten verhuizen

De verkopers van o.a. tweedehands boeken en brochures, die tientallen jaren op de Plaza de Armas stonden, zijn overgebracht naar het kantoor van de stadshistoricus, het oude gebouw van Justicia Santa Ana. Een verkoper die anoniem wil blijven, zegt tegen de website Diario de Cuba dat men beter kan spreken van ‘het verjagen’ van de straathandelaars.

boekverkopers-Casa de Justicia Santa Ana

Boekverkopers op de nieuwe locatie Casa de Justicia Santa Armas

‘We konden niet anders, maar deden het met tegenzin. Wie zich verzette, zou zijn nieuwe standplaats verliezen. Dan verspeelden we de kans om ons gezin te onderhouden,’ zegt een van hen. La Casa de Justicia Santa Ana is gerestaureerd en opgeknapt door het bedrijf Constructora Puerto Careña, een onderdeel van het militair zakencomplex GAESA. Vrijdag werd het gebouw opgeleverd. De verhuizing van de straatverkopers wordt verdedigd, zoals eerder de verplaatsing van de kunstverkopers van het Plein van de Kathedraal naar de winkelmagazijnen van San Cristóbal: het tegengaan van de achteruitgang van historische plekken.’

025 P1040033

De oude locatie aan de Plaza de Armas

Minder toeristen
De nieuwe plek ligt op nog geen 50 meter van de Plaza de Armas, maar bij het gebouw Santa Ana is minder ruimte beschikbaar voor de straatverkopers. Hoewel de afstand van deze plek tot de Plaza de Armas klein is, vrezen de verkopers van boeken, papier en munten, filmposters, camera’s en horloges een lagere omzet omdat de plek geen doorgangsroute voor toeristen is. Een van de handelaren noemt nog een andere motief voor de verhuizing. De overheid zou van ‘dit soort verkopen in de open lucht af willen. Maar het hele historische centrum staat vol restaurants met terrassen in de open lucht en daar gebeurt niets mee.’ Een verkoper van oude camera’s grapt: ’Alles gaat goed en iedereen is gelukkig.’ Een ander merkt op dat het allemaal nog erger had gekund want eerder was er een plaats aangewezen die nog verder weg lag. ‘Maar wij hebben ons krachtig opgesteld en men laat 0ns, in elk geval voor dit moment, met rust’. Op de vraag of de verplaatsing gevolgen heeft voor de huurprijs, zeggen de verkopers: ‘Wij weten niet wat we gaan betalen……met dit soort mensen weet je nooit waar je aan toe bent’.

Bron
* Diario de Cuba, 7 maart 2017