Eerste VS-ambassadeur in 50 jaar in Cuba

President Barack Obama heeft dinsdag de Amerikaanse beroepsdiplomaat DeLaurentis benoemd tot eerste Amerikaanse ambassadeur op het eiland. DeLaurentis was al de eerste man in de Amerikaanse vertegenwoordiging sinds de relaties tussen Cuba en de VS in december 2014 werden hersteld. In juli vorig jaar werden in beide hoofdsteden ambassades geopend. Verwacht wordt dat de Republikeinen de benoeming in het Congres zullen willen tegenhouden.

President Obama and his wife walk stand with ambassador DeLaurentis in Havana

Barack Obama en zijn vrouw Michelle met de Amerikaanse vertegenwoordiger Jeffrey DeLaurentis, Havana maart 2016

Senator Marco Rubio reageerde scherp op de benoeming die hij omschreef als ‘een laatste toevluchtsactie’ van Obama die ‘tot niets’ zou leiden. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er dit jaar nog een ambassadeur benoemd wordt voor Cuba. Dat zei Bob Corker, de Republikeinse voorzitter van de Amerikaanse Senaatscommissie voor buitenlandse zaken, die over de aanstelling gaat. Individuele senatoren hebben de mogelijkheid stemmingen over de benoeming van ambassadeurs uit te stellen.

Schade
Obama prees DeLaurentis voor zijn rol tijdens het normalisatieproces. ‘Wij brengen ons zelf schade toe als we niet vertegenwoordigd worden door een ambassadeur in Havana’, zei hij in een verklaring. ‘Een ambassadeur maakt het gemakkelijker voor onze belangen op te komen en zal het wederzijds begrip verdiepen ook als we weten dat we verschillen van mening met de Cubaanse regering blijven hebben’. DeLaurentis werd al vaker genoemd als mogelijke eerste ambassadeur, maar Obama noemde zijn naam niet totdat Cuba zijn eigen ambassadeur in Washington benoemde. DeLaurentis is de eerste ambassadeur sinds Philip Bonsal, benoemd door president Dwight Eisenhower, zijn post in oktober 1960 verliet.

Philip W. Bonsal

Philip W. Bonsal

Eerste ambassadeur onder Fidel
In januari 1959 benoemde president Eisenhower Bonsal tot Amerikaans ambassadeur in Havana vlak na de machtsovername van Fidel Castro. De New York Times sprak destijds van ‘een uitstekende keus’ en prees zijn diplomatieke kwalificaties. Bonsal’s voorganger Earl E.T. Smith had vriendschappelijke relaties onderhouden met de Cubaanse dictator Batista en vertrok 9 dagen na hem. Castro was kritisch over de komst van ‘de onderkoning’ en de dialoog tussen beide landen verliep stroef. In een besloten zitting van de buitenlandcommissie legde Bonsal uit waarom de Cubaanse revolutie op zoveel steun van de bevolking kon rekenen: ‘De corruptie en het sadisme van de vele beulen van Batista verenigden veel Cubanen tegen het regime.’ In augustus 1960 protesteerde hij bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken tegen het feit dat de VS enkele honderden vertrouwelingen van Batista toestemming gaf in de VS te wonen. Op 3 september 1959 ontmoette Bonsal Fidel Castro en sprak zijn bezorgdheid uit over het onwettige optreden van politie- en veiligheidstroepen in het land en over de anti-Amerikaanse retoriek van Che Guevara, die toen een reis om de wereld maakte. Castro vroeg hem om geduld te oefenen en terughoudend te reageren op ‘de geestdrift van jonge en onervaren revolutionairen.’ In oktober 1959 noemde Fidel Castro de VS ‘medeplichtige’ van militaire Batista loyalisten, die luchtaanvallen hadden uitgevoerd op Cuba. Bonsal protesteerde bij de Cubaanse president Osvaldo Dorticós. Half 1960 tekende Cuba een overeenkomst met de Sovjet-Unie over de verkoop van 700.000 ton suiker. De VS staakten toen hun export naar Cuba met uitzondering van voedsel en medicijnen. Bonsal was van mening dat de Eisenhower-administratie overdreef en Castro dwong tot een bondgenootschap met de Sovjets. Toen Castro aandrong op een reductie van de staf op de Amerikaanse ambassade in Havana werd Bonsal in oktober 1960 teruggeroepen.

Bron
* O.a. persbureau Reuters
* In Memoriam Philip Bonsal, New York Times, 1 juli 1995

Ongepubliceerde foto’s van Fidel Castro uit jaren zestig

In 1968 kwam bij uitgeverij Bruna het interviewboek van de Amerikaanse fotograaf en journalist Lee Lockwood Castro’s Cuba, Cuba’s Fidel uit. Zeven dagen lang had Lee Lockwood de gelegenheid Fidel Castro op het Eiland van de Jeugd te interviewen. Lockwood’s boek vormde in die eerste jaren van de revolutie een van de meest genuanceerde en onthullende portretten van de Cubaanse leider en de revolutie. Lockwood overleed op 31 juli 2010 en kortgeleden werden foto’s van Lockwood gepubliceerd uit de periode 1959 -1969. Fidel Castro wordt 13 augustus 90 jaar.

lee-lockwood-Lockwood on the baseball field with Castro, 1964

1964 Lockwood en Fidel Castro op het honkbalveld

‘Wat zou het State Department zeggen als ze wisten dat je hier drie dagen incommunicado met mij in de Sierra Maestra had doorgebracht?’ vroeg Fidel de Amerikaanse fotojournalist tijdens een van de interviews in 1965 terwijl ze kettingrokend domino hadden gespeeld met voormalige guerrillastrijders, wachtend tot het zou ophouden met regenen. Lockwood antwoordde: ‘Misschien zouden ze vragen: Vertel ons wie hij werkelijk is.’ Lockwoods interviews, beschouwingen en honderden foto’s van de communistische transformatie die Cuba toen doormaakte, zijn nu opnieuw uitgebracht door Taschen onder de titel Castro’s Cuba: An American Journalist’s Inside Look at Cuba, 1959–1969. De uitgave bevat meer dan 200 foto’s die nooit eerder werden gepubliceerd.

lee-lockwood-Fidel Castro playing ping-pong at school in Santiago de Cuba (1964)

1964: Fidel Castro speelt tafeltennis in Santiago de Cuba

Vervoering en hoop
De kroniek begint met Lockwood’s eerste reportage op 31 december 1958, één dag voor communistische rebellen de door de VS gesteunde dictator Batista ten val brengen. ‘Niemand die toen in Cuba was, Cubaan of buitenlander en ongeacht zijn huidige opinie over Castro, zal ooit de geest van vervoering en hoop vergeten die toen het eiland doordesemde in die eerste dagen van de revolutie,’ schreef Lockwood. Nadat hij een week lang het eiland had verkend, raakte de fotojournalist in contact en bevriend met de succesvolle Castro. Van pro-Fidelmeetings op het Plein van de Revolutie in Havana tot een Castro die tafeltennis speelt in een school te Santiago of kampeert met soldaten in de bergen van de Sierra Maestra, vormen de foto’s van Lockwood een beeld van de inner circle van de leider zonder gehinderd te worden door de beperkingen die Amerikaanse journalisten gewoonlijk werden opgelegd.

lee-lockwood-fidel-castro-toespraak-1976-santiago-de-cuba

1967: toespraak Fidel Castro in Santiago de Cuba

Kennis
Het marathoninterview dat Castro in 1965 aan Lockwood beloofde ging bijna niet door. Castro kwam afspraken niet na en Lockwood moest drie maanden wachten voor hij eindelijk verscheen. Het wachten werd beloond; het zeer persoonlijke gesprek – dat zeven dagen lang doorging – behandelde de Cubaanse rakettencrisis, Marxisme, de relaties met de VS, censuur, prostitutie, de definitie van ‘dictatorschap’, Che Guevara’s verdwijnen en meer. Het boek werd in 1967 voor de eerste maal gepubliceerd onder de titel: Castro’s Cuba, Cuba’s Fidel: An American Journalist’s Inside Look at Today’s Cuba in Text and Picture. ‘Als hij werkelijk onze vijand is, en zo gevaarlijk als wordt gezegd, dan moeten we zoveel mogelijk van hem weten,’ zei Lockwood bij de presentatie van het boek.

lee-lockwood-fidel-Isle of Pines, 1965-met Celia Sánchez

Eiland van de Jeugd, 1965: Op dagen dat zij [Fidel’s kameraad, secretaris en strijdmakker Celia Sánchez] niet op missie was voor Fidel, zat ze op de veranda, met haar voeten gevouwen terwijl ze in een schetsboek tekeningen maakte voor een nieuw restaurant of een recreatiezone dat ze ontwierp, om in de omgeving van Varadero te bouwen.

Oppervlakkig
Hoewel de VS vorig jaar de diplomatieke relaties met Cuba herstelde en de Cubaanse dooi doorzet, blijft het economische embargo en zijn de opvattingen in de VS over ‘het verboden eiland’ zoals Lee het noemde, oppervlakkig. Hoewel Lockwood aan het eind van het boek duidelijk maakt geen pleitbezorger van het Castroregime te zijn, dat routineus mensenrechten en burgerrechten schendt, voegen zijn journalistieke arbeid en fotowerk iets toe aan het beeld van een leider die in de VS zo algemeen werd gedemoniseerd. Hij schreef: ‘Ik was verbaasd over de kloof die er bestond tussen wat er beweerd en geloofd werd over Cuba in de VS en wat ik in werkelijkheid zag……. Na drie weken reizen inclusief een achtdaagse trip met Castro dwars door het land, kon ik nauwelijks bewijs vinden voor het standaardbeeld over Cuba dat zo spookachtig werd beschreven in Amerikaanse dagbladen en magazines —over een kwijnende economie, een volk in lompen gehuld de hongerdood nabij, en een politiek bewind dat zijn populariteit had verloren en stand hield door onderdrukking en terreur. Ik vond dat ondanks de rantsoenering de mensen goed gekleed en gevoed waren, bijna iedereen had werk en geld en – ondanks alle uitspraken van ons Ministerie van Buitenlandse Zaken – kon Castro zich verheugen in steun en zelfs de genegenheid van een meerderheid van de Cubanen.

lee-lockwood-Boys hold the latest Beatles album, ‘The Beatles Vol. 3,’ in Vedado, Havana (1965)

Jongeren in de wijk Vedado met een LP van de Beatles

Romantiseren
Wie de foto’s van Fidel Castro uit die jaren buiten zijn context ziet, loopt het risico de communistische leider te romantiseren, vergelijkbaar met de posters van Che Guevara in de slaapkamers van Amerikaanse studenten. Maar met de teksten en foto’s van de veertien duizend mensen die in gevangenkampen of gevangenissen in 1964 waren opgesloten vanwege politiek misdaden – Lockwood was de eerste journalist, Cubaan of buitenlander, die de mogelijkheid kreeg gevangenissen te bezoeken – vormt de herdruk van zijn boek een breder beeld voor een jongere generatie van de geschiedenis van ‘dit verboden eiland’ voordat het zijn deuren heropent.

Bron
* Carey Dunne op de website Hyperallergic  met meer foto’s, 25 juli 2016
Link
* Herdenkingsartikel New York Times (Lee Lockwood Dies at 78; Captured Life Under Communism) bij de dood van Lee Lockwood,  7 augustus 2010.

cover-lee-lockwood-1968Noot
* Lee Lockwood. Castro’s Cuba: An American Journalist’s Inside Look at Cuba, 1959–1969, is uitgegeven bij Taschen. Brunaboeken bracht in 1968 het oorspronkelijke boek van Lee Lockwood in het Nederlands uit.

Cuba herdenkt 63ste verjaardag overval Moncada-kazerne

Vandaag herdenkt Cuba de 63ste verjaardag van de aanval op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba. Dit jaar vindt de nationale herdenking in Sancti Spíritus plaats waar om 15 uur Nederlandse tijd de meeting plaatsvindt. De aanwezigen zullen worden toegesproken door Cuba’s vice-president en tweede partijsecretaris José Ramón Machado, hoofdspreker op deze Día de la Rebeldía Nacional / Dag van de Nationale Rebellie.

logo-26-juli-sancti-spiritusDiverse buitenlandse delegaties o.a. uit Oostenrijk, Asociación de Amistad Austria-Cuba  Puerto Rico, de XXV Brigada puertorriqueña de Solidaridad con Cuba Juan Rius Rivera, een groep studenten uit de VS geleid door de activiste Gloria La Riva en vertegenwoordigers van een pro-Castrobeweging in de VS Pastores por la Paz.behoren tot de internationale gasten. Een Nederlandse delegatie ontbreekt.

moncada-soldaten

Moncadakazerne na de aanval, met soldaten en politie van het Batista-regime

Mislukte overval
Vandaag herdenken de Cubanen hoe Castro en zijn gewapende medestrijders  in juli 1953 plannen beraamden om in de eerste fase van hun actie twee kazernes te veroveren: de Moncada kazerne in Santiago de Cuba en de kazerne Carlos Manuel de Céspedes in Bayamo, iets verderop. Met de buitgemaakte wapens zou de plaatselijke bevolking bewapend worden en de revolutie via de radio afgekondigd worden. In een tweede fase zou het rebellenleger zich terugtrekken in de bergen en een guerrillaoorlog starten. De aanval vindt op 26 juli 1953 plaats, maar het plan mislukt door tegenslag en vooral door gebrek aan ervaring. De meeste rebellen worden brutaal afgeslacht, slechts enkele kunnen ontsnappen. Fidel, zijn broer Raúl en enkele anderen worden opgepakt en berecht. De communisten keuren de aanval af en zien het als een ‘putsch’.

Link
* Cubavisión Internacional zendt de bijeenkomst vandaag rechtstreeks uit vanaf half 3 Nederlandse tijd, half negen Cubaanse tijd. 

Andere Tijden: Cuba, het gedroomde eiland

Europese autoriteiten kregen de doodschrik. ‘Er stond in allerlei kranten dat wij tot stadsguerrilla zouden worden opgeleid. Dat was allemaal pure lulkoek,’ aldus Jaap van Ginneken die in 1968 naar Cuba reisde. Linkse studenten en intellectuelen komen in de jaren ’60 van over de hele wereld om de verworvenheden van de Cubaanse revolutie met eigen ogen te aanschouwen. Sommigen doen mee aan werkkampen, anderen laten zich rondrijden in bussen. De droom van een ‘vrolijke’ revolutie lijkt in dit tropische land werkelijkheid te worden. Het televisieprogramma Andere Tijden kijkt zaterdag aanstaande (21.20 uur op NPO2) terug op deze periode toen Cuba nog een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefende op Nederlandse progressievelingen.

cubagangers-gestradn-schiphol-1968

Gestrande Cubagangers Schiphol 1968 © Nationaal Archief

Westerse linkse intellectuelen zetten zich in de jaren ‘60 af tegen het koloniale verleden, onrecht in de Derde Wereld en vooral tegen Amerika dat dictators steunde en een vuile oorlog voerde in Vietnam. Geen wonder dat ze in de Cubaanse revolutie een inspiratiebron vinden. Heldhaftige revolutionairen onder leiding van Fidel Castro en Ché Guevara verslaan in 1959 het door Amerika gesteunde regime van dictator Fulgencio Batista. Castro brengt gelijkheid, start een succesvolle alfabetiseringscampagne en zorgt voor gratis gezondheidszorg. In tegenstelling tot het grauwe socialisme in het Oostblok, heeft dit socialistische experiment onder de tropenzon iets gezelligs en avontuurlijks. En daarmee voor velen een onweerstaanbare aantrekkingskracht.

mulischmaarikzatopcubaimagesBiefstuk
Schrijver Harry Mulisch, die eind 1967 naar Havana afreist en zich onomwonden solidair verklaart met de revolutie, is de bekendste Nederlandse Cubaganger. Twee jaar eerder gaat een groep linkse studenten uit Amsterdam hem voor. ‘Het sprak natuurlijk enorm tot de verbeelding dat een stelletje guerrilla’s, een handjevol mannen, daar een rechts dictatoriaal regime omver hadden geworpen en een socialistische droom waren begonnen’, aldus Bert Vuijsje, een van de initiatiefnemers van de reis van 1965. De buitenlanders worden goed ontvangen ondanks tekorten op allerlei gebieden, die volgens de Cubanen het gevolg zijn van de Amerikaanse blokkade. Vuijsje: ‘We kregen elke dag een enorme biefstuk, voor de gewone Cubaan was dat natuurlijk onbereikbaar. Na een dag of drie hadden we echt genoeg van die biefstukken. We voelden ons meer solidair met de gewone bevolking nadat we voor één keer een hamburger aten in plaats van zo’n enorme biefstuk.’

ambassade-medewerker-wever-1968.....

Jan Wever werkte destijds op de ambassade in Havana

Los van de realiteit
Van de ‘stadionprocessen’ en vluchtelingen weten ze minder. Ook niet van het Comité voor Verdediging van de Revolutie, dat onder meer mensen moet opsporen die het niet eens zijn met Castro en ook de buitenlandse reizigers waarschijnlijk goed in de gaten houdt. Toenmalig ambassademedewerker Jan Wever: ‘Een bekende Nederlandse schrijver heeft gezegd ‘als we in Nederland mensen ontvangen laat je ook de Deltawerken zien.’ Maar die hadden dan ook de vrijheid om te gaan en staan waar ze wilden. En dat was in Cuba niet het geval. Ik vond dat de Cubagangers van de realiteit waren losgezongen.’

stadionprocessen-1959

De openbare processen in het stadion van Havana (1959)

Meer informatie
* Cuba, het gedroomde eiland
Uitzending: zaterdag 23 april 2016, 21.20 uur, NPO 2; 
herhaling: zondag 24 april 2016, 14.25 uur, NPO 2.
Regie: Yaèl Koren
Research: Carolien Brugsma, Fieke Hamers

* Op de website van Andere Tijden zijn unieke historische Polygoonjournaals te zien over:
de Cubaanse vluchtelingen
de omstreden stadionprocessen
de Cubacrisis
de problemen op de suikerplantages.

Zevende partijcongres van de Cubaanse Communistische Partij begonnen

Het zevende partijcongres van de Cubaanse communistische partij is vandaag begonnen en duurt tot 19 april.

leus 7e partijcongres pcc

Programma
De eerste dag is er een voltallige vergadering waarop het activiteitenverslag wordt voorgesteld. Daarna wonen de afgevaardigden de commissievergaderingen bij (16 en 17 april). Op 18 april is er terug een voltallige zitting waarop de rapporten van de commissievergaderingen worden besproken. Daarna worden de kandidaten voor het Centraal Comité voorgesteld en besproken en wordt over hen gestemd. Op de slotdag wordt het nieuwe Centraal Comité voorgesteld, evenals de leden van het Polit Bureau en de eerste en de tweede secretaris.

Leus
De leus, die de inhoud van het congres wil weergeven, luidt: ‘De veranderingen in Cuba zijn er voor méér socialisme’ (zie foto).

Toespraak van tweeënhalf uur
Partijleider Raúl Castro heeft aan het begin van de partijdag van vandaag een lans gebroken voor de markteconomische hervormingskoers van de voorbije jaren. De omzetting van de nodige veranderingen gaat “langzaam maar ononderbroken” voort, zei hij. De partij- en staatsleider verwierp in het plenum ook achterhaald gedachtegoed. Er waren in de afgelopen jaren verkeerde “gevoelens van nostalgie” naar tijden waarin Cuba door de vroegere Sovjetunie en het socialistische Oostblok werd gesteund. De “verouderde mentaliteit” is de grootste hindernis voor de hervormingen, zei Castro. Tegelijkertijd sloot hij marktvriendelijke “schoktherapieën” voor de Cubaanse volkseconomie uit. “Neoliberale recepten zullen in het Cubaans socialisme nooit toegepast worden”, garandeerde hij.

Geleidelijke verjonging
In zijn ruim tweeënhalf uur durende toespraak pleitte de 84-jarige Castro verder voor een plan om de al op jaren gekomen communistische nomenclatura geleidelijk aan te verjongen. De generatiewissel zal binnen de komende vijf jaar plaatsvinden. Castro kaartte in dat verband onder andere een bovengrens van 60 jaar aan wat betreft de leeftijd voor nieuwe leden in het centraal comité van de partij. Hijzelf heeft al eerder aangekondigd na afloop van zijn tweede ambtstermijn in februari 2018 de macht te willen overdragen.

Bronnen: Cubadebate en Belga

Opnieuw lid ‘historische generatie’ overleden

Op 88-jarige leeftijd is vrijdag in Havana Pedro Miret Prieto aan een hartstilstand overleden. Miret behoort tot de zogeheten ‘generación histórica’ of historische generatie van mannen die nog daadwerkelijk deelgenomen hebben aan de gewapende strijd eind jaren vijftig tegen dictator Batista.

Pedro-Miret-Prieto

Pedro Miret Prieto

Miret, van beroep ingenieur, werd in 1927 in Santiago de Cuba geboren en maakte deel uit van de groep Cubanen die in 1953 de mislukte aanval op de Moncada-kazerne aldaar uitvoerden. Hij werd gearresteerd en zat gevangen op het Eiland van de Jeugd. Hij kon echter profiteren van de amnestie die dictator Batista in 1955 aan hem, Fidel Castro en Raúl Castro verleende, op voorwaarde dat zij Cuba zouden verlaten. In Mexico was hij betrokken bij de voorbereidingen van de expeditie met het jacht Granma, maar hij kon in november 1956 niet deelnemen aan de overtocht van Mexico naar Cuba omdat hij door de Mexicaanse autoriteiten gevangen was gezet.

granma-jacht-museum

Het jacht Granma is nu te bezichtigen in het Museum van de Revolutie in Havana

Vertrouweling Fidel en Raúl
Miret was een vertrouweling van Fidel en Raúl Castro en werd in 1959 bij de oprichting van het Revolutionaire Leger / Fuerzas Armadas Revolucionarias (FAR) de tweede man in dit leger. Hij zou ook nog Minister van Landbouw en later van Mijnbouw worden. Hij werd tijdens het eerste congres van de Cubaanse Communistische Partij in 1975 benoemd tot secretaris van het Centraal Comité en werd in 1983 lid van het Politbureau tot 1991. In 2009 legde hij zijn functies als vicevoorzitter van de Staatsraad en de Raad van Ministers, die hij sinds 1976 had bekleed, neer. Er deden in 2009 geruchten de ronde over zijn gezondheidsproblemen. Bovendien zou hij uit de gratie zijn gevallen bij Raúl Castro. Miret die beschouwd werd als een vertegenwoordiger van de zeer harde lijn, was nog een van de weinige in leven zijnde leden van de generación historica.

Bronnen
* Diario de Cuba en Cubadebate

Wie herinnert zich nog de buurtbioscopen?

De bioscoop kwam naar Cuba op 15 januari 1897, na de aankomst in Havana van de Fransman Gabriel Veyre, vertegenwoordiger van de gebroeders Lumière. Het is bekend dat een paar maanden eerder de bewoners van Havana en de Spanjaarden al konden genieten van de Kinetoscope (de voorloper van de filmprojector) ontwikkeld door fotograaf en ingenieur Dickson die toen samenwerkte met de uitvinder Thomas Alva Edison. Onafhankelijk journalist Léon Padrón Azcuy beschreef op de website Cubanet de teloorgang van de buurtbioscoop.

Cine-Maravillas

De bioscoop Maravillas nu

Gabriel Veyre huurde een pand in de Paseo del Prado, naast het Teatro Tacón, waar hij zijn donkere kamer inrichtte, die hij Cinematograph Lumière noemde, met een capaciteit van ongeveer tachtig zitplaatsen. De toegang was ‘50 centavos voor volwassenen en twintig voor kinderen en militairen zonder rang.’ Ook werden op 7 februari 1897 de beelden van een operatie van de brandweer van Havana opgenomen. Deze film, getiteld Brandoefening, duurde een minuut en wordt beschouwd als ‘de eerste film van de Cubaanse cinema’. De maand daarna, op 16 maart, was er een echte brand in de zaal, waarna hij niet meer gebruikt kon worden. Tegen die tijd had de Fransman in ons land al ongeveer twintigduizend peso’s verdiend.

payret

De bioscoop Payret nu, voorheen ook een theaterzaal en nog steeds in gebruik

Voordat theater Payret ook als bioscoop gebruikt zou worden in de eerste jaren van de twintigste eeuw, werd met het ontstaan van de Republiek Cuba (1902) in de buurt Cerro de eerste filmzaal gebouwd, en niet als theater dat ook kon dienen om films te vertonen. De zaal was gelegen aan de Calzada del Cerro, op de hoek met Palatino. De naam was Florodora, later omgedoopt tot Alaska. Verderop in dezelfde richting zou Maravillas verrijzen, dat in gebruik bleef tot de jaren ’90.

Zeven bioscopen in één wijk
CubaNet sprak met enkele bewoners van dit gebied en liep door de stad om de huidige staat van de zeven bioscopen te onderzoeken. ‘De bioscoop Maravillas, zegt Sierra, een bejaarde van 82 jaar, was eigendom van Valentín Díaz, Spanjaard en ook eigenaar van de bioscoop Valentino, gelegen op Esquina de Tejas, en gesloopt in 1960. Ik herinner me dat er soms op zondag in Maravillas theatervoorstellingen gegeven werden; Olga en Tony, Tintán en Tongolele (Yolanda Montes), actrice en exotische danseres, alom bekend als rumba-danseres, traden hier op’. Ook Catalina, 88 jaar geleden geboren in Cerro verzekert ons: ‘Deze wijk was een van de meest geïndustrialiseerde van Cuba tot 1959’. Toen deze verslaggever haar eraan herinnerde dat Cerro zeven bioscopen telde, antwoordde ze snel: ‘Wie herinnert zich de buurtbioscopen? Deze mensen hebben alles kapot gemaakt. Ik nam mijn tweeling altijd mee naar de matinee op zondag, om poppenkast te kijken in El Valentino, dat door deze regering is afgebroken. Maar mijn favoriet was de City Hall, want dat had airconditioning, en comfortabele, rode fluwelen zitplaatsen, en er werd niet zo geschreeuwd als in de andere bioscopen.’ Het genoemde City Hall is gelegen aan de Calzada de Ayestarán, maar het is nu een bioscoop waar ze videofilms en 35 mm films vertonen. Het heeft ook een videotheek waar je dvd’s en vcd’s kunt huren, en ze presenteren werken van de Compañía de Teatro Caribeño de Cuba.

Cine-Edison

De vroegere bioscoop Maravillas nu

Meer buurtbioscopen
Wat betreft de rest van de bioscopen: Mexico in Calle Salvador, op de hoek van San Anselmo, is de thuisbasis van een kindertheatergroep. Het Edison, gelegen aan Calzada del Cerro #1951 op de hoek van Zaragoza, is van de theatergroep Cimarro, maar omdat het gebouw op instorten, kan er niet in gewerkt worden. El Principal aan de Calzada del Cerro, op de hoek van La Rosa, werd meer dan 25 jaar gelden gesloten. Aan de voorkant, waar vroeger de ingang was, woont een gezin, en daarnaast, in wat het cafetaria was, staat een huis bewoond door een slotenmaker. Het dak van de bioscoop is verdwenen, en de ruimte waar de stoelen en het scherm stonden, is veranderd in een patio, die functioneert als timmer- en autoreparatie werkplaats. El Coloso bevond zich in Las Cañas, en werd een discotheek, maar de buren klaagden over de problemen die in de omgeving ontstonden, en deze werd gesloten. Na verloop van tijd stortte het in en de mensen namen de stenen en alles wat bruikbaar was mee. Vervolgens gaven ze het terrein aan vier ambtenaren van het ministerie van Landbouw, die er hun huizen op zetten. Tenslotte Maravillas is opgeheven.

Cine-Principal-en-Calzada-del-Cerro-esquina-a-La-Rosa

De voormalige bioscoop Calzada de Cerro

Nieuwe technologieën
Het fenomeen lijkt op de wereldwijde trend waarbij bioscopen verdwijnen als gevolg van nieuwe technologieën die het voor velen aantrekkelijker maken thuis te kijken. In Cuba, zelfs als ze het circuit van bioscopen dat op een bepaald moment bestond, zouden willen herstellen, dan zou het moeten concurreren met het wekelijkse El Paquete en alle andere audiovisuele mogelijkheden. Juan Carlos, kenner van de film, zegt dat de filmcritici in de Cubaanse filmwereld zich alleen bezig houden met de 80 films die geproduceerd zijn vóór 1959 en aan de Cubaanse films Lucia, Memorias del subdesarrollo, documentaires van Santiago Alvarez of andere materialen, maar zich nooit uitspreken over de algemene verslechtering van de meeste bioscopen in het land.

Bron
* Léon Padrón Azcuy (1958) is een Cubaanse liberaal die ook werkzaam is als onafhankelijk journalist. Hij publiceerde deze tekst op 19 december 2015 op Cubanet