De hopeloze guerrilla van Che in Bolivia

Het leven van drie Boliviaanse journalisten is getekend door de herinneringen die zij hebben aan de guerrillastrijd, die vijftig jaar geleden onder leiding van Ernesto ‘Che’ Guevara, in hun geboorteland Bolivia, woedde. Juan Carlos Salazar, Humberto Vacaflor en José Luis Alcázar hebben hun herinneringen uit de vergetelheid gehaald en een boek geschreven vol anekdotes en humor. In 1966 werden de drie naar de streek in Bolivia gezonden waar de strijd plaatsvond. Hun boek is getiteld: La Guerrilla que contamos: Historia íntima de una cobertura emblemática en werd in juli jl. gepresenteerd.

cover-la guerrilla que contamosHet is een tamelijk onbekend verhaal tussen de vele publikaties, die over Guevara en de guerrilla zijn geschreven, sinds sergeant Mario Terán hem 50 jaar geleden op 9 oktober 1967 executeerde in een schooltje in het dorpje La Higuera in het zuidoosten van Bolivia. De auteurs vertellen hoe dit afgelegen gebied tot centrum werd van het wereldnieuws en hoe zij erin slaagden ondanks de militaire en politieke censuur, verslag te doen van de gebeurtenissen zoals de gevechten, de uitwijzingen en de spionage door vrouwen die zich voordeden als leraren of verpleegkundigen. Alcazar, die voor het lokale agentschap Fides, het tijdschrift Presencia en Inter Press Service werkte, had op zondagavond 8 oktober 1967 de wereldprimeur van de gevangenneming van Che Guevara. Hij had de plek bereikt van de gevechtszone om Che te interviewen, maar merkte bij toeval de hinderlaag en de aanhouding van de communistische strijder op. De informatie kreeg hij van een telegrafist. De volgende dag raakte hij de hand van het lijk van Guevara aan toen deze op een brancard, bevestigd aan de sleeën van een helikopter, aankwam in Vallegrande. ‘Er ging een rilling door mij heen, een sensationele ervaring’, schrijft Alcázar, als hij zich die ervaring herinnert.

regis-debray-camiri-bolivia-arrestatie
Régis Debray (met sigaret) werd op 20 april 1967 in het Boliviaanse dorp Muyupampa gearresteerd. Hij had besloten zich bij de strijders van Guevara aan te sluiten. Op 17 november 1967 werd hij door een Boliviaanse rechtbank tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1970 is hij vrijgelaten na een wereldwijde campagne en persoonlijke inspanningen om zijn vrijlating van Jean-Paul Sartre, André Malraux, generaal Charles de Gaulle en paus Paulus VI.

Fotorolletjes
Vacaflor werd tweemaal verbannen uit de militaire zone. Eén keer werd hij bedreigd met een proces en werd hij ervan beschuldigd deel uit te maken van een samenzwering om de Franse intellectueel Regis Debray vrij te krijgen. Een van de anekdotes verwijst naar een verhaal dat bijdroeg aan het redden van het leven van deze Franse intellectueel. Het leger had al aangekondigd dat Debray en twee andere buitenlanders waren gestorven. Vacaflor’s collega van Presencia Hugo Delgadillo, tevens tandarts en gevestigd in een dorpsstraat van Muyupampan, werd verrast door het passeren van drie buitenlandse gevangenen, begeleid door soldaten. Vacaflor vertelt, dat de foto’s die Delgadillo van de gevangenen waaronder Debray nam, tien dagen onderweg waren en leken te zijn verdwenen, voordat ze uiteindelijk toch La Paz bereikten en konden worden gepubliceerd. De fotorolletjes werden vervoerd door chauffeurs van militaire trucks en bereikten zo uiteindelijk EL Diario Presencia. Onbedoeld droegen ze bij aan de redding van Debray en de publicatie ervan zorgde wereldwijd voor opschudding. Volgens Salazar redde de foto het leven van Debray, maar veroordeelde het Che ter dood, want vanaf dat moment besloot het leger dat het een oorlog zonder gevangenen zou worden.

che-guevara-valle-grande-10 de octubre de 1967 por el periodista AFP- Marc Hutten

Che Guevara in Valle Grande, 10 oktober 1967. Foto van Marc Hutten (AFP)

Vijfhonderd dollar
Het was voor het locale agentschap FIDES erg moeilijk en kostbaar om iemand naar het gebied te sturen. De directeur, de Spaanse jezuïet José Gramunt, had afspraken gemaakt met het Spaanse persbureau EFE en het Duitse DPA om de reis voor Salazar te financieren. Salazar herinnert zich dat de Europese persbureaus elk het plan, om een paar dagen naar het gebied te gaan, met 500 dollar ondersteunden. Uiteindelijk bleven ze bijna een jaar. De verslaggever schreef de verhalen voor FIDES en DPA, terwijl Gramunt dat deed voor EFE. De onthullende reportages voedden de carrières van de drie redacteuren die daarna, vanwege de militaire dictatuur, bij media buiten Bolivia gingen werken.

ernesto-guevara-eerbetoon-bolivia02102017

Eerbetoon afgelopen week in Bolivia

Vragen
Vijftig jaar na de dood van Che Guevara zegt Salazar dat, ondanks dat er al veel is gepubliceerd over de legendarische guerrilla, er nog veel onduidelijkheden zijn. Wie heeft Che Guevara bijvoorbeeld verraden? Wie beval  zijn executie? Welke rol speelde de Sovjet-Unie? Welke rol speelden Fidel Castro en Cuba? Al deze vragen zullen pas worden beantwoord als alle archieven worden geopend, aldus Salazar. Het boek werd onlangs in La Paz gepresenteerd door Salazar en Vacaflor, Alcázar kon niet aanwezig zijn. De schrijver Robert Brockmann gaf commentaar en zei het boek te beschouwen is als ‘een handleiding om een ​​hopeloze guerrillastrijd te ontleden.’

Bron
* Diario de Cuba, 29 juli 2017

Advertenties

‘Che’ Guevara, een halve eeuw na zijn dood

Volgende week maandag zal, een halve eeuw na zijn dood, Ernesto ‘Che’ Guevara in Bolivia en Cuba worden herdacht. Vijftig jaar geleden ging er een schok door de gehele wereld toen op 8 oktober 1967 deze revolutionaire icoon van de Koude Oorlog in opdracht van de CIA werd aangehouden en een dag later door Boliviaanse militairen werd geëxecuteerd.

Ernesto-Guevara-portret

Ernesto ‘Che’ Guevara

In Cuba – waar schoolkinderen nog steeds hun dag beginnen met een gebalde vuist en het gezang Pioniers voor het communisme, we zullen zijn als Che – zal president Raúl Castro een ceremonie leiden bij het mausoleum van Che in het centrum van Santa Clara. De 86-jarige Cubaanse leider zal zeer persoonlijke herinneringen kunnen ophalen aan Che. Hij vocht namelijk samen met hem en onder leiding van zijn broer Fidel, in de strijd om de Cubaanse revolutie, die in 1959 leidde tot de omverwerping van Fulgencio Batista. Ook het Boliviaanse leger zal voor het eerst in eigen land deelnemen aan een openbare herdenking van Che’s dood.* ‘We willen dat dit een moment van eenheid is voor het Boliviaanse volk,’ aldus coördinerend minister Alfredo Rada, die zegt dat de context anders is dan 1967, toen de trouwe anticommunistische president René Barrientos de opdracht gaf om de gewonde Che te executeren. De tijden zijn veranderd en de zittende president Evo Morales is een fervent bewonderaar van de revolutionaire leider.

che-tu-ejempol-vive-harjan-bos

‘Je voorbeeld leeft, je ideeën leven voort’

Kinderen
Che’s vier kinderen zullen de herdenkingsceremonie bijwonen in Bolivia waar de guerrillaleider op 9 oktober 1967 werd geëxecuteerd door een CIA-opleidingscel van het Boliviaanse leger. ‘Als hij in 1967 in Bolivia niet gestorven was, zou Latijns-Amerika nu vrij, soeverein, onafhankelijk en socialistisch zijn en dat is wat hij wilde,’ zegt zijn broer Juan Martin Guevara aan het persbureau AFP in Argentinië. ‘Want als hij in leven was gebleven, zou hij hebben gezegevierd – bij hem was het alles of niets’.

carta-del-che-a-fidel-06081962

In een handgeschreven brief kondigt Che op 6 augustus 1962 zijn vertrek uit Cuba aan, op weg naar Congo en Bolivia.

De mythe van ‘Che’
Met zijn dood op 39-jarige leeftijd werd de mythe van ‘Che’  – de verpersoonlijking van rebellie – geboren. Fidel Castro noemde hem in een toespraak in Havana voor naar schatting één miljoen mensen ‘de kunstenaar van de revolutionaire oorlogsvoering’ en kondigde een periode van drie dagen nationale rouw af. In de loop van de tijd werd hij door T-shirts, posters en baretten met zijn iconische beeltenis , een symbool van de kapitalistische consumptiemaatschappij die hij probeerde te vernietigen. ‘Mythes bestaan omdat samenlevingen ze creëren,’ zegt zijn 74-jarige broer. ‘Welke andere mythische figuur is er nog meer? Ik zou zeggen dat de twee beroemdste beelden ter wereld die van Christus en Che zijn. Een vriend zei me: ‘Je overdrijft, Christus is veel bekender’. Natuurlijk. Hij stierf 2.000 jaar geleden en Che 50 jaar geleden. We zullen het niet zelf beleven, maar over 300 jaar zal Che nog altijd Che zijn. En ik hoop dat er andere Che’s zullen zijn.’

cheshirtgemaakthetkapitalisme

Dit shirt word je geleverd door het kapitalisme

Executies
Ernesto Guevara, geboren in de Argentijnse stad Rosario, reisde in 1952 en 1953 door Latijns-Amerika en was geschokt door de economische ongelijkheid in de regio. De reis over land werd vereeuwigd in de film The Motorcycle Diaries van 2004. Hij was ervan overtuigd dat geweld nodig was om de onrechtvaardige sociale orde van Latijns-Amerika te vernietigen. Zijn leven veranderde drastisch toen hij in 1955 Castro in Mexico ontmoette en zich bij zijn guerrilla-expeditie naar Cuba aansloot. Begin jaren zestig werkte hij samen met Castro om de revolutie te consolideren. Hij leidde het geweld en de executies in de gevangenis La Cabaña in Havana tegen tegenstanders en was zelfs een tijdje hoofd van de Centrale Bank van Cuba en Minister van Industrie. Maar zijn belangrijkste motivatie was om de revolutie elders te verspreiden.

cheguevaravillagrandaExport revolutie
In 1965 neemt hij afscheid van Cuba in een brief aan Castro waarin hij ontslag neemt en schrijft: ’Andere landen in de wereld roepen mij bescheiden om ondersteuning van hun strijd.’  Na het leiden van een groep Cubaanse revolutionairen die met marxistische guerrillastrijders in Congo streden, reisde Guevara eind 1966 naar Bolivia. Hij worstelt met astma en leidt 11 maanden lang een kleine groep van rebellen in Bolivia die de revolutie probeerde te verspreiden. Maar zij lopen in een hinderlaag van het Boliviaanse leger en in een pistoolgevecht in de bergen worden de meeste van zijn resterende rebellen vernietigd. Het Boliviaanse leger en twee Cubaans-Amerikaanse agenten van de CIA nemen Che gevangen. Hij werd de volgende dag, 9 oktober 1967, geëxecuteerd in een schoolgebouw in La Higuera. De kleine revolutie die hij in Bolivia begon, stierf met hem.

cheschooltjebolivia

Che opgesloten in een kleuterschooltje in La Higuera kort voor zijn dood

Herbegraven
Het leger exposeerde zijn lichaam als trofee in de nabijgelegen stad Vallegrande, en persfoto’s gingen de hele wereld rond. De mythemakers verwezen opnieuw naar zijn Christus-achtige kenmerken. Drie decennia later kwam het leven in Cuba tot stilstand toen Fidel Castro de overblijfselen van zijn oude kameraad uit zijn graf in de bergen van Bolivia liet opgraven en naar Santa Clara bracht. Overal ter wereld leefde de mythe van Che weer even op voor een nieuwe generatie. ‘Waarom is hij geen minister in Cuba gebleven? Het was niet zijn doel in het leven, het was niet zijn manier van leven om in een kantoor te zitten,’ zegt Juan Martin Guevara. ‘Wat hij zou zijn geworden, kunnen we onmogelijk weten. Hij zou altijd aan de kant van de strijdende volkeren hebben gestaan,’ aldus Martin.

Bron
* News 24, 2 oktober 2017

Link
* Boliviaanse oud-militairen tegen herdenking Che,  3 oktober 2017 

Het tweede Revolutionaire Offensief

Fidel Castro rekende in 1960 met de particuliere onderneming af toen hij alle grote bedrijven nationaliseerde. Daar kwam in 1968 de onteigening van alle kleine bedrijven, cafés, nachtclubs en winkels bij tijdens het zogeheten Revolutionair Offensief. Volgens de partijkrant Granma zelf werden 55.636 bedrijven door de staat genaast, bestaande uit 11.878 kruidenierszaken, 3.130 slagerijen, 3.643 kapperszaken, 3.198 bars, 8.101 winkels met voedingswaren, 6.653 wasserijen, 1.188 schoenherstellers, 4.544 automonteurs, 1.598 makers van artesania en 3.345 timmerlieden.

ofensiva-revolucionario-fidel-cabarets-tegen

Het offensief van 1968 was o.a. gericht tegen cabarets en nachtclubs. Voor alles wilde Fidel Más Revolución / Meer Revolutie

Fidel Castro stond in de loop van de jaren negentig weer enige economische ruimte toe voor particuliere ondernemingen en coöperatieve vormen van bezit vanwege het falen van het socialistisch systeem sinds Stalin en de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Die politiek werd met de komst van zijn broer Raúl enigszins uitgebreid. Ondanks de hoge belastingen, veel obstakels en regelingen, boetes en het ontbreken van een groothandel, groeide het particulier bedrijfsleven in Cuba en schiep men duizenden betaalde banen in kleine kapitalistische ondernemingen. Volgens diverse bronnen, die in Cuba meestal weinig transparant zijn, is ongeveer 10% van de werkende bevolking in dergelijke bedrijven actief.

cuentapropista-kapper4Concurrentie staat
Het belangrijkste is dat deze bedrijven in twee opzichten concurrentie betekenen voor de staatsbedrijven: de kwaliteit van de dienstverlening en de geboden salarissen. Daarom geven veel klanten de voorkeur aan deze dienstverlening en hebben duizenden gekwalificeerde werknemers de staatsector ingeruild voor de kleine onderneming waardoor de levensstandaard aanzienlijk is gestegen tot ergernis van de bureaucraten. Voor deze haviken betekent de opening van de economie dat er een welvarende middenklasse ontstaat, die onafhankelijk van de bureaucratie opereert en zijn eigen politieke belangen behartigt. Deze orthodoxen beweren dat Obama dit bedoelde toen hij een oproep deed zelfstandig ondernemerschap te versterken en ook Trump herhaalde dit. Genoeg reden om hen ‘strategische monsters’ te noemen en ‘de Paarden van Troje’ in de strijd van het imperialisme tegen het socialisme.

ofensiva-revolucionario-pamflet-tegen

Het eerste revolutionaire offensief van 1968 bond ook de strijd aan tegen de ondeugden in de samenleving, zoals het egoisme, parasitisme, de slapheid en de ondeugden.

Aarzelingen staatskapitalisme
Deze nieuwe fase van het ‘contrarevolutionaire offensief’ zoals onlangs in de partijkrant Granma aangekondigd met de definitieve en tijdelijke intrekking van vergunningen voor particuliere beroepen, begon al na het fameuze welkom van Fidel aan de vorige Amerikaanse president in de vorm van een brief aan Broeder Obama. ( Zie deze Cubaweblog van 29 maart 2016: Fidel wil geen cadeautjes van Imperium). Dergelijke opvattingen zijn logisch. Beide revolutionaire offensieven zijn gebaseerd op het feit dat het monopoliekapitalisme van de staat, dat achter het staatssocialisme schuilgaat, grote bedenkingen heeft over ontwikkeling van particuliere, zelfstandige bedrijven. Het is namelijk zelf niet in staat is buiten het monopolie de economische concurrentie te overleven. Het leidt onvermijdelijk tot zelfvernietiging omdat het de basis van dit systeem, namelijk de gesalarieerde arbeiders in overheidsdienst, verorbert. Daarom zal dit particulier ondernemerschap nooit toestemming krijgen zich uit te breiden, worden coöperaties geremd in hun functioneren en worden buitenlandse investeringen afgeremd door een eindeloze lijst van wetten en regels en worden deze investeringen slechts getolereerd binnen het raamwerk van de businessportfolio die de Staat bepaalt en kunnen daarbuiten geen vrije deals worden gesloten.

cubaansepresidentdorticotekentnationalisatievsbanken-1960t (2)

In 1960 tekenden de Cubaanse president Dorticos en Fidel Castro het decreet ter nationalisatie van de buitenlandse banken in Cuba.

Falen
Niemand verbaast zich over de onbepaalde opschorting van vergunningen voor kleine ondernemingen en de aankondiging van openlijke en geheime aankondiging van inspecties. Het zijn de voorboden van nieuw economisch geweld. Economen die het staatssocialisme aanhangen zullen nooit begrijpen dat gesalarieerde arbeid voor de staat per definitie inefficiënt is. Maar in het zicht van de crisis van het systeem, dacht men arbeiders voor eigen rekening en leden van coöperaties en kleine kapitalisten de mogelijkheid te geven in vrijheid te werken, maar onder controle van de Staat en ingesloten in het web van de markt van het staatsmonopolie. Zij begrepen niet dat vrije, particuliere of coöperatie arbeid en privékapitaal niet alleen een vrije markt nodig hebben maar dat ze deze zelf zullen vormgeven want dat is de modus vivendi van deze nieuwe groep ondernemers. Daarom namen zij afstand van al bestaande kanalen en netwerken en vonden alternatieve bevoorradingskanalen en zelfs een markt binnen en buiten het land, met een stabiele aanvoer en uitwisseling die  de staat zelf nooit had kunnen ontwikkelen. Dit tweede Revolutionair Offensief in Cuba is een bewijs temeer van het falen van het stalinistisch socialisme en een mislukt systeem gebaseerd op arbeiders die voor de staat werken.

Economisch geweld
En net zoals men op politiek niveau met repressie optreedt tegen opposanten en de socialistische dissidenten, is men op economisch terrein enkel in staat op basis van zware druk en vervolging op te treden tegen productievormen die niet tot de staat behoren. Het is niet toevallig dat politieke en economische repressie beiden vandaag de dag openlijk zichtbaar worden. Het is een teken van de definitieve crisis van dit systeem. Elementen in de regering die overtuigd zijn van de noodzaak tot veranderingen, de socialistische dissidentie en de oppositie zouden door deze toestand de ruimte moeten kunnen vinden voor dialoog en een zoektocht naar een oplossing waarover zowel in politieke en democratische zin, wordt onderhandeld. Zo voorkomen we het grotere kwaad zoals bijvoorbeeld Venezuela dat nu beleeft. Maar daarvoor moeten de oude regering en de partij terugtreden.

Bron
* Pedro Campos, Havana Times, 12 augustus 2017
Cuba: the ’68 Revolutionary Offensive Reedited. Private businesses are successfully competing with state-run companies in two aspects: quality of their services and the wages they offer. Pedro Campos, publicist en voormalig Cubaans diplomaat, is een pleitbezorger van een democratisch socialisme in Cuba.

Linken
Op deze Cubaweblog (6 oktober 2016): Castrisme vreest ‘de rijkdom’  van kleine zelfstandigen.
* Havana Times, 10 juli 2012: Recalling the Revolutionary Offensive of 1968 door Haroldo Dila Alfonso

Havana, hoofdstad van de nostalgie

De wanden vol foto’s met stadstaferelen uit het verleden en van een grote groep beroemde artiesten uit de Republiek Cuba, grammofoonplatenhoezen uit diezelfde periode en belegen reclameposters uit de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw. In een centrale ruimte is een niet meer functionerende platenspeler de blikvanger in de kleine eetzaal van het restaurant. Op de tafelkleden doen oude vinylplaten (LP’s) dienst als onderzetters voor de borden, en andere platen van hetzelfde materiaal (singles) zijn onderzetters voor de glazen. Miriam Celaya, journalist en columniste, ervaart een golf van nostalgie naar de periode van de Republiek met een stevige invloed van de Yankee en door Castro en de zijnen bijna 60 jaar smalend omschreven als ‘pseudorepubliek.’

paladar-traditioneel

Paladar met nostalgie-interieur

In dit particuliere restaurant  – zoals in andere soortgelijke die zich in Habana Vieja en andere delen van de stad begonnen te verspreiden vanaf de zogenaamde ‘raúlistische hervormingen’ – weerspiegelt de hele omgeving die onmiskenbare hang naar het verleden die zich de laatste tijd als een epidemie van de stad meester is gaan maken. ‘Alles wat maar verleden tijd is was beter’, een deuntje dat meedogenloos in Cuba rondzingt. Maar het gaat niet om zomaar een verleden. Want, vreemd genoeg, toont geen enkele van deze enthousiaste particuliere ondernemers ook maar de minste interesse een beroep te doen op de socialistische esthetica met dat vleugje Sovjet dat dertig jaar lang het nationale leven in Cuba bepaalde zonder de inheemse geest te beïnvloeden. Er zijn geen matroesjkas, balalaikas of personen in ‘Russische poppetjes’ die de etalages of interieurs van deze zaken stofferen of de piñata en zaaltjes voor kinderfeestjes versieren. Niets doet denken aan de onverwoestbare vriendschap van Cuba en de Sovjetunie uit een tijdperk waarin bijna alle leden van dat Cubaanse proto-ondernemerschap zijn geboren. Zij geven er de voorkeur aan de welvaart uit de Republiekeins met de krachtige Yankee-invloed te doen herleven en de harde jaren van de dominantie van de bolo (de Rus) op het eiland te vergeten.

Westerse glamour
Dat verklaart dat men overal in die zaken een decoratie kan aantreffen van een reproductie van een platenhoes van Benny Moré en niet van hedendaagse muzikanten als Los Van Van of Isaac Delgado. En vanaf de wand kijkt het glimmende en glimlachende gelaat van Kid Chocolate ons aan en niet dat van Teófilo Stevenson. Glamour is zonder twijfel een westers kapitalistisch product. Hoewel het hier om een belegen en in karton verpakte glamour gaat zoals die van het Cuba van de jaren 50, die ontaardt  in een model dat standaard dreigt te worden. Dat gebeurt altijd in gemeenschappen zonder vrijheid waar de middelmatigheid de boventoon voert.

havana-parque-central-1900

Parque Central, begin 20ste eeuw

Lucratieve nostalgie
Zoals pleegt te gebeuren bij elke gelegenheid om een graantje mee te pikken ontbreken ook hier de schelmen niet die besloten hebben van het nieuwe goudmijntje te profiteren dat dit soort esthetica van de nostalgie biedt om hun eigen zakken te vullen, zoals af te leiden valt uit een uitgebreide advertentie op het zeer populaire web Revolico, waar men voor 25 CUC, of het equivalent in CUP ( 625 peso’s), een verzameling van 27.000 Cubaanse foto’s van vóór 1959 kan kopen ‘voor de wanden van jouw zaak’. (…) ‘De geschiedenis van ons land leeft door het beeld’, spoort de advertentie aan die de verkoop promoot van een ‘ruime selectie foto’ s van cafetaria, hotels, huizen, monumenten, winkels, historische plaatsen en van de voornaamste straten en lanen van de Cubaanse hoofdstad.’ Deze offerte geldt niet alleen voor foto’s, maar ook voor ‘oude landkaarten, ansichtkaarten, buslijnen, architectuurontwerpen, gravures, kopieën van erg goede kwaliteit van oude bierreclames van Cristal, Hatuey en Polar, posters van sigarenmerken, hotels, casino’s, dranken en nog veel meer wat allemaal een ruime grafische schat  van grote waarde vormt.’ Een hele cultus naar het prerevolutionaire verleden die het hardnekkig verlangen naar een verloren model duidelijk maakt, en het heden des te meer diepgeworteld en innig verstrengeld als decadent en mislukt laat zien, en nog onzekerder en duisterder de toekomst.

malecon-1940

Malecón in 1940

Pseudorepubliek
De paradox is dat, – na een periode van bijna zestig jaar Castro waarin de voornaamste inspanningen er op gericht waren te proberen de 57 jaren van de Republiek Cuba uit te wissen – ‘pseudorepubliek’ genoemd- en een model (ja, ‘pseudo’-socialistisch), niet echt proletarisch en wars van de nationale cultuur en aspiraties, te creëren -, het liberale Republikeinse ideaal weer verhuld terugkeert in de culturele symbolen en vandaag de dag als verheerlijking van de herinnering naar die ‘betere tijden’ uitbot, toen de welvaart en rijkdom te prijzen doelen waren, en geen misdaden.  Het resultaat is dat bij het niet kunnen laten zien van een beloftevolle toekomst  de door het slijk gehaalde Republiek verworden is tot het afgezaagde symbool van het verloren paradijs en weer een voorkeursplek gaat innemen in de collectieve verbeelding, niettegenstaande het feit dat meer dan 70% van de huidige Cubanen na  1959 zijn geboren en ge(mis)vormd zijn in een leer van gestrengheid en opoffering.

Socialistische marketing
Het gebruik van Republikeinse symbolen is echter niet alleen voorbehouden aan de kleine niches van de particuliere economie. De middelmatigheid en gebrek aan verbeelding bereiken ook de almachtige Staat-Regering-Partij die bijna heel de industrie van de vrijetijdsbesteding onder controle heeft.  Zo is het herscheppen van de jaren vóór 1959 een zeer lucratieve inkomstenbron geworden, ook voor de verwoesters van de Republiek zelf. Vooral sinds het toerisme van de VS het voornaamste doel van de socialistische marketing werd. Dat laat ook de zorgvuldige reconstructie van  oude hotels, bars en andere voor het internationale toerisme bestemde ruimtes zien, die tot voor kort geleden nog decadente locaties of simpelweg ruines waren en waarvan de architectuur en recent herstelde binnenruimtes de elegantie en stijl van het Cuba van de tijd vóór de revolutie herscheppen.

paladar-traditioneel2Themapark
Ondertussen gaan de ideologische gevechten en verhitte anti-imperialistische debatten in de openbare ruimte en officiële pers gericht op de indoctrinatie en controle van de eigen bevolking, gewoon door.  Maar zowel de ondernemers in opmars als de kameleontische castristische koepel in Cuba werken aan een parallelle werkelijkheid van een Republikeinse en kunstmatig in ere herstelde traditie ter ontspanning en vermaak van de buitenlandse bezoekers die in dollars betalen om dit themapark te bezoeken: een in het midden van de 20e eeuw ingevroren land.

Triest
Zeker, een verleden dat, ten goede of ten kwade, deel uitmaakt van de cultuur en geschiedenis van het eiland en een tijdperk van voorspoed en verwachtingen van die jonge natie vertegenwoordigde, mag niet verloochend worden. Het werkelijk trieste is dat de zestig jaar met de Castro’s ons als erfenis een volk heeft achtergelaten dat in plaats van voort te stoten naar de toekomst als model iets uit een ver verleden aanneemt. Een ver verleden weliswaar met een periode van verlichting en democratische veroveringen, maar ook een verleden met zoveel gebreken en tekortkomingen dat het aan zijn boezem de langste dictatuur van dit halfrond koesterde en in wier handen het lot van alle Cubanen blijft liggen. Jammer.

Bron
* Miriam Celaya, website 14ymedio, 16 juni 2017

Fidel Castro: over humor en vergetelheid

De man die tijdens zijn leven voorwerp was van duizenden grappen over zijn dood, speelt nu hij een half jaar dood is, in de Cubaanse volkshumor geen rol meer. Journalist en blogger Yoani Sánchez beschrijft deze teloorgang.

fidel-castro-oud2

Fidel Castro

Tientallen jaren zijn de Cubanen gebombardeerd met officiële propaganda waarin de vermeende genialiteit van Fidel Castro werd beschreven. In die lofzangen was hij niet alleen een vader, maar ook een strateeg, pedagoog, boer en veefokker en had hij een visionaire geest naast veel andere uitmuntende karakteristieken. Maar dat prototype van een patriarch, wetenschapper en Messias had ook zijn ‘kwetsbare kanten’. Met de tijd, begrepen velen dat de Máximo Líder niet zo overweldigend was als zij ons wilden laten geloven. Hij had ook kapitale tekortkomingen: een volledig ontbreken van zelfkritiek, nooit het debat willen voeren en ook kon hij niet omgaan met ironie of humor, de moeilijkste en optimale schaal van de menselijke intelligentie.

Mea culpa
Ondanks de slechte adviezen en besluiten die hij nam, stierf Castro zonder dat er een excuus over zijn lippen kwam in tegenstelling tot iemand die zegt: ‘Fouten maken is menselijk, ze corrigeren is wijsheid’. Mijn generatie wachtte tevergeefs op de excuses voor de deelname van scholieren aan de werkkampen op het platteland en andere pedagogische experimenten. Zoals we wachten op een mea culpa vanwege de slachtoffers van de Quinquenio Gris (de jaren van censuur, redactie), de stalinistische zuiveringen of de straf- en werkkampen als de UMAPS, Unidades de Ayuda a la Producción.

Goed geïnformeerd
Controverses rond de Comandante en Jefe kwamen niet voor. Hij meed heftige kritiek en bereidde zichzelf voor met geselecteerd cijfermateriaal en strooide dat vervolgens uit over de verbaasde buitenlandse journalisten en menigten op het Plein van de Revolutie. Hij hoorde hen graag zeggen: ‘Wat een goed geïnformeerde man!’ Hij was in werkelijkheid slechts een heerser die toegang had tot de informatie waarover zijn burgers niet konden beschikken.

Keizer zonder kleren
Castro verdronk in die urenlange toespraken, die de schijn hadden van een gezonde politieke discussie en een constructieve aanzet om het land te verbeteren. Wij moesten hem toejuichen of klappen maar nooit tegenspreken. Hij week nooit van de schijnwerpers, bang dat we ons zouden realiseren dat de keizer geen kleren droeg en de guerrillero niet het minste benul had waarover hij sprak. Alle keren wanneer de overleden leider zich bewoog op het terrein van de polemiek, liep dit slecht af. Als hij deze uitnemende sport gelijkend op de schermkunst, beoefende, werd hij in de eerste helft al uitgeschakeld. Zijn manier om met deze nederlagen om te gaan was de tegenstander te overweldigen met lange toespraken of zijn trouwe volgelingen oproepen de reputatie van zijn tegenstander te vernietigen. Hij was middelmatig als een gladiator van het woord.

fidel-en-el-inferno
Fidel in de hel, 3 minuten

Pepito
Grappen waren niet zijn sterkste kant. Hoewel Castro een hoofdrol speelde in grappen en grollen, gaf hij zelf nooit in zijn leven blijk van gevoel voor humor. In een land waar altijd wel een grap bij de hand is om het ijs te breken, was hij in het keurslijf van zijn militaire tenue en met zijn gezwollen taalgebruik een voortdurend doelwit van spotternij. Zijn dood heeft dat gebrek aan charmante scherts nog eens benadrukt. De man die tijdens zijn leven doelwit van duizenden grappen over zijn dood en zijn veronderstelde aankomst bij de hel was, speelt nu een half jaar na zijn dood zelfs in de volkse humor geen rol van betekenis meer. Zelfs Pepito, de eeuwige hoofdfiguur in onze grappen, noemt de overledene nergens. Het lot van iemand over wie men zich geen grap meer herinnert, is triest. Armzalig degene die nooit zei ‘ik heb me vergist’, die nooit het genot smaakte om met argumenten de strijd met een tegenstander te beslechten en die zelfs de smaak van de humor niet proefde.

Bron
* Yoani Sánchez, website Generación Y, 3 juli 2017

Historicus Cuba’s revolutie Martínez Heredia overleden

Maandag overleed op 78-jarige leeftijd Fernando Martínez Heredia, historicus en intellectueel actief in het officiële Cuba. Hij verspreidde o.a. de teksten van marxistische denkers als Louis Althusser en Antonio Gramsci in Cuba en werd in 2006 onderscheiden met de Nationale Prijs voor Sociale Wetenschappen in Cuba. Hij leidde tussen 1967 tot 1971 het tijdschrift Pensamiento Crítico, een uitgave van de faculteit voor filosofie van de Universiteit van Havana. In 1971 werd Pensamiento Crítico door Raúl Castro gesloten tijdens een van de acties tegen min of meer verlichte intellectuelen. Deze periode van censuur en schrijversvervolging werd later bekend als de Quinquenio Gris / De vijf grijze jaren.

Fernando Martínez Heredia-Pensamiento-Departamento-Filosofia-Universidad

Fernando Martínez Heredia

Heredia werd in 1939 in Yaguajay (provincie Sancti Spíritus) geboren en was tussen 1984 en 1996 hoogleraar en onderzoeker van het Centro de Estudios sobre Europa Occidental en het Centro de Estudios sobre América (CEA), de instituten voor studies over West-Europa en Amerika. Beide centra zijn verbonden aan het Centraal Comité van de Cubaanse Communistische Partij. In 1996 bekritiseerde Raúl Castro, toenmalig minister van Defensie, de intellectuelen verbonden aan het CEA die ‘stap voor stap de klassieke principes verlaten en onschuld mengen met pedanterie, en voor de verleiding vallen om reizen te maken en artikelen en boeken te publiceren naar de smaak van hen die hen financieren’. Volgens Castro ‘vielen zij in het web gesponnen door buitenlandse Cubanologen, in werkelijkheid dienstknechten van de VS die eropuit zijn een vijfde colonne te formeren binnen Cuba’.

Crematie
Martínez Heredia was ook werkzaam voor het Centro de Investigaciónes Interdisciplinarias y Humanidades en de Autonome Universiteit van Mexico en bekleedde de leerstoel Ernesto Che Guevara. Hij is maandag in besloten kring gecremeerd.

logo-pensamiento-criticoBron
* 14ymedio, 12 juni 2017
Link
* De website Cartas desde Cuba publiceerde een lang, in 2007 verschenen interview met Martínez Heredia door Julio César Guanche. Elke verwijzing naar de gedwongen sluiting van Pensamiento Crítico en de heksenjacht die toen begon op medewerkers van het CEA, ontbreken daarin. Websitebezoeker Gabriel reageert als volgt op het bericht: ‘Hij was een van de denkers die prijzen ontving en bekendheid genoot in het Cubaanse wereldje van intellectuelen, enkel en alleen omdat hij geen wettig getolereerde rivalen had. Als in Cuba de politieke oppositie legaal zou zijn, en met haar elke vorm van politieke, intellectuele en ideologische activiteit, zou deze heer niet meer zijn dan een noot in een vergeten boek uit de bibliotheek.’

Oom Ho: een buste en een verre herinnering

Het is een soort piramidestructuur met roodgeverfde metalen stroken die nauwelijks aandacht trekt, gelegen in een park aan Avenida 26, bijna recht tegenover de bioscoop Acapulco in Havana. In de compositie staat een voetstuk met daarop de buste van de Vietnamese leider Ho Chi Minh, die onder jeugdige Cubanen vrijwel onbekend is.

Ho-Chi-Minh-buste-bij-acapulco

Het beeld van Ho Chi Minh werd opgeknapt

Deze week vonden restauratiewerkzaamheden plaats, voorafgaand aan 19 mei, de 127ste geboortedag van hem die zijn supporters teder Oom Ho noemen. De opknapbeurt vindt plaats in een klimaat van versterking van de relaties tussen het eiland en Vietnam, volgend op de ondertekening in maart jl. van een bilateraal militair samenwerkingsverdrag. Beide regeringen hebben, ondanks de verschillen die hen economisch scheiden, nog steeds veel gemeen. In april tekende het Vietnamees regime een akkoord met Facebook waarbij de netwerkgigant beloofde content te censureren die de wetten van het land Vietnam schaden en accounts te verwijderen die ‘foute informatie’ over de autoriteiten publiceren.

ho-chi-minh-mao-tse-tung

Ho Chi Minh en de Chinese leider Mao

Effecten
Op het eiland Cuba verruimt de regering van Raúl Castro stapvoets de toegang tot het net met wifi-lokaties met hoge tarieven, gecensureerde websites en een onzekere dienstverlening. Terwijl Cuba achterloopt met de internetdichtheid onder de bevolking, telt Vietnam op dit moment 45 miljoen gebruikers van de sociale media. In een wereld getekend door hyperverbindingen zullen weinig Cubanen en ondanks de beperkte toegang van internet, nog geen minuut verspillen aan het antwoord op de vraag wie die eenzame man met buste in Calle 26 wel niet is. De meesten kennen hem als de man met doorzettingsvermogen, die sandalen droeg en die zich nooit heeft kunnen indenken welk effect de nieuwe technologieën wel niet zouden hebben op het systeem dat hij oprichtte.

Bron
* 14ymedio, 16 mei 2017