Opnieuw lid ‘historische generatie’ overleden

Op 88-jarige leeftijd is vrijdag in Havana Pedro Miret Prieto aan een hartstilstand overleden. Miret behoort tot de zogeheten ‘generación histórica’ of historische generatie van mannen die nog daadwerkelijk deelgenomen hebben aan de gewapende strijd eind jaren vijftig tegen dictator Batista.

Pedro-Miret-Prieto

Pedro Miret Prieto

Miret, van beroep ingenieur, werd in 1927 in Santiago de Cuba geboren en maakte deel uit van de groep Cubanen die in 1953 de mislukte aanval op de Moncada-kazerne aldaar uitvoerden. Hij werd gearresteerd en zat gevangen op het Eiland van de Jeugd. Hij kon echter profiteren van de amnestie die dictator Batista in 1955 aan hem, Fidel Castro en Raúl Castro verleende, op voorwaarde dat zij Cuba zouden verlaten. In Mexico was hij betrokken bij de voorbereidingen van de expeditie met het jacht Granma, maar hij kon in november 1956 niet deelnemen aan de overtocht van Mexico naar Cuba omdat hij door de Mexicaanse autoriteiten gevangen was gezet.

granma-jacht-museum

Het jacht Granma is nu te bezichtigen in het Museum van de Revolutie in Havana

Vertrouweling Fidel en Raúl
Miret was een vertrouweling van Fidel en Raúl Castro en werd in 1959 bij de oprichting van het Revolutionaire Leger / Fuerzas Armadas Revolucionarias (FAR) de tweede man in dit leger. Hij zou ook nog Minister van Landbouw en later van Mijnbouw worden. Hij werd tijdens het eerste congres van de Cubaanse Communistische Partij in 1975 benoemd tot secretaris van het Centraal Comité en werd in 1983 lid van het Politbureau tot 1991. In 2009 legde hij zijn functies als vicevoorzitter van de Staatsraad en de Raad van Ministers, die hij sinds 1976 had bekleed, neer. Er deden in 2009 geruchten de ronde over zijn gezondheidsproblemen. Bovendien zou hij uit de gratie zijn gevallen bij Raúl Castro. Miret die beschouwd werd als een vertegenwoordiger van de zeer harde lijn, was nog een van de weinige in leven zijnde leden van de generación historica.

Bronnen
* Diario de Cuba en Cubadebate

Wie herinnert zich nog de buurtbioscopen?

De bioscoop kwam naar Cuba op 15 januari 1897, na de aankomst in Havana van de Fransman Gabriel Veyre, vertegenwoordiger van de gebroeders Lumière. Het is bekend dat een paar maanden eerder de bewoners van Havana en de Spanjaarden al konden genieten van de Kinetoscope (de voorloper van de filmprojector) ontwikkeld door fotograaf en ingenieur Dickson die toen samenwerkte met de uitvinder Thomas Alva Edison. Onafhankelijk journalist Léon Padrón Azcuy beschreef op de website Cubanet de teloorgang van de buurtbioscoop.

Cine-Maravillas

De bioscoop Maravillas nu

Gabriel Veyre huurde een pand in de Paseo del Prado, naast het Teatro Tacón, waar hij zijn donkere kamer inrichtte, die hij Cinematograph Lumière noemde, met een capaciteit van ongeveer tachtig zitplaatsen. De toegang was ‘50 centavos voor volwassenen en twintig voor kinderen en militairen zonder rang.’ Ook werden op 7 februari 1897 de beelden van een operatie van de brandweer van Havana opgenomen. Deze film, getiteld Brandoefening, duurde een minuut en wordt beschouwd als ‘de eerste film van de Cubaanse cinema’. De maand daarna, op 16 maart, was er een echte brand in de zaal, waarna hij niet meer gebruikt kon worden. Tegen die tijd had de Fransman in ons land al ongeveer twintigduizend peso’s verdiend.

payret

De bioscoop Payret nu, voorheen ook een theaterzaal en nog steeds in gebruik

Voordat theater Payret ook als bioscoop gebruikt zou worden in de eerste jaren van de twintigste eeuw, werd met het ontstaan van de Republiek Cuba (1902) in de buurt Cerro de eerste filmzaal gebouwd, en niet als theater dat ook kon dienen om films te vertonen. De zaal was gelegen aan de Calzada del Cerro, op de hoek met Palatino. De naam was Florodora, later omgedoopt tot Alaska. Verderop in dezelfde richting zou Maravillas verrijzen, dat in gebruik bleef tot de jaren ’90.

Zeven bioscopen in één wijk
CubaNet sprak met enkele bewoners van dit gebied en liep door de stad om de huidige staat van de zeven bioscopen te onderzoeken. ‘De bioscoop Maravillas, zegt Sierra, een bejaarde van 82 jaar, was eigendom van Valentín Díaz, Spanjaard en ook eigenaar van de bioscoop Valentino, gelegen op Esquina de Tejas, en gesloopt in 1960. Ik herinner me dat er soms op zondag in Maravillas theatervoorstellingen gegeven werden; Olga en Tony, Tintán en Tongolele (Yolanda Montes), actrice en exotische danseres, alom bekend als rumba-danseres, traden hier op’. Ook Catalina, 88 jaar geleden geboren in Cerro verzekert ons: ‘Deze wijk was een van de meest geïndustrialiseerde van Cuba tot 1959’. Toen deze verslaggever haar eraan herinnerde dat Cerro zeven bioscopen telde, antwoordde ze snel: ‘Wie herinnert zich de buurtbioscopen? Deze mensen hebben alles kapot gemaakt. Ik nam mijn tweeling altijd mee naar de matinee op zondag, om poppenkast te kijken in El Valentino, dat door deze regering is afgebroken. Maar mijn favoriet was de City Hall, want dat had airconditioning, en comfortabele, rode fluwelen zitplaatsen, en er werd niet zo geschreeuwd als in de andere bioscopen.’ Het genoemde City Hall is gelegen aan de Calzada de Ayestarán, maar het is nu een bioscoop waar ze videofilms en 35 mm films vertonen. Het heeft ook een videotheek waar je dvd’s en vcd’s kunt huren, en ze presenteren werken van de Compañía de Teatro Caribeño de Cuba.

Cine-Edison

De vroegere bioscoop Maravillas nu

Meer buurtbioscopen
Wat betreft de rest van de bioscopen: Mexico in Calle Salvador, op de hoek van San Anselmo, is de thuisbasis van een kindertheatergroep. Het Edison, gelegen aan Calzada del Cerro #1951 op de hoek van Zaragoza, is van de theatergroep Cimarro, maar omdat het gebouw op instorten, kan er niet in gewerkt worden. El Principal aan de Calzada del Cerro, op de hoek van La Rosa, werd meer dan 25 jaar gelden gesloten. Aan de voorkant, waar vroeger de ingang was, woont een gezin, en daarnaast, in wat het cafetaria was, staat een huis bewoond door een slotenmaker. Het dak van de bioscoop is verdwenen, en de ruimte waar de stoelen en het scherm stonden, is veranderd in een patio, die functioneert als timmer- en autoreparatie werkplaats. El Coloso bevond zich in Las Cañas, en werd een discotheek, maar de buren klaagden over de problemen die in de omgeving ontstonden, en deze werd gesloten. Na verloop van tijd stortte het in en de mensen namen de stenen en alles wat bruikbaar was mee. Vervolgens gaven ze het terrein aan vier ambtenaren van het ministerie van Landbouw, die er hun huizen op zetten. Tenslotte Maravillas is opgeheven.

Cine-Principal-en-Calzada-del-Cerro-esquina-a-La-Rosa

De voormalige bioscoop Calzada de Cerro

Nieuwe technologieën
Het fenomeen lijkt op de wereldwijde trend waarbij bioscopen verdwijnen als gevolg van nieuwe technologieën die het voor velen aantrekkelijker maken thuis te kijken. In Cuba, zelfs als ze het circuit van bioscopen dat op een bepaald moment bestond, zouden willen herstellen, dan zou het moeten concurreren met het wekelijkse El Paquete en alle andere audiovisuele mogelijkheden. Juan Carlos, kenner van de film, zegt dat de filmcritici in de Cubaanse filmwereld zich alleen bezig houden met de 80 films die geproduceerd zijn vóór 1959 en aan de Cubaanse films Lucia, Memorias del subdesarrollo, documentaires van Santiago Alvarez of andere materialen, maar zich nooit uitspreken over de algemene verslechtering van de meeste bioscopen in het land.

Bron
* Léon Padrón Azcuy (1958) is een Cubaanse liberaal die ook werkzaam is als onafhankelijk journalist. Hij publiceerde deze tekst op 19 december 2015 op Cubanet

Hoe het enthousiasme over de 17e december dooft

Voor veel Cubanen is 17D (17 december) niet langer de historische datum waarop vorig jaar de Amerikaanse en Cubaanse presidenten aankondigden de diplomatieke relaties te herstellen, maar gewoon weer de 17e december waarop de Cubanen de feestdag van de Heilige Lazarus vieren en een deel van hen op de knieën naar de kerk in Havana kruipt, die zijn naam draagt. En Reinaldo Escobar van de kritische internetkrant 14ymedio constateert dat het optimisme over de gevolgen van de toenadering van een jaar geleden is verdwenen. Volgens Escobar zijn het vooral de illusies die buiten Cuba wakker werden geroepen en die hebben geleid tot tientallen bezoeken van ondernemers, politici, artiesten en vertegenwoordigers van ngo’s naar het eiland. Maar dat is niet het Cuba van nu, dat is het veranderde Cuba dat men zich zou wensen, aldus Escobar. Zijn column volgt hier.

obama-raul-twee-televisiescherm17122014

17 december 2014: Obama en Castro kondigen herstel van de betrekkingen aan

Het aantal aanzoeken uit de kapitalistische wereld verdubbelde en presidenten, ministers, muscisi, cineasten, honkbalspelers en ondernemers reisden af en aan, doorkruisten in sneltreinvaart het land, de zakken vol met dollars. Hier is gebeurd zoals dat in die verhalen waarin alleen al door de aankondiging van de bouw van een spoorlijn de grondprijs aan weerskanten van de lijn stijgt. Maar wanneer de trein zal rijden, blijft onbekend.

Methoden VS
De Amerikanen zijn duidelijk en zijn niet veranderd; hun doelstellingen zijn dezelfde gebleven, maar hun methoden veranderd. De Cubaanse regering laat blijken geen millimeter te willen wijken in enkele kwesties die zij omschrijven als ‘de onwankelbare principes van de Revolutie.’ Het voordeel van Raúl Castro boven Barack Obama is dat de eerste niet wordt gehinderd door een parlement dat elke stap van de president controleert of een partij met een jaloers electoraat die elke concessie vertaalt in stemmenwinst. Maar dat maakt dat er niet bewogen wordt in de onderhandelingen. De Noord-Amerikaanse onderhandelaars slagen er onvoldoende in om de Cubaanse partners duidelijk te maken dat Obama niet de dictator van de VS is, maar slechts de president. Als er geen signalen uit Havana komen in de gewenste richting, geven zij het Congres een argument om zich te verzetten tegen de toenaderingspolitiek. Welke signalen willen de Amerikanen zien? In de eerste plaats de ruimte om te investeren en de garantie dat ze winsten behalen op deze investeringen. In de tweede plaats het respect voor de mensenrechten. Over het verband tussen beide wensen kan men een boek vullen, maar men zou het kunnen samenvatten in de gedachte dat een omgeving met economische en politieke vrijheid de meest geëigende omgeving is voor een markteconomie.

Obsessieve macht
De weerstanden tegen een koersverandering in deze richting blijven verborgen of worden gemaskeerd achter uitspraken over de politieke wil om zekere marges van sociale rechtvaardigheid te handhaven, bijvoorbeeld op het gebied van de veel besproken verworvenheden in de gezondheidzorg en het onderwijs voor allen. Daarachter gaat een groep van machthebbers schuil,  geobsedeerd door de macht die ze niet willen verliezen. Venezuela heeft het aangetoond; autoritaire regimes kunnen niet vertrouwen op democratie, zelfs niet een klein beetje of zoals ze in Argentinië zeggen ni tantico asi, zoals een Argentijn eens zei.*

che-guevra-ni-tantito-asi

Je kunt het imperialisme niet vertrouwen, zelfs niet een klein beetje.’

Onderdrukkingsapparaat
In Cuba is er een repressief apparaat, dat bestaat uit tienduizenden personen en dat bedoeld is om te voorkomen dat de leden van de oppositie zich uitspreken of bijeenkomen. Als het land democratiseert, zullen zij niet alleen hun werk en hun privileges verliezen, maar zich ook beschouwen als vermeende slachtoffers van wraakoefeningen. Daarom zullen deze staatsambtenaren zich tot het uiterste inspannen en in iedere zaak streven naar overtuigende verslagen, waarin elke lid van de oppositie verschijnt als een verrader van het vaderland en een gevaarlijke agent van imperialistische krachten. Deze goed opgeleide e n bewapende troepen zijn opgevoed met het principe dat de enige order die menniet mag gehoorzamen die  van een staakt-het-vuren is. Als Raúl Castro niet langer de politieke discrepantie om het  land te democratiseren onbestraft zou laten, zou hij zijn meest loyale en onderworpen dienstknechten veranderen in zijn potentiele vijanden. En hij weet dat.

Een plafond
Nu een jaar later na de hoopgevende 17e december, zou je kunnen zeggen dat elke betrokken partij het plafond van zijn mogelijkheden heeft bereikt. De opheffing van het embargo, het staken van de radio- en televisie-uitzendingen gericht op Cuba, de compensaties voor de geleden schade of Guantánamo lijken voor het Witte Huis even moeilijk als voor de Cubaanse regering de invoering van een meerpartijenstelsel, het ratificeren van mensenrechtenverdragen, het toelaten van particuliere ondernemingen en de legitimatie van een onafhankelijke civil society.

De stukken grond gekocht aan beide zijden van de spoorweg, beginnen nu al aan waarde te verliezen omdat deze trein zich voorlopig nog niet over de spoorrail zal voortbewegen.

Bron
* Reinaldo Escobar, 14ymedio, 17 december 2015

Noot
* Escobar verwijst naar een beroemde speech van Ernesto Che Guevara waarin hij zei : ‘No se puede confiar en el Imperialismo pero, ni tantico asi’ oftewel ‘ Men kan het imperialisme niet vertrouwen, zelfs niet een klein beetje’. Deze uitspraak wordt in Cuba nog vaak gebruikt.  Zie Youtube, 1 minuut 46 seconden

Familie Lansky eist Hotel Riviera op

De familie van de bekende Amerikaanse gangster Meyer Lansky wil dat de Cubaanse regering hen Hotel Riviera teruggeeft of hen financieel compenseert vanwege onteigening in 1959 door de regering van Fidel Castro. Lansky opende dit hotel in Havana in december 1957 dat werd beschouwd als het grootste casinohotel in Cuba en het meest extravagante.

lansky-cuba-riviera-casinoLansky speelde in de jaren vijftig een hoofdrol bij de verandering van Cuba in het Las Vegas van de Cariben. Hij opende casino’s die het symbool werden van de corruptie en criminaliteit in de periode van president Fulgencio Batista. Volgens Tampa Tribune wil de familie van de gangster nu compensatie ontvangen. ‘Het hotel is mijn oom wederrechtelijk afgenomen,’ aldus een kleinzoon van Lansky, Gary Rapoport, in de krant. ‘Cuba is mijn familie geld schuldig,’ voegt hij er aan toe. De inrichting van het hotel kostte in de jaren vijftig 8 miljoen dollar; op dit moment is het in handen van het Cubaanse leger.

riviera-hotel

Het Riviera-hotel nu

Compensatie
De bekendmaking van de familie vond plaats in de week waarin Washington en Havana gesprekken zijn begonnen over de compensatie van Amerikaanse bezittingen in de eerste jaren van de revolutie. Amerikaanse bedrijven en personen hebben compensatie-eisen ter grootte van 1,9 miljard dollar in gediend. Cuba wil op zijn beurt vergoedingen zien die zijn veroorzaakt door het Amerikaans embargo. De Cubaanse wet biedt de mogelijkheid tot compensatie voor genationaliseerde bezittingen, maar ‘relaties’ uit het Batista-regime zijn daarvan uitgesloten. Lansky zou financiële steun hebben gegeven aan de staatsgreep van Batista in 1952.

Bron
* Tampa Tribune, 8 december 2015

Meloenen of eenheid: Cubaanse vakbeweging onder Castro

Toen Fidel Castro op 1 januari 1959 aan de macht kwam, was de helft van de arbeidzame bevolking in Cuba lid van een vakbond. De Central de Trabajadores de Cuba (CTC) telde 1.200.000 leden en 33 beroepsfederaties. De vakcentrale was veelvormig en telde katholieke, communistische, socialistische en anarchistische leden en bonden. De achturige werkdag, een minimumloon, stakingsrecht en ontslagbescherming waren door inspanningen van de CTC al voor 1959 gerealiseerd. Naast de gewapende strijd van de Castro’s c.s. in de bergen, vormde het stedelijk verzet waar de vakbeweging deel van uit maakte, de kern van het verzet tegen dictator Batista.

Fidel Castro spreekt de bevolking van Havana toe in januari 1959

Fidel Castro spreekt de bevolking van Havana toe in januari 1959

In januari 1959 toen de rebellengroepen onder leiding van Fidel Castro Havana binnentrokken, werden alle 33 nationale hoofdkantoren van de Cubaanse vakbeweging door het stedelijk verzet bezet en werden de vakbondsleiders die Batista hadden gesteund weggejaagd. Het was tijd voor nieuwe – vrije, democratische en geheime – verkiezingen die in 1959 overal werden georganiseerd en die moesten uitmonden in het eerste revolutionaire vakbondscongres in november van dat jaar. Lokaal stond de merendeels anti-communistische Beweging van de 26ste Juli tegenover de sympathisanten van het communisme. De Beweging kwam bij haast alle lokale verkiezingen als winnaar uit de bus en de communisten werden afgerekend op hun aarzelende steun aan het verzet. Had de partij de eerste gewapende actie van Castro in 1953 met de aanval op de Moncadakazerne niet afgedaan als ‘avonturisme van rijke burgermanszonen?’ Zelfs in de voedingsbond en de textielbond kregen de communisten weinig steun. Bij de bond voor suikerrietarbeiders bleken slechts 15 van de 9.000 gedelegeerden te sympathiseren met de communistische partij PSP.

Eenheid
Op 18 november 1959 hield de vakcentrale CTC haar eerste nationale congres. Van de 3.200 afgevaardigden waren er 200 communisten. De overige 3.000 maakten deel uit van de revolutionaire Beweging van de 26ste Juli. Het leek erop alsof de communistische partij PSP geen beduidende rol meer zou spelen in de Cubaanse vakbeweging. Maar Fidel Castro besliste anders. In toenemende mate was zijn afkeer voor partijcommunisten veranderd in waardering  voor de steun van de PSP. Bovendien kon hij de organisatie en de mobilisatiekracht van deze partij goed gebruiken. Tweemaal voerde hij tijdens het vakbondscongres het woord. In zijn openingswoord benadrukte Fidel de noodzaak van Unidad / Eenheid en zei niets te voelen voor een verkiezingscircus. Citaat: ‘Het enige waar het hier omgaat is de onverbrekelijke solidariteit met de Revolutie. Is er hier één arbeider die het niet met ons eens is? De revolutie gaat boven alles.’ (…) ‘Elke verdeeldheid tijdens dit vakbondscongres zal vooral onze vijanden veel plezier doen.’ (…) ‘Tegenover de aanvallen van de vijanden moet er discipline zijn.’

ctc1-150x147Militairen op vakbondscongres
Maar de vakbondsafgevaardigden leken niet overtuigd. Zij waren immers gekomen om na jaren van dictatuur, vrij te spreken en te debatteren en in alle vrijheid hun stem uit te brengen. Toen bleek dat van de 33 vakbondsfederaties op het congres er 27 waren die geen communisten in het CTC-leiding wilden. Onder de 3.200 gedelegeerden brak groot tumult uit. Er werd  gevochten tussen de aanhangers van de communistische partij en de rest. ‘Unidad, unidad (eenheid)’, riepen de eersten. ‘Melones, melones (meloenen),’ antwoordden de leden van de Beweging van de 26ste Juli.  De communisten werden met watermeloenen vergeleken omdat deze groen van buiten (de kleur van het guerrilla-uniform) en rood van binnen zouden zijn. In de vroege morgen van 22 november keerde Fidel Castro in militair uniform naar het vakbondscongres terug, vergezeld van een groep bewapende militairen. ‘Dit is een schaamteloos spektakel,’ schreeuwde hij en voegde vervolgens de namen van drie communisten aan de kandidatenlijst van het 13 personen tellend bestuur van de CTC, toe. Castro legde uit dat deze toevoeging nodig was ter wille van de eenheid. De Cubaanse arbeiders waren in die periode van de revolutie dol op Fidel Castro en gaven hem wat hij vroeg, maar ze zouden hun onafhankelijke vakbonden nooit opgeven en dat werd Che, Raúl en Fidel ook duidelijk gemaakt. De drie extra toegevoegde kandidaten werden bij de eerste stemming verslagen. Toen diende Fidel Castro opnieuw een lijst in waarop de namen van de drie verslagen communisten ontbraken, maar ook die van Reinol González, die in 1959 tot internationaal secretaris van de CTC was benoemd. Hij had een van de algemene stakingen tegen Batista geleid en was anticommunist. Hij kwam voort uit de Cubaanse afdeling van de Katholieke Arbeidsjongeren (KAJ). Tegenover deze overmacht moest het congres wel capituleren. Voor elke functie werd nu één kandidaat voorgedragen en de verkiezingen vonden met handopsteken plaats. Tijdelijk voorzitter werd de socialist David Salvador.

Reinol González bezocht in 1977 met zijn vrouw Teresita Nederland. Zij waren de gast van CLAT Nederland. Hij sprak over zijn Cubaanse ervaringen met CNV, FNV en Amnesty International. González was in Cuba actief in de Juventud Obrera Católica (JOC), de Cubaanse afdeling van de internationale kajottersbeweging KAJ.

Reinol González bezocht in 1977 met zijn vrouw Teresita Nederland. Zij waren de gast van CLAT Nederland. Hij sprak over zijn Cubaanse ervaringen met CNV, FNV en Amnesty International. González was in Cuba actief in de Juventud Obrera Católica (JOC), de Cubaanse afdeling van de internationale kajottersbeweging KAJ.

Gevangenis en strafkampen
David Salvador trad in mei 1960 terug als secretaris-generaal van de CTC uit protest tegen de overname van het vakbondsapparaat door de communisten. Enkele maanden later werd hij gearresteerd en veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf. David Salvador kwam door bemiddeling van de Colombiaanse schrijver en vriend van Castro, Gabriel Marquez  vervroegd vrij en verliet Cuba. Reinol González zou 17 jaar gevangen zitten en in 1977 ook door tussenkomst van Gabriel Marquez vrij komen. In november 1960 was de communistische vakbondsbureaucraat Lazaro Peña, benoemd tot de nieuwe secretaris-generaal van de CTC. Hij was dat al eerder geweest, namelijk in 1939 toen de Cubaanse communisten met Batista samenwerkten. De droom van een vrije vakbeweging in een revolutionair Cuba was voorbij. Die vrije vakbeweging was ook niet meer nodig, volgens de huidige Cubaanse president Raúl Castro die in de beginjaren van de revolutie de Cubaanse werknemers trachtte te overtuigen met ‘de beste vakbond is de Staat – de arbeiders hebben geen vakbonden nodig als zij een bevriende regering hebben, HUN regering, die hen beschermt’.

Kees van Kortenhof

Deze tekst verscheen in juli 2015 op de website van de Vrienden van de Vakbondshistorie VHV. De auteur is ook bestuurslid van de VHV.

Tragisch einde van veelbelovende verteller Nelson Rodríguez

In 1964 sprak Che Guevara in de grote zaal van de Verenigde Naties trots en uitdagend over de fusillades die in Cuba plaatsvonden. ‘Wij hebben gefusilleerd, wij fusilleren en wij gaan door met fusilleren’. Guevara hield zich aan zijn belofte en de fusillades in Cuba gingen door. In 1971 werd de jonge schrijver Nelson Rodríguez Leyva (geboren in 1943 in Las Villas) in Fort Cabaña in Havana geblinddoekt en na een regen van kogels gedood, op dezelfde plek waar in de 19e eeuw de dichter en vrijheidsstrijder Juan Clemente Zenea door de Spaanse bezetter om het leven werd gebracht. De kritische internetkrant 14ymedio stelt nu het enige boek dat Nelson Rodríguez ooit schreef, gratis ter beschikking.

Hombre solo / Man alleen, schilderij van Juan Abreu, 1959

Hombre solo / Man alleen, schilderij van Juan Abreu, 1959

Na de revolutie van 1959 was Nelson als vrijwillig leraar op het platteland gaan werken. In 1961 deed hij mee aan de alfabetiseringscampagne. In 1964, hetzelfde jaar waarin Che Guevara tegenover zijn gehoor in de VN opschepte over de fusillades in Cuba, verscheen bij uitgeverij Ediciones R Nelson’s boek El Regalo/Het geschenk, dat aanbevolen werd door de bekende schrijver Virgilio Piñera, directeur van deze uitgeverij. Een jaar na het verschijnen van zijn boek werd Nelson naar een strafkamp van de UMAP (Unidades Militares de Ayuda a la Producción) gestuurd vanwege zijn homoseksualiteit. Drie jaar zou hij in dat strafkamp dwangarbeid verrichten. Hij raakte na zijn vrijlating bevriend met de schrijver Reinaldo Arenas en de acteur Ernesto Candeli. Men zag hen vaak in het park van het kerkhof Funeraria Rivero in de wijk Vedado waar ze spraken over politiek. Nelson Rodríguez Leyva was 27 jaar toen hij na een dubieus proces, zonder dat een advocaat werd toegelaten door het Castro-bewind, ter dood werd veroordeeld. Hij had geprobeerd met een vliegtuigje, bestemd voor de bestrijding van ongedierte, het land te ontvluchten.

nelson-rodrigez-leyva-nelson.el-regaloExemplaren boek verdwenen
De dissidente journaliste Tania Díaz Castro deed in 2007 pogingen om meer te weten te komen over zijn leven. Tot haar vreugde kreeg ze een exemplaar in handen van El Regalo, haar toegezonden door een Cubaan in ballingschap. De duizenden exemplaren die in Cuba waren gedrukt waren in 1964 allemaal verdwenen. Zij ontdekte dat zijn broer als politiek adviseur in Caracas werkte. Hij, noch zijn neef Manuel wisten iets over hun oom Nelson want de familie sprak daar nooit over. Díaz Castro slaagde er niet in contact te leggen met Jesús Cristo Castro, een docent voortgezet onderwijs, die samen met Nelson wilde vluchten maar op het laatste moment spijt kreeg. Christo Castro werd desondanks tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld, zat er 15 uit en verdween toen in ballingschap. Tania Díaz Castro is er van overtuigd dat het regime veel meer informatie bezit over Nelson en zijn achtergronden zoals het feit dat hij stierf samen met zijn vriend Ángel López Rabí, die nauwelijks 16 jaar oud ook werd doodgeschoten. Tania Díaz Castro omschrijft hem als ‘een jongeman met een huid zwart als steenkool en een hart van goud.’ Ook zou het regime nog in bezit zijn van een manuscript dat Nelson tijdens zijn gevangenschap in een UMAP-strafkamp nog had geschreven en dat door de autoriteiten was geconfisqueerd

Link
* Nelson Rodríguez Leyva El Regalo PDF Uitgeverij Ediciónes R, 1964. Het boek bestaat uit 24 korte verhalen en deze nieuwe editie bevat ook een korte introductie van Felipe Lázaro, een proloog van de Cubaanse schrijver Rafael E. Saumell (Sam Houston State University) en een epiloog met drie teksten van Reinaldo Arenas, vriend en collega van Nelson in zijn jaren in Havana die in 1990 in de VS overleed.

 Geraadpleegde bronnen
* Tekst Cubanet van Tania Díaz Castro Het tragisch einde van Nelson,16 mei 2012
Website Diario de Cuba, 26 mei 2013: Nelson Rodríguez Leyva, un narrador olvidado / De vergeten verteller door Felipe Lázaro
* De website CubaMaterial met vijf fragmenten uit El Regalo.

Balletvoorstelling over Vilma Espin, de vrouw van Raúl Castro

Vilma is de titel van een nieuw werk van het Nationaal Ballet van Cuba, geleid door de legendarische Alicia Alonso. Vilma moet een eerbetoon worden aan Vilma Espín (1930-2007), de overleden echtgenote van Raúl Castro die dit jaar 85 zou zijn geworden. Vanaf 1960 tot haar dood in 2007 leidde Espín de Federación de Mujeres Cubanas/Federatie van Cubaanse Vrouwen FMC, die dit jaar 55 jaar bestaat. Ex-ballerina Alicia Alonso (94) zegt dat de choreografie de ‘belangrijke bijdragen’ van Vilma Espin wil zichtbaar maken aan ‘de opbouw van een nieuwe wereld’ en legt uit dat sprake zal zijn van ‘een herbeleven van haar indrukwekkende levensloop vanaf de jaren van haar jeugd.’

Vilma Espín

Vilma Espín

Alonso legt er de nadruk op dat de schrijvers van de choreografie  o.a. Eduardo Blanco, zich ervan bewust waren dat het onmogelijk is om in een balletvoorstelling ‘dit rijke leven te kunnen beslaan’ en dat het ballet ‘een respectvolle benadering zal vormen van de essentie van deze zo geliefde en nog vaak betreurde heldin.’ Het stuk wordt op 29 augustus opgevoerd in het Nationaal Theater in Havana met muziek van de Cubaanse pianist Frank Fernández. Naast het ballet wordt een audiopresentatie getoond, samengesteld door Alejandro Pérez, een bekende Cubaanse producent van audiovisuele producties in Cuba. De rollen worden gedanst door Anette Delgado en Dani Hernández, samen met Chanell Cabrera en anderen.

Vilma Espín en de jeugdige Raúl Castro

Vilma Espín en de jeugdige Raúl Castro

Partijtrouw
Vilma Espín stierf op 18 juni 2007 na een lang ziekbed. Zij was vanaf het begin van de revolutie een vertegenwoordiger van de generatie van revolutionaire vrouwen en zou in 1960 gekozen worden tot voorzitter van de vrouwenbond FMC, die in hetzelfde jaar door Fidel Castro was opgericht. Ook was ze lange tijd lid van het Politburo van de Cubaanse Communistische Partij (PCC) van Cuba. Volgens de onafhankelijke publiciste en blogger Miriam Celaya waren in 1960 alle vrije organisaties voor vrouwen, opgericht sinds het ontstaan van de Republiek in 1902, toen al ontbonden en verboden. Tweeëntachtig procent van de Cubaanse vrouwelijke bevolking maakt nu deel uit van de FMC, dat zijn vier miljoen vrouwen. Miriam Celaya beschreef in 2013 de rol van de FMC als een van de massaorganisaties van de Cubaanse revolutie. Haar tekst is samengevat en volgt hieronder.

Trouw aan de revolutie
De FMC was in de eerste jaren ook sterker gericht op de onderdrukking van onafhankelijke tendensen die een uitdaging zouden betekenen voor de revolutionaire en zeer mannelijke machthebbers dan dat ze opkwam voor vrouwenbelangen. De participatie van de vrouw werd bepaald door haar trouw aan de revolutie en de officiële ideologie. En dat werd nog eens versterkt in 1961 toen het ‘socialistisch karakter’ van het revolutionair proces werd bekrachtigd. De FMC schaarde zich daar automatisch achter en daarmee verdween het aspect van de emancipatie van de vrouw, waar Cubaanse vrouwen ook voor 1959 al tientallen jaren mee bezig waren.

Alicia Alonso, de oprichter van het Nationaal Ballet van Cuba begroette vorig jaar haar dansgroep.

Alicia Alonso, de oprichter van het Nationaal Ballet van Cuba begroette vorig jaar haar dansgroep.

Vrouwenbelangen werden in het programma van de Castrobeweging, het Moncadaprogramma, geen enkele maal genoemd, noch in de documenten die tijdens de gewapende strijd sinds 1953 worden gepresenteerd. Die belangen worden ook niet genoemd in de beroemde tekst die Fidel Castro voor de rechter uitsprak en die titel mee kreeg: La historia me absolverá / De geschiedenis zal mij vrijspraken. Hij sprak over alle kwalijke aspecten van de Republiek, maar zweeg over de sexe-ongelijkheid.

Kleine rol
Sterker nog, er zou nooit een vrouw deel nemen bij het bepalen van het revolutionair programma, hoewel de deelname van vrouwen in de arbeid en op de universiteit ook in die tijd al beduidend hoog was en veel Cubaanse intellectuele vrouwen een opvallende rol speelden in de regio. Fidel Castro was zich echter wel bewust van het mobilisatievermogen van de vrouwen in de Cubaanse samenleving, o.a. door de actie van vrouwen die 20.000 handtekeningen ophaalden voor de Senaat, waardoor in 1955 de regering amnestie verleende aan de gevangenen van de Moncada-kazerne waaronder Fidel.

Vilma Espin en Celia Sánchez (links). De laatste had meegevochten in de gewapende strijd en had een grote vertrouwensband met Fidel Castro

Vilma Espin en Celia Sánchez (links). De laatste had meegevochten in de gewapende strijd en had een grote vertrouwensband met Fidel Castro

Vrouwelijk leiderschap
Tijdens de periode van de Republiek was er sprake geweest van sociaal leiderschap van vrouwen, speciaal verbonden met liberale groeperingen. Maar de revolutie zorgde voor een dramatische neergang ervan. Enkele vrouwen die dichtbij het revolutionaire proces stonden en die gemeenschappelijk hadden dat zij dicht bij de mannen met macht stonden, vielen op, maar van een vrouwelijk leiderschap was geen sprake meer. Onder hen bevond zich bijvoorbeeld de guerrillaleidster Pastorita Núñez, die korte tijd betrokken was woningbouwprojecten in de eerste jaren van de revolutie, maar al snel uit het openbare leven verdween en in 2012 in anonimiteit overleed. Andere vrouwen veranderden in dienstbare assistenten met enige publieke relevantie en waren verbonden met Castro zoals bijvoorbeeld Celia Sánchez, de leidster van culturele en intellectuele projecten als Haydee Santamaría en iemand als Vilma Espín die vooral de icoon zou worden van de valse gelijkwaardigheid tussen man en vrouw door haar eeuwigdurende rol als leider van de vrouwenorganisatie FMC. Zij kwam niet voort uit de vrouwenstrijd en speelde geen rol bij het voortzetten van de historische vrouwenbeweging die in de 19e eeuw begon en versterkt werd in de 20ste eeuw. Integendeel zij brak met deze traditie en droeg bij aan het verdwijnen van de Cubaanse vrouwenbeweging door deze onvoorwaardelijk te onderwerpen aan de opvattingen en initiatieven van de totalitaire leider en niet een werkelijk emancipatorisch feministisch bewustzijn ontwikkelde.

Niet-feministisch
Letterlijk omschrijft de FMC zichzelf als ‘een vrouwenorganisatie, maar niet feministisch, want het feminisme wordt beschouwd als een sociale beweging die inzet en aandacht voor de revolutionaire strijd doet afleiden en bovendien een ideologie is die eigen is aan ‘de nutteloze burgerij’ (1). En wie de catechismus van veel revolutionaire stromingen kent in Latijns–Amerika, kent hun opvatting over de ‘bourgeois’, die altijd decadent is en van natura zal verdwijnen en worden uitgeschakeld. Het is paradoxaal dat de ideologie die pretendeert de voorhoede te vertegenwoordigen van de uitgebuitenen en het paradigma voor het meest progressieve gedachtegoed, veranderde in een rem op de strijd voor emancipatie van de meest achtergestelde sector binnen deze klasse; de vrouwen.

Bron
* Diario de Cuba en 14ymedio
Link

* Diario de Cuba, 27 augustus 2013: Miriam Celaya bij de 53ste verjaardag van de FMC in 2013: Wat valt er te vieren?
Noot
* [1] Holgado Fernández, Isabel ¡No es fácil! Mujeres cubanas y la crisis revolucionaria. Editorial Icaria Antrazyt, Barcelona, Spanje, 2000. p. 269