Balletvoorstelling over Vilma Espin, de vrouw van Raúl Castro

Vilma is de titel van een nieuw werk van het Nationaal Ballet van Cuba, geleid door de legendarische Alicia Alonso. Vilma moet een eerbetoon worden aan Vilma Espín (1930-2007), de overleden echtgenote van Raúl Castro die dit jaar 85 zou zijn geworden. Vanaf 1960 tot haar dood in 2007 leidde Espín de Federación de Mujeres Cubanas/Federatie van Cubaanse Vrouwen FMC, die dit jaar 55 jaar bestaat. Ex-ballerina Alicia Alonso (94) zegt dat de choreografie de ‘belangrijke bijdragen’ van Vilma Espin wil zichtbaar maken aan ‘de opbouw van een nieuwe wereld’ en legt uit dat sprake zal zijn van ‘een herbeleven van haar indrukwekkende levensloop vanaf de jaren van haar jeugd.’

Vilma Espín

Vilma Espín

Alonso legt er de nadruk op dat de schrijvers van de choreografie  o.a. Eduardo Blanco, zich ervan bewust waren dat het onmogelijk is om in een balletvoorstelling ‘dit rijke leven te kunnen beslaan’ en dat het ballet ‘een respectvolle benadering zal vormen van de essentie van deze zo geliefde en nog vaak betreurde heldin.’ Het stuk wordt op 29 augustus opgevoerd in het Nationaal Theater in Havana met muziek van de Cubaanse pianist Frank Fernández. Naast het ballet wordt een audiopresentatie getoond, samengesteld door Alejandro Pérez, een bekende Cubaanse producent van audiovisuele producties in Cuba. De rollen worden gedanst door Anette Delgado en Dani Hernández, samen met Chanell Cabrera en anderen.

Vilma Espín en de jeugdige Raúl Castro

Vilma Espín en de jeugdige Raúl Castro

Partijtrouw
Vilma Espín stierf op 18 juni 2007 na een lang ziekbed. Zij was vanaf het begin van de revolutie een vertegenwoordiger van de generatie van revolutionaire vrouwen en zou in 1960 gekozen worden tot voorzitter van de vrouwenbond FMC, die in hetzelfde jaar door Fidel Castro was opgericht. Ook was ze lange tijd lid van het Politburo van de Cubaanse Communistische Partij (PCC) van Cuba. Volgens de onafhankelijke publiciste en blogger Miriam Celaya waren in 1960 alle vrije organisaties voor vrouwen, opgericht sinds het ontstaan van de Republiek in 1902, toen al ontbonden en verboden. Tweeëntachtig procent van de Cubaanse vrouwelijke bevolking maakt nu deel uit van de FMC, dat zijn vier miljoen vrouwen. Miriam Celaya beschreef in 2013 de rol van de FMC als een van de massaorganisaties van de Cubaanse revolutie. Haar tekst is samengevat en volgt hieronder.

Trouw aan de revolutie
De FMC was in de eerste jaren ook sterker gericht op de onderdrukking van onafhankelijke tendensen die een uitdaging zouden betekenen voor de revolutionaire en zeer mannelijke machthebbers dan dat ze opkwam voor vrouwenbelangen. De participatie van de vrouw werd bepaald door haar trouw aan de revolutie en de officiële ideologie. En dat werd nog eens versterkt in 1961 toen het ‘socialistisch karakter’ van het revolutionair proces werd bekrachtigd. De FMC schaarde zich daar automatisch achter en daarmee verdween het aspect van de emancipatie van de vrouw, waar Cubaanse vrouwen ook voor 1959 al tientallen jaren mee bezig waren.

Alicia Alonso, de oprichter van het Nationaal Ballet van Cuba begroette vorig jaar haar dansgroep.

Alicia Alonso, de oprichter van het Nationaal Ballet van Cuba begroette vorig jaar haar dansgroep.

Vrouwenbelangen werden in het programma van de Castrobeweging, het Moncadaprogramma, geen enkele maal genoemd, noch in de documenten die tijdens de gewapende strijd sinds 1953 worden gepresenteerd. Die belangen worden ook niet genoemd in de beroemde tekst die Fidel Castro voor de rechter uitsprak en die titel mee kreeg: La historia me absolverá / De geschiedenis zal mij vrijspraken. Hij sprak over alle kwalijke aspecten van de Republiek, maar zweeg over de sexe-ongelijkheid.

Kleine rol
Sterker nog, er zou nooit een vrouw deel nemen bij het bepalen van het revolutionair programma, hoewel de deelname van vrouwen in de arbeid en op de universiteit ook in die tijd al beduidend hoog was en veel Cubaanse intellectuele vrouwen een opvallende rol speelden in de regio. Fidel Castro was zich echter wel bewust van het mobilisatievermogen van de vrouwen in de Cubaanse samenleving, o.a. door de actie van vrouwen die 20.000 handtekeningen ophaalden voor de Senaat, waardoor in 1955 de regering amnestie verleende aan de gevangenen van de Moncada-kazerne waaronder Fidel.

Vilma Espin en Celia Sánchez (links). De laatste had meegevochten in de gewapende strijd en had een grote vertrouwensband met Fidel Castro

Vilma Espin en Celia Sánchez (links). De laatste had meegevochten in de gewapende strijd en had een grote vertrouwensband met Fidel Castro

Vrouwelijk leiderschap
Tijdens de periode van de Republiek was er sprake geweest van sociaal leiderschap van vrouwen, speciaal verbonden met liberale groeperingen. Maar de revolutie zorgde voor een dramatische neergang ervan. Enkele vrouwen die dichtbij het revolutionaire proces stonden en die gemeenschappelijk hadden dat zij dicht bij de mannen met macht stonden, vielen op, maar van een vrouwelijk leiderschap was geen sprake meer. Onder hen bevond zich bijvoorbeeld de guerrillaleidster Pastorita Núñez, die korte tijd betrokken was woningbouwprojecten in de eerste jaren van de revolutie, maar al snel uit het openbare leven verdween en in 2012 in anonimiteit overleed. Andere vrouwen veranderden in dienstbare assistenten met enige publieke relevantie en waren verbonden met Castro zoals bijvoorbeeld Celia Sánchez, de leidster van culturele en intellectuele projecten als Haydee Santamaría en iemand als Vilma Espín die vooral de icoon zou worden van de valse gelijkwaardigheid tussen man en vrouw door haar eeuwigdurende rol als leider van de vrouwenorganisatie FMC. Zij kwam niet voort uit de vrouwenstrijd en speelde geen rol bij het voortzetten van de historische vrouwenbeweging die in de 19e eeuw begon en versterkt werd in de 20ste eeuw. Integendeel zij brak met deze traditie en droeg bij aan het verdwijnen van de Cubaanse vrouwenbeweging door deze onvoorwaardelijk te onderwerpen aan de opvattingen en initiatieven van de totalitaire leider en niet een werkelijk emancipatorisch feministisch bewustzijn ontwikkelde.

Niet-feministisch
Letterlijk omschrijft de FMC zichzelf als ‘een vrouwenorganisatie, maar niet feministisch, want het feminisme wordt beschouwd als een sociale beweging die inzet en aandacht voor de revolutionaire strijd doet afleiden en bovendien een ideologie is die eigen is aan ‘de nutteloze burgerij’ (1). En wie de catechismus van veel revolutionaire stromingen kent in Latijns–Amerika, kent hun opvatting over de ‘bourgeois’, die altijd decadent is en van natura zal verdwijnen en worden uitgeschakeld. Het is paradoxaal dat de ideologie die pretendeert de voorhoede te vertegenwoordigen van de uitgebuitenen en het paradigma voor het meest progressieve gedachtegoed, veranderde in een rem op de strijd voor emancipatie van de meest achtergestelde sector binnen deze klasse; de vrouwen.

Bron
* Diario de Cuba en 14ymedio
Link

* Diario de Cuba, 27 augustus 2013: Miriam Celaya bij de 53ste verjaardag van de FMC in 2013: Wat valt er te vieren?
Noot
* [1] Holgado Fernández, Isabel ¡No es fácil! Mujeres cubanas y la crisis revolucionaria. Editorial Icaria Antrazyt, Barcelona, Spanje, 2000. p. 269

Amerikaanse diplomaten kunnen zich in heel Cuba vrij bewegen

De diplomaten die werkzaam zijn in de Amerikaanse ambassade in Havana, kunnen zich vrij in Cuba bewegen en ‘met een brede groep van de bevolking’ in gesprek gaan. Dat zegt de huidige chef van de Amerikaanse missie, Jeffrey DeLaurentius. Vrijdag zal de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, de ambassade formeel openen. Het is zeventig jaar geleden dat een Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Cuba bezocht.* De Republikeinse presidentskandidaat Marco Rubio heeft er in een brief aan Kerry op aangedrongen vrijdag ook mensenrechtenactivisten te ontmoeten.

john-kerry-vliegtuigtrapTijdens de onderhandelingen tussen de VS en Cuba die in januari begonnen, bestonden aanzienlijke verschillen van mening tussen beide landen over de bewegingsvrijheid van hun respectievelijke diplomaten buiten de beide hoofdsteden. DeLaurentius wees erop dat voor bezoeken en reizen buiten de hoofdstad Havana, de Amerikanen de Cubaanse autoriteiten om toestemming moesten vragen. DeLaurentis: ‘Het belangrijkste is dat we met een brede en representatieve groep van de Cubanen contacten kunnen leggen; functionarissen van de regering, leden van de civil-society, gewone Cubanen en anderen.’ Hij benadrukte dat de ambassade uitnodigend zal zijn en zowel Amerikaanse als Cubaanse staatsburgers hartelijk zal ontvangen.

bandera-jongen-in-vs-vlagVlag hijsen
Kerry zal vrijdag leiding geven aan de ceremonie waarbij de voormalig Seción de Interes aan de Malecón in Havana, daadwerkelijk ambassade van de VS zal worden en de Amerikaanse vlag zal worden gehesen. Vijfentwintig dagen geleden deed de Cubaanse kanselier Bruno Rodríguez hetzelfde in Washington. De Amerikaanse minister keert vrijdag ook weer terug.

Cameraploeg installeert zich voor de Amerikaanse ambassade in Havana.

Cameraploeg installeert zich voor de Amerikaanse ambassade in Havana.

Ontmoeting met dissidenten
De Republikeinse presidentskandidaat en senator Marco Rubio heeft Kerry verzocht dat bij de officiële opening van de ambassade aanstaande vrijdag ook leden van de Cubaanse mensenrechtenbeweging aanwezig zullen zijn. Rubio dringt er in een brief bij Kerry op aan gebruik te maken van de gelegenheid ‘vrijheid te eisen en op te komen voor de rechten van het Cubaanse volk’. Rubio is van mening dat Kerry in gesprekken met de Cubanen de ‘vrijlating van alle politieke gevangenen’ moet eisen alsmede leiders van de dissidentie tijdens zijn bezoek ontvangen. Kerry noemt de namen van Antonio Rodiles, Berta Soler, Jorge Luis García Pérez (Antúnez), Oscar Elías Biscet, Iván Hernández Carrillo en Guillermo Fariñas. ‘Zij zijn, met veel anderen, de legitieme vertegenwoordigers van het Cubaanse volk en niet de familie Castro,’ aldus Rubio. Kerry reist vrijdag naar Havana, zal er een gesprek hebben met zijn collega-minister Bruno Rodríguez en dezelfde dag weer terugreizen naar Havana. Over de invulling van het verdere programma van Kerry verstrekt het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken geen informatie. Blogger Yoani Sánchez laat weten geen uitnodiging ontvangen te hebben voor de ceremonie op de ambassade. Gesuggereerd wordt dat er later op de dag nog een kleinere bijeenkomst met vlag hijsen plaats vindt in de woning van de Amerikaanse zaakgelastigde.

Opwaardering Kerry
Inmiddels zijn ook de Cubaanse media aangepast aan de nieuwe rol die minister Kerry in de ogen van officieel Cuba speelt. De zoekmachine van de partijkrant Granma levert vier zoekresultaten op bij de naam Kerry, namelijk zijn twee ontmoetingen met zijn Cubaanse collega Bruno Rodríguez, een over zijn ontmoeting met de Palestijnse Minister van Buitenlandse Zaken en een over de nieuwe strategie van de VS tegenover IS, die kan rekenen op de steun van Cuba, maar ook op die van Moskou en Teheran. Enkele thema’s zijn verwijderd zoals die over het conflict tussen Washington en Rusland, Venezuela, Syrië en andere bondgenoten van Cuba.

De laatste minister van Buitenlandse Zaken die Cuba in 1945 bezocht.

De laatste minister van Buitenlandse Zaken, Edward Stettinus, die Cuba in 1945 bezocht.

Noot
* In 1940 bezocht de toenmalige Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Cordel Hull Cuba om er de Panamerikaanse Conferentie van Ministers van Buitenlandse Zaken bij te wonen. De allerlaatst bezoekende Minister van Buitenlandse Zaken uit de VS was Edward Stettinius, die in maart 1945 het eiland bezocht. In 1955 zou ook de toenmalige vicepresident Richard Nixon het eiland bezoeken, na de gemanipuleerde verkiezingen die Bastista won.

De discrete Zwitserse diplomatie tussen de VS en Cuba

Deze week komt met het bezoek van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry aan Havana een einde aan de 54-jaar lang durende diplomatieke inzet van Zwitserland voor de betrekkingen tussen de VS en Cuba. In 1962 accepteerde dit Europese land de rol van bemiddelaar toen president Dwight Eisenhower in 1961 de banden met Cuba verbrak.

Fidel Castro met de toenmalige ambassadeur van Zwitserland, Emil Stadelhofer

Fidel Castro met de toenmalige ambassadeur van Zwitserland, Emil Stadelhofer

Zwitserland heeft zich in al die jaren niet beperkt tot administratieve werkzaamheden. Dat blijkt nu historici de archieven hebben geraadpleegd en ontdekken dat in tijden van grote spanningen tussen Cuba en de VS, zoals tijdens de rakettencrisis, het land een belangrijke rol speelde. Uit Zwitserse documenten blijkt nu dat de Cubaanse revolutionaire leiders in 1964 het plan hadden het ambassadegebouw te nationaliseren en er het Ministerie voor Visserij te vestigen. De Zwitserse ambassadeur, Emil Stadelhofer, slaagde erin de regering van Fidel Castro te overtuigen dit niet te doen. Stadelhofer kwam ook tussenbeide toen op 2 februari van hetzelfde jaar de Amerikaanse kustwacht beslag legde op vier Cubaanse vissersschepen en de Cubanen reageerden met het stopzetten van de watertoevoer naar de Amerikaanse basis Guantánamo.‘ Stadelhofer trok een rode lijn,’ aldus Martin Dahinden, de huidige Zwitserse ambassadeur in Cuba in een interview met de website Foreign Policy. ‘Als hij niet op de juiste plekt en op het juiste moment aanwezig was geweest, zouden de zaken anders zijn verlopen,’ aldus Dahinden.

Het neerhalen van de Amerikaanse vlag in 1961

Het neerhalen van de Amerikaanse vlag in 1961

Zwitsers personeel
Toen president Eisenhower in 1960 voor de eerste maal Zwitserland verzocht de VS in Cuba te vertegenwoordigen, was dit een volslagen verrassing voor dit Europese land vooral ‘omdat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land klein was vergeleken met die van bijvoorbeeld Groot-Brittannië.’ Voor de Amerikanen zou de historische rol van Zwitserland als beschermer van de macht van buitenlandse staten, die teruggaat tot de Frans-Pruisische oorlog, een rol hebben gespeeld bij de keuze voor dit land. Zwitserland stemde in en stuurde 9 medewerkers naar Havana om de 60 medewerkers van de Amerikaanse ambassade te vervangen. Stadelhofer speelde daarbij een belangrijke rol en hield nauw contact met Fidel Castro, tot wie hij elk gewenst moment toegang had. Stadelhofer overtuigde Cuba er ook van de Amerikanen na de rakettencrisis van 1962 weer toestemming te geven over Cubaans grondgebied te vliegen. Ook belastte hij zich met de emigratie van Cubaanse ingezetenen die in 1965 met duizenden tegelijk ongeorganiseerd aan boord van schepen naar de VS wilden gaan. Fidel Castro had toestemming gegeven tot deze gevaarlijke overtoch aan ‘ieder die dat wilde’.

De huidige Zwitserse ambassadeur vervangt het naambordje van de voormalige vertegenwoordiger van de Amerikaanse belangen in Cuba. Vice-president John Kerry, heeft een hoge Oostenrijkse vertegenwoordiger Didier Burkhalter uitgenodigd aanstaande vrijdag de officiële opening van de Amerikaanse ambassade bij te wonen.

De huidige Zwitserse ambassadeur vervangt het naambordje van de voormalige vertegenwoordiger van de Amerikaanse belangen in Cuba. Vice-president John Kerry, heeft een hoge Zwitserse vertegenwoordiger Didier Burkhalter uitgenodigd aanstaande vrijdag de officiële opening van de Amerikaanse ambassade bij te wonen.

In 1977 openden Washington en Havana de zogeheten Sección de Intereses of Belangensecties, zowel in de VS als in Cuba. Een deel van het Amerikaans diplomatiek personeel kwam weer terug naar het eiland, maar de Zwitserse vlag bleef tot 20 juli jongstleden aan de gevel hangen.

Bron
* 14ymedio

T-shirt van Che is wapen in ideologische strijd

Waar kan ik tegen een redelijke prijs een Cubaanse vlag kopen om die bij ons huis uit te steken of mee te nemen als we de bergtop Pico Real del Turquino beklimmen? Waarom worden shirts van Che Guevara, die zoveel jongeren zouden willen dragen, tegen dure deviezen verkocht? Die vraag verscheen op de weblog La Chiringa de Cuba, een weblog die is opgezet door Carlos Alberto Pérez en Harold Cárdenas Lema en een voorbeeld is van de enigszins kritische, maar brave journalistiek, die een deel van de jonge bloggers bedrijven. Zij willen niet behoren tot de politieke dissidentie, onthouden zich van elke politieke kritiek op het regime en zijn ook afkerig van de orthodoxe Castrogetrouwe-bloggers.

bandera-vrouw-in-amerikaanse-vlagIn het artikel constateert de auteur Rouslyn Navia Jordán dat dit een veelgestelde vraag was tijdens de bijeenkomsten die voorafgingen aan het congres in juli van de communistische jeugdbeweging, Unión de Jóvenes Comunistas (UJC). Volgens  Navia Jordán is het probleem nijpender geworden vanwege de aanwezigheid van ‘buitenlandse symbolen’ in Cuba (waarschijnlijk doelt de blogger op de Amerikaanse vlag). De journaliste van Soy Cuba, Yurislenia Pardo, wees eerder al op ‘de golf van shirts en andere accessoires met daarop de Engelse, Braziliaanse of Amerikaanse vlag’. En in een reportage op de website Cubahora staat een reportage (‘Tussen blauw en rood’) van Alejandro Ulloa García die de vraag stelt; ‘Waarom is het zo gemakkelijk gebleken onder Cubanen een symbool uit het buitenland te introduceren en te vercommercialiseren dat ons vreemd is. Is dat een bewijs dat we ons steeds minder interesseren over onze eigenheid?’ En op de weblog Joven Cuba, stelt Osmany Sánchez de vraag: ‘Waar kunnen we een Cubaanse vlag vinden om bij ons kantoor of onze woning te hangen? Waar vinden we een buste van Martí, Mella, Guiteras, José Antonio, Che of willekeurige andere patriot? Waarom worden de shirts met de beeltenis van Che enkel in deviezen verkocht en zijn deze zo duur?,’ aldus Sánchez.*

De Nartexzaak in de straat Obispo met producten voor Cubanen

De Artexzaak in de straat Obispo met producten voor Cubanen

Voor buitenlanders
In de winkel ARTEX La Internacional in de Obispostraat in Havana worden pullovers met de beeltenis van Che, de Cubaanse vlag of met het woord CUBA verkocht tegen prijzen die variëren van 12.95 tot 14.55 CUC. Een paar straten verderop kosten deze artikelen bij particuliere verkopers tussen de 10 tot 18 CUC. Rouslyn Navia Jordán concludeert dat de particuliere eigen bazen de markten intelligent hebben verdeeld; geïmporteerde kleding en accessoires worden aan de Cubanen verkocht terwijl veel van de nationale artesania aan de buitenlanders wordt verkocht. Op die manier liggen de eerste artikelen van buiten Cuba onder het bereik van de Cubaan maar dragen vaak buitenlandse symbolen. De tweede categorie producten met symbolen als Che en de Cubaanse vlag komen dan bij de buitenlanders terecht. Op die manier ontneemt men de eigen Cubanen de mogelijkheid het nationale symbool te dragen, aldus Navia Jordán.

Een winkel waar overwegend toeristen komen

Een winkel waar overwegend toeristen komen

Economie versus identiteit?
Hoe is het mogelijk dat deze artikelen de luxe van weinigen zijn geworden en we op de Eerste Mei met een sweater uit China rondlopen in plaats van een met de beeltenis van Che?, vraagt zij zich af. ‘Natuurlijk zijn er economische oorzaken, maar de productie van symbolen is vitaal in de huidige ideologische strijd en niet altijd moet het economische de doorslag geven (….) zelfs een kleine vlag of stickers zijn in Cuba niet te krijgen’. En auteur Ulloa pleit voor nationale producten die bereikbaar zijn voor ieders beurs en wil ‘marketingstrategieën die uitgaan van de Cubaanse nationaliteit en de identiteit en die leiden tot een stevige markt voor nationale producten.’ En de jeugdige Harold Cárdenas Lema zegt op zijn blog dat ‘Cuba een flinke dosis aan patriottisme en nationalisme nodig heeft en identificatie met zijn cultuur en historie’.

bandera-sloffen.vsPolitiek correct maar legaal?
De jeugdige communisten vragen zich nog wel af of het politiek correct is beelden van nationale symbolen te dragen op petten, pullovers bekers of rugzakken. De wet verbiedt namelijk dergelijk gebruik van deze symbolen. Verwezen wordt nog naar een congres van de staatsonderneming Labiofam die vorig jaar parfums wilde presenteren met de namen van Ernesto en Hugo, een verwijging naar Che Guevara en Hugo Chávez. Volgens Navia Jordán was de  verontwaardiging o.a. via sociale media groot en besloot de Raad van Ministers tot een verbod ‘na de klachten van de bevolking die het product veroordeelden.’

Gebrek aan respect
Ook wordt Aleida Guevara, dochter van de Heroïsche Guerrillero, geciteerd. Zij zei nooit de beeltenis van Che te accepteren op een fles wijn of op lingerie. ‘Dat is een zeer groot gebrek aan respect’, maar op ‘shirts van jongeren of op vlaggen gebruikt in de dagelijkse strijd, kunnen we daar geen bezwaar tegen hebben.’ En Lilith vormt op haar weblog La esquina de Lilith het levende bewijs van de uitspraken van Aleida: ‘Voor mij is de beeltenis van Che op een shirt een manier om mij te manifesteren, mijn stem te verheffen en te zeggen dat ik me verbonden voel met wat dit symbool voorstelt, namelijk de utopie van een betere wereld, het project van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid, en de volledige verwerkelijking van mannen en vrouwen.’ En auteur Rouslyn Navia Jordán sluit haar artikel op La Chiringa de Cuba op soortgelijke wijze af. ‘Niemand moet ons voor dwazen uitmaken omdat we onze oneindige liefde voor het land waar wij werden geboren op een plein willen tonen, een beeltenis van Che aan onze borst gedrukt en met de vlag willen zwaaien. Dat is geen gekkigheid van jongeren, maar de behoefte aan symbolen.’

Bron
* Weblog La Chiringa de Cuba. De tekst van Rouslyn Navia Jordán is een samenvatting en werd op 17 juli 2015 gepubliceerd.

Noot
*
Osmany Sánchez is net als Harold Cárdenas Lema ook betrokken bij het portal van La Joven Cuba/De Cubaanse jeugd, waar een moderne journalistieke formule samengaat met een grote trouw aan het Castroregime. Osmany Sánchez pleitte voor ‘de invoering van een mediawet in Cuba’ en zijn suggestie tot censuur werd door de officiële website Cubadebate overgenomen. Volgens Sánchez is censuur nodig zijn omdat ‘je geen informatie mag manipuleren of verspreiden met het doel het beeld van ons land of dat van ons sociale systeem te beschadigen’.

Zaken doen in Cuba wordt makkelijker voor Amerikaanse bedrijven

Een bank in Florida heeft voor de eerste maal sinds de versoepeling van de relaties in december vorig jaar, afspraken gemaakt met een Cubaanse bank. Zaken doen met Cuba wordt daardoor voor Amerikaanse bedrijven vergemakkelijkt, aldus de Wall Street Journal van 22 juli 2015.

APTOPIX Cuba USStonegate Bank in Forida en de Banco Internacional de Comercio S.A. (BICSA) in Havana tekenden donderdag een contract waardoor het gemakkelijker wordt rekeningen te openen voor Amerikaanse bedrijven en transacties zonder omwegen mogelijk worden. De Wall Street Journal spreekt in dit verband van ‘correspondent accounts’ die banken de mogelijkheid bieden gelden rechtstreeks tussen beide landen over te maken. Transacties tussen Cuba en bijvoorbeeld Amerikaanse landbouwbedrijven liepen eerder via derde landen waardoor veel tijdverlies optrad door de bureaucratische aanpak. De nieuwe aanpak kan de eerste stap zijn naar sterkere financiële banden tussen de twee naties, inclusief de mogelijkheid in Cuba gebruik te maken van Amerikaanse creditkaarten. Tot nu toe waren Amerikaanse creditkaarten onbruikbaar in Cuba vanwege de embargowetgeving; de creditkaartfirma’s hebben al eerder aangegeven het volgend jaar activiteiten in Cuba te starten.

Bron
* Wall Street Journal, 22 juli 2015

De Cubaanse revolutie doet de medailles in de uitverkoop

Op de Plaza de Armas in Oud-Havana worden sinds kort behalve tweede handsboeken, postzegels, vlaggetjes, postzegelalbums, oude foto’s en munten uit de tijd van de Republiek, ook medailles en onderscheidingen verkocht. Onafhankelijk journalist Luis Cino (Havana) schreef er voor de website Cubanet het volgende artikel over.

Medailles en onderscheidingen te koop op het Plaza de Amas in Oud-Havana

Medailles en onderscheidingen te koop op het Plaza de Amas in Oud-Havana

Geen enkele munt kost meer dan 50 peso’s en ze zijn er in brons, messing en zink. Een klein dateert van vóór 1959, het jaar van de omwenteling en hebben een religieuze achtergrond of komen van sportclubs of particuliere scholen. De meesten komen uit de jaren zeventig. Het zijn de medailles van de massaorganisaties als de jongerenorganisatie UJC, de vakcentrale CTC, de vrouwenorganisatie FMC en de organisatie van kleine boeren, ANAP. Vaak met afbeeldingen van Lenin, Che Guevara, Julio Antonio Mella, Camilo Cienfuegos. En Fidel Castro. Met baret, pet, met bril en zonder. Een duif op een geweer. Of een geweer zonder duif. Of een machete, voor de suikerrietkap of voor de strijd. Of een tank, een raket, beiden uit de Sovjet Unie. En de hamer en sikkel, het Kremlin en de Rode Ster. Of de Cubaanse vlag. En de Sovjetvlag. Of beiden samen vanwege de eeuwige vriendschap die ons verbond met de Sovjet-Unie en die zelfs werd vermeld in de grondwet van 1976.

Dipolma voor bewezzen diensten in het buitenland met de handtekening van Fidel Castro

Diploma voor bewezen diensten in het buitenland met de handtekening van Fidel Castro

Speciale verdiensten
Deze medailles werden uitgereikt vanwege speciale verdiensten op het werk, de studie of het leger. Bij suikerrietoogsten, beloning voor bijzondere prestaties als werknemer, bij congressen en herdenkingen werden er ook uitgedeeld. Zij die ze ontvingen zetten een hoge borst op uit trots. De geëmailleerde prullen, in rood of groen werden met een speld aan de guayabera (Cubaans overhemd met korte mouwen en diepe zakken) of op een met vet besmeurde overall, het liefst van een militielid vanwege de proletarische uitstraling, bevestigd. Want zo beloonde de revolutie het zweet en de inspanningen van onze ouders en grootouders. Voor de Speciale Periode toonden de bezitters ervan hun trots. Men bevestigde ze allemaal op de borst wanneer de situatie zich voordeed. Men dacht er niet aan haar achterwege te laten. Nooit. Zelfs niet bij de dood want alles was voor de Revolutie en het Socialisme.

Flaneren met onderscheidingen
Ook de dwazen waren gek op medailles, Ik herinner me enkelen van hen die twintig jaar geleden door de wijk La Vibora liepen, zo bekleed met medailles dat ze wel leken op maarschalken uit het Rode Leger. Ze leden honger maar pochten een grote rol te hebben gespeeld ‘in deze Revolutie’, zodat niemand hen zou vergeten. Wij kenden hun namen niet, wel hun bijnamen: Napoleon, José de la Medallas (Jos van de Medailles, naar een personage uit een Braziliaanse telenovela) en Chapitas, die zichzelf marxist-leninist noemde.

Nostalgie
Nu zijn het niet langer de dorpsgekken die met de onderscheidingen en medailles op straat paraderen. De eigenaren van de medailles die nu nog leven zijn vergeten waar ze die hebben opgeborgen of misschien hebben ze deze wel weggegooid. Ze willen er niet aan herinnerd worden. Zij die nu handel drijven in deze nostalgie in Oud-Havana verzamelden de medailles bij de vuilnis of kregen ze uit handen van de neven en nichten van de gedecoreerden, die niet langer dingen willen bewaren die onbruikbaar zijn en maar in de laden liggen. Arme oudjes, dat God hen vergeve maar van de herinneringen kun je niet eten! En nu verdienen ze nog een paar peso’s. Niet veel want deze medailles worden alleen gekocht door aparte buitenlanders die naar ons land stromen om de puinhoop van de utopie nog te kunnen zien. Het zijn de verzamelaars van petten met een guerrillaster, shirts met de afbeelding van Che of een postzegel, gewoon iets wat nog over is van de revolutie van Fidel Castro. Voordat deze afloopt en veranderd is in iets heel anders. Zoals in Rusland gebeurde.

Bron
* Cubanet, 27 mei 2015 Luis Cino Álvarez
Noot
* Speciale Periode of Periode Especial begon in 1990 nadat in Oost-Europa het communisme was ingestort en de Russen besloten de omvangrijke hulp van gemiddeld 5 miljard dollar per jaar aan Cuba te stoppen.

Martín Guevara over zijn oom ‘Che’: geen heilige, noch beul

Vandaag had ik online een woordenwisseling met een kennis die me vroeg hoe ik over mijn oom Ernesto ‘Che’ Guevara’s verleden als “beul” dacht. Ik benaderde het onderwerp door te stellen dat we in het algemeen moesten erkennen dat hij een buitengewoon persoon was geweest, maar dat hij natuurlijk een menselijk wezen bleef en niet het triomfalistisch standbeeld wat van hem was gemaakt.

Ernesto-Che-Guevara-foto-Martin-GuevaraDe eerste persoon die lijdt onder deze denkwijze is degene die tot een mythe is verworden. Door dat te doen worden de moeite en offers die een dergelijk persoon bracht om verdienstelijk te zijn gebagatelliseerd. Ernesto was veelzijdig, al voordat hij de weg betrad van de guerrilla, een pad waartoe hij werd verleid vanwege zijn ambitie en (de zijns inziens) ongevoeligheid van de machtigen en hun weigering de welvaart eerlijker, broederlijker en zelfs op meer democratische wijze onder de wereldbevolking te verdelen. Hij was een grootse dromer en romanticus, een Einzelgänger, een grenzeloze reiziger, een intellectueel, een kenner van hoogstaande Franse, Spaanse en Latijns Amerikaanse poëzie, een verfijnd schrijver, een dokter die ondanks gebrek aan officiële praktische ervaring meer patiënten genas in de jungle, lepra koloniën en gebieden in Cuba’s Sierra Maestra, dan menig dokter gedurende zijn hele leven gedaan zal hebben. Hij was een persoon die opviel tussen politici vanwege zijn mijns inziens meest prominente kenmerk: hij deed wat hij zei.

Geweld
Over het algemeen deel ik zijn ideeën niet. Ik ben geen communist. Ik vind het vreselijk wanneer anderen zich met mijn privézaken bemoeien. De vrijheid van de staat, zoals alles en iedereen, eindigt waar mijn rechten beginnen. Ik verwerp elke vorm van bemoeienis in het leven van een individu voor het welvaren van de massa, en ik keur elke vorm van geweld af; die van mijn oom en die van zijn vijanden (en u zult me gelijk geven dat sinds 1967 meer mensen zijn overleden aan de gevolgen van politiek geweld, oorlogen, bombardementen, gewapende strijd, opstanden, marteling en andere tragedies dan het aantal mensen dat Che ooit vermoordde in de strijd of tijdens executies). Ik verwerp al deze ideeën. Ik ben echter van mening dat de huidige tijd een politicus mist die doet wat hij zegt te zullen doen en handelt naar zijn overtuigingen.

El 'Che' Guevara Serna

El ‘Che’ Guevara Serna

Vrijwilligerswerk
Che was een held wat betreft vrijwilligerswerk, hij was de eerste die zelfs op zondag de handen uit de mouwen stak. Fidel kon dat niet uitstaan omdat het hem niet in een goed daglicht stelde. Hij deed dat vrijwilligerswerk vooral ter verbetering van zijn eigen imago. Hij wilde niet vier uur achter elkaar op zondag zwetend aan het werk zijn. Hij deed het enkel een of twee keer na de dood van Che in 1970, toen de suikerrietoogst van 10 miljoen ton jammerlijk mislukte. Hij deed dat enkel vanwege de dreiging voor zijn eigen project en uit angst persoonlijk verantwoordelijk te worden gehouden voor de grootste ramp in de recente Cubaanse geschiedenis.

Fidel wilde overleven
Andere regeringsfunctionarissen hadden een hekel aan Che omdat hij oprecht was, geen opportunist en hen hun gebrek aan normen en waarden publiekelijk in het gezicht wreef. Hij zette zich in voor wat hij als juist zag en stierf in het harnas, aan de zijde van zijn soldaten. Hij reisde altijd zonder bodyguards, stapte op de trein, reisde naar plekken als Hiroshima, Montevideo of Uruguay als hij de Rio de la Plata, een dikke malse steak, een mate of een praatje in zijn eigen moedertaal en dialect met iemand op een bankje in het park miste. Als minister verzorgde hij vrijwel altijd zijn eigen vervoer; Fidel daarentegen rijdt met 500 bodyguards. Hij liet zelfs een leverexpert overkomen van het Gregoria Marañon ziekenhuis in Spanje om te voorkomen dat hij dood zou gaan, waarmee hij alle propaganda voor de superieure Cubaanse gezondheidszorg de grond in boorde. Hij heeft er altijd alles aan gedaan om aan de top te blijven, en natuurlijk ook om te blijven leven!

Fidel castro kapt suikkerriet

Fidel Castro kapt suikerriet

Executies
Ernesto erfde de eigenschap altijd af te maken waar hij mee begon van zijn moeder, en de romantische misstappen van zijn vader. Hij vertelde de waarheid, zelfs wanneer dat moeilijk was. Hij is de enige politicus die ooit voor de Verenigde Naties een dergelijke uitspraak heeft gedaan:
‘We hebben mensen geëxecuteerd, we executeren mensen en zullen dat blijven doen. Dit is ongetwijfeld een vreselijke stelling, maar ik mis de eerlijke en noodzakelijke speeches die geen enkele leider (niet eens Fidel Castro) heeft gegeven, waarbij dingen als ‘we nemen gevangen, we verbieden, we doden, we bombarderen, we executeren, we ontwikkelen massavernietigingswapens, we creëren hongersnood, ellende, pijn en angst, en we zullen dat blijven doen’ gezegd worden.’

Geen demagoog
De feiten overstijgen de werkelijkheid van deze gebeurtenissen. Che was geen demagoog: hij leidde niemand om de tuin. Dat was zijn grootste politieke verschil met Fidel Castro, die gedurende zijn leven de schapen wist te overtuigen in slaap te vallen tussen een roedel wolven. Fidel bracht mensen bij elkaar, loog iedereen voor om zijn individuele belangen te behartigen: de menigte, ambtenaren, presidenten, zakenlui, e.a.  ‘We zijn geen communisten en zullen dat nooit zij’, zei hij vaak. Terugkijkend is dat wellicht een van de weinige waarheden die hij ooit uitsprak: hij was nooit ook maar de schaduw van een echte communist. Anderzijds vertelde Che zijn soldaten: ‘de meesten van ons zullen het er niet levend van af brengen. Degene die weg wil kan nu vertrekken. Dit is de taak van een man.’  Zijn bataljons begonnen met honderd man en eindigden met tien man. Fidel begon met honderd man en eindigde met een miljoen mannen. Hij liet hen echter zinken op de Titanic, nooit op de ark van Noach. Che stierf aan de zijde van zijn soldaten.

Guevara als deelnemer aan een sportwedstrijd aan de Univestieti van Orietne in het beginjaren van de reovlutiera a

Guevara (midden) neemt deel aan een sportwedstrijd aan de Universiteit van Oriente in de beginjaren van de revolutie

Hard en harteloos
Ja hij was zeker hard en zijn vijanden stellen dat hij harteloos was. Maar hij was ook een man van menselijke waarden die de kant koos van degenen die geen hoop hadden, in de wereld in het algemeen. Regeringsfunctionarissen die hem na zijn dood verheerlijkten hadden hem tijdens zijn leven stiekem verfoeid, maar de eerlijke arbeiders van Cuba hielden oprecht van hem. Ze werden niet gedreven door angst voor een almachtige verslindende god, wat wel het geval was jegens Fidel. Werkelijke genegenheid was af te lezen van de nederige, eenvoudige mensen die hem hadden gekend en mij over hem vertelden. Ik zeg hetzelfde tegen degenen die enkel het verlichte gezicht van een smetteloze revolutionair zien die niets anders heeft dan goede eigenschappen: het imago dat Fidel uit eigen belang promootte in Cuba nadat hij Che in de steek liet, juist op het moment dat hij hem het hardst nodig had. Het is zeker waar dat Che verantwoordelijk is voor de executies die werden uitgevoerd in Havana’s fort La Cabaña, een ongelukkige periode uit de Cubaanse de-evolutie periode. Elke medaille kent twee zijden. We zijn allen een mengeling van verschillende waarden. Ernesto bracht het goede en het verre-van-goede tot het uiterste.

Bron
* Blog Martín Guevara, 15 maart 2015
Link
* Deze Cubaweblog over Martín Guevara, 14 juni 2014

Martin guevara op de cover van zijn boek

Martin Guevara als jongeman op de cover van zijn boek

Noot:
Martín Guevara werd in 1963 in Argentinië geboren. Zijn vader Juan Martín Guevara is de jongste broer van Che en zat ten tijde van de militaire dictatuur in Argentinië tussen 1975 en 1983 gevangen vanwege zijn betrokkenheid bij het Frente Antimperialista por el Socialismo. De familie verliet Argentinië vijf jaar na de dood van Che Guevara (1967) en emigreerde naar Cuba. Martin was toen 10 jaar. Hij bleek het temperament en de politieke opvattingen van zijn oom, de mythische El ‘Che’ niet te delen en rebelleerde, wat leidde tot veel problemen voor hem en zijn familieleden. In 1988 verliet hij Cuba definitief, maar mocht enkele keren terugkeren om zijn zoon, zijn moeder en andere leden van de familie te ontmoeten. De neef van ‘Che’ Guevara mocht echter niet langer in Cuba wonen. De laatste 17 jaar woont hij met zijn vrouw en een jongere zoon in Spanje. Vorig jaar verscheen zijn boek ‘In de schaduw van een mythe’ (in het Engels en het Spaans).