Ondanks armoede rijk joods leven in Cuba (deel 2)

Sommige Joodse hulporganisaties uit de VS en Canada ondersteunen de gemeenschap in Cuba. Een van hen is het Amerikaanse Joodse Joint Distribution Committee, dat sinds de vroege jaren negentig actief en continu erbij betrokken was. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de herintroductie van religieuze vrijheid werd het JDC de eerste Amerikaanse organisatie die toestemming kreeg om naar Cuba te gaan en daar samen met de Joodse gemeenschap te werken.

joodslevenhavanaOm het gemeenschapsleven op het eiland te stimuleren, heeft het JDC een reeks programma’s opgezet die tot op deze dag draaien. Ze omvat kippendiners voor de sabbat, vakantiediensten, Joodse zomerkampen, familiekampen, organiseren van bar mitsva’s en zelfs vervoer voor leden van de gemeenschap om diensten in synagoge bij te wonen. Het JDC heeft ook geholpen bij het opzetten van een kleine apotheek in Beth Shalom, verspreiding van medicijnen die door de organisatie wordt verzonden of door bezoekers en toeristen gebracht.

Uitdagingen
‘Er zijn veel uitdagingen – alles in het leven van het Cuba van vandaag, de economie van het land, tot het leven met 50 jaar communisme,’ vertelt de uitvoerend assistent van JDC Will Recant aan de Jerusalem Post. ‘Een van de belangrijkste uitdagingen was Joods onderwijs: de gemeenschap weer leren wat het betekent Joods te zijn, wat het Joodse leven is,’ voegt hij eraan en hij noemt de Torah of gebedsrol van de Beth Shalom-synagoge, die niet kosher was en bewerkt moest worden. Hij bracht deze zelf terug uit de Verenigde Staten op een van zijn reizen. ‘Het JDC moet reageren op de uitdagingen in de gemeenschappen waarin we werken, rekening houdend met de fysieke en spirituele realiteit van de landen,’ zegt hij. Hoewel ze zeker dankbaar zijn voor de hulp die zij van het buitenland krijgen, als ze gevraagd wordt of ze een gevoel hebben in de steek gelaten te zijn, heeft de gemeenschap gemengde gevoelens, vooral als het gaat om Cubaanse Joden die het land verlieten. ‘Ik zou ja zeggen’, antwoordt Fernández, terwijl hij verklaart dat hij het als vriend van de gemeenschap gemakkelijker kan zeggen. ‘Dat is iets dat gevoeld wordt. Misschien niet openlijk gezegd, maar het wordt gevoeld. Wat we speciaal nodig hebben is eigenlijk wat u doet’, vertelt hij de Jerusalem Post. ‘Mensen moeten weten dat we bestaan, dat we deze behoeften hebben en dat het soms heel makkelijk is om te helpen.’ Recant zegt dat, wat zijn organisatie betreft, het bij elkaar houden en versterken van de Joodse gemeenschap altijd een prioriteit zal zijn.

joden-beth-shalom-dans-sept2015

Feestelijke dans in Beth Shalom, 2015

Israël en Cuba
De moeilijke financiële en sociale situatie in Cuba heeft een groot aantal Cubanen ertoe gebracht om het land te verlaten. Voor de Joden was Israël een geschikte optie. ‘Als de economische situatie in het land verbetert, zullen mensen niet zoveel denken aan emigratie, over emigreren naar andere landen,’  zegt Dworin. ‘Het is een wonder dat de Joodse gemeenschap bestaat.’ Het emigratieproces kan echter voor Cubaanse onderdanen moeilijker uitpakken dan voor anderen. Vanwege het ontbreken van diplomatieke betrekkingen heeft Israël geen ambassade in Cuba. Om het emigratieproces te starten, gebruiken Cubaanse Joden de Canadese ambassade, die als tussenpersoon fungeert. David Prinstein, Dworin’s rechterhand en vicepresident van de gemeenschap, vertelt de Jeruzalem Post dat joden in Cuba over het algemeen zouden willen zien dat de twee landen relaties opbouwen. ‘Ik hou van Cuba omdat ik Cubaans ben en vanwege de kwaliteit van het leven hier, die verdient te worden erkend, en ik hou van Israël omdat het mijn andere helft is, het andere land waartoe wij behoren,’ legt hij uit in het Spaans. ‘Ik voel me als een zoon in een gescheiden familie waar de ouders elkaar niet genoeg spreken of elkaar begrijpen en de zoon weet niet waar hij aan toe is.’

jodenhavanaraul-en-la-fiesta-de-januca-580x406

Raúl Castro en joodse jeugd tijdens het Chanoeka of Inwijdingsfeest

Kinderen
Ondanks de uitdagingen maken Dworin, Prinstein en Fernández zich geen zorgen over de voortgang van het Joodse leven in Cuba. Kinderen zijn de sleutel tot de toekomst, en Beth Shalom heeft elke zondag een Hebreeuws schoolprogramma, waaraan elke week ongeveer 60 kinderen deelnemen. ‘Het is niet alleen een religie: het is een verhaal en een identiteit,” zegt Prinstein, wiens kinderen zelf zeer betrokken zijn bij de synagoge. ‘We zijn vertrouwd met een grote erfenis die we moeten doorgeven van generatie op generatie met de rust die we in Cuba hebben. Ik zou willen dat we dat over de hele wereld zou kunnen doen.’ Prinstein zelf begon pas in de jaren negentig te leren over zijn joodse wortels, toen de gemeenschap begon op te leven. Hij moest leren over het Jodendom, terwijl hij de tradities naar zijn kinderen probeerde door te geven. ‘We proberen ervoor te zorgen dat de jeugd op elk belangrijk moment, in elk project en programma zeer actief is – dat ze een sterke band zien met onze gemeenschap, met de staat Israël, met onze geschiedenis in Cuba en de erfenis die we aan hen nalaten,’ legt hij uit. ‘We zijn van mening dat het toekomstige leiderschap beter voorbereid zal zijn dan wij waren. Het is ongetwijfeld één grote familie en een gemeenschap waard om voor te gaan.’

Bron
* Danielle Ziri, Jerusalem Post, 17 april 2017

 

Ondanks armoede rijk joods leven in Cuba (deel 1)

In de wijk Vedado in Havana kun je in een rustige straat met bomen, op een steenworp afstand van de zee, een eenvoudig, maar opvallend bouwwerk tegenkomen. Een dozijn gele bruine marmeren trappen leidt naar een grote blauwe poort, symmetrisch versierd met dof geworden goudsymbolen, waaronder twee bronzen kandelaars. Het gebouw is bedekt met een hoge boog in het middelpunt waarin je de ster van David ziet. De Beth Shalom-synagoge, de belangrijkste van de drie synagoges in Havana, werd gebouwd in de jaren 50 van de vorige eeuw. Hoewel de buitenkant slecht is onderhouden, is het makkelijk om de grootsheid te herkennen die het in die tijd moet hebben uitgestraald. Naast een witte smeedijzeren poort ligt het joodse gemeenschapscentrum, waar in een smal kantoor een paar mensen hun missie hebben gemaakt van het ondersteunen van het joods leven voor een gemeenschap. Die is slechts 1400 mensen groot. ‘Het is een kleine maar levendige gemeenschap,’ vertelt de president van het centrum, Adela Dworin, aan de Jerusalem Post.

jood-beth-shalom

Beth Shalom synagoge in Havana

Dworin, een kleine vrouw van over de 80 met een groot gevoel voor humor en een duidelijke Jiddisch accent, is geboren en getogen in Havana. Haar ouders kwamen uit Polen naar Cuba, net als veel joden tijdens de periode tussen de wereldoorlogen, toen er in Oost-Europa pogroms waren. ‘Ze wilden naar Amerika, naar de VS gaan,’ legt ze uit gezeten achter haar donker houten bureau, gevuld met stapels papier en foto’s. ‘Maar het was toen heel moeilijk om Amerikaans staatsburger te worden en Cuba accepteerde immigranten, dus ze dachten dat ze hier een korte tijd zouden blijven en dan zouden ze naar de VS gaan.’ Maar een tijdelijk werd een permanent huis voor de familie van Dworin, die uiteindelijk bijdroeg aan de groei van de gemeenschap, net als vele anderen. Ze genoten van de vrijheid van religie en werden verwelkomd als immigranten. In de jaren 50 waren er ongeveer 15.000 tot 25.000 Joden in Cuba.

Revolutie
Na de revolutie in 1959 werd het atheïsme tot de officiële religie van de staat verklaard en 90% van de joden vertrok naar de buurlanden. De nieuwe wet veroorzaakte dat velen wegbleven uit de synagogen, vooral als ze lid wilden worden van de communistische partij. Dingen veranderden in de jaren negentig met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De Cubaanse regering veranderde zijn grondwet en besloot om Cuba als een land zonder officiële religie te definiëren. Dit liet de Joodse gemeenschap vrij om hun religieuze praktijken te hervatten. Adela Dworin en haar collega’s in Beth Shalom zeggen allemaal dat ze nooit antisemitisme in Cuba zijn tegengekomen. Er is geen teken van beveiliging buiten of in de synagoge,  geen metaaldetectoren en geen bewakers. Zittend aan Dworin’s bureau, vertelt José Fernández, die niet Joods is, maar zichzelf beschrijft als ‘een vriend’ van de gemeenschap en goed op de hoogte lijkt, aan de Post dat hij denkt dat dit vooral komt door basale onbekendheid  over wie Joden zijn. ‘We worden gerespecteerd’, zegt hij. ‘We worden niet ondersteund, we worden niet aangemoedigd of zoiets, maar we hebben een goede relatie [met de autoriteiten]. Het is een normale relatie.’  Fernández, een glimlachende bejaarde man die heel goed Engels spreekt, groeide op in de straat van Beth Shalom. In het begin van de jaren 50, voordat de synagoge werd gebouwd, speelde hij honkbal, de populairste sport van Cuba, op het lege veld. Als kind, toen de bouw begon, was hij woedend. ‘Ik heb hier stenen gegooid!’ zegt hij met een glimlach. “Ik wilde hier met de bal spelen en ze zeiden dat hier een Joods ding zou komen. Ik kende die mensen niet. ‘Decennia later, nadat hij de gemeenschap had leren kennen en veel tijd in de synagoge had doorgebracht, erkent hij ervan te zijn gaan houden.

joodskindKosher
Met zo’n kleine gemeenschap en in een land dat nog steeds heel geïsoleerd is van ontwikkelingen in de rest van de wereld, ontstaan er enkele uitdagingen, beginnend met de toegang tot koshervoedsel. Er is slechts één koshere slagerij in heel Cuba, gevestigd in de wijk Oud-Havana. Joden kunnen naar die winkel gaan om hun maandelijkse rantsoen vlees daar te halen, zoals het voedselverdelingssysteem in Cuba dat vereist. ‘Het is een beetje moeilijk, maar je komt niet om van de honger,’ zegt Dworin met een glimlach, haar ogen bedekt met licht getinte glazen. ‘Je hebt rijst en bonen en soms kan je een levende kip van de boer krijgen. Ik breng haar naar de shohet, die de rituele slacht uitvoert. ‘We hebben ongeveer twee pond kosher vlees per maand,’ legt ze uit.

Materiële noden
De omvang van de gemeenschap heeft ook een groot aantal gemengde huwelijken veroorzaakt, aldus Dworin, en dergelijke stellen zijn welkom in de synagoge. ‘Wij accepteren kinderen van niet-joodse moeders, maar mét joodse vaders en we geven seminars aan degenen die aan een Jood zijn gekoppeld,’ zegt Dworin. Maar de belangrijkste uitdaging waarmee de gemeenschap geconfronteerd wordt, is de strijd waarmee elke Cubaan te maken heeft en dat komt neer op geld. Net als de totale bevolking leven Joden in Cuba in armoede.

jodenraulbrantkaarssynagogeshalom04122010

In 2010 bezocht Raúl Castro de synagoge Beth Shalom

Onder het communistisch regime zijn er twee munteenheden in Cuba: de reguliere of nationale peso, die door de lokale bevolking wordt gebruikt, en de peso convertible of CUC, die grotendeels door bezoekers wordt gebruikt en waarvoor de wisselkoers één dollar per peso convertible is. Veel van de benodigdheden die de Joodse gemeenschap nodig heeft, kan Dworin niet kopen met nationale peso’s. Dit betreft poedermelk of anti-continentiemateriaal voor de senioren, die 20% van de gemeenschap vormen. Tenzij er genoeg geld is van donaties, of ze vanuit het buitenland worden verzonden, heeft Beth Shalom geen toegang tot deze artikelen. Onlangs was de synagoge eindelijk door een donatie in staat om het gat in het dak te repareren, het was al een tijdje lek. Maar naast deze praktische zaken beïnvloedt de financiële situatie soms het Joodse leven zelf in Cuba. ‘Omdat we een zeer arme gemeenschap zijn, kunnen we ons niet veroorloven om een rabbi te onderhouden,’ zegt Dworin. ‘Een rabbi is niet zoals een priester, hij heeft een vrouw en kinderen.’ In plaats daarvan ontvangt de synagoge eenmaal per paar maanden een rabbi uit de VS, die leden van de gemeenschap laat zien hoe zij diensten, begrafenissen en dergelijke kunnen leiden.

jood-bar-mitzvah

Bar mitswa feest

Steun
Fernández zegt dat donaties aan Beth Shalom ‘incidenteel’ komen. Omdat geld naar Cuba sturen vaak niet mogelijk is of er buitensporige bankkosten worden gerekend, komen de bijdragen meestal van Joodse toeristen die de synagoge bezoeken. ‘Als er iemand komt en hij is rijk en Dworin is die dag in een grappige stemming, dan vraagt hij ‘Wat heb je nodig?’ en zij zegt: ‘Geld’. (…) ‘En dan doneert hij wel geld,’ zegt hij. Zo gaat dat. Dit gebeurde meerdere malen bij Beth Shalom. In 2013, konden ze dankzij een donatie van een rijke Amerikaanse Jood zelfs kleding kopen voor de groep Cubaanse Joodse atleten die Beth Shalom jaarlijks naar de Maccabiah Spelen, ook wel de joodse OIympische Spelen, in Israël stuurt. Dit jaar, legt Dworin uit, weten ze nog niet zeker of ze een delegatie naar de spelen kunnen zenden.

Bron
* Danielle Ziri, Jerusalem Post, 14 april 2017

De varkens blijven rozen verslinden (deel 1)

Vorige week vrijdag 14 april meldden wij dat de 18-jarige studente Karla González van de journalistenopleiding aan de Centrale Universiteit Marta Abreu in de provincie Las Villas was verwijderd. Karla González onderhield contacten met de oppositiegroep Movimiento Somos+ en plaatste teksten op websites die kritisch staan tegenover de regering van Cuba. De verwijdering vond plaats na een drie uur durende ondervraging – ‘een psychologische mishandeling’, zegt zij zelf -, door de leiding van de faculteit, enkele studenten en leden van de Unie van Jonge Communisten. Baptistendominee en dissident Mario Félix Lleonart Barroso beschrijft hoe deze universiteit in Santa Clara als sinds de beginjaren van de revolutie een bastion van de Cubaanse Communistische Partij is waar studenten en docenten vanwege hun politieke of religieuze dissidentie slachtoffer zijn van een ware heksenjacht. Barroso’s achtergrondartikel verscheen eerder op de website 14ymedio.

santa-clara-Universidad_Central_Marta_Abreu_de_Las_Villas

Universiteit Marta Abreu in Las Villas

Het is dringend noodzakelijk dat de academische wereld het stilzwijgen verbreekt over de heksenjacht op de Centrale Universiteit Marta Abreu van Las Villas. Het is niets nieuws. Al tientallen jaren lang konden velen er niet studeren of werken vanwege politieke of religieuze discriminatie. Anderen die dat wel deden werden om soortgelijke redenen uitgesloten. Hieraan ontkwam ook de bekende schrijver en illustrator Samuel Feijóo niet. Ondanks het feit (of misschien wel juist daarom) dat hij in 1958 de oprichter van het tijdschrift Islas was geweest werd hij er eind jaren zestig uitgesloten.

Samuel Feijóo (November 27, 1914 in San Juan de los Yeras, Las Villas, Cuba – July 14, 1992 in Villa Clara, Cuba)

Samuel Feijóo 1914 – 1992

Geheel in zijn stijl vertrok hij met het bestempelen van de vrouwelijke rector als merrie in een paardenfokkerij en kiezel in de suiker. Ook stuurde hij Raúl Roa* een telegram (als twitteren  al had bestaan zou het deze tweet geweest zijn): ‘De varkens vreten de rozen op’.  Velen herinneren zich nog en bevestigen hoe later, in een van die heroïsche dagen van de vrijwillige arbeid die rode zaterdag werd genoemd, het papierwerk van deze beroemde schrijver en plastiek kunstenaar in een op een ceremonie van exorcisme lijkende plechtigheid werd verbrand. Men wilde er blijkbaar geen twijfel over laten bestaan dat dit een authentiek proces van seculiere inquisitie was en dat de brandstapels niet zouden ontbreken.

Grijze periode
Dezelfde handelwijze bleef zich herhalen in de jaren tachtig en negentig, en in tegenspraak met de stelling van de Cubaanse intellectueel Ambrosio Fornet dat de excessen maar beperkt bleven tot een ellendige grijze periode van vijf jaren, waarbij verwezen werd naar de excessen die tussen 1971 en 1975 plaatsvonden. De realiteit laat zien dat het veeleer tientallen grijze jaren zijn die voor die tijd begonnen en tot op de dag van vandaag voortduren. Een van de uitgestotenen in de jaren 80 was de geschiedenisleraar Amador Blanco Hernández omdat hij het bij zijn studenten gewaagd had het stalinisme in twijfel te trekken. Hij deed uitspraken over het Kremlin die hij uiteindelijk niet als eerste aan de kaak stelde, aangezien Che Guevara in eigen persoon dat al in 1965 gedaan had in zijn beroemde toespraak in Algiers. We weten nu hoe die heeft bijgedragen tot het aan zijn lot overlaten wat tot zijn dood in Bolivia leidde. Daarmee werd voldaan aan de eisen van de Sovjet Unie ter wille van de vreedzame co-existentie met de VS.

religie-gustavo-perez-silverio-mario-felix-lleonart

Yoaxis Marcheco Suárez (rechts) werd als universitair docent aan de Universiteit Las Villas ontslagen. Naast hem de auteur van dit artikel Mario Felix Lleonart

Ideologisch ongeschikt
Eind jaren 90 werd aan Yoaxis Marcheco Suárez en aan schrijver dezes de mogelijkheid ontzegd deel uit te maken van het college van docenten voor de nieuwe opleiding van Informatiewetenschappen die in Santa Clara werd gestart, ondanks de dringende behoefte aan docenten. Beiden waren we eervol afgestudeerd aan de Universiteit van Havana aangezien we winnaars waren geweest in wetenschappelijke forums en zelfs behoorden tot de beste onderzoeksstudenten. Ondanks het feit dat we door de rest van het team werden aanbevolen, werden we niet door de rector aangenomen omdat hij ons niet geschikt achtte op ideologisch gebied. Daarna achtervolgde de niet verzadigbare Inquisitie ons door zelfs binnen te dringen in de kerkelijke opleidingssystemen waar we onze toevlucht toe hadden genomen en niettegenstaande het feit dat ze tot de dag van vandaag niet erkend zijn door het Ministerie van Hogere Opleidingen (geen enkele seminarist van welke religieuze orde dan ook wordt door het officiële onderwijssysteem van Cuba erkend, en er is nog geen enkele universiteit in het land met een theologische faculteit). Pressie van Caridad Diego Bello, hoofd van het Bureau van Toezicht op Religieuze Zaken van de Cubaanse Communistische Partij belemmerde ons de toegang tot een cursus voor een Doctoraat in Theologie dat voor de eerste keer in Cuba werd aangeboden door het Theologische Instituut FIET (Argentinië) in samenwerking met de FTS van Londrina, waarbij alles afhing van de handtekening van de vrouwelijke inquisiteur.

Heksenjacht
Jammergenoeg gaat die beschamende heksenjacht ook in de 21ste eeuw nog gewoon door. In 2015 bereikten de echo’s ervan het Congres van de VS waar midden in de diplomatieke dooi, nauwelijks enkele dagen na de aankondiging van het herstel van de betrekkingen tussen de regeringen, de uitsluiting van de academicus Gustavo Pérez Silverio als adjunct-professor van de Faculteit van Sociale Wetenschappen werd veroordeeld. Ondanks het feit dat hij onafgebroken jarenlang met succes materiaal als Geschiedenis van Cuba, Rassenstudies en Politieke Theorie had gedoceerd. Hierna werd ook zijn populaire radioprogramma Crisol Cubano opgeheven, dat zich bezighield met de culturele en nationale identiteit en uitgezonden werd door radio CMHW van Villa Clara.

universiteit-las villas-Andrés Castro Alegría-diaz canel

De rector van de Universiteit Las Villas Andrés Castro Alegría, naast hem links de eerste vice-president van Cuba, Diaz Canel

Rector en parlementslid
Ondanks zijn lente- uitstraling zie het er naar uit dat deze maand april de onheilspellende verklaring van Feijóo dat ‘de varkens de rozen verslinden’ meer dan ooit bewaarheid wordt ten nadele van de Centrale Universiteit van Las Villas die, verre van haar trieste optreden te veranderen, deze nog verergert. De rector Andres Castro Alegria heeft verschillende professoren en studenten uitgesloten, ondanks (of misschien wel daarom) dat hij afgevaardigde in het Cubaanse Parlement is. Twee ervan zijn opvallend, gezien de menselijke en intellectuele kwaliteit van de nieuwe slachtoffers: de professor van de Faculteit van Humaniteit Dalila Rodriguez Gonzalez en Karla Pérez González, studente van die faculteit. Dalila, van onbesproken gedrag en erg populair bij haar studenten, gegarandeerd door de hoeveelheid erkenningen die ze al vanaf haar studentenleven en als professor krijgt, ondanks een tiental jaren intensief docentschap als Filologe en Master in Linguïstische en Redactionele Studies, overkwam de uitsluiting juist op het moment dat zij een doctoraal Pedagogie volgde. De door de rector zelf ondertekende resolutie verklaart dat haar ‘handelwijze in het sociale en ethische afwijkt van het correct optreden wat als docent van haar vereist wordt en wat de vorming van de studenten die aan genoemde Faculteit en deze Universiteit colleges volgen kan aantasten’. Dalila was naast haar werk als docent ook actief in het Instituut Patmos, een debatcentrum van evangelische snit dat door de autoriteiten in Cuba niet wordt erkend en herhaaldelijk dwarsgezeten door de Cubaanse geheime dienst.

Bron
* Mario Félix Lleonart Barroso op de website 14ymedio, 14 april 2017
Noot
* Raúl Roa was een vooraanstaand Cubaanse politicus en diplomaat. Hij was o.a. vele jaren lang Minister van Buitenlandse Zaken van Cuba.

Prominente Afro-Cubaanse priester ‘Enriquito’ overleden

Woensdag jongstleden is de vooraanstaande Afrocubaanse priester Enrique Hernández Armenteros, beter bekend als Enriquito of Tata Nganga, op 99-jarige leeftijd in Guanabacoa bij Havana overleden.

santeria-Enrique Hernández Armenteros

Enrique Hernández Armenteros

Enriquito was praktiserend priester of babalawo van vier – van oorsprong Afrikaanse – riten. De belangrijkste is Palo Monte, afkomstig uit Congo. Hij was ook lid van het geheime religieuze en mannengenootschap Abakuá of Ñañiguismo, zoals dat in Cuba bekend staat. Enriquito was een devote volgeling van Regla de Ocha aan wie hij door de orisha / god Elegguá was opgedragen. Het was zijn grootmoeder, een Congolese slavin, die hem inwijdde in de Afrikaanse godenwereld. Zijn woning groeide uit tot een heiligdom met beelden en attributen die deel uitmaken van de godenwereld van de Yoruba en die ook een rol spelen in het katholicisme, zoals Babalú Ayé (Heilige Lazarus), Ochún (Maagd van Cobre), Changó (Heilige Barbara), Obbatalá (Heilige Maagd van Mercedes) en Yemayá (Maagd van Regla).

san-lazaro-bedevaart

De bedevaart van San Lazaro

Geen fanaticus
Hij ontving in zijn woning vooraanstaande gasten, ook uit het buitenland, die hem om spirituele steun vroegen. Zo verwierf hij zich ook 2.000 petekinderen. Hij zei van zichzelf dat deze mensen oplossingen zochten voor hun problemen, maar ‘ik ben geen orisha / god. Het is god die de pijn verzacht.’ Enriquito erkende niet alles te kunnen oplossen want ‘hij die denkt alles te kunnen oplossen, is een fanatiekeling en ik ben een gelovige, geen fanaticus.’ In 1957 richtte Enriquito de Cubaanse vereniging Hijos de San Lázaro / Zonen van de Heilige Lazarus. Die kreeg in 2001 toestemming van de autoriteiten op de feestdag van de Heilige Lazarus op 16 december een processie te organiseren met beelden en afbeeldingen van deze heilige die in de straten van Guanabacoa werden meegedragen.

Bron
* Persbureau EFE

Santeríapriesters voorspellen een voorspoedig Nieuwjaar

Voor de eerste maal presenteerden de beide Cubaans-Afrikaanse santeríagroepen één nieuwjaarsbrief of Letra del Año met voorspellingen voor 2017. Zij verwachten een voorspoedig 2017 en houden de Cubanen voor ondanks diplomatieke en economische tegenwind, hoop te blijven houden. Santería is een samensmelting van het katholieke geloof met de Afrikaanse religies van de slaven die naar Cuba werden gebracht.

religie-santeria-oggun-exemplaren

Gelovigen proberen een exemplaar van de brief in handen te krijgen

De priester Lazaro Cuesta, volledig gekleed in het wit als symbool van puurheid, sprak over ‘aantrekkelijke ontwikkelingen op het gebied van het economisch leiderschap.’ Zijn woorden stonden in schril contrast met de sombere schets die president Raúl Castro vorige week de leden van de Nationale Assemblee voorhield toen hij meldde dat Cuba in 2016 een recessie had doorgemaakt. De voorspellingen waren minder somber dan die in 2015 en 2016 toen de santeriavoorman een immigratiegolf en sociale onrust voorspelde.

religie-santeria-oggun

De god Oggún

Machete hanteren
Over de toekomst van de Amerikaans-Cubaanse relaties in verband met de komst van Donald Trump suggereerde Cuesta dat beide kanten hun onderhandelingen voortzetten. Hij verwees naar een van de goden in de santeria, namelijk Oggún, de god van het ijzer, de oorlog en de arbeid, die meestal met een machete of een hakmes wordt afgebeeld. Volgens Cuesta kan de machete worden gebruikt om de planten uit te roeien die de communicatie in de weg staan. ‘Ongeacht de onzekerheid die een ieder voelt over politieke gebeurtenissen in de wereld, geeft deze Letra del Año de Cubanen en de wereld hoop,’ aldus Cuesta. ‘Als we kunnen luisteren, ons kunnen uitdrukken, begrijpen, bijdragen zullen de resultaten ongetwijfeld komen.’ Net als vorige jaren bevalen de priesters of babalawos hun gelovigen aan in het wit gekleed te gaan, extreme consumptie van alcohol te voorkomen en aandacht te schenken aan mogelijke gevallen van corruptie.

Bron
* Diverse persbureaus

Linken
* De gezamenlijke Letra del Año 2017, Spaanstalig, gepresenteerd door Lázaro Cuesta, oprichter van de Comisión para la Letra del Año en José Manuel Pérez, de nieuwe voorzitter van de La Asociación Cultural Yoruba de Cuba ACYC.
* El Nuevo Herald: Wat zegt de Letra del Año 2017?

Nieuw kerkgenootschap: vóór homo’s en pro-Fidel

Op de Internationale Dag van de Mensenrechten op 10 december jl. kwam de Gemeenschappelijke Metropolitane Kerk / Iglesia Comunitaria Metropolitana (ICM) in Havana bijeen om eer te bewijzen aan de overleden leider Fidel Castro.  Tegelijkertijd stelde ze zich open voor lesbo’s, gays, biseksuelen en inter-seksuelen (LGBTI), aldus de voorganger Elaine Saralegui, die deze kerk in Cuba leidt.

gay-bijeenkomst-icm-december2016

De kerkdienst van de Gemeenschappelijke Metropolitane Kerk / Iglesia Comunitaria Metropolitana (ICM) deze maand in Havana

Dit kerkgenootschap is het eerste religieuze instituut in Cuba dat gezinnen accepteert met homoseksuele ouders, voorstander is van huwelijkse homorelaties en het kerkelijk ambt openstelt voor leden van de LGBTI. Ook wil de kerk een schuilplaats zijn voor gelovigen uit andere christelijke gemeenschappen en voor personen die om diverse redenen slachtoffer zijn van discriminatie of worden achtergesteld. De bijeenkomst vond plaats in het Centrum Oscar Arnulfo Romero (OAR), waar dominee Raquel Suárez van de Eben-Haëzerkerk in de wijk Marianao voorging. Zij preekte over de brief van Paulus aan de Galaten. Volgens Suárez staat in deze brief het respect voor diversiteit en de waarde van persoonlijke en gemeenschapsveranderingen centraal.

gay-icm-mariela-castro-junto-al-rev-elder-troy-perry-obispo-fundador-de-la-icm-y-el-rev-elder-hector-gutierrez-der-07072016

Mariela Castro en de oprichter van de ICM, bisschop Troy Perry (links)

Onderscheiding
De Gemeenschappelijke Metropolitane Kerk kwam eerder dit jaar in het nieuws toen zij de prijs Be Justice uitreikte aan Mariela Castro, dochter van de Cubaanse president die zich inzet voor homo-emancipatie.
Onafhankelijke LGBTI-groepen voelen zich overigens door de activiteiten van Mariela Castro en haar instituut voor seksuele hervorming CENESEX (Centro Nacional de Educación Sexual) in het geheel niet gesteund. Onafhankelijke homogroepen die om principiële redenen weigeren samen te werken met CENESEX worden vaak onder druk gezet om hun activiteiten te staken en zich te scharen onder de paraplu van Mariela Castro, die ook nog eens de dochter van president Raúl Castro is.

gay-nelson-gandulla-izq-junto-a-otros-activistas

Nelson Gandulla (links) met twee andere activisten

Pressie
Het overkwam de LGBTI-activist Nelson Gandulla die volgens de mensenrechten-
organisatie Observatorio Cubano de Derechos Humanos (OCDH) twee uur lang werd ondervraagd in de kantoren van de Immigratie en Vreemdelingendienst door kapitein Ihosvani, kapitein Angel en de medewerker van de Staatsveiligheid, Patricia. De ondervragers wilden weten wie de reizen van deze activist financierde en maakten duidelijk dat deze organisaties ‘zakkenvulllers’ zijn en geen interesse hebben in gay-zaken, maar er op uit zijn ‘Mariela Castro als directeur van de staatsinstelling CENESEX en dochter van de president in diskrediet te brengen.’ De ondervragers drongen er bij Nelson Gandulla op aan zich aan te sluiten bij ‘de strijd van CENESEX’, waarop deze antwoordde dat het ‘Mariela is die niet met hen wil samenwerken.’ Uiteindelijk werden Gandulla en zijn familie bedreigd met gevangenisstraf als ze hun activiteiten zouden voortzetten ‘wegens belediging van de autoriteit van Mariela Castro door slecht over haar te spreken.’ Ook werd gedreigd met een reisverbod voor Nelson Gandulla en andere LGBTI-activisten.

Bron
* Diario de Cuba, december 2016

Link
* Website Diario de Cuba, 12 december 2016: Una ‘iglesia del amor y castillo del sexo’ abre sus puertas a la comunidad LGBTI en La Habana

Presenteert de katholieke kerk de rekening?

De katholieke kerk van Cuba verbrak haar politiek zwijgen van de afgelopen maanden en herhaalde oude eisen aan het adres van de regering: toegang tot het onderwijssysteem en meer ruimte in de Cubaanse media. De op 26 maart benoemde nieuwe aartsbisschop van Havana, Juan de la Caridad García Rodríguez, werd voor de eerste maal geïnterviewd door het kerkblad Palabra Nueva. Hij was eerder vanaf 2002 bisschop van Camagüey.

bisschop-juan-de-la-caridad-garcia-havana

De nieuwe aartsbisschop van Havana, Juan de la Caridad García Rodríguez, samen met president Raúl Castro bij de ingebruikneming van de nieuwe opleiding van priesterstudenten, San Carlos y San Ambrosio, het seminarie in Havana.

‘De kerk wil scholen hebben of ruimten binnen scholen. Dat wenst ook een aanzienlijk deel van de bevolking,’ aldus de nieuwbenoemde bisschop van Havana, Juan de la Caridad García in het blad van het aartsbisdom. García volgde begin dit jaar kardinaal Jaime Ortega op als aartsbisschop van Havana. In 1961 onteigende de nieuwe regering van Fidel Castro het complete onderwijssysteem. De katholieke kerk bezat op dat moment veel scholen voor basis-, voortgezet- en universitair onderwijs. Die scholen waren ook een belangrijke inkomstenbron van de katholieke kerk. De nieuwe atheïstische staat verbood elke invloed van de katholieke kerk in het nieuw gevormde publieke onderwijssysteem. De ontwikkeling liep parallel met de onderwerping van de gehele journalistieke wereld in de jaren zestig aan de controle van de staat. ‘De kerk dient toegang te krijgen op regelmatige grondslag tot de sociale communicatiemedia’, zegt aartsbisschop García nu.

umaplas-umap-unidades-militares-de-ayuda-a-la-produccion-establecidas-en-la-decada-de-1960-tussen65en-68-2

Beeld van een strafkamp in de jaren zestig; ook priesters en dominees werden er opgesloten

Spanningen
De spanningen  tussen kerk en staat in Cuba duurden voort tot 1998 toen paus Johannes Paulus II een historisch bezoek aan Cuba bracht. In 2010 voltrok zich een dialoog tussen bisschoppen en de overheid en werden mede door bemiddeling van Spanje, 130 politieke gevangenen vrijgelaten. Vanaf dat moment hebben priesters en bisschoppen bij speciale gelegenheden toegang tot radio en televisie en publiceren de staatsmedia berichten afkomstig van de katholieke kerk. Toen paus Franciscus in september 2015 het eiland bezocht, zond de staatstelevisie twee interviews uit in prime-time met de toenmalige kardinaal Jaime Ortega en de voorzitter van de Cubaanse Bisschoppenconferentie, bisschop Dionisio García. Ook werden kerkelijke gebouwen die in de jaren zestig in beslag waren genomen, aan de katholieke kerk teruggegeven en werd het gemakkelijk gemaakt verouderde gebouwen te renoveren, maar de toegang tot het onderwijs bleef afgesloten voor kerkelijke instellingen. García benadrukte dat de kerk ‘actief deel wil uitmaken van het onderwijs opdat de deugden ervan bijdragen aan het verdwijnen van slechte gewoonten en aan het bevorderen van de eensgezindheid tussen de Cubanen.’ Hij zegt daarover ‘een geleidelijke dialoog’ te willen voeren.

Bron
* O.a. het persbureau AFP, 21 november 2016

Link
* Palabra Nueva: interview (Spaanstalig) met aartsbisschop García Rodríguez