El Cobre, begin van het einde van de slavernij

El Cobre, een rustig en pittoresk stadje aan de voet van de bergen van de oostelijke Sierra Maestra, was ooit het toneel van een van de meest dramatische episodes in de Cubaanse geschiedenis, namelijk de eerste slavenopstand in 1731.

slavernij-monument-cimarron

De top van de Cardenilloheuvel, waar het Cimarronmonument staat, kijkt uit op de kleine stad van 16.000 inwoners inclusief de kopermijn De Blauwe Lagune. Het Cimarronmonument is deel van ‘de slavenroute’, een project van de UNESCO dat bedoelt de kennis en het bewustzijn over de oorzaken van de slavernij in de Caribische wereld te bevorderen.

Het zou nog 150 jaar duren voor de Spaanse kolonisten in 1886 daadwerkelijk overgingen tot de afschaffing van de slavernij, maar de opstand van 1731 richtte de schijnwerpers op de onmenselijke omstandigehden waaronder de slaven, vooral in de kopermijnen waarnaar het plaatsje El Cobre werd genoemd, moesten werken. De kopermijn werd in 2000 gesloten. Vijfentwintig kilometer ten noordwesten van de provinciehoofdstad Santiago de Cuba, staat in de bergen een monument, opgedragen aan de slaven die alles riskeerden om hun emancipatie te verkrijgen. Hun moedig verzet dwong de Spaanse kroon tot de ongewone beslissing om hen vanaf 1831 hun vrijheid te geven. Het bronzen standbeeld met de uitgestrekte hand die uit de aarde oprijst en die het uitspansel raakt, werd gemaakt door de Cubaanse beeldhouwer Alberto Lescay. ‘Cobre is belangrijk voor onze nationale cultuur,’ zegt Narciso Barreras, nakomeling van de rebellerende slaven, bijna allemaal leden van de Afrikaanse Bantoes. Dichtbijgelegen is het pelgrimsoord Virgen de la Caridad del Cobre. Zij  wordt beschouwd als de patrones van Cuba en de plek is de laatste jaren een trekpleister voor toeristen geworden.

Bron
* Persbureau Xinhua, 12 december 2017

Link
* Meer informatie over het Cimarronmonument

Advertenties

Armando Hart Dávalos overleden

De Cubaanse politicus Armando Hart Dávalos stierf afgelopen zondagmiddag in Havana op 87-jarige leeftijd aan ademhalingsfalen, aldus de officiële media. Het nieuws werd openbaar gemaakt temidden van de herdenking van de dood van Fidel Castro.

hart-armando-davalos-krans-raul

Afscheid van Armando Hart en de krans van Raúl Castro

Geboren op 13 juni 1930, studeerde Hart Dávalos af als jurist aan de Universiteit van Havana. Hij werd daar actief in de Juventud Ortodoxa en was sterk betrokken bij het studentenverzet tegen dictator Batista. In die jaren maakte hij ook deel uit van de Movimiento Nacional Revolucionario, een beweging die zich inzette voor ‘democratische, patriottische en anti-imperialistische acties’. Hij nam deel aan de opstand van 30 november 1956 in Santiago de Cuba, die samenviel met de landing van het Granmajacht met aan boord de guerrillero’s van Fidel Castro. In 1957 ontmoette hij Fidel Castro in de Sierra Maestra en leidde hij de New York Times journalist Herbert Matthews naar de plek in de bergen waar het interview met Fidel Castro plaatsvond dat Castro een plaats bezorgde in de internationale publieke opinie. Kort daarna werd Hart gearresteerd en veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf. Maar vlak voor hij voor zijn rechters verscheen, ontsnapte hij en sloot zich opnieuw aan bij de ondergrondse strijd. Daarna werd hij benoemd tot nationaal coördinator van de 26e Juli Beweging. In januari 1958 werd Hart Dávalos opnieuw gearresteerd en gevangen gezet, totdat de rebellen in 1959 triomfeerden. Vanaf dat moment zou hij uitgroeien tot een van Fidel Castro’s trouwste volgelingen en een onvermoeibare verdediger van elke beslissing die de Máximo Lider nam.

armando hartapril2012

Onderscheiden in april 2012

Partij
Hij speelde ook een grote rol bij de fusie van de Organizaciónes Revolucionarias Integradas / Geïntegreerde Revolutionaire Organisaties (ORI) en de Partido Unido de la Revolución Socialista de Cuba / Verenigde Partij van de Socialistische Revolutie van Cuba (PURSC). Al deze organisaties, ontstaan in de periode van de gewapende strijd, zouden opgaan in de communistische partij Partido Comunista de Cuba (PCC). Hart werd in 1965 verkozen tot lid van het Centraal Comité en Politburo van de Communistische Partij van Cuba.

hart-armando-sluiting ass.nacional-oprichting-min-cultuur30111976

Op 30 november 1976 sluit Armando Hart de zitting van de Nationale Vergadering af. Hij was toen juist benoemd tot Minister van Cultuur.

Cultuur
In 1976 werd hij benoemd tot Minister van Cultuur en hij bleef dit tot 1996. De Cubaanse wereld van de cultuur had toen juist de zogeheten Quinquenio Gris / De vijf grijze jaren achter de rug, een periode van harde censuur in de Cubaanse cultuur. Maar ook Hart’ s ministerschap zou zuiveringen, censuur op redacties en bestraffing van kritische stemmen kennen. Later werd Hart directeur van het Bureau van het Programma Marti, een afdeling van de Staatsraad dat het gedachtengoed van Jose Marti levendig moet houden.

hart-armando-Fidel-Castro-y-Blas-Roca-en-la-Gala-inaugural-del-VI-Festival-Internacional-de-Ballet-Blas Roca Calderío-1978

Armando Hart (midden) bij de opening van het Internationale Balletfestival in 1978. Rechts Fidel Castro en links communistenleider Blas Roca Calderío, die toen parlementsvoorzitter was.

Huwelijk
Hart was eerder gehuwd met Haydée Santamaría Cuadrado, kameraad en directeur van de uitgeverij Casa de las Americas, die in juli 1980 zelfmoord pleegde. Twee kinderen Celia Hart Santamaría en Abel Hart Santamaría stierven in 2008 bij een verkeersongeval in Havana. Tot de boeken van Hart Dávalos behoren titels als Aldabonazo (1997) en Con la honda Martiana (2009). Hij ontving de Orde van José Martí op zijn tachtigste verjaardag en de José Martí Prijs voor de Journalistiek in februari van dit jaar. Hart lag opgebaard in het Centro de Estudios Martianos in Vedado waar ook president Raúl Castro hem begroette. Hart werd gisterenmiddag gecremeerd.

Bron
* Website 14ymedio, 26 november 2017

Link
* Het officiële herdenkingsartikel van 26 november 2017 op de website Cubadebate

New Statesman: hoe het vlaggenschip van Cuba, de gezondheidszorg, achteruitging

In oktober 1960 evalueerde de marxistische historicus Eric Hobsbawm voor de lezers van de New Statesman een inschatting van de eerste stadia van de Cubaanse Revolutie. Bijna twee jaar na de triomf van de rebellen omschreef Hobsbawm het centrale principe van Fidel Castro’s Beweging van de 26e Juli, namelijk dat om ‘’vrij en welvarend te zijn, Cuba vrij moest zijn van imperialisme, armoede en onwetendheid’. Nu we de laatste vijf maanden van het premierschap van Fidel’s broer Raúl ingaan, leert de teloorgang van de Cubaanse gezondheidszorg dat de revolutie deze drie doelstellingen niet met succes heeft verwezenlijkt.

bohemia-fidel-castro-11011959

Het populaire weekblad Bohemia met ‘editie van de vrijheid’, 11 januari 1959.

In januari 1959, in de eerste weken van zijn nieuwe regering, vertelde Fidel Castro het Cubaanse weekblad Bohemia dat hij ‘elke relatie met dictatoriale staten zou verwerpen… in de eerste plaats met de Sovjet-Unie.’ Maar binnen drie jaar verklaarde hij onomwonden: ‘Ik ben marxistisch-leninistisch en ik zal dat tot de laatste dag van mijn leven zijn…’ Binnen vier jaar plaatste hij Sovjetraketten op zijn eiland. De verklaring voor Castro’s ommezwaai had eerder geopolitieke dan ideologische motieven. Het wederzijds wantrouwen tussen Cuba en de Verenigde Staten duwde Castro in de richting van de Sovjet-Unie. Het resultaat was een deal waarbij financiele miljardensteun beschikbaar kwam in ruil voor een basis in de Caraïben. Dankzij dit contract kon de Cubaanse regering, die door de Sovjet-Unie werd gefinancierd, veel van de sociale voorzieningen invoeren waarom het eiland zo geprezen zou worden, waaronder de gezondheidszorg van wereldklasse.

Koude Oorlog
Tot de val van zijn financier in de Koude Oorlog kon Castro’s revolutie veel van de idealen waarmaken. Maar Castro had wel een Faustiaans pact gesloten. Toen de tanks de democratische ambities van de Praagse Lente vermorzelden, weigerde Castro deze wreedheid te veroordelen. Ondanks al zijn nationalistische retoriek en de rol van underdog die hij speelde, was Cuba cliënt van ’s werelds op één na machtigste staat, geworden. Dit contract was het fundament waarop de Cubaanse welvaart rustte en de katalysator voor de democratisering van de gezondheidszorg. Toen de Sovjet-Unie ophield te bestaan, was het ook gedaan met de geldstroom naar Cuba. Het land belandde in een economische crisis die eufemistisch bekend staat als de Speciale Periode. De gezondheidszorg veranderde langzaam in een systeem met twee afdelingen, namelijk voor de gewone Cubaan en de melkkoe speciaal voor de gezondheidstoerist. ‘Alles voor de gezondheidstoerist, wat overblijft is voor ons,’ werd wel gezegd.

Burt Glinn, Castro speaks in Santa Clara, January 5, 1959

Castro spreekt op 5 januari 1959 de inwoners van Santa Clara toe

Verslechtering
Toen Castro’s rebellen de dictator Fulgencio Batista verjoegen, had Cuba meer artsen per hoofd van de bevolking dan de Britse gezondheidsdienst en was de levensverwachting niet veel lager dan die in de VS. De revolutie van 1959 heeft deze voordelen geconsolideerd en uitgebreid, dankzij de financiering door de Sovjet-Unie. Sinds de jaren negentig is de kwaliteit van de gezondheidszorg echter achteruitgegaan. Duizenden Cubaanse artsen werken in het buitenland in het kader van internationale missies in landen als Venezuela en Brazilië. Dat levert de Cubaanse regering ongeveer $2,5 miljard per jaar op. Thuis staan de medische voorzieningen voor gezondheidstoeristen en de politieke elite in schril contrast met de middelmatigheid en schaarste van geneesmiddelen voor de gemiddelde burger in Cuba.

Zwarte markt
Miguel, een veertigjarige muzikant en percussieleraar in de tweede stad van het land, Santiago, moest zo lang wachten op een tandheelkundige ingreep dat hij gedwongen werd dit op de zwarte markt te laten doen. ‘Vaak is er geen water in onze ziekenhuizen en heel vaak, zijn er geen recepten,’ zegt hij. ‘En wanneer de overheid niet beschikt over de recepten die nodig zijn, wordt ons geadviseerd naar de apotheken te gaan, waar het geneesmiddel wel beschikbaar is, maar men in deviezen of convertibele peso’s moet betalen. Dan kunnen je medicijnen meer kosten dan je maandloon. Voor de gezondheidstoerist, alles. Voor ons, wat er nog over is.’

ziekenhuisruimtevoorafnemenbloedmosnters

Ruimte voor afnemen van bloedmonsters

Mauricio, buschauffeur uit de stad Camagüey, vertelt een gelijkaardig verhaal over schaarste en smerigheid bij de gezondheidszorg. ‘Ik was een week in het ziekenhuis en kon geen enkele dag douchen. En toen mijn zus in het ziekenhuis werd opgenomen, weigerde de schoonmaker van de afdeling ook maar iets te doen. De familieleden van de zieke moesten de vloer vegen.’ Het revolutionaire Cuba, dat ooit vrij was van veel vormen van armoede, heeft nu moeite om de basis medische diensten te leveren. Castro is er echter wel in geslaagd om een van de door Hobsbawm vastgestelde kerndoelen te bereiken. Het goed opgeleide Cubaanse volk is zich bewust van de mislukkingen van zijn regime en weet maar al te goed welke tactieken nodig zijn om toch toegang te krijgen tot een dienst die ooit de trots van een volk was. Tyson Gutiérrez (niet zijn echte naam), werkzaam voor de staat in Camagüey, zegt: ‘Ik had pijn in mijn borst, dus ging ik naar de dokter. Hij pakte zijn stethoscoop en zei onverschillig dat hij niet kon zien dat er iets mis was, en adviseerde mij maar weg te gaan. Toen ik hem wat geld toestopte, werd hij plotseling wakker, pakte opnieuw de stethoscoop opnieuw uit en, wonderbaarlijk, zag nu wel wat.’

venceremos-5jaar-cubare-volutie20jaar-1979

In 1979 vierde de solidariteitsbeweging Venceremos in het Amsterdamse Paradiso het 20-jarig bestaan van de Cubaanse revolutie.

Overdaad aan Cuba-utopisme
In het artikel van Hobsbawm uit 1960, vol lof voor de revolutie, lezen we ook een tip, die tot voorzichtigheid maant en waarschuwt voor de ‘moeilijkheden die zich in toenemende mate zullen voordoen, en waarschijnlijk over het hoofd zullen worden gezien bij een teveel aan Cuba-utopisme’. De schrijver toont een vooruitziende blik. Het Cuba-utopisme bestaat vandaag nog steeds wanneer de verdedigers van het regime naar het sociaal beleid van de regering op het gebied van onderwijs, gelijkheid en gezondheidszorg verwijzen. Toch verhult deze retoriek niet dat Cuba zelfs in zijn hoogtijdagen niet op eigen kracht welvarend was, noch werkelijk vrij van imperialisme was. Nu het op eigen benen moet staan, ontdekt Cuba dat armoede weer lelijk toeneemt.

Opvolger
In maart volgend jaar, wanneer Raúl Castro met pensioen gaat, zal Cuba voor de eerste maal in 60 jaar niet door een Castro geregeerd worden. Vooral gezien de rampzalige financiële situatie waarin bondgenoot en goedkope olieleverancier Venezuela verkeert, staat Cuba op een kruispunt. Zal de opvolger van Castro in staat zijn om de ernstige sociale en economische uitdagingen het hoofd te bieden? Daar hangt van af, hoe lang de politieke status quo van het eiland kan voortduren.

Bron
* Daniel Rey, New Statesman, november 2017

Standbeeld José Martí met spelfouten

Donderdag jongstleden onthulde Cuba net even buiten het Museum van de Revolutie, een standbeeld van José Martí, de vader van de onafhankelijkheid. Het is een geschenk met een gewicht van 3 ton, ter waarde van 2,5 miljoen dollar van het Bronx Museum of the Arts in New York en bedoeld als een gebaar van internationale vriendschap. Het bronzen beeld is een replica van het beeld dat sinds 1950 in het Central Park in New York staat, samen met beelden van Simón Bolívar en José de San Martín.

jose-marti-standbeeld-me-paleis-van-de-revoluite

Het beeld van Martí staat in het parkje voor het Paleis van de Revolutie. Het wordt 28 januari 2018 officieel onthuld.

Havana’s stadshistoricus Eusebio Leal legde bij de presentatie uit wat de betekenis van het beeld is. ‘Het bevestigt, ondanks dwalingen en politiek gehakketak van personen die bruggen willen vernietigen evenals de communicatie die tussen naties en tussen mensen bestaat, de overtuiging dat respect voor de rechten van anderen vrede betekent.’ De financiële campagne om het beeld te bekostigen begon op het hoogtepunt van de diplomatieke dooi tussen beide landen in december 2014. De relaties zijn inmiddels bekoeld vanwege mysterieuze geluidsignalen, gericht op personeelsleden van de Amerikaanse ambassade; 24 van hen hebben tot nu toe gezondheidsklachten en president Trump besloot daarom de helft van de staf op de ambassade terug te trekken.

jose-marti-standbeeld-havana-laatste erkzaamheden.20102017

Een man met een hemd in de kleuren van de Amerikaanse vlag, verricht werkzaamheden bij het beeld van José Martí.

De Apostel Martí
José Martí werd in 1895 gedood, tijdens een gevecht met de Spanjaarden in de onafhankelijkheidstrijd voor Cuba. Hij groeide uit tot de meest geëerde persoon in de Cubaanse geschiedenis en kreeg o.a. grote bekendheid door zijn gedichten en essays waarvan velen gewijd waren aan de onafhankelijkheid van Cuba. Hij verbleef 15 jaar in ballingschap in de VS.

Jose-Marti-standbeeld-spelfoutenSpelfouten
Kritisch journaliste Yoani Sánchez van 14ymedio ontdekte op de zwarte granieten gedenksteen twee spelfouten: ’nacío’ (geboren) in plaats van ‘nació’ y ‘cuidad’ (stad) in plaats van ‘ciudad’. ‘De foute tekst aan de voet van het monument is niet verklaard. We weten niet of de steen met het beeld meekwam uit de VS of dat deze lokaal geproduceerd werd, maar het is een belediging voor de dichter van Versos Sensillos, een werk van Martí,’ aldus Sánchez.

Bronnen
* Andrea Rodriguez, persbureau AP en Yoani Sánchez van de website 14ymedio, 19 oktober 2017

De hopeloze guerrilla van Che in Bolivia

Het leven van drie Boliviaanse journalisten is getekend door de herinneringen die zij hebben aan de guerrillastrijd, die vijftig jaar geleden onder leiding van Ernesto ‘Che’ Guevara, in hun geboorteland Bolivia, woedde. Juan Carlos Salazar, Humberto Vacaflor en José Luis Alcázar hebben hun herinneringen uit de vergetelheid gehaald en een boek geschreven vol anekdotes en humor. In 1966 werden de drie naar de streek in Bolivia gezonden waar de strijd plaatsvond. Hun boek is getiteld: La Guerrilla que contamos: Historia íntima de una cobertura emblemática en werd in juli jl. gepresenteerd.

cover-la guerrilla que contamosHet is een tamelijk onbekend verhaal tussen de vele publikaties, die over Guevara en de guerrilla zijn geschreven, sinds sergeant Mario Terán hem 50 jaar geleden op 9 oktober 1967 executeerde in een schooltje in het dorpje La Higuera in het zuidoosten van Bolivia. De auteurs vertellen hoe dit afgelegen gebied tot centrum werd van het wereldnieuws en hoe zij erin slaagden ondanks de militaire en politieke censuur, verslag te doen van de gebeurtenissen zoals de gevechten, de uitwijzingen en de spionage door vrouwen die zich voordeden als leraren of verpleegkundigen. Alcazar, die voor het lokale agentschap Fides, het tijdschrift Presencia en Inter Press Service werkte, had op zondagavond 8 oktober 1967 de wereldprimeur van de gevangenneming van Che Guevara. Hij had de plek bereikt van de gevechtszone om Che te interviewen, maar merkte bij toeval de hinderlaag en de aanhouding van de communistische strijder op. De informatie kreeg hij van een telegrafist. De volgende dag raakte hij de hand van het lijk van Guevara aan toen deze op een brancard, bevestigd aan de sleeën van een helikopter, aankwam in Vallegrande. ‘Er ging een rilling door mij heen, een sensationele ervaring’, schrijft Alcázar, als hij zich die ervaring herinnert.

regis-debray-camiri-bolivia-arrestatie
Régis Debray (met sigaret) werd op 20 april 1967 in het Boliviaanse dorp Muyupampa gearresteerd. Hij had besloten zich bij de strijders van Guevara aan te sluiten. Op 17 november 1967 werd hij door een Boliviaanse rechtbank tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1970 is hij vrijgelaten na een wereldwijde campagne en persoonlijke inspanningen om zijn vrijlating van Jean-Paul Sartre, André Malraux, generaal Charles de Gaulle en paus Paulus VI.

Fotorolletjes
Vacaflor werd tweemaal verbannen uit de militaire zone. Eén keer werd hij bedreigd met een proces en werd hij ervan beschuldigd deel uit te maken van een samenzwering om de Franse intellectueel Regis Debray vrij te krijgen. Een van de anekdotes verwijst naar een verhaal dat bijdroeg aan het redden van het leven van deze Franse intellectueel. Het leger had al aangekondigd dat Debray en twee andere buitenlanders waren gestorven. Vacaflor’s collega van Presencia Hugo Delgadillo, tevens tandarts en gevestigd in een dorpsstraat van Muyupampan, werd verrast door het passeren van drie buitenlandse gevangenen, begeleid door soldaten. Vacaflor vertelt, dat de foto’s die Delgadillo van de gevangenen waaronder Debray nam, tien dagen onderweg waren en leken te zijn verdwenen, voordat ze uiteindelijk toch La Paz bereikten en konden worden gepubliceerd. De fotorolletjes werden vervoerd door chauffeurs van militaire trucks en bereikten zo uiteindelijk EL Diario Presencia. Onbedoeld droegen ze bij aan de redding van Debray en de publicatie ervan zorgde wereldwijd voor opschudding. Volgens Salazar redde de foto het leven van Debray, maar veroordeelde het Che ter dood, want vanaf dat moment besloot het leger dat het een oorlog zonder gevangenen zou worden.

che-guevara-valle-grande-10 de octubre de 1967 por el periodista AFP- Marc Hutten

Che Guevara in Valle Grande, 10 oktober 1967. Foto van Marc Hutten (AFP)

Vijfhonderd dollar
Het was voor het locale agentschap FIDES erg moeilijk en kostbaar om iemand naar het gebied te sturen. De directeur, de Spaanse jezuïet José Gramunt, had afspraken gemaakt met het Spaanse persbureau EFE en het Duitse DPA om de reis voor Salazar te financieren. Salazar herinnert zich dat de Europese persbureaus elk het plan, om een paar dagen naar het gebied te gaan, met 500 dollar ondersteunden. Uiteindelijk bleven ze bijna een jaar. De verslaggever schreef de verhalen voor FIDES en DPA, terwijl Gramunt dat deed voor EFE. De onthullende reportages voedden de carrières van de drie redacteuren die daarna, vanwege de militaire dictatuur, bij media buiten Bolivia gingen werken.

ernesto-guevara-eerbetoon-bolivia02102017

Eerbetoon afgelopen week in Bolivia

Vragen
Vijftig jaar na de dood van Che Guevara zegt Salazar dat, ondanks dat er al veel is gepubliceerd over de legendarische guerrilla, er nog veel onduidelijkheden zijn. Wie heeft Che Guevara bijvoorbeeld verraden? Wie beval  zijn executie? Welke rol speelde de Sovjet-Unie? Welke rol speelden Fidel Castro en Cuba? Al deze vragen zullen pas worden beantwoord als alle archieven worden geopend, aldus Salazar. Het boek werd onlangs in La Paz gepresenteerd door Salazar en Vacaflor, Alcázar kon niet aanwezig zijn. De schrijver Robert Brockmann gaf commentaar en zei het boek te beschouwen is als ‘een handleiding om een ​​hopeloze guerrillastrijd te ontleden.’

Bron
* Diario de Cuba, 29 juli 2017

‘Che’ Guevara, een halve eeuw na zijn dood

Volgende week maandag zal, een halve eeuw na zijn dood, Ernesto ‘Che’ Guevara in Bolivia en Cuba worden herdacht. Vijftig jaar geleden ging er een schok door de gehele wereld toen op 8 oktober 1967 deze revolutionaire icoon van de Koude Oorlog in opdracht van de CIA werd aangehouden en een dag later door Boliviaanse militairen werd geëxecuteerd.

Ernesto-Guevara-portret

Ernesto ‘Che’ Guevara

In Cuba – waar schoolkinderen nog steeds hun dag beginnen met een gebalde vuist en het gezang Pioniers voor het communisme, we zullen zijn als Che – zal president Raúl Castro een ceremonie leiden bij het mausoleum van Che in het centrum van Santa Clara. De 86-jarige Cubaanse leider zal zeer persoonlijke herinneringen kunnen ophalen aan Che. Hij vocht namelijk samen met hem en onder leiding van zijn broer Fidel, in de strijd om de Cubaanse revolutie, die in 1959 leidde tot de omverwerping van Fulgencio Batista. Ook het Boliviaanse leger zal voor het eerst in eigen land deelnemen aan een openbare herdenking van Che’s dood.* ‘We willen dat dit een moment van eenheid is voor het Boliviaanse volk,’ aldus coördinerend minister Alfredo Rada, die zegt dat de context anders is dan 1967, toen de trouwe anticommunistische president René Barrientos de opdracht gaf om de gewonde Che te executeren. De tijden zijn veranderd en de zittende president Evo Morales is een fervent bewonderaar van de revolutionaire leider.

che-tu-ejempol-vive-harjan-bos

‘Je voorbeeld leeft, je ideeën leven voort’

Kinderen
Che’s vier kinderen zullen de herdenkingsceremonie bijwonen in Bolivia waar de guerrillaleider op 9 oktober 1967 werd geëxecuteerd door een CIA-opleidingscel van het Boliviaanse leger. ‘Als hij in 1967 in Bolivia niet gestorven was, zou Latijns-Amerika nu vrij, soeverein, onafhankelijk en socialistisch zijn en dat is wat hij wilde,’ zegt zijn broer Juan Martin Guevara aan het persbureau AFP in Argentinië. ‘Want als hij in leven was gebleven, zou hij hebben gezegevierd – bij hem was het alles of niets’.

carta-del-che-a-fidel-06081962

In een handgeschreven brief kondigt Che op 6 augustus 1962 zijn vertrek uit Cuba aan, op weg naar Congo en Bolivia.

De mythe van ‘Che’
Met zijn dood op 39-jarige leeftijd werd de mythe van ‘Che’  – de verpersoonlijking van rebellie – geboren. Fidel Castro noemde hem in een toespraak in Havana voor naar schatting één miljoen mensen ‘de kunstenaar van de revolutionaire oorlogsvoering’ en kondigde een periode van drie dagen nationale rouw af. In de loop van de tijd werd hij door T-shirts, posters en baretten met zijn iconische beeltenis , een symbool van de kapitalistische consumptiemaatschappij die hij probeerde te vernietigen. ‘Mythes bestaan omdat samenlevingen ze creëren,’ zegt zijn 74-jarige broer. ‘Welke andere mythische figuur is er nog meer? Ik zou zeggen dat de twee beroemdste beelden ter wereld die van Christus en Che zijn. Een vriend zei me: ‘Je overdrijft, Christus is veel bekender’. Natuurlijk. Hij stierf 2.000 jaar geleden en Che 50 jaar geleden. We zullen het niet zelf beleven, maar over 300 jaar zal Che nog altijd Che zijn. En ik hoop dat er andere Che’s zullen zijn.’

cheshirtgemaakthetkapitalisme

Dit shirt word je geleverd door het kapitalisme

Executies
Ernesto Guevara, geboren in de Argentijnse stad Rosario, reisde in 1952 en 1953 door Latijns-Amerika en was geschokt door de economische ongelijkheid in de regio. De reis over land werd vereeuwigd in de film The Motorcycle Diaries van 2004. Hij was ervan overtuigd dat geweld nodig was om de onrechtvaardige sociale orde van Latijns-Amerika te vernietigen. Zijn leven veranderde drastisch toen hij in 1955 Castro in Mexico ontmoette en zich bij zijn guerrilla-expeditie naar Cuba aansloot. Begin jaren zestig werkte hij samen met Castro om de revolutie te consolideren. Hij leidde het geweld en de executies in de gevangenis La Cabaña in Havana tegen tegenstanders en was zelfs een tijdje hoofd van de Centrale Bank van Cuba en Minister van Industrie. Maar zijn belangrijkste motivatie was om de revolutie elders te verspreiden.

cheguevaravillagrandaExport revolutie
In 1965 neemt hij afscheid van Cuba in een brief aan Castro waarin hij ontslag neemt en schrijft: ’Andere landen in de wereld roepen mij bescheiden om ondersteuning van hun strijd.’  Na het leiden van een groep Cubaanse revolutionairen die met marxistische guerrillastrijders in Congo streden, reisde Guevara eind 1966 naar Bolivia. Hij worstelt met astma en leidt 11 maanden lang een kleine groep van rebellen in Bolivia die de revolutie probeerde te verspreiden. Maar zij lopen in een hinderlaag van het Boliviaanse leger en in een pistoolgevecht in de bergen worden de meeste van zijn resterende rebellen vernietigd. Het Boliviaanse leger en twee Cubaans-Amerikaanse agenten van de CIA nemen Che gevangen. Hij werd de volgende dag, 9 oktober 1967, geëxecuteerd in een schoolgebouw in La Higuera. De kleine revolutie die hij in Bolivia begon, stierf met hem.

cheschooltjebolivia

Che opgesloten in een kleuterschooltje in La Higuera kort voor zijn dood

Herbegraven
Het leger exposeerde zijn lichaam als trofee in de nabijgelegen stad Vallegrande, en persfoto’s gingen de hele wereld rond. De mythemakers verwezen opnieuw naar zijn Christus-achtige kenmerken. Drie decennia later kwam het leven in Cuba tot stilstand toen Fidel Castro de overblijfselen van zijn oude kameraad uit zijn graf in de bergen van Bolivia liet opgraven en naar Santa Clara bracht. Overal ter wereld leefde de mythe van Che weer even op voor een nieuwe generatie. ‘Waarom is hij geen minister in Cuba gebleven? Het was niet zijn doel in het leven, het was niet zijn manier van leven om in een kantoor te zitten,’ zegt Juan Martin Guevara. ‘Wat hij zou zijn geworden, kunnen we onmogelijk weten. Hij zou altijd aan de kant van de strijdende volkeren hebben gestaan,’ aldus Martin.

Bron
* News 24, 2 oktober 2017

Link
* Boliviaanse oud-militairen tegen herdenking Che,  3 oktober 2017 

Het tweede Revolutionaire Offensief

Fidel Castro rekende in 1960 met de particuliere onderneming af toen hij alle grote bedrijven nationaliseerde. Daar kwam in 1968 de onteigening van alle kleine bedrijven, cafés, nachtclubs en winkels bij tijdens het zogeheten Revolutionair Offensief. Volgens de partijkrant Granma zelf werden 55.636 bedrijven door de staat genaast, bestaande uit 11.878 kruidenierszaken, 3.130 slagerijen, 3.643 kapperszaken, 3.198 bars, 8.101 winkels met voedingswaren, 6.653 wasserijen, 1.188 schoenherstellers, 4.544 automonteurs, 1.598 makers van artesania en 3.345 timmerlieden.

ofensiva-revolucionario-fidel-cabarets-tegen

Het offensief van 1968 was o.a. gericht tegen cabarets en nachtclubs. Voor alles wilde Fidel Más Revolución / Meer Revolutie

Fidel Castro stond in de loop van de jaren negentig weer enige economische ruimte toe voor particuliere ondernemingen en coöperatieve vormen van bezit vanwege het falen van het socialistisch systeem sinds Stalin en de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Die politiek werd met de komst van zijn broer Raúl enigszins uitgebreid. Ondanks de hoge belastingen, veel obstakels en regelingen, boetes en het ontbreken van een groothandel, groeide het particulier bedrijfsleven in Cuba en schiep men duizenden betaalde banen in kleine kapitalistische ondernemingen. Volgens diverse bronnen, die in Cuba meestal weinig transparant zijn, is ongeveer 10% van de werkende bevolking in dergelijke bedrijven actief.

cuentapropista-kapper4Concurrentie staat
Het belangrijkste is dat deze bedrijven in twee opzichten concurrentie betekenen voor de staatsbedrijven: de kwaliteit van de dienstverlening en de geboden salarissen. Daarom geven veel klanten de voorkeur aan deze dienstverlening en hebben duizenden gekwalificeerde werknemers de staatsector ingeruild voor de kleine onderneming waardoor de levensstandaard aanzienlijk is gestegen tot ergernis van de bureaucraten. Voor deze haviken betekent de opening van de economie dat er een welvarende middenklasse ontstaat, die onafhankelijk van de bureaucratie opereert en zijn eigen politieke belangen behartigt. Deze orthodoxen beweren dat Obama dit bedoelde toen hij een oproep deed zelfstandig ondernemerschap te versterken en ook Trump herhaalde dit. Genoeg reden om hen ‘strategische monsters’ te noemen en ‘de Paarden van Troje’ in de strijd van het imperialisme tegen het socialisme.

ofensiva-revolucionario-pamflet-tegen

Het eerste revolutionaire offensief van 1968 bond ook de strijd aan tegen de ondeugden in de samenleving, zoals het egoisme, parasitisme, de slapheid en de ondeugden.

Aarzelingen staatskapitalisme
Deze nieuwe fase van het ‘contrarevolutionaire offensief’ zoals onlangs in de partijkrant Granma aangekondigd met de definitieve en tijdelijke intrekking van vergunningen voor particuliere beroepen, begon al na het fameuze welkom van Fidel aan de vorige Amerikaanse president in de vorm van een brief aan Broeder Obama. ( Zie deze Cubaweblog van 29 maart 2016: Fidel wil geen cadeautjes van Imperium). Dergelijke opvattingen zijn logisch. Beide revolutionaire offensieven zijn gebaseerd op het feit dat het monopoliekapitalisme van de staat, dat achter het staatssocialisme schuilgaat, grote bedenkingen heeft over ontwikkeling van particuliere, zelfstandige bedrijven. Het is namelijk zelf niet in staat is buiten het monopolie de economische concurrentie te overleven. Het leidt onvermijdelijk tot zelfvernietiging omdat het de basis van dit systeem, namelijk de gesalarieerde arbeiders in overheidsdienst, verorbert. Daarom zal dit particulier ondernemerschap nooit toestemming krijgen zich uit te breiden, worden coöperaties geremd in hun functioneren en worden buitenlandse investeringen afgeremd door een eindeloze lijst van wetten en regels en worden deze investeringen slechts getolereerd binnen het raamwerk van de businessportfolio die de Staat bepaalt en kunnen daarbuiten geen vrije deals worden gesloten.

cubaansepresidentdorticotekentnationalisatievsbanken-1960t (2)

In 1960 tekenden de Cubaanse president Dorticos en Fidel Castro het decreet ter nationalisatie van de buitenlandse banken in Cuba.

Falen
Niemand verbaast zich over de onbepaalde opschorting van vergunningen voor kleine ondernemingen en de aankondiging van openlijke en geheime aankondiging van inspecties. Het zijn de voorboden van nieuw economisch geweld. Economen die het staatssocialisme aanhangen zullen nooit begrijpen dat gesalarieerde arbeid voor de staat per definitie inefficiënt is. Maar in het zicht van de crisis van het systeem, dacht men arbeiders voor eigen rekening en leden van coöperaties en kleine kapitalisten de mogelijkheid te geven in vrijheid te werken, maar onder controle van de Staat en ingesloten in het web van de markt van het staatsmonopolie. Zij begrepen niet dat vrije, particuliere of coöperatie arbeid en privékapitaal niet alleen een vrije markt nodig hebben maar dat ze deze zelf zullen vormgeven want dat is de modus vivendi van deze nieuwe groep ondernemers. Daarom namen zij afstand van al bestaande kanalen en netwerken en vonden alternatieve bevoorradingskanalen en zelfs een markt binnen en buiten het land, met een stabiele aanvoer en uitwisseling die  de staat zelf nooit had kunnen ontwikkelen. Dit tweede Revolutionair Offensief in Cuba is een bewijs temeer van het falen van het stalinistisch socialisme en een mislukt systeem gebaseerd op arbeiders die voor de staat werken.

Economisch geweld
En net zoals men op politiek niveau met repressie optreedt tegen opposanten en de socialistische dissidenten, is men op economisch terrein enkel in staat op basis van zware druk en vervolging op te treden tegen productievormen die niet tot de staat behoren. Het is niet toevallig dat politieke en economische repressie beiden vandaag de dag openlijk zichtbaar worden. Het is een teken van de definitieve crisis van dit systeem. Elementen in de regering die overtuigd zijn van de noodzaak tot veranderingen, de socialistische dissidentie en de oppositie zouden door deze toestand de ruimte moeten kunnen vinden voor dialoog en een zoektocht naar een oplossing waarover zowel in politieke en democratische zin, wordt onderhandeld. Zo voorkomen we het grotere kwaad zoals bijvoorbeeld Venezuela dat nu beleeft. Maar daarvoor moeten de oude regering en de partij terugtreden.

Bron
* Pedro Campos, Havana Times, 12 augustus 2017
Cuba: the ’68 Revolutionary Offensive Reedited. Private businesses are successfully competing with state-run companies in two aspects: quality of their services and the wages they offer. Pedro Campos, publicist en voormalig Cubaans diplomaat, is een pleitbezorger van een democratisch socialisme in Cuba.

Linken
Op deze Cubaweblog (6 oktober 2016): Castrisme vreest ‘de rijkdom’  van kleine zelfstandigen.
* Havana Times, 10 juli 2012: Recalling the Revolutionary Offensive of 1968 door Haroldo Dila Alfonso