Honderdduizenden mensen brengen laatste groet aan Fidel Castro

In de Cubaanse stad Santiago de Cuba zijn zaterdagavond honderdduizenden mensen samengekomen om een laatste groet te brengen aan de voormalige leider Fidel Castro, die op 25 november overleed op 90-jarige leeftijd. Ook linkse leiders van over de hele wereld waren aanwezig op de publieke ceremonie op de Plaza Antonio Maceo, die werd geleid door de huidige Cubaanse president, Fidels broer Raúl. Die beloofde na de dood van Fidel ‘het land en het socialisme te blijven verdedigen’.

dood-fidel-verering-vrouw03122016De aanhangers van Castro hadden foto’s bij zich van de Cubaanse revolutionaire leider en zwaaiden met vlaggen. Ze riepen slogans als ‘Raúl, vriend, het land is met jou’, ‘Ik ben Fidel’ en ‘Fidel gaat niet weg’. (…) ‘Voor de resten van Fidel, in de heroïsche stad Santiago de Cuba, zweren we om het land en het socialisme te verdedigen’, zei Raúl Castro zaterdag. ‘Ondanks onze pijn deze dagen zijn we trots dat de kinderen van Cuba de ideeën van Fidel kunnen volgen. Hij heeft ons getoond dat we met onze vastberadenheid om in Cuba het socialisme uit te bouwen, elke hindernis kunnen overwinnen.’

dood-fidel-foto-fidel-santagop03122016Geen eerbetoon
Castro verklaarde ook dat er geen monumenten of locaties naar Fidel genoemd zullen worden, zoals hij dat gevraagd heeft. ‘Fidel heeft altijd gezegd dat na zijn dood zijn naam en gezicht nooit gebruikt mogen worden om instellingen, pleinen, parken, straten of andere publieke pekken te benoemen, en dat er geen herdenkingsmonumenten, standbeelden of gelijkaardige vormen van eerbetoon zullen worden opgetrokken’, aldus Raúl. ‘In overeenstemming met de beslissing van kameraad Fidel, zullen we bij het parlement de nodige voorstellen indienen om zijn wil te respecteren.’

SANTIAGO DE CUBA-ACTO POLÍTICO EN HOMENAJE PÓSTUMO AL LÍDER HISTÓRICO DE LA REVOLUCIÓN

Raúl Castro gisteren tijdens het zingen van het volkslied. Rechts van hem Maduro, president van Venezuela en links de ex-presidenten van Brazilië, Lula en Rouseff. Uiterst links president Morales van Bolivia.

Gasten
Zaterdag waren ook verschillende wereldleiders aanwezig, waaronder de presidenten Nicolas Maduro (Venezuela), Evo Morales (Bolivia) en Daniel Ortega (Nicaragua). Ook de voormalige presidenten van Brazilië Dilma Rousseff en Luiz Inancio Lula da Silva waren in Santiago, net als de Argentijnse voetballer Diego Maradona, een oude vriend van Fidel. Daarnaast waren ook de Franse minister van Milieu Segolène Royal en de president van Congo-Brazzaville Denis Sassou Nguesso aanwezig. Dinsdag vond al een herdenking plaats voor staatsleiders en diplomaten, waar een vijftigtal buitenlandse delegaties aanwezig waren.
De as van Fidel zullen zondagochtend bijgezet worden op het kerkhof Santa Ifigenia tijdens een begrafenisplechtigheid in private kring.

Bron
* Het Nieuwsblad, 3 december 2016

El Comandante en Jefe, Fidel Castro: 1984 – 1989 (deel 4 en slot)

Arnaldo Ochoa (staande achter Fidel Castro) begeleidde Fidel Castro in 1972 op zijn bezoek aan president Allende van Chili. Ochoa was in die periode belast met de veiligheid van Allende.

In december 1984 wordt een verdrag gesloten tussen de regering van president Reagan en de Cubaanse regering over de legale binnenkomst van Cubanen in de VS. Op 20 mei wordt de Noord-Amerikaanse propagandazender Martí in gebruik genomen, die het gebrek aan informatie bij Cubanen moet opheffen. Het regime noemt Radio Martí een ‘aantasting van de soevereiniteit van Cuba’ ondanks het feit dat Radio Habana Cuba al sinds begin jaren zestig in tientallen talen via de korte golf vergelijkbare propagandistische radioprogramma’s uitzendt.

Deserties
De luchtmachtgeneraal Rafael del Pino, een van de hoogste functionarissen in de Cubaanse luchtmacht, deserteert in 1987 naar de VS. Eerder dit jaar waren enkele hoge functionarissen uit de Cubaanse geheime dienst naar de VS overgelopen. In juni 1989 worden 14 hoge militairen uit het leger en de geheime dienst veroordeeld vanwege handel in drugs, corruptie en andere misdrijven. Onder hen is Arnaldo Ochoa, Held van de Republiek Cuba en eerder opperbevelhebber van het Oostelijk Leger in Cuba en kolonel Tony de la Guardia, beter bekend als de Cubaanse James Bond. De twee krijgen de doodstraf en worden geëxecuteerd samen met kapitein Jorge Martínez en kapitein Amado Padrón. De tweelingbroer van Tony de la Guardia wordt tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld; hij wordt in 1996 bij de dood van zijn 96-jarige vader, vrijgelaten. Ochoa studeerde in de Sovjet Unie, stond sympathiek tegenover de politiek van glasnost en sprak hierover in de jaren 80 met Gorbachov toen deze Cuba bezocht. Hij was onder meer vanwege zijn militaire expedities in Afrika een populaire militaire leider.

gorbachow-autiritfidel-havana-03041989

Rijtoer Gorbachov door Havana op 3 april 1989

Val communisme
Eind 1989 wordt Cuba geconfronteerd met de Amerikaanse invasie in Panama waarbij bondgenoot Noriega wordt afgezet, de executie van een andere bondgenoot president Ceaușescu van Roemenië en de val van de Muur plus de ineenstorting van het communistische Oost-Europa of ‘het reëel bestaande socialisme.’ Fidel erkent dat hij de val van het communisme beleeft als de totale zonsondergang op de aardbol.

El Comandante en Jefe, Fidel Castro: 1959 – 1968 (deel 3)

Fidel Castro in Cienfuegos op 7 november 1959

De Verenigde Staten erkennen het nieuwe regime snel, maar niet lang daarna ontstaat er wrijving tussen Amerika en Castro, onder meer omdat het regime Cubaanse bezittingen van Amerikaanse bedrijven onteigent en olie koopt van de Sovjet Unie. Daarop volgt de mislukte landing van door de CIA gesponsorde Cubaanse ballingen bij de Varkensbaai op 17 april 1961. De stationering van Russische nucleaire raketten leidde in oktober 1962 tot de Cuba crisis die uiteindelijk goed afliep. De VS deden toen de belofte geen nieuwe invasiepogingen in Cuba uit te voeren, maar in de jaren daarna ondersteunde de CIA niettemin meerdere plannen om Castro te liquideren.  Castro verstevigde zijn greep op Cuba onder meer door bedrijven te nationaliseren, bezittingen van buitenlanders te confisqueren en wetten uit te vaardigen die de arbeiders steunden. Vele Cubanen ontvluchtten hun land, onder meer naar Miami.

Hubert Matos wordt na zijn aanhouding door Camilo Cienfuegos weggevoerd. Hij wordt tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Camilo Cienfuegos komt kort daarna om bij een geheimzinnig vliegtuigongeluk.

1959 
Op 31 december vertrekt Fulgencio Batista uit Cuba; hij heeft het land sinds 10 maart 1952 geleid toen hij via een staatsgreep aan de macht kwam. Het Cubaanse leger telt op dat moment 40.000 man; de rebellen beschikken over zo’n 4.000 gewapende manschappen. Volgens de nieuwe machthebbers zou Batista verantwoordelijk zijn voor 20.000 doden, maar volgens het Cubaanse weekblad Bohemia ( 11 januari 1959) zou het om 897 doden gaan. Een militaire tegenstander van Batista, Ramon Barquin, telt 2.495 dodelijke slachtoffers waarbij 968 aan de zijde van de Batistadictatuur en 1527 aan de zijde van de revolutionairen. Op 8 januari komt de commandant van het rebellenleger, Fidel Castro in Havana aan. In mei wordt de landhervormingswet afgekondigd en ontstaan de eerste spanningen met de VS. Op 20 oktober protesteert de rebellencommandant Hubert Matos, tegen de infiltratie van communisten in de nieuwe regering. Een week later wordt hij door zijn persoonlijke vriend Camilo Cienfuegos gearresteerd. Matos wordt tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld en Camilo, die kon rekenen op veel sympathie onder de bevolking, komt bij een geheimzinnig vliegtuigongeluk om het leven. Nooit zijn de resten van zijn vliegtuig of van hemzelf gevonden.

De Russische vice-premier Mikojan tijdens een bijeenkomst in Havana met feesthoed

1960
Vice-president Anastasia Mikojan van de Sovjet Unie bezoekt Cuba en tekent het eerste akkoord tussen Moskou en Havana. In mei worden de betrekkingen tussen beide landen hersteld. Tussen juni en oktober nationaliseert Castro twee belangrijke oliemaatschappijen van de VS in Cuba omdat deze weigeren olie die afkomstig is uit de Sovjet Unie te raffineren. In oktober zijn bijna alle Amerikaanse ondernemingen en alle grote Cubaanse ondernemingen onteigend. Ook heeft de regering alle media inclusief alle televisiekanalen in bezit genomen. Op 6 juli staakt de Amerikaanse president Eisenhower alle suikeraankopen uit Cuba; de Cubanen ontvingen tot dan toe een vaste prijs die boven de wereldmarktprijs lag. In oktober stoppen de Amerikanen met de export van goederen (behalve voedsel en medicijnen) naar de VS.

1961
Op 3 januari sluit de grote ambassade van de VS in Cuba haar deuren; Zwitserland neem de taken over. Half 1961 begint de grote alfabetiseringscampagne in Cuba. Hoewel de Cubaanse autoriteiten spreken van 40% analfabetisme, spreken cijfers van de VN en andere internationale organisaties over een percentage dat in 1958 niet hoger dan 18% was. De particuliere scholen en de katholieke scholen worden gesloten. Op 16 april kondigt Castro het socialistisch karakter van Cuba af. Men schat dat op dat moment 100.00 opposanten gevangen zitten in stadions, theaters en scholen. Onder hen bijna de gehele leiding van de katholieke kerk; kardinaal Arteaga vlucht naar de Argentijnse ambassade. Op 17 april voert een groep van 1.297 Cubaanse ballingen (Brigada de Asalto 2506), gesteund door de CIA, een inval uit in de Varkensbaai. Zonder de beloofde steun van de Amerikaanse luchtmacht, die was toegezegd, loopt de aanval uit op een nederlaag. Tussen 1961 en 1965 vindt in Cuba een gewapende burgeroorlog plaats waar 10.000 Cubanen uit verschillende delen van Cuba aan deelnemen. Vooral in de Sierra de Escambary is het verzet tegen de communistische machthebbers sterk; hele dorpen worden door de regering gedeporteerd naar de provincie Pinar del Rio. Deze periode is ook de periode waarin veel politieke tegenstanders worden gedood zoals de Historische Commandanten Humberto Sori Marin en William Morgan, de enige Amerikaan die in de rijen van de rebellen meevocht. De langst zittende politieke gevangene ter wereld, zat in een Cubaanse gevangenis, namelijk Mario Chanes de Armas en wel 30 jaar. Amnesty International schat het aantal politieke gevangenen in de jaren zeventig op 20.000.

De Cubaanse ambassadeur bij de OAS, Raúl Roa Garcia op 18 maart 1959

1962 – 1963
Op 22 januari wordt Cuba uit de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) gestoten. Op 19 maart wordt de rantsoeneringskaart voor primaire producten ingevoerd. In oktober ontdekken de VS dat raketten met atoomkoppen in het westen van Cuba zijn geplaatst. President Kennedy roept een marineblokkade uit. Moskou accepteert terugtrekking van de raketten – tot woede van Fidel Castro die een nucleaire preventieve aanval op de VS wenste – en de VS beloven geen militaire invasie uit te voeren in Cuba en hun raketten in Turkije terug te trekken. Paus Johannes XXIII excommuniceert Castro op 3 januari 1962, in de ijdele hoop om zo de katholieke Cubanen tegen hem op te zetten. Castro zelf had het katholicisme al eerder afgezworen.

Beeld uit de documentaire Conducta Impropia

1964 – 1968
In Cuba worden werkkampen (Unidades Militares de Ayuda a la Produccion (UMAP) ingericht voor ‘apathische’ jongeren, kunstenaars, priesters, dominees en homoseksuelen. In 1968 worden de UMAPS gesloten. Begin jaren tachtig maken Nestor Almendros en Orlando Jimenez de film Conducta Impropia / Ongewenst Gedrag*. In maart 1968 kondigt Fidel Castro het Revolutionair Offensief af waarbij alle kleine bedrijven en winkels, tot de hotdogverkopers toe, worden genationaliseerd. Vanaf dat moment is de staat de enige werkgever in het land.

Linken
* Op YouTube is de film Conducta Impropia in drie delen te zien:
Deel 1
Deel 2
Deel 3

Fidel Castro: 1945 – 1959 (deel 2)

In oktober 1941 deed Fidel toelatingsexamen voor de Literaire Academie Avellaneda, de afdeling Retorica voor welsprekendheid aan het Belén College. Hij krijgt 50 dollar per maand van zijn ouders om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij had toen al sprekerskwaliteiten hoewel enige schuchterheid bijvoorbeeld tegenover vrouwen, bleef bestaan. Tweemaal zou hij voor het examen zakken omdat hij geen tien-minutenspeech uit het hoofd kon houden.

Fidel Castro in 1959 in New York omringd door vrouwelijke bewonderaars. Castro zei in 1997 in een interview met Juventud Rebelde dat hij weliswaar verlegen was als het om relaties met vrouwen ging maar dat hij 'een eeuwige verliefdheid had voor de vrouwelijke sekse.' Citaat: 'En hoewel ik vrij makkelijk verliefd word, doe ik het nu meer op platonische wijze.'

Fidel Castro in 1959 in New York omringd door vrouwelijke bewonderaars. Castro zei in 1997 in een interview met Juventud Rebelde dat hij weliswaar verlegen was als het om relaties met vrouwen ging, maar dat hij ‘een eeuwige verliefdheid had voor de vrouwelijke sekse.’ Citaat: ‘En hoewel ik vrij makkelijk verliefd word, doe ik het nu meer op platonische wijze.’

Pas in oktober 1945 komt Fidel in de politiek terecht aan de Universiteit van Havana waar hij rechten en boekhouden studeert. Batista had zich teruggetrokken in Florida en het regime van zijn opvolger Grau werd steeds rechtser. Op de universiteit bestrijden rivaliserende gangsterbanden elkaar met wapens. Ook Fidel Castro had altijd een wapen bij zich. De universiteit was autonoom en politie, noch militairen mochten de campus betreden. Schietpartijen en gewelddadige confrontaties zijn er aan de orde van de dag. Fidel organiseerde er zijn eerste politieke actie namelijk tegen de prijsverhoging van de busritten. Castro was op de universiteit duidelijk aanwezig, maar zou de kat uit de boom kijken. Hij werd van geen enkele beweging lid. Hij werkte aan zijn persoonlijke status en reputatie. Hij valt daarbij op door zijn elegante kleding zoals de wollen trui en de das. Nooit droeg hij de bekende Cubaanse guayabera of sportshirt met korte mouwen. Hij was een aantrekkelijke verschijning, had een Grieks profiel, bruine ogen en was een krachtige atletische verschijning.

‘Eer en glorie’
Fidel mengt zich al snel in de discussies tussen de verschillende studentengroepen aan de Universiteit en is vaak te vinden in de oesterbar, vier straten verwijderd van de universiteit. Alfredo Esquivel vertelt dat Fidel met nog twee andere vrienden, spraken over wat ze willen bereiken. Alfredo wil een goed leven met mooie vrouwen, een tweede vriend wil schrijver worden, maar Fidel wil ‘eer en glorie’. Hij leidt zijn eerste actie tegen de verhoging van de bustarieven door president Ramón Grau en leidt een demonstratie naar diens paleis. De demonstranten worden uiteen geslagen en Fidel raakt licht gewond; hij zorgde er persoonlijk voor dat het incident de voorpagina van de kranten haalde. Drie dagen later worden hij en enkele mede-studenten ontvangen voor een gesprek met president Grau.

Rafael-TrujilloGewapende actie tegen Trujillo-dictatuur
In 1947 ontving Fidel op het eilandje in Cayo Confites zijn eerste militaire training. Ongeveer 12.000 studenten bereidden zich daar voor op een invasie in de Dominicaanse Republiek waar sinds 1930 dictator Rafael Trujillo aan de macht was. Maar de actie werd verraden en de leiders van de operatie bliezen de actie af. Fidel en anderen waren echter al onderweg. Uiteindelijk sprong Fidel van boord en zwom 8 tot 9 mijlen naar de kust van Cuba en bereikte zo zijn ouderlijk huis.

Foto van het huwelijk van Fidel Castro met Mirta Diaz Balart

Foto van het huwelijk in 1948 van Fidel Castro met Mirta Diaz Balart

Huwelijk
In 1948 trouwt Fidel Castro met een vrouw uit een van de rijkste families van Cuba: Mirta Diaz Balart. Een jaar later op 1 september wordt hun zoon Fidelito geboren. Toen Fidel Castro gevangen zat na de inval in de Moncada-kazerne kreeg hij te horen dat zijn vrouw Mirta, die altijd voorzag in haar eigen middelen van bestaan en die van Fidel, op de loonlijst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken stond. Castro dacht dat het een leugen was en schreef aan een vriend dat zoiets alleen kon ontstaan in het brein van zo’n ‘vieze verwijfde minister, die het toppunt is van seksuele degeneratie.’ De minister was homoseksueel. Toen het bericht waar bleek, scheidde het paar. Mirta woont in Madrid en heeft volgens ingewijden nog regelmatig contact met haar zoon in Havana, die zij ook kan bezoeken. In ruil zwijgt Mirta al jaren over haar vroegere huwelijk met Fidel. In 1952 leerde hij Natalia Revuelta ‘Naty’ kennen op wie hij verliefd werd.

Eduardo Chibas, politiek leider van de Orthodoxos achter de microfoon tijdens een van zijn populaire radiopraatjes. Op deze plek zou hij zich in 1951 live een kogel door het hoofd schieten. Achter hem staat in pak en met stropdas een jonge Fidel Castro

Orthodoxo
In 1952 stelde Fidel zich kandidaat voor de parlementsverkiezingen voor de populaire Partido Orthodoxo. Hij was persoonlijk assistent van senator Eduardo Chibas, een politicus die vanwege zijn integriteit – vrij zeldzaam in de Cubaanse politiek – veel vertrouwen had. Chibas pleegde zelfmoord tijdens zijn veelbeluisterde radiopraatje. Fidel stelde zich kandidaat voor de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden die in 1952 zouden plaatsvinden. Maar op 10 maart greep generaal Batista (ook presidentskandidaat) de macht en president Carlos Prio Socarras ontvluchtte het land. Castro verklaarde later dat Batista’s staatsgreep hem goed uitkwam want een parlementaire democratie was hem te compromisgericht en zou hem veel te weinig ruimte hebben geboden.

De Moncadakazerne in Santiago de Cuba

Moncada
Castro bereidde vervolgens een gewapende actie voor in Santiago. Op 26 juli 1953 ondernemen 162 mannen – niemand van hen had ooit gewapenderhand gevochten –  een aanval op de Moncadakazerne in Santiago met de bedoeling wapens buit te maken, de guerrilla te beginnen en leiding te geven aan een volksopstand. De aanval is militair een mislukking en kenmerkt zich vooral door amateurisme. Twee auto’s met Fidel’s strijdmakkers kunnen de weg niet vinden in de stad die voor hen vreemd was, anderen namen de verkeerde ingang van de kazerne en liepen zo in de armen van Batista’s soldaten. Batista wil geen overlevenden wat leidde tot veel slachtoffers onder de Fidelista’s; 69 rebellen werden vaak na zware martelingen in gevangenissen gedood.

De foto’s die de politie maakte bij de aanhouding van Fidel wegens de militaire operatie in Santiago de Cuba

Fidel gespaard
Fidel Castro zelf ontkwam door de bergen in te vluchten. Hij dankt zijn leven aan de goede relaties met de al eerder genoemde bisschop Serrantes van Santiago en de banden die zijn vrouw Mirta Diaz Balart had met Batista-kringen. Na zijn ontsnapping was een aanhoudingsbevel uitgevaardigd tegen Fidel. De jacht werd op hem geopend en een hoge officier van de politie van dictator Batista bazuinde rond dat hij Fidel ‘dood of levend’ te pakken zou krijgen. Op aandrang van de familie Castro en de familie van Mirta kon dit worden voorkomen.

Pleitrede van Fidel: De geschiedenis zal mij vrij spreken

Rechtbank
Hij verschijnt voor de rechter, sprak de historische woorden De geschiedenis zal mij vrijspreken en hoort op 16 oktober 1953 een gevangenisstraf van 15 jaar tegen zich uit spreken die hij op het eiland Isla de Pinos door moet brengen. In 1955 krijgt hij ‘vanwege Moederdag’ gratie van president Batista, reist twee maanden later naar Mexico waar hij zich samen met zijn broer Raúl, Che Guevara en Camilo Cienfuegos voorbereidt op de gewapende strijd van de 26ste Juli Beweging. Op 2 december 1956 landt de groep strijders met het schip de Granma bij Colarada aan de noordkust van de provincie Oriente. Slechts 12 van de 80 strijders overleven de eerste gewapende actie op 2 december 1956 in Oriente, onder wie Fidel, zijn broer Raúl, Che en  Camilo Cienfuegos. Ze trekken zich terug in de bergen van de Sierra Maestra, van waaruit ze een guerrilla-oorlog beginnen tegen het bewind.

herbert-matthews-with-castro-1957

Fidel in gesprek met Matthews in 1957

Fidel en de public relations
De beweging krijgt slechts langzaam steun onder de bevolking, maar bereidt zich uit tot ongeveer 800 man. Fidel bewijst zijn genialiteit op het gebied van de propaganda en nodigt een journalist van de New York Times uit om het strijdtoneel te bezoeken en hem en anderen te interviewen. Herbert Matthews slikt Fidel’s pr-aanpak en terwijl het interview met Fidel plaatsvindt, laar Raúl de mannen steeds in andere formaties voorbij marcheren en wekt daardoor de indruk dat er tientallen mannen in het kamp aanwezig zijn. In werkelijkheid beschikt Fidel op dat moment slechts over 18 guerrillero’s, maar de drie artikelen die Matthews in zijn krant publiceert, gaan de hele wereld over. Fidel is dan ook binnen Cuba in een klap een bekende rebellenleider want Batista is weliswaar een dictator, maar de vrije pers is slechts zelden doelwit van zijn acties. Later dringt een Amerikaanse televisieploeg via de basis Guantanamó het land binnen en Fidel laat zich interviewen op de hoogste berg van de Sierra Maestra, de Pico Turquino waar ook een standbeeld van de historische Cubaan Jose Martí staat.

Fauré Chomon, Fidel en Rolando Cubelas, januari 1959

Tegenstellingen
Fidel gebruikt elke centimeter veroverde grond voor propaganda van de zaak. Hij is in de bergen afgesloten voor de oppositie in de steden en vreest dat de oppositie de M-26-7 een eigen leven gaat leiden. Volgens Fidel moeten zij zorgen voor steun aan de strijders in de Sierra en daarmee aan hem, Fidel. Voor Fidel is macht niet iets dat je met iemand deelt. Slechts weinigen durven hem te bekritiseren. Een van hen is Fauré Chomon, de leider van de Revolutionaire Raad, die schrijft: ‘Geen enkele organisatie kan en mag het recht opeisen om de Cubaanse revolutie te vertegenwoordigen, zoals dr. Fidel Castro op extreme manier heeft gedaan.’ Eind jaren vijftig is de omvang van de bevrijdingsbeweging aanzienlijk en ook de oprichting van de radiozender Radio Rebelde versterkt Fidel’s aanspraken op het leiderschap. Ondertussen krijgt hij niet alleen maar steun van leiders uit de oppositie, maar ook Cubaanse ondernemers steunen de rebellen en betalen een ‘revolutiebelasting’. Hiermee worden de wapens gekocht die via Miami naar Cuba worden overgebracht.

Fidel Castro wordt op 16 februari 1959 tot president benoemd. Hier staat hij naast zijn voorganger Manuel Urrutia (met bril), die nog geen twee maanden deze functie had uitgeoefend

Finale van de strijd
In de steden gaat de terreur van Batista door; politieke tegenstanders worden opgepakt, gefolterd en vermoord. Batista verordent dat elke arts die een gewonde rebel verzorgt, met de dood wordt bestraft. Steeds meer soldaten van Batista geven zich vaak massaal over of deserteren. In de laatste dagen van december slaan Che en Camilo Cienfuegos een beslissende slag in de buurt van de stad Santa Clara. Op 1 januari 1959 kondigt Batista tijdens het nieuwjaarsfeest op het presidentiële paleis in Havana tegenover zijn verraste gasten zijn aftreden af. Hij vlucht met medeneming van zijn gezin en koffers vol geld naar de Dominicaanse Republiek. Op 2 januari trekt Fidel Santiago de Cuba binnen en trekt dan in een vijf dagen durende triomftocht van Santiago in het zuiden van Cuba naar de hoofdstad Cuba. De dictatuur is verdwenen en de revolutie van Fidel begint. Op 16 februari wordt hij premier en pas op 3 september 1976 zal hij ook president van Cuba worden.

In de eerste jaren van de revolutie ‘woont’ Fidel op de hoogste etage van hotel Habana Libre. Hier is hij met zijn zoon Fidel Angel ‘Fidelito’ (1949),  het enige kind geboren uit het huwelijk met Mirta Balart

Bronnen
* Cuba or the pursuit of Freedom. Hugh Thomas
* Fidel A critical Portrait.  Tad Szulc. Uitg. William Morrow and Company 1986
* Contacto, Tijdschrift en website
* Socialisme, of de dood. Joke van Kampen. De Groene, 17 februari 1993
* Fidel Castro. Robert E. Quirk. W.W. Norton & Company
* Family Portrait with Fidel. Carlos Franqui. Uitg. Seix Barral 1980
* Fidel Castro, biografia a dos voces. Ignacio Ramonet. Random House Mondadori 2006
* Fidel Castro, een biografie. Jose de Villa & Jurgen Neubauer. Fontaine Uitgevers 2006

Video
* Video (8 minuten) over Fidel Castro’s loopbaan

Fidel Castro: 1926 – 1944 (deel 1)

Fidel Alejandro Castro Ruz werd geboren op 13 augustus 1926 in het dorpje Birán in de provincie Mayari. Hij is vernoemd naar een rijke politicus uit de streek, Fidel Pino Santos die een vriend van de familie was. De naam Alejandro is vergeten alhoewel Fidel deze naam in zijn clandestiene periode gebruikte als schuilnaam. Zijn vader Ángel was een Spaanse emigrant uit Galicië. Hij was als 13-jarige in 1898 als wees met zijn oom in Cuba aangekomen. De oom zou eerder in de onafhankelijkheidsstrijd in het Spaanse leger hebben gevochten.

De kleuter Fidel Castro

Fidel als Kind
Vader Ángel beproefde later zijn geluk in het Oosten van Cuba, waar de komst van de Amerikanen tot een economische boom leidde. De United Fruit Company kocht in het Mayarigebied 240.000 acres en bezorgde 100.000 rietkappers werk. Die woonden, samen met de arbeiders van de olieraffinaderijen in ellendige bohio’s (hutten). De suikerrietkappers konden vier maanden per jaar een hele tot een halve dollar per dag verdienen.

Vader Angel Castro Argiz

Invloedrijke grootgrondbezitter
Ángel dreef handel en verkocht zijn waar door van boerderij naar boerderij te trekken. Later zou hij bij Birán van United Fruit een lap grond van 23.000 acre kopen en werd hij colono; iemand die suikerriet verbouwt en later doorverkoopt aan de suikerraffinaderijen. Vader Castro zou een invloedrijke  en welvarende grootgrondbezitter worden; ongeveer 300 gezinnen woonden en werkten op zijn grondgebied. Zijn maatschappelijke positie bleek bijvoorbeeld bij zijn tweede huwelijk (met de moeder van Fidel, Lina Ruz González) dat werd ingezegend door bisschop Serrantes van Santiago. Fidel zou later nog over zijn vader opmerken: ’Mijn vader had de politieke idealen van een landeigenaar, maar was een nobel mens.’ Eenmaal aan de macht, zou hij in interviews duidelijk laten blijken weinig emotionele banden met zijn vader te hebben gehad; de relatie met zijn moeder Lina Ruz was intens.

Acht broers en zussen
Uit het eerste huwelijk van Ángel met Maria Luisa Argota, die onderwijzeres was aan een plattelandsschool in Mayari, werden twee kinderen geboren namelijk Pedro Emilio en Lidia. Moeder Maria Luisa zou na de geboorte van Lidia spoedig zijn overleden. Volgens sommigen zou Angel toen al enige tijd een relatie hebben gehad met de huishoudster die werkzaam was voor de Castro’s. Fidel’s zus Juanita ontkent dit en zegt dat haar vader gewoon is gescheiden. Angel ging samenwonen met Lina Ruz González die jarenlang kok en werkster van de familie was geweest. Uit deze relatie werden zeven kinderen geboren, maar het huwelijk tussen Angel en Lina werd pas kerkelijk ingezegend nadat de drie oudste kinderen Ramon (hij overleed op 24 februari van dit jaar), Angelita en Fidel al waren geboren. Na Fidel Castro volgden Juanita (in de jaren zestig uitgeweken naar de VS en overleden), Enma, Augustina en de jongste Raúl.

Van links naar rechts: de broers Raúl, Ramon en Fidel ontmoeten na de overwinning in 1959 hun leraar van de Doloresschool, pater Garcia

Katholiek
Fidel volgde de dorpsschool en werd er volgens eigen zeggen anders behandeld dan zijn schoolkameraadjes: ‘Zij waren blootsvoets en wij droegen schoenen, zij hadden vaak honger terwijl het bij ons altijd een toer was om iedereen aan tafel te krijgen,’ aldus Castro in een interview met de Braziliaanse priester Frei Betto. Fidel Castro werd pas op 6-jarige leeftijd katholiek gedoopt; het dorpje Birán was zo klein dat er bijna nooit een priester kwam. Om die reden werd hij door zijn schoolkameraadjes ook wel el judio (de jood) genoemd. Omdat hij nu gedoopt was, kon Fidel nu ook zijn studie vervolgen aan het Salesianencollege in Santiago de Cuba. Hij had er een kosthuis bij zijn peetoom en peettante, maar de autoritaire peetoom Luis Hibbert ligt voortdurend met de jongen overhoop. En Fidel zorgt ervoor zo onbehouwen en lastig mogelijk te zijn waardoor hij naar het internaat wordt gestuurd. Zijn broers Raúl en Ramon volgden hem later. De katholieke paters en de drie Castro’s houden het tot in 1938 met elkaar uit. Wanneer Fidel een pater een klap uitdeelt, worden de drie broers van school gestuurd.

In 1963 bezocht een groep studenten uit de VS Cuba, een ongewone gebeurtenis vlak na de inval van de Varkensbaai. Fidel speelde een partijtje tafeltennis met hen.

Altijd winnen
Fidel was op school een lastige leerling; hij hield veel meer van jagen, paardrijden en sporten en dan vooral van honkbal. Zijn medescholieren herinneren zich dat hij altijd wou winnen en niet kon verliezen. Hij zegt in interviews over zichzelf dat hij als kleine jongen van geen compromissen wilde weten en bij tijd en wijle ook flink gewelddadig kon zijn. Dat speelde ook in het gezin toen vader Ángel besloot Fidel van school te nemen en deze kost wat het kost weer wilde studeren ‘anders steek ik het huis in brand.’ Vader gaf toe en Fidel kon naar het Colegio La Salle en later naar de vijfde klas van het Colegio Dolores, een jongensschool in Santiago. Het was een school van de Jezuïeten met een goede reputatie en met een enigszins militairistische inslag waar hoge eisen aan de studenten werden gesteld. Fidel’s cijferlijst viel soms tegen en hij moest die thuis laten zien omdat er anders bezuinigd zou worden op het zakgeld, dat hij wekelijks kreeg. Hij ‘regelde’ een tweede rapportenboekje waarin hij zelf de (hoge) cijfers schreef en de woorden ‘hoog en veelbelovend.’

Fidel’s moeder Lina Ruz op jeugdige leeftijd. Zij zou in augustus 1963 overleden.

Gigantisch geheugen
Fidel blonk verder uit in sporttoernooien en stond onder zijn klasgenoten bekend als een vechter. Daarnaast beschikte hij over een enorm geheugen. Hij leek alle leerstof in zijn hoofd te kopiëren en wist citaten en cijfers feilloos te herhalen plus de plaats in het boek waar deze te vinden waren. In de toespraken die hij in de eerste jaren van de revolutie hield, komt dit element terug. De opbrengst van de suikerrietoogst per provincie en per jaar, de melkopbrengst van de Holsteinerkoe in Cuba, de verkoopsprijs van citrus of de uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Fidel somde het cijfermateriaal zonder meer op. Toen hij 15 was deed hij eindexamen: ’Ik was een van de besten van de klas.’

Spaanse Falange
Op zijn zestiende in 1942 verhuist hij naar Havana om er het Colegio Belén van de Jezuïeten te bezoeken tot 1945. De opleiding bij de Jezuïeten was bestemd voor de betere kringen in Cuba; hun dochters werden naar de zusters Urselinnen gestuurd. Het was vooral een opleidingsinstituut voor de toekomstige rechtse leiders van het land. De meeste docenten waren afkomstig uit het Spanje van Franco. Ze hadden sterke anti-Amerikaanse gevoelens vanwege de gebeurtenissen in 1898 toen de VS de Spanjaarden uit Cuba verjoegen. Een van de docenten was pater Alberto de Castro die de ideeën van de Hispanidad verkondigde, de historische superioriteit van het politieke en culturele gedachtengoed van Spanje, van Mussolini en de Spaanse falangistenleider Antonio Primo de Rivera. Castro zou zich later beklagen over die opvattingen van zijn docenten, maar ook is bekend dat hij bijvoorbeeld met bewondering toespraken van Benito Mussolini beluisterde en in de bioscoop bekeek. Voor de spiegel oefende Fidel de spreekstijl van Il Duce. Over zijn strenge opvoeding zei Fidel nog: ’Ik ben geen tegenstander van een Spartaanse opvoeding. En ik denk dat de Jezuïeten in de regel mensen met karakter vormden.’

Kleinzoon van Che: ‘Cuba is een grammofoonplaat met een grote kras’

Canek Sánchez Guevara, de kleinzoon van Ernesto Che Guevara, stierf vorig jaar op 40-jarige leeftijd in Mexico. Zowel in Frankrijk als Spanje kwam postuum een boek van hem uit met de titel 33 revoluciónes. Volgens Che’s kleinzoon is Cuba als ‘een grammofoonplaat met een grote kras.’ Het boek klaagt de Cubaanse revolutie en de dagelijkse gang van zaken op het eiland in heldere bewoordingen aan. Guevara werd er in onder gedompeld nadat hij zijn jeugd afwisselend in Italië, Spanje en Mexico doorbracht.

canek-sanchez-guevara-ernesto

Canek Sánchez Guevara

Amper 12 jaar oud kwam de kleinzoon van Ernesto Che Guevara en zoon van Che’s oudste dochter Hilda, terug in zijn geboorteland en werd er geconfronteerd met een werkelijkheid die sterk verschilde van de voorstellingen die er bestonden in het hart van de linkse familie waar hij uit voortkwam. ‘Elke dag is een herhaling van de vorige, elke week, elke maand en elk jaar en elke geluid herhaalt het vorige geluid tot er nog maar een vage en onherkenbare gelijkenis is met de originele grammofoonplaat,’ schrijft hij. Canek kon zich niet indenken toen hij op het eiland landde, dat hij een werkelijkheid binnentrad die op het punt stond abrupt te veranderen. In de verre Sovjet Unie, voerde Michael Gorbachov de perestrojka in, terwijl Fidel Castro opriep tot een bekering waarbij ‘de fouten en negatieve tendensen zouden worden gerectificeerd’ en waarbij hij de boerenmarkten demoniseerde en opriep ‘het socialisme niet op te bouwen met kapitalistische middelen’.

canek-guevara-1976

De vierjarige Canek in 1977

Papa’s zoontjes
De kleinzoon van de guerrillero was in een land terechtgekomen waar ‘niets functioneerde maar alles hetzelfde bleef’, zoals hij beschrijft in 33 revoluciónes. Deze botsing tussen de propaganda en het leven op straat is de kern van zijn boek waar hij 10 jaar aan werkte. Het verscheen pas na zijn onverwachte overlijden vanwege complicaties bij een hartoperatie. Als vriend van ontwerpers, bewonderaar van enkele bekende zangers verscheen hij in lokalen van de staat en hield zich ’s nachts op in de diepste krochten van Havana. Hij was een vreemde ‘hijo de papa’ of vader’s kindje.* Want in de clans van commandanten, generaals en hoge functionarissen waar iedereen strijd voert om luizenbaantjes, gaf de telg van Che’s dochter de voorkeur aan een leven in de schaduw en deed hij zijn best onopgemerkt te blijven.

hilda-guevara-met-vader-che-1960

De jeugdige Hilda Guevara, moeder van Canek, met haar vader Che Guevara (1960)

Geen land voor rebellen
Canek werd in 1974 in Havana geboren uit het huwelijk van Hilda Guevara Gadea en de Mexicaan Alberto Sánchez Hernández, een jonge man uit Monterrey, die actief betrokken was bij de Liga de los Comunistas Armados / Liga van Bewapende Communisten en die naar Cuba kwam nadat hij een vliegtuig had gekaapt. Vrienden van Canek grapten later dat de rebellie al in zijn genen zat….maar Cuba is geen land voor rebellen. Hij weigerde zich aan te sluiten bij de officiële lofzangen en deed zijn naam eer aan (in de taal van de Maya’s’ betekent Canek zwarte slang), en bewoog zich zonder pretenties door de samenleving in een land als Cuba, waar alleen een verwijzing naar zijn  grootvader deuren zou hebben geopend. De machtigen moesten niets hebben van de fascinatie voor de zelfkant van deze jongeman, voor de gewone man in de straat zonder militaire rangen of vermeldingen in een biografie.

Speciale periode
In de verhalen die in 33 revoluciónes zijn opgenomen, sijpelt veel door van de bekentenis die de auteur in een autobiografische tekst** in 2006 deed:  ‘Ik hield van Cuba en ik haatte het zoals je alleen maar iets dat waardevol is, kan liefhebben én haten, iets dat  fundamenteel deel uitmaakt van iemands persoonlijkheid’. Hij woonde tijdens de moeilijkste periode op het eiland; de Speciale Periode, de crisis van de vlotvluchtelingen of balseros en in 1996 besloot hij zich in Oaxaca in Mexico te vestigen, waar een groot deel van zijn werk als schrijver, ontwerper en cultuurpromotor gestalte zou krijgen. Jaren later legt hij uit dat zijn vertrek uit Cuba voor een groot deel samenhing met ‘de criminalisering van het anders zijn’, die zich in zijn geboorteland voordeed en hij noemde ‘de vervolging van homoseksuelen, hippies, vrijdenkers, vakbondsmensen en dichters’ en het aan de macht komen van een ‘socialistische hogere burgerij’ die voorwendt ‘proletarisch te zijn’. Daar wilde hij niet toe behoren en ook niet aan bijdragen.

cover-33-revoluciones-canek-sanchez-guevara

Omslag van ‘33 revoluciones’ van Canek Sánchez Guevara, uitgegeven door Alfaguara

Mislukking van de utopie
De verschijning van dit boek bij een Spaanse uitgeverij, valt samen met de huichelachtige officiële eerbewijzen in Cuba voor zijn grootvader bij gelegenheid van diens dood op 9 oktober 1967. De koppen van de officiele media herhaalden, zij het kleiner dan anders vanwege de orkaan Matthew, de oude toverformules over de ‘heroïsche guerrillero’ en ‘paladijn van de vrijheid’ die wij Guevara de la Serna toedichten. Maar je hoeft maar door de straten van Oud-Havana te lopen om de zien hoe de grootvader van Canek, een goedkope toeristische fetisj is geworden, afgedrukt op een willekeurig T-shirt, asbak of voorwerp van primitieve kunst, bedoeld om herinneringen en illusies te slijten. In elk bar vol met Amerikanen, klinkt de zinsnede uit het lied over Che ‘aquí se queda la clara, la entrañable transparencia, de tu querida presencia Comandante Che Guevara’ ( hier wordt zichtbaar de diepe genegenheid voor uw geliefde aanwezigheid, Comandante Che Guevara)  en dat levert applaus en fooien op. (zie lied op YouTube)

che-guevara-cafe-con-leche-seattle-washingtonVeel fooien
Het is de muzikale vertolking van de mislukking van de utopie. De akkoorden die keer op keer worden herhaald en die de kleinzoon van de omstreden guerrillero zo raak in zijn boek verzamelt, waar het leven in het Cuba van Fidel Castro nooit verder kwam dan ‘een kras op een vervuilde grammofoonplaat. Miljoenen krassen op vuile platen. Keer op keer weer die kras op de grammofoonplaat van de tijd.’

Bron
* Reinaldo Escobar op de website 14ymedio, 29 oktober 2016
Linken
** Tekst ‘Quién es el nieto de Ernesto Che Guevara?’ van Canek Sánchez Guevara op de weblog El Veraz (2006) waarin hij zijn leven beschrijft.
YouTube: het lied opgedragen aan Che: La entrañable transparencia…el che, 3.50 minuten
* The Independent, 25 januari 2015: Canek Sanchez Guevara: The grandson of Che Guevara who became an anti-Castro dissident

Noot
* ‘Hijo de papa’ of vader’s kindjes. Zo worden de zonen en dochters genoemd van vooraanstaande Cubanen die zich materieel meer kunnen permitteren en gerekend worden tot de jetset van Havana.

Eerste VS-ambassadeur in 50 jaar in Cuba

President Barack Obama heeft dinsdag de Amerikaanse beroepsdiplomaat DeLaurentis benoemd tot eerste Amerikaanse ambassadeur op het eiland. DeLaurentis was al de eerste man in de Amerikaanse vertegenwoordiging sinds de relaties tussen Cuba en de VS in december 2014 werden hersteld. In juli vorig jaar werden in beide hoofdsteden ambassades geopend. Verwacht wordt dat de Republikeinen de benoeming in het Congres zullen willen tegenhouden.

President Obama and his wife walk stand with ambassador DeLaurentis in Havana

Barack Obama en zijn vrouw Michelle met de Amerikaanse vertegenwoordiger Jeffrey DeLaurentis, Havana maart 2016

Senator Marco Rubio reageerde scherp op de benoeming die hij omschreef als ‘een laatste toevluchtsactie’ van Obama die ‘tot niets’ zou leiden. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er dit jaar nog een ambassadeur benoemd wordt voor Cuba. Dat zei Bob Corker, de Republikeinse voorzitter van de Amerikaanse Senaatscommissie voor buitenlandse zaken, die over de aanstelling gaat. Individuele senatoren hebben de mogelijkheid stemmingen over de benoeming van ambassadeurs uit te stellen.

Schade
Obama prees DeLaurentis voor zijn rol tijdens het normalisatieproces. ‘Wij brengen ons zelf schade toe als we niet vertegenwoordigd worden door een ambassadeur in Havana’, zei hij in een verklaring. ‘Een ambassadeur maakt het gemakkelijker voor onze belangen op te komen en zal het wederzijds begrip verdiepen ook als we weten dat we verschillen van mening met de Cubaanse regering blijven hebben’. DeLaurentis werd al vaker genoemd als mogelijke eerste ambassadeur, maar Obama noemde zijn naam niet totdat Cuba zijn eigen ambassadeur in Washington benoemde. DeLaurentis is de eerste ambassadeur sinds Philip Bonsal, benoemd door president Dwight Eisenhower, zijn post in oktober 1960 verliet.

Philip W. Bonsal

Philip W. Bonsal

Eerste ambassadeur onder Fidel
In januari 1959 benoemde president Eisenhower Bonsal tot Amerikaans ambassadeur in Havana vlak na de machtsovername van Fidel Castro. De New York Times sprak destijds van ‘een uitstekende keus’ en prees zijn diplomatieke kwalificaties. Bonsal’s voorganger Earl E.T. Smith had vriendschappelijke relaties onderhouden met de Cubaanse dictator Batista en vertrok 9 dagen na hem. Castro was kritisch over de komst van ‘de onderkoning’ en de dialoog tussen beide landen verliep stroef. In een besloten zitting van de buitenlandcommissie legde Bonsal uit waarom de Cubaanse revolutie op zoveel steun van de bevolking kon rekenen: ‘De corruptie en het sadisme van de vele beulen van Batista verenigden veel Cubanen tegen het regime.’ In augustus 1960 protesteerde hij bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken tegen het feit dat de VS enkele honderden vertrouwelingen van Batista toestemming gaf in de VS te wonen. Op 3 september 1959 ontmoette Bonsal Fidel Castro en sprak zijn bezorgdheid uit over het onwettige optreden van politie- en veiligheidstroepen in het land en over de anti-Amerikaanse retoriek van Che Guevara, die toen een reis om de wereld maakte. Castro vroeg hem om geduld te oefenen en terughoudend te reageren op ‘de geestdrift van jonge en onervaren revolutionairen.’ In oktober 1959 noemde Fidel Castro de VS ‘medeplichtige’ van militaire Batista loyalisten, die luchtaanvallen hadden uitgevoerd op Cuba. Bonsal protesteerde bij de Cubaanse president Osvaldo Dorticós. Half 1960 tekende Cuba een overeenkomst met de Sovjet-Unie over de verkoop van 700.000 ton suiker. De VS staakten toen hun export naar Cuba met uitzondering van voedsel en medicijnen. Bonsal was van mening dat de Eisenhower-administratie overdreef en Castro dwong tot een bondgenootschap met de Sovjets. Toen Castro aandrong op een reductie van de staf op de Amerikaanse ambassade in Havana werd Bonsal in oktober 1960 teruggeroepen.

Bron
* O.a. persbureau Reuters
* In Memoriam Philip Bonsal, New York Times, 1 juli 1995