Waar is Julio Mella?

De Cubaanse kunstenaar Luis Manuel Otero Alcántara hield zaterdag een demonstratie in het winkelcentrum Manzana de Gómez in Oud-Havana, waarbij hij de vraag stelde: ‘Waar is Mella?’, een verwijzing naar de verdwijning van de buste van de populaire communistenleider uit de twintiger jaren in dit winkelcentrum. Na enkele minuten maakte de politie een einde aan de performance van Alcántara. Volgens Alcántara moest Mella plaatsmaken voor luxe merkartikelen als Gucci, Armani en Prada.

alcantara-mella-22042017

Alcántara als Julio Mella

Vele honderden nieuwsgierigen liepen door de passages van wat ooit het oudste winkelcentrum van Havana was en waar nu het luxueuze vijfsterrenhotel Manzana Kempinski gevestigd wordt. Die middag opende de Italiaanse ondernemer Giorgio Gucci er zijn boetiek Giorgio G. VIP. Behalve Gucci werden in het winkelcentrum ook producten van Montblanc, Lacoste en Longiness verkocht. Op deze plek vroeg Otero Alcántara zich als levend standbeeld af waar Mella was gebleven.

mella-donde-esta-mella

Met en zonder de buste van Mella

‘De buste van Mella die altijd op deze plek in het winkelcentrum stond, is verdwenen en zoals gewoonlijk, zonder enige verklaring,’ aldus Alcántara. Aanvankelijk stuurde de politie hem weg bij de ingang van het hotel. De kunstenaar ging toen de straat op en werd daar samen met zijn vrouw, de kunstenares Yanelys Núñez aangehouden en in een politieauto naar huis gereden. Daar werden zij ondervraagd over hun bedoelingen met de performance.

mella-Julio_antonio_mella

Julio Antonio Mella (1903 – 1929) was een vooraanstaand Cubaans politicus. In de jaren 20 van de 20e eeuw richtte hij samen met Carlos Baliño de Communistische Partij van Cuba op. De partij was zeer gekant tegen dictator Gerardo Machado. Mella werd in 1929 onder nooit opgehelderde omstandigheden in Mexio-Stad vermoord. In Mexico was hij actief in de communistische partij van dit land en raakte betrokken bij een heftige interne partijstrijd. Hem werd door orthodoxe leider verweten regelmatig van de partijlijn af te wijken.

Museum van de Dissidentie
Otero Alcántara is oprichter van het project Museo de la Disidencia en Cuba, een website waarbij uiteenlopende ‘dissidenten’ uit de Cubaanse geschiedenis in beeld komen. Het is een mix van personen als José Martí, Fidel Castro, de indianenvoorman Hatuey en de leider van de Christelijke Beweging van Bevrijding /  Movimiento Cristiano Liberación, Oswaldo Payá. Núñez Leyva, medeoprichter van het project werd vanwege deze activiteiten ontslagen als medewerker van het officiële tijdschrift Revolución y Cultura.

Bron
* Waldo Fernández Cuenca, website Diario de Cuba, 24 april 2017
Linken
* Beelden van de performance van Otero Alcántara, 1 minuut
* Website Museum van de Dissidentie in Cuba
* Website Marti Noticias: Fin de la historia en Cuba: de la Manzana de Gómez a la Manzana Kempinski – van winkelcentrum Manzana de Gómez tot hotel Manzana Kempinski

De varkens blijven rozen verslinden (deel 2)

De verklaring voor het ontslag van Dalila kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd aangezien Dalila aan de ene kant een actieve evangelische gelovige is en aan de andere kant de dochter  van Leonardo Rodríguez, die thans in Midden-Cuba het Instituut Patmos coördineert, een forum voor debatten, opgericht in 2013, dat niet de goedkeuring geniet van de politieke autoriteiten om een open en pluriform debat te bevorderen. Dat schijnt zelf juist met de praktijk van de Universiteit in tegenspraak te zijn. Het is hetzelfde instituut waar Gustavo Pérez in 2015 werd buitengesloten, zij het dat in het geval van Dalila de connectie alleen bestaat door de bloedband met een van de regionale coördinatoren.

studenten-manifestatie-fidel-univ-havana

Eerbetoon van studenten van de Universiteit van Havana aan Fidel Castro

Vrije politieke keuze
Karla  González , de briljante en verwijderde student journalistiek, was de enige pre-universitaire student uit haar provincie Cienfuegos, die zich classificeerde voor de studie journalistiek vanwege de uitstekende kwalificaties bij de toegangsexamens. Zij had het laatste semester in alle vakken een zeer hoog cijfer gehaald, behalve voor Informatica. Nauwelijks enkele dagen geleden had ze een certificaat voor Engels gekregen dat haar voor de gehele studie verder vrijstelling gaf. En dit alles zonder nog te spreken van haar onbetwistbare morele en ethische kenmerken terwijl ze pas 18 was. Haar enige zonde was dat ze de vrijheid nam een politieke optie te verkiezen anders dan die het establishment oplegt, door actief te zijn in de  Movimiento Somos+, onder leiding van ingenieur Eliecer Avila, die in die dagen ook hard werd aangepakt.

unidadfirmezavictoria

Krachtige eenheid leidt tot de overwinning

Tegen de revolutie
In alle genoemde gevallen, vanaf de tijd van Samuel Feijoo tot op heden in de betreurenswaardige gevallen van Dalila en Karla, kan als algemene stelregel gelden dat alle uitgesloten of bestrafte personen onder de gemeenschappelijke noemer vallen niet als revolutionair  te worden gekwalificeerd. Iedere willekeurige andere docent of student van deze Universiteit zal bij voorbaat weten dat hem of haar hetzelfde lot kan overkomen. Hij zal zijn ware opvattingen voor zich moeten houden hoewel men die zal proberen te ontcijferen via wat voor gebaar of teken dan ook. De politieke politie houdt iedereen op de Centrale Universiteit Marta Abreu gegijzeld. Helaas is  dit geen uitzondering in de wereld van de Cubaanse universiteiten. De Inquisitie die deze chronische heksenjacht in stand houdt doet dit tegen elke prijs en onder het motto: De Universiteit is er voor de revolutionairen.

Bron
* Mario Félix Lleonart Barroso op de website 14ymedio, 14 april 2017
Link
* De Spaanstalige verklaring van de Studentenorganisatie FEU en de studenten van de universiteit van Las Villas
met o.a. het volgende citaat: ‘De bedoelde student erkent lid te zijn van een illegale en contrarevolutionaire organisatie, die lijnrecht staat tegenover de principes, doelstellingen en waarden van de Cubaanse Revolutie. …..De universitaire studentenbevolking zal nooit de contrarevolutie accepteren binnen onze Universiteiten. Daarom herhalen wij met onze onbetwistbare, onoverwinnelijke en eeuwige Comandante en Jefe (Fidel Castro redactie) opnieuw ‘ Binnen de Revolutie, alles; tegen de Revolutie, niets’. Want ook de Revolutie heeft zijn rechten; en het eerste recht van de Revolutie is het recht om er te zijn. En tegenover het recht van de Revolutie er te zijn en te bestaan is er niets.’

De varkens blijven rozen verslinden (deel 1)

Vorige week vrijdag 14 april meldden wij dat de 18-jarige studente Karla González van de journalistenopleiding aan de Centrale Universiteit Marta Abreu in de provincie Las Villas was verwijderd. Karla González onderhield contacten met de oppositiegroep Movimiento Somos+ en plaatste teksten op websites die kritisch staan tegenover de regering van Cuba. De verwijdering vond plaats na een drie uur durende ondervraging – ‘een psychologische mishandeling’, zegt zij zelf -, door de leiding van de faculteit, enkele studenten en leden van de Unie van Jonge Communisten. Baptistendominee en dissident Mario Félix Lleonart Barroso beschrijft hoe deze universiteit in Santa Clara als sinds de beginjaren van de revolutie een bastion van de Cubaanse Communistische Partij is waar studenten en docenten vanwege hun politieke of religieuze dissidentie slachtoffer zijn van een ware heksenjacht. Barroso’s achtergrondartikel verscheen eerder op de website 14ymedio.

santa-clara-Universidad_Central_Marta_Abreu_de_Las_Villas

Universiteit Marta Abreu in Las Villas

Het is dringend noodzakelijk dat de academische wereld het stilzwijgen verbreekt over de heksenjacht op de Centrale Universiteit Marta Abreu van Las Villas. Het is niets nieuws. Al tientallen jaren lang konden velen er niet studeren of werken vanwege politieke of religieuze discriminatie. Anderen die dat wel deden werden om soortgelijke redenen uitgesloten. Hieraan ontkwam ook de bekende schrijver en illustrator Samuel Feijóo niet. Ondanks het feit (of misschien wel juist daarom) dat hij in 1958 de oprichter van het tijdschrift Islas was geweest werd hij er eind jaren zestig uitgesloten.

Samuel Feijóo (November 27, 1914 in San Juan de los Yeras, Las Villas, Cuba – July 14, 1992 in Villa Clara, Cuba)

Samuel Feijóo 1914 – 1992

Geheel in zijn stijl vertrok hij met het bestempelen van de vrouwelijke rector als merrie in een paardenfokkerij en kiezel in de suiker. Ook stuurde hij Raúl Roa* een telegram (als twitteren  al had bestaan zou het deze tweet geweest zijn): ‘De varkens vreten de rozen op’.  Velen herinneren zich nog en bevestigen hoe later, in een van die heroïsche dagen van de vrijwillige arbeid die rode zaterdag werd genoemd, het papierwerk van deze beroemde schrijver en plastiek kunstenaar in een op een ceremonie van exorcisme lijkende plechtigheid werd verbrand. Men wilde er blijkbaar geen twijfel over laten bestaan dat dit een authentiek proces van seculiere inquisitie was en dat de brandstapels niet zouden ontbreken.

Grijze periode
Dezelfde handelwijze bleef zich herhalen in de jaren tachtig en negentig, en in tegenspraak met de stelling van de Cubaanse intellectueel Ambrosio Fornet dat de excessen maar beperkt bleven tot een ellendige grijze periode van vijf jaren, waarbij verwezen werd naar de excessen die tussen 1971 en 1975 plaatsvonden. De realiteit laat zien dat het veeleer tientallen grijze jaren zijn die voor die tijd begonnen en tot op de dag van vandaag voortduren. Een van de uitgestotenen in de jaren 80 was de geschiedenisleraar Amador Blanco Hernández omdat hij het bij zijn studenten gewaagd had het stalinisme in twijfel te trekken. Hij deed uitspraken over het Kremlin die hij uiteindelijk niet als eerste aan de kaak stelde, aangezien Che Guevara in eigen persoon dat al in 1965 gedaan had in zijn beroemde toespraak in Algiers. We weten nu hoe die heeft bijgedragen tot het aan zijn lot overlaten wat tot zijn dood in Bolivia leidde. Daarmee werd voldaan aan de eisen van de Sovjet Unie ter wille van de vreedzame co-existentie met de VS.

religie-gustavo-perez-silverio-mario-felix-lleonart

Yoaxis Marcheco Suárez (rechts) werd als universitair docent aan de Universiteit Las Villas ontslagen. Naast hem de auteur van dit artikel Mario Felix Lleonart

Ideologisch ongeschikt
Eind jaren 90 werd aan Yoaxis Marcheco Suárez en aan schrijver dezes de mogelijkheid ontzegd deel uit te maken van het college van docenten voor de nieuwe opleiding van Informatiewetenschappen die in Santa Clara werd gestart, ondanks de dringende behoefte aan docenten. Beiden waren we eervol afgestudeerd aan de Universiteit van Havana aangezien we winnaars waren geweest in wetenschappelijke forums en zelfs behoorden tot de beste onderzoeksstudenten. Ondanks het feit dat we door de rest van het team werden aanbevolen, werden we niet door de rector aangenomen omdat hij ons niet geschikt achtte op ideologisch gebied. Daarna achtervolgde de niet verzadigbare Inquisitie ons door zelfs binnen te dringen in de kerkelijke opleidingssystemen waar we onze toevlucht toe hadden genomen en niettegenstaande het feit dat ze tot de dag van vandaag niet erkend zijn door het Ministerie van Hogere Opleidingen (geen enkele seminarist van welke religieuze orde dan ook wordt door het officiële onderwijssysteem van Cuba erkend, en er is nog geen enkele universiteit in het land met een theologische faculteit). Pressie van Caridad Diego Bello, hoofd van het Bureau van Toezicht op Religieuze Zaken van de Cubaanse Communistische Partij belemmerde ons de toegang tot een cursus voor een Doctoraat in Theologie dat voor de eerste keer in Cuba werd aangeboden door het Theologische Instituut FIET (Argentinië) in samenwerking met de FTS van Londrina, waarbij alles afhing van de handtekening van de vrouwelijke inquisiteur.

Heksenjacht
Jammergenoeg gaat die beschamende heksenjacht ook in de 21ste eeuw nog gewoon door. In 2015 bereikten de echo’s ervan het Congres van de VS waar midden in de diplomatieke dooi, nauwelijks enkele dagen na de aankondiging van het herstel van de betrekkingen tussen de regeringen, de uitsluiting van de academicus Gustavo Pérez Silverio als adjunct-professor van de Faculteit van Sociale Wetenschappen werd veroordeeld. Ondanks het feit dat hij onafgebroken jarenlang met succes materiaal als Geschiedenis van Cuba, Rassenstudies en Politieke Theorie had gedoceerd. Hierna werd ook zijn populaire radioprogramma Crisol Cubano opgeheven, dat zich bezighield met de culturele en nationale identiteit en uitgezonden werd door radio CMHW van Villa Clara.

universiteit-las villas-Andrés Castro Alegría-diaz canel

De rector van de Universiteit Las Villas Andrés Castro Alegría, naast hem links de eerste vice-president van Cuba, Diaz Canel

Rector en parlementslid
Ondanks zijn lente- uitstraling zie het er naar uit dat deze maand april de onheilspellende verklaring van Feijóo dat ‘de varkens de rozen verslinden’ meer dan ooit bewaarheid wordt ten nadele van de Centrale Universiteit van Las Villas die, verre van haar trieste optreden te veranderen, deze nog verergert. De rector Andres Castro Alegria heeft verschillende professoren en studenten uitgesloten, ondanks (of misschien wel daarom) dat hij afgevaardigde in het Cubaanse Parlement is. Twee ervan zijn opvallend, gezien de menselijke en intellectuele kwaliteit van de nieuwe slachtoffers: de professor van de Faculteit van Humaniteit Dalila Rodriguez Gonzalez en Karla Pérez González, studente van die faculteit. Dalila, van onbesproken gedrag en erg populair bij haar studenten, gegarandeerd door de hoeveelheid erkenningen die ze al vanaf haar studentenleven en als professor krijgt, ondanks een tiental jaren intensief docentschap als Filologe en Master in Linguïstische en Redactionele Studies, overkwam de uitsluiting juist op het moment dat zij een doctoraal Pedagogie volgde. De door de rector zelf ondertekende resolutie verklaart dat haar ‘handelwijze in het sociale en ethische afwijkt van het correct optreden wat als docent van haar vereist wordt en wat de vorming van de studenten die aan genoemde Faculteit en deze Universiteit colleges volgen kan aantasten’. Dalila was naast haar werk als docent ook actief in het Instituut Patmos, een debatcentrum van evangelische snit dat door de autoriteiten in Cuba niet wordt erkend en herhaaldelijk dwarsgezeten door de Cubaanse geheime dienst.

Bron
* Mario Félix Lleonart Barroso op de website 14ymedio, 14 april 2017
Noot
* Raúl Roa was een vooraanstaand Cubaanse politicus en diplomaat. Hij was o.a. vele jaren lang Minister van Buitenlandse Zaken van Cuba.

Nieuwe poging Cubaanse Kunstacademie te redden (2)

kunst-isa-ballet-school-design-toekomst

Zo zou het balletgedeelte van het Instituut voor Schone Kunsten er uit moeten zien.

Revolutionaire schoonheid
Hoewel de vijf uit baksteen opgetrokken scholen in Cuba zelf werden genegeerd, trokken zij internationale aandacht toen Loomis in 1999 zijn boek A Revolution of Forms publiceerde en een breed publiek kennismaakte met deze bijzondere vorm van architectuur. ‘Ze zijn anders dan alles wat je ooit hebt gezien … zowel kinetisch, als organisch een driedimensionaal complex,’ zegt Loomis. ‘Je weet niet waar je naar toeloopt en je kunt je ook niet omdraaien en omkijken om te zien waar je bent. Je bent altijd onderweg,’ zei hij. Plaatsing op de lijst van 2000 Wereldmonumenten betekende opnieuw aandacht voor de school en daardoor werd ook de aandacht van Castro weer getrokken naar de vergeten schoolgebouwen. Hij beval een complete renovatie en tussen 2007 en 2009 werden de gebouwen voor de dans- en de beeldende kunst gerestaureerd en de drie nog niet gereed zijnde gebouwen gestabiliseerd. Er kwamen weer studenten naar de twee gerenoveerde gebouwen maar verdere restauratie werd gestaakt vanwege de economische crisis. De andere andere gebouwen lagen er opnieuw verlaten bij.

Carlos-Acosta-in-Cuba-001

Carlos Acosta

Een laatste kans
Inspanningen om de restauratiewerkzaamheden te hervatten hebben sindsdien weinig succes gehad ondanks het feit dat de Cubaanse regering het gebouwencomplex uitriep tot een Nationaal Monument en het monument gekandideerd werd voor plaatsing op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. De discussie die in 2012 ontstond nadat de balletdanser Acosta had aangeboden een danscentrum op te zetten in de balletschool, is tekenend voor de  problemen waarmee het herstel te maken heeft. Sectoren in de regering beschuldigden hem de scholen te privatiseren en de architect Garatti (zie linken) werd woedend bij de gedachte dat andere architecten erbij betrokken zouden worden.  Volgens Barbacci en Loomis is  de situatie nu verbeterd en is ook de Cubaanse regering ontvankelijker voor herstelplannen als de school internationaal een rol kan spelen en een duurzame financiële basis in de toekomst is gegarandeerd. De twist met Acosta schijnt tot het verleden te behoren.

kunst-isa-beeld-vanuit-de-lucht

Het ISA-complex vanuit de lucht

Samenwerkingsproject
De Cubaanse regering richtte begin 2015 een commissie op – met o.a. overheidsvertegenwoordigers, Loomis, Barbacci, UNESCO, de Italiaanse ambassadeur in Havana en Acosta – die in samenwerking met het Ministerie van Cultuur de restauratie moet begeleiden en plannen moet ontwikkelen voor een financieel zekere toekomst van de gebouwen. ‘Het zou prachtig zijn als de scholen uiteindelijk voldoen aan de oorspronkelijke visie van Fidel en Che, dat ze internationaal een rol kunnen spelen en dat studenten op basis van een businessplan financieel gesteund kunnen worden,’ aldus architect en auteur John Loomis. In 1961 had Fidel immers al beloofd dat ‘Cuba er zeker van kon zijn de mooiste kunstacademie ter wereld te zullen hebben.’ Maar het World Monument Fund heeft voor 2016 opnieuw besloten het complex toe te voegen aan de lijst van 2016 met bedreigd erfgoed en Barbacci zegt dat voor de schoolgebouwen voor ballet en muziek de tijd dringt want deze gebouwen staan op instorten. ‘Elk jaar opnieuw wordt de plek steeds minder architectuur en meer een romantische ruïne tot het moment dat er niets te bewaren valt,’ zegt ze.

kunst-isa-cover-boek-john-loomis

Het invloedrijke boek van John Loomis over de kunstopleidingen in Cuba

Bronnen
* Boek: A Revolution of of Forms; Cuba’s forgotten Arts Schools John Loomis
* Alma Guillermo Prieto publiceerde in 2004 Dancing with Cuba.
Linken
* New York Times 29 december 2014: Bij de dood van Ricardo Porro, 29 december 2014
* La Habana : Roberto Gottardi’s Paradise Lost at ISA
* Website Cubaencuentro, 4 november 2012: over de reddingspoging van de Cubaanse danser Carlos Acosta
* Carlos Acosta richt er de Carlos Acosta Foundation voor op
* De boze reactie van architect Garatti, Diario de Cuba, 3 juli 2012: ‘Ik moet de Balletschool herbouwen.’
* Eén van de architecten,
Vitorrio Garatti moest in 1974 Cuba verlaten op beschuldiging van spionage. In maart 2014 mocht hij het land weer bezoeken en werd hij door de officiële media welkom geheten zoals website Cubadebate, 10 maart 2014
*
Youtube 2 minuten. Over de totstandkoming van de gebouwen van de kunstopleiding met o.a. de architect Garatti.

Nieuwe poging Cubaanse Kunstacademie te redden (1)

Op initiatief van Fidel Castro en Che Guevara werd in 1961 besloten aan de westrand van Havana op het terrein van de voormalige Country Club de Nationale Hogeschool voor de Kunsten / Instituto Superior de Arte (ISA) te bouwen om kansarmen in Cuba een kunstzinnige vorming te bieden. Fidel schakelde Roberto Gottardi en Vittorio Garatti in, twee Italiaanse architecten  en  de recent overleden Cubaans Ricardo Porro om een serie gebouwen te ontwerpen voor de diverse kunstvormen. Nu 50 jaar later dreigen enkele gebouwen, toonbeelden van revolutionaire architectuur, door verwaarlozing te bezwijken. De UNESCO, de Cubaanse autoriteiten, balletvirtuoos Carlos Acosta  en Italië lijken nu toch eensgezind om dat rampscenario te voorkomen. 

isa-instituto-superior-de-aate-isa

Instituto Superior de Arte, het deel dat hersteld is

‘De gebouwen zijn karakteristieke monumenten van het modernisme en de meest opmerkelijke voorbeelden van nieuwe architectuur die de Cubaanse revolutie voortbracht,’ zegt Norma Barbacci, architecte van het World Monuments Fund, dat betrokken is bij inspanningen de gebouwen te behouden. Er werden in het verleden eerder pogingen ondernomen door de Cubaanse autoriteiten en externe partijen om de slangachtige constructies van baksteen met koepels van terracotta te behouden maar tot nu toe tevergeefs. De Cubaanse balletdanser Carlos Acosta slaagde daar tot nu toe ook niet in. De tijd dringt. Het complex staat genoemd op de World Monuments Watchlist van 2016 met 50 andere gebouwen ter wereld die dreigen ten onder te gaan: twee van de vijf gebouwen van ISA dreigen in te storten. Externe partijen, waaronder de Italiaanse regering, hopen dat de Cubaanse autoriteiten er eindelijk in slagen een duurzame manier te vinden om dit historisch erfgoed te bewaren.

isa-balletschool-in-aanbouw-victor-garatti

De balletafdeling van ISA in opbouw

De Havana Country Club was een exclusieve golfclub die Fidel Castro en Che Guevara in 1961 bezochten, toen ze na afloop van een partijtje aan de bar zaten en mojito’s dronken. Volgens de auteur Loomis, die een boek schreef over de geschiedenis van het complex , waren ze betoverd door de schoonheid ervan en zo ontstond het idee dat er een kunstacademie moest komen. Vervolgens gaf Fidel Castro in 1961 drie architecten – de Cubaan Ricardo Porro en de Italianen Vittorio Garatti en Roberto Gottardi – de opdracht een Nationale Hogeschool voor de Kunsten te bouwen om Cubanen te onderwijzen in ballet, moderne dans, kunst, muziek en drama. Loomis: ‘De architecten waren allemaal erg jong, ze waren erg idealistisch, zeer communistisch, ze voelden zich betrokken bij de bouw van een nieuw Utopia en meenden dat de toekomst aan hen was.’

kunst-isa-classics-the-national-art-schools-of-cuba-ricardo-porro-vittorio-garatti-robert-gattardi-muziekschool

De vervallen muziekafdeling van het ISA

Bourgeoisinvloeden
De bouwwerkzaamheden begonnen onmiddellijk. Porro ontwierp de scholen voor architectuur en moderne dans, Garatti die voor ballet** en muziek en Gottardi het gebouw voor dramatische vorming. De bouw begon vlak voor de inval van de Varkensbaai (1961) maar werd voor de rakettencrisis stopgezet. Aanvankelijk kon de bouw rekenen op de steun van Fidel Castro. Maar de nauwere banden van Cuba met de Sovjet-Unie leidden tot een voorkeur voor de standaard architectuur uit de Sovjet-Unie en de drie architecten werden beschuldigd ‘egocentrische en culturele bourgeoisaristocraten’ te zijn. De kritiek op het elitaire en extravagante karakter van het gebouw kwam o.a. van de Minister van Bouw, de 26-jarige Osmany Cienfuegos, ex-guerrilla leider en in tegenstelling tot zijn broer Camilo Cienfuegos, een stalinist in zijn opvattingen.

golffidelraul-2

Fidel (rechts) en Che op de Country Club (1962)

Hij saboteerde de aanvoer van materialen en arbeidskrachten en de financiering van het project werd gedeeltelijk gestaakt. De ‘decadentie’ bij de bouw van de kunstacademie  stoorde de gestaalde kaders en bovendien hadden de architecten verkondigd sensualiteit (vanuit de lucht leken de daken van de gebouwen op vrouwenborsten) en Cubanidad na te streven bij hun creatie. Dat laatste betekende o.a. dat gebruik werd gemaakt van Afro-Cubaanse elementen waar op dat moment een taboe op berustte in Cuba. Dergelijke concepten in Cuba werden verfoeid want de revolutie was immers proletarisch, internationalistisch en tegenstander van welke vorm van decadentie dan ook. In 1965 stopte de regering alle werkzaamheden, verklaarde de school voor geopend hoewel enkel de gebouwen van Porro voor dans en architectuur klaar waren en vielen de andere drie gebouwen ten prooi aan de elementen en verwaarlozing. Porro werd bedreigd en was in zijn eigen woning niet veilig; in 1966 ging hij in Parijs in ballingschap. Garatti verliet het land het land in 1974 nadat hij was gearresteerd, beschuldigd van spionage en enkel Gottardi bleef op het eiland. ‘Het was een harde tijd voor de architecten en erg wreed, ‘ aldus Loomis.

Linken
* De Engelstalige Wikipedea met een uitvoerige geschiedenis van ISA
* Reportage van CNN (1 minuut) over de stand van de gebouwen nu: The final fight to save Cuba’s art schools, 2 juni 2016 
* World Monuments Watchlist 2016
Noten
** Vittorio Garatti werkte met de Koningin van het Cubaans ballet, Alicia Alonso samen bij het ontwerp voor de balletschool en dit gebouw werd ook afgemaakt. Maar de eerste dag dat Alicia Alonso de school bezocht voor haar eerste lessen, zei ze: ‘Ik vind het niet goed’ en zij wandelde weg om nooit meer naar de plek terug te keren. Aanvankelijk was het de bedoeling geweest één groot gebouw neer te zetten voor diverse disciplines. Later ontstond het idee om 5 scholen te bouwen; voor beeldende kunsten ( architect Ricardo Porro), moderne dans (Ricardo Porro), ballet (Vittorio Garatti), muziek (Vittorio Garatti) en dramatische vorming ( Roberto Gottardi). 

Amir Valle, de ‘rotte appel’ die verwijderd moest worden

De website The Real Cuba sprak in 2016 uitvoerig met Valle o.a. over de journalistiek in Cuba, de censuur, zijn verbanning en de hereniging van hem en zijn gezin in Duitsland.

 

amir-valle-5

Amir Valle

Hoe was het om op te groeien in het Cuba van de jaren zeventig?
Valle: ‘Veel mensen zagen Cuba als een baken voor de vrijheid en hoop in een tijd dat de wereld leek in te storten. Vooral onder jonge mensen bestond dit ideaal. De propaganda van de revolutie leerde ons dat wij een nieuw type mens zouden worden. Fidel Castro en Che Guevara spraken over de Nieuwe Mens. Ik zag de donkere zijden van de revolutie ook niet omdat mijn ouders de idealen van de revolutie aanhingen. Mijn vader is nog steeds trots op het feit dat hij de zaak van de revolutie diende. Maar hij zei dat hij had gestreden voor de mogelijkheid te doen waarin ik geloofde, ook als het met zijn eigen opvattingen botste. Die woorden betekenden veel voor mij. Mijn proces van ontgoocheling met de revolutie begon toen ik journalistiek begon te studeren. Ik merkte dat er grenzen waren die ik gedwongen moest volgen en dat er onderwerpen waren waar ik als journalist niet over mocht schrijven. Dat opende mijn ogen.’

cover-amir-valle-censorship-in-cuba

Gagged Words / Palabras Amordazadas is de titel van een boek van de vooraanstaande Cubaanse schrijver Amir Valle (1967) de historie van de Cubaanse censuur en aandacht voor de subtielere censuur van nu. De Eva Tas Foundation biedt het boekwerkje (130 pgs) kosteloos aan voor de bezoekers van deze Cubaweblog. Stuur een mail naar glasnostincuba@upcmail.nl en vergeet niet uw naam en adres in te vullen. Laat ook weten of u een exemplaar van de Spaanse of Engelstalige boek wilt ontvangen.

Wat voor druk wordt er op Cubaanse journalisten uitgeoefend?
Valle: ‘Het eerste dat je wordt verteld als je journalistiek studeert, is dat je een ideologische soldaat van de revolutie bent. Als je je diploma hebt behaald word je bij diverse media geplaatst die elk hun eigen ‘niet te verbreken richtlijnen’ heeft. Deze richtlijnen bepalen wat wel of niet gezegd kan worden, wie je mag interviewen en welke onderwerpen belangrijk zijn om te behandelen. De richtlijnen worden gedicteerd door het Departement voor de Ideologie, onderdeel van het Centraal Comité van de Cubaanse Communistische Partij. Een goede journalist zoekt naar wegen om de werkelijkheid te beschrijven maar vaak willen journalisten geen risico lopen en bedrijven oppervlakkige journalistiek. Ik heb bekwame vrienden die besloten daarom hun beroep op te geven en nu werken zij als taxichauffeurs omdat zij zich niet wilden onderwerpen.’

U werkte mee aan het script van Estela Bravo die in 2001 de documentaire maakte Fidel, het niet vertelde verhaal. Wat leerde die ervaring u?
Valle: ‘Dat was een kantelmoment voor mij. Bij de productie ervan had ik toegang tot heel veel foto – en filmmateriaal van Fidel Castro, dat ik nog nooit had gezien. De stijl van leven waarmee ik door die privébeelden werd geconfronteerd, leek op niets op de wijze waarop de rest van de bevolking leefde. De mate van luxe schokte mij. Foto’s van hem en zijn gezin deden me eerder denken aan een Arabische sjeik en een oliemiljonair dan aan een revolutionaire leider, die het volk iedere dag om nog meer offers vraagt. Lange tijd dacht ik – zoals veel Cubanen – , als Fidel nou maar zou weten wat er allemaal op het eiland fout ging, dat dan deze kwalijke kant van de revolutie zou verdwijnen. Ik dacht dat het probleem bij personen van het middenkader van de partij lag die hun werk niet goed uitvoerden. Maar bij het maken van deze documentaire ontdekte ik dat Fidel al lang op de hoogte was en dat hij evenzeer verantwoordelijk was voor de ineenstorting van het systeem’.

cover-havana-babilonia-francia-amir-valleUw onderzoeksroman Habana Babilonia is een bestseller op de zwarte markt in Cuba. Waarom schreef u het?
Valle: ‘Dat was een van de momenten waar ik erg trots op ben omdat ik met dat boek bekend werd bij alle Cubanen en niet langer alleen bij de culturele elite. Het boek kostte me vijf jaar onderzoek in de wereld van de prostitutie. Ik leverde de tekst in voor de Latijns-Amerikaanse Literatuurprijs van de Casa de las Américas en toen die voorbij was ging ik mijn exemplaren bij deze uitgeverij ophalen. Maar er ontbrak een exemplaar. Later verscheen de tekst van het boek op het Cubaanse intranet en werd er een succes. Ook mijn contactinformatie werd gepubliceerd en ik werd overstelpt door mails, brieven en telefoontjes van mensen die mijn boek clandestien lazen. De populariteit van het boek nam nog toe toen Fidel Castro de inhoud kritiseerde en zei dat het boek een niet-bestaande werkelijkheid in Cuba beschreef.’

U werd niet het land uitgegooid, maar kreeg een verbod om na een reis door Europa, weer terug te keren naar Cuba.
Valle: ‘Ik zeg altijd niet verbannen te zijn, maar ik kreeg een verbod het land binnen te komen. Ik ontdekte via vrienden van mij op het eiland dat de toenmalige Minister van Culuur, Abel Prieto, nu een adviseur van Raúl Castro, mij ‘een rotte appel’ noemde en dat rotte appels verwijderd moesten worden voor zij de rest aanstaken. Omdat ik inmiddels in Cuba bekendheid genoot, zou een arrestatie tot een schandaal hebben geleid. Dus gaven ze mij in oktober 2005 toestemming om mijn laatste boek in Spanje te presenteren. Toen ik terug wilde vliegen, werd mij verteld dat ik dat recht had verloren. Ik heb een jaar lang geprobeerd mijn recht op terugkeer terug te krijgen, met steun van journalisten en allerlei media zoals de BBC en het Spaanse persbureau EFE. Toen dat niet lukte, vroeg ik de Cubaanse regering mijn kinderen toestemming te geven het land te verlaten. Het antwoord was negatief. Ik besloot de hulp in te roepen van bekende journalisten en schrijvers die de revolutie steunden, maar ook mijn vriend waren, zoals Gabriel García Márquez en José Saramago. Ik legde hen de toestand ooit en zei hen dat ik een internationaal schandaal zou veroorzaken onder intellectuelen als ik mijn kinderen niet terugkreeg. Dank zij de directe druk van Gabriel Garcia Márquez kwam mijn zoon Cuba uit.

amir-valle-left to the right-writers Jorge Félix Rodríguez, Ladislao Aguado and Amir Valle with his wife Berta. On the day when the Magazine OtroLunes was created

Amir Valle en zijn vrouw (rechts) zijn o.a. werkzaam voor de website Revista Hispanoamericana de Cultura  Links de Cubaanse auteurs Jorge Félix Rodríguez en Ladislao Aguado

Gaat u terug naar Cuba?
Valle: ‘Vijf jaar na mijn verbanning, stuurde de regering een vriend op mij af die bij een ambassade van Cuba in Europa werkte. Hij zei dat als ik voortaan zou zwijgen en niet langer kritiek zou uiten over het leven in Cuba en de regering, zij de mogelijkheid zouden overwegen van mijn terugkeer naar het eiland. Ik had ondertussen mijn twee kinderen bij me en mijn gezin had zich gehuisvest in Duitsland. Ik liet hen weten te oud te zijn voor dergelijke deals en dat ik zou terugkeren als ik net als  burgers van andere landen, een ticket zou kunnen kopen en het land in- en uit zou kunnen gaan zonder problemen.’
Bron
* The Real Cuba, 2 februari 2016

Noot

film-the-untold-story-estela-bravo

Fidel Castro, the untold story

* Regisseur Estela Bravo maakte in 2001 een documentaire toen Fidel Castro 40 jaar aan de macht was, getiteld Fidel, the Untold Story. Fidel komt in beeld zwemmend met zijn bodyguard, bij een bezoek aan een kinderopvang, lachend met Nelson Mandela, in gesprek met de voormalige bootvluchteling Elián González en terwijl hij zijn verjaardag viert met de Buena Vista Social Club.  Aan het woord komen de voormalige CIA-agent Phillip Agee, de bokser Muhammad Ali, de vrijheidsstrijder Angela Davis, Elián González, Nelson Mandela en de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez. Fidel, the untold story 1 uur 30 minuten
Linken
* Website Amir Valle
* Website Otro Lunes

Over ‘bandieten’ en ‘huursoldaten’ in de bergen van Escambray (deel 2)

De opstand in Escambray begon bijna onmiddellijk na het succes van de Cubaanse revolutie in 1959 en werd geleid door voormalige soldaten in de strijd tegen Batista. Zij waren felle tegenstanders van de nauwe relaties met de Sovjet Unie waar Fidel Castro naar streefde en verzetten zich tegen de verregaande onteigening door de regering van boerenland. De opstandige boeren kregen steun van vroegere aanhangers van Batista. De leiding van het verzet berustte echter bij het voormalig Directorio Revolucionario Estudantil, die geleid werd door anti-communisten als Osvaldo Ramirez en Comandante William Alexander Morgan die beiden een belangrijke rol speelden in de strijd tegen dictator Batista. Morgan – die de Amerikaanse nationaliteit bezat – werd al in 1961 door het Castroregime geëxecuteerd. Bij de strijd in de Sierra del Escambray  waren meer Cubaanse soldaten betrokken dan bij de jarenlange strijd tegen Batista. 

escambray-kaart

De bergketen Escambray, ten noorden van Trinidad die zich uitstrekt van Cienfuegos in het westen tot Sancti Spíritus in het oosten van midden Cuba

In het eerste deel van dit artikel dat wij gisteren publiceerden, kwam een Cubaanse televisiemedewerker aan het woord, die een verklaring gaf voor de hernieuwde aandacht vanuit de partij voor een fase in de revolutie zoals die van het verzet in Escambray. ‘Jongeren vereenzelvigen zich niet met het revolutionaire proces. De meesten willen het land verlaten of op een makkelijke manier geld verdienen. De Revolutie en haar culturele aspecten zijn zaken die ver van hen afstaan, waar ze met minachting naar kijken, of, wat nog het gevaarlijkst is, waarmee ze  simpelweg niet bekend zijn’, legt de zegsman uit.  Volgens deze  bron ontving hij opdrachten om de ‘communicatie in tijden van crisis’ te bestuderen. ‘De Partij vraagt ons een beeld te scheppen van veiligheid, hoop en geloofwaardigheid. Daartoe biedt ze meer ruimte voor nieuwe programma’s  en zijn er meer middelen voor producties die de rol van het leger en het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de samenleving verheerlijken’. In de eerste aflevering van de serie werd geen aandacht geschonken aan de verhoren en martelingen waaraan honderden opstandelingen werden onderworpen. Archivo Cuba / Archief Cuba, een project zonder winstoogmerk dat zich bezighoudt met het verzamelen van gegevens over de herinnering van het verleden, heeft tot op heden 744 gevallen gedocumenteerd van in de strijd gesneuvelde opstandelingen en meer dan 900 gevallen van gefusilleerden. Nog eens tientallen werden gevangen gezet en stierven in Cubaanse kerkers. ‘Getuigenissen en veel gegevens uit deze tijd moeten nog worden verzameld’, zegt voorzitster Maria Werlau.

escambray-presume-Ejercito-Rojo-alzados

De man in het midden van de foto is vermoedelijk een adviseur van het Rode Leger in de strijd tegen de opstandelingen.

Wreedheden
De onderzoekster benadrukt bovendien de wreedheden en oorlogsmisdrijven begaan tegen hen die zich verzetten tegen de regering van Fidel Castro. ‘Van contrarevolutie beschuldigden werden zonder pardon dood geschoten. De Wet nr. 988 van november 1961, die in 1962 werd veroordeeld door de Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten, was aanleiding voor honderden van deze fusilleringen zonder enige vorm van juridische procedure’, zegt ze. Werlau wijst ook op de verwerping in 1967 door deze Mensenrechtencommissie van de onvrijwillige afname van bloed bij terdoodveroordeelden. Archief Cuba heeft meer dan een dozijn gedocumenteerde gevallen, en wijst erop dat dit een wijdverbreide praktijk lijkt te zijn geweest. Van de veroordeelden werd bijna al het bloed afgenomen en ze waren al overleden als  ze voor het vuurpeloton werden gebracht. Het bloed werd later verkocht aan Viëtnam en andere landen, volgens documenten van deze organisatie.

morgan-Olga Rodríguez1958. Their relationship, she says, was “un gran amor

Foto: William Morgan en Olga Rodriguez in 1958. William Alexander Morgan (1928 – 1961) was een Amerikaans staatsburger die in 1957 zijn vrouw en kinderen verliet en naar Cuba ging. Hij sloot zich aan bij het Tweede Nationale Front van Escambray dat vocht tegen de soldaten van Batista. Hij behoorde – samen met nog twee anderen waaronder Che Guevara – tot de drie enige buitenlanders die de rang van Comandante in het rebellenleger kreeg. Hij trouwde met een revolutionaire Cubaanse, Olga María Rodríguez Fariñas en samen kregen ze twee dochters,. Ook na de overwinning in 1959 bleef hij in interviews zijn anticommunisme benadrukken en herhaalde dat ook Castro geen communist was. De feiten stelden hem in het ongelijk. Hij bleef echter herhalen dat de revolutie de Cubanen algemene en vrije verkiezingen had beloofd. In oktober 1960 werd hij gearresteerd op beschuldiging een complot te beramen en de opstandelingen in de bergen van Escambray te steunen. Op 11 maart 1961 werd hij in de gevangenis La Cabaña geëxecuteerd. Zijn vrouw werd tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zij werd 10 jaar later vrijgelaten en zou tijdens de exodus van Mariel in 1980 naar de VS uitwijken. Na bemiddeling van twee Democratische volksvertegenwoordigers gaf Fidel Castro in 2002 toestemming het lichaam van Morgan naar de VS terug te brengen.

Gedwongen verhuizingen
Ook waren er in de televisieserie geen beelden te zien van de gedwongen verhuizing van tienduizenden boeren (de bronnen noemen aantallen tussen 30.000 en 70.000) naar zogeheten gevangenendorpen in het westen van het eiland, nadat ze waren beroofd van hun schaarse bezittingen. Voor Luis González Infante, oud-politiek gevangene en auteur van Rostros de Héroes Cubanos (Gezichten van Cubaanse helden), die meer dan 350 foto’s verzamelde van door de revolutionaire regering omgebrachte strijders, was de strijd in Escambray het ‘democratisch antwoord’ van de ‘ware revolutionairen’ die wilden voorkomen dat Cuba afdreef naar het totalitarisme waarin het zich nu bevindt. ‘Iedere keer weer trachten ze de ideologische loopgraven waarin ze zitten te billijken en de ellende waartoe ze het Cubaanse volk hebben veroordeeld, en openen ze weer die pijnlijke wonden om haat te zaaien tussen Cubanen’, luidt zijn klacht over de gevolgen van deze televisieserie.

Bron
* Mario J. Pentón, Miami, 15 maart 2017 op de website 14ymedio

Linken

escambray-museum-tegen-banditisme

Museum van de Strijd tegen de Bandieten in Sancti Spiritus

Spaanstalig artikel in de partijkrant Granma, 22 mei 2015 over het Nationaal Museum van de Strijd tegen de Bandieten in Sancti Spiritus.
* YouTube trailer La Otra Guerra, 2 minuten

Noot
* Uit reacties op de website 14ymedio blijkt (‘Wreedheid is wreedheid, ongeacht degene die dit uitvoert’) dat de leider van de opstandelingen zich ook schuldig maakte aan wreedheden. Osvaldo Ramírez vermoordde de  21-jarige jongen Conrado Benítez en twee boeren. Hij zou deze slachtoffers langzaam hebben gemarteld tot de dood intrad. Conrado Benítez nam deel aan de alfabetiserings-campagne.