Ondanks armoede rijk joods leven in Cuba (deel 2)

Sommige Joodse hulporganisaties uit de VS en Canada ondersteunen de gemeenschap in Cuba. Een van hen is het Amerikaanse Joodse Joint Distribution Committee, dat sinds de vroege jaren negentig actief en continu erbij betrokken was. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de herintroductie van religieuze vrijheid werd het JDC de eerste Amerikaanse organisatie die toestemming kreeg om naar Cuba te gaan en daar samen met de Joodse gemeenschap te werken.

joodslevenhavanaOm het gemeenschapsleven op het eiland te stimuleren, heeft het JDC een reeks programma’s opgezet die tot op deze dag draaien. Ze omvat kippendiners voor de sabbat, vakantiediensten, Joodse zomerkampen, familiekampen, organiseren van bar mitsva’s en zelfs vervoer voor leden van de gemeenschap om diensten in synagoge bij te wonen. Het JDC heeft ook geholpen bij het opzetten van een kleine apotheek in Beth Shalom, verspreiding van medicijnen die door de organisatie wordt verzonden of door bezoekers en toeristen gebracht.

Uitdagingen
‘Er zijn veel uitdagingen – alles in het leven van het Cuba van vandaag, de economie van het land, tot het leven met 50 jaar communisme,’ vertelt de uitvoerend assistent van JDC Will Recant aan de Jerusalem Post. ‘Een van de belangrijkste uitdagingen was Joods onderwijs: de gemeenschap weer leren wat het betekent Joods te zijn, wat het Joodse leven is,’ voegt hij eraan en hij noemt de Torah of gebedsrol van de Beth Shalom-synagoge, die niet kosher was en bewerkt moest worden. Hij bracht deze zelf terug uit de Verenigde Staten op een van zijn reizen. ‘Het JDC moet reageren op de uitdagingen in de gemeenschappen waarin we werken, rekening houdend met de fysieke en spirituele realiteit van de landen,’ zegt hij. Hoewel ze zeker dankbaar zijn voor de hulp die zij van het buitenland krijgen, als ze gevraagd wordt of ze een gevoel hebben in de steek gelaten te zijn, heeft de gemeenschap gemengde gevoelens, vooral als het gaat om Cubaanse Joden die het land verlieten. ‘Ik zou ja zeggen’, antwoordt Fernández, terwijl hij verklaart dat hij het als vriend van de gemeenschap gemakkelijker kan zeggen. ‘Dat is iets dat gevoeld wordt. Misschien niet openlijk gezegd, maar het wordt gevoeld. Wat we speciaal nodig hebben is eigenlijk wat u doet’, vertelt hij de Jerusalem Post. ‘Mensen moeten weten dat we bestaan, dat we deze behoeften hebben en dat het soms heel makkelijk is om te helpen.’ Recant zegt dat, wat zijn organisatie betreft, het bij elkaar houden en versterken van de Joodse gemeenschap altijd een prioriteit zal zijn.

joden-beth-shalom-dans-sept2015

Feestelijke dans in Beth Shalom, 2015

Israël en Cuba
De moeilijke financiële en sociale situatie in Cuba heeft een groot aantal Cubanen ertoe gebracht om het land te verlaten. Voor de Joden was Israël een geschikte optie. ‘Als de economische situatie in het land verbetert, zullen mensen niet zoveel denken aan emigratie, over emigreren naar andere landen,’  zegt Dworin. ‘Het is een wonder dat de Joodse gemeenschap bestaat.’ Het emigratieproces kan echter voor Cubaanse onderdanen moeilijker uitpakken dan voor anderen. Vanwege het ontbreken van diplomatieke betrekkingen heeft Israël geen ambassade in Cuba. Om het emigratieproces te starten, gebruiken Cubaanse Joden de Canadese ambassade, die als tussenpersoon fungeert. David Prinstein, Dworin’s rechterhand en vicepresident van de gemeenschap, vertelt de Jeruzalem Post dat joden in Cuba over het algemeen zouden willen zien dat de twee landen relaties opbouwen. ‘Ik hou van Cuba omdat ik Cubaans ben en vanwege de kwaliteit van het leven hier, die verdient te worden erkend, en ik hou van Israël omdat het mijn andere helft is, het andere land waartoe wij behoren,’ legt hij uit in het Spaans. ‘Ik voel me als een zoon in een gescheiden familie waar de ouders elkaar niet genoeg spreken of elkaar begrijpen en de zoon weet niet waar hij aan toe is.’

jodenhavanaraul-en-la-fiesta-de-januca-580x406

Raúl Castro en joodse jeugd tijdens het Chanoeka of Inwijdingsfeest

Kinderen
Ondanks de uitdagingen maken Dworin, Prinstein en Fernández zich geen zorgen over de voortgang van het Joodse leven in Cuba. Kinderen zijn de sleutel tot de toekomst, en Beth Shalom heeft elke zondag een Hebreeuws schoolprogramma, waaraan elke week ongeveer 60 kinderen deelnemen. ‘Het is niet alleen een religie: het is een verhaal en een identiteit,” zegt Prinstein, wiens kinderen zelf zeer betrokken zijn bij de synagoge. ‘We zijn vertrouwd met een grote erfenis die we moeten doorgeven van generatie op generatie met de rust die we in Cuba hebben. Ik zou willen dat we dat over de hele wereld zou kunnen doen.’ Prinstein zelf begon pas in de jaren negentig te leren over zijn joodse wortels, toen de gemeenschap begon op te leven. Hij moest leren over het Jodendom, terwijl hij de tradities naar zijn kinderen probeerde door te geven. ‘We proberen ervoor te zorgen dat de jeugd op elk belangrijk moment, in elk project en programma zeer actief is – dat ze een sterke band zien met onze gemeenschap, met de staat Israël, met onze geschiedenis in Cuba en de erfenis die we aan hen nalaten,’ legt hij uit. ‘We zijn van mening dat het toekomstige leiderschap beter voorbereid zal zijn dan wij waren. Het is ongetwijfeld één grote familie en een gemeenschap waard om voor te gaan.’

Bron
* Danielle Ziri, Jerusalem Post, 17 april 2017

 

Ondanks armoede rijk joods leven in Cuba (deel 1)

In de wijk Vedado in Havana kun je in een rustige straat met bomen, op een steenworp afstand van de zee, een eenvoudig, maar opvallend bouwwerk tegenkomen. Een dozijn gele bruine marmeren trappen leidt naar een grote blauwe poort, symmetrisch versierd met dof geworden goudsymbolen, waaronder twee bronzen kandelaars. Het gebouw is bedekt met een hoge boog in het middelpunt waarin je de ster van David ziet. De Beth Shalom-synagoge, de belangrijkste van de drie synagoges in Havana, werd gebouwd in de jaren 50 van de vorige eeuw. Hoewel de buitenkant slecht is onderhouden, is het makkelijk om de grootsheid te herkennen die het in die tijd moet hebben uitgestraald. Naast een witte smeedijzeren poort ligt het joodse gemeenschapscentrum, waar in een smal kantoor een paar mensen hun missie hebben gemaakt van het ondersteunen van het joods leven voor een gemeenschap. Die is slechts 1400 mensen groot. ‘Het is een kleine maar levendige gemeenschap,’ vertelt de president van het centrum, Adela Dworin, aan de Jerusalem Post.

jood-beth-shalom

Beth Shalom synagoge in Havana

Dworin, een kleine vrouw van over de 80 met een groot gevoel voor humor en een duidelijke Jiddisch accent, is geboren en getogen in Havana. Haar ouders kwamen uit Polen naar Cuba, net als veel joden tijdens de periode tussen de wereldoorlogen, toen er in Oost-Europa pogroms waren. ‘Ze wilden naar Amerika, naar de VS gaan,’ legt ze uit gezeten achter haar donker houten bureau, gevuld met stapels papier en foto’s. ‘Maar het was toen heel moeilijk om Amerikaans staatsburger te worden en Cuba accepteerde immigranten, dus ze dachten dat ze hier een korte tijd zouden blijven en dan zouden ze naar de VS gaan.’ Maar een tijdelijk werd een permanent huis voor de familie van Dworin, die uiteindelijk bijdroeg aan de groei van de gemeenschap, net als vele anderen. Ze genoten van de vrijheid van religie en werden verwelkomd als immigranten. In de jaren 50 waren er ongeveer 15.000 tot 25.000 Joden in Cuba.

Revolutie
Na de revolutie in 1959 werd het atheïsme tot de officiële religie van de staat verklaard en 90% van de joden vertrok naar de buurlanden. De nieuwe wet veroorzaakte dat velen wegbleven uit de synagogen, vooral als ze lid wilden worden van de communistische partij. Dingen veranderden in de jaren negentig met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De Cubaanse regering veranderde zijn grondwet en besloot om Cuba als een land zonder officiële religie te definiëren. Dit liet de Joodse gemeenschap vrij om hun religieuze praktijken te hervatten. Adela Dworin en haar collega’s in Beth Shalom zeggen allemaal dat ze nooit antisemitisme in Cuba zijn tegengekomen. Er is geen teken van beveiliging buiten of in de synagoge,  geen metaaldetectoren en geen bewakers. Zittend aan Dworin’s bureau, vertelt José Fernández, die niet Joods is, maar zichzelf beschrijft als ‘een vriend’ van de gemeenschap en goed op de hoogte lijkt, aan de Post dat hij denkt dat dit vooral komt door basale onbekendheid  over wie Joden zijn. ‘We worden gerespecteerd’, zegt hij. ‘We worden niet ondersteund, we worden niet aangemoedigd of zoiets, maar we hebben een goede relatie [met de autoriteiten]. Het is een normale relatie.’  Fernández, een glimlachende bejaarde man die heel goed Engels spreekt, groeide op in de straat van Beth Shalom. In het begin van de jaren 50, voordat de synagoge werd gebouwd, speelde hij honkbal, de populairste sport van Cuba, op het lege veld. Als kind, toen de bouw begon, was hij woedend. ‘Ik heb hier stenen gegooid!’ zegt hij met een glimlach. “Ik wilde hier met de bal spelen en ze zeiden dat hier een Joods ding zou komen. Ik kende die mensen niet. ‘Decennia later, nadat hij de gemeenschap had leren kennen en veel tijd in de synagoge had doorgebracht, erkent hij ervan te zijn gaan houden.

joodskindKosher
Met zo’n kleine gemeenschap en in een land dat nog steeds heel geïsoleerd is van ontwikkelingen in de rest van de wereld, ontstaan er enkele uitdagingen, beginnend met de toegang tot koshervoedsel. Er is slechts één koshere slagerij in heel Cuba, gevestigd in de wijk Oud-Havana. Joden kunnen naar die winkel gaan om hun maandelijkse rantsoen vlees daar te halen, zoals het voedselverdelingssysteem in Cuba dat vereist. ‘Het is een beetje moeilijk, maar je komt niet om van de honger,’ zegt Dworin met een glimlach, haar ogen bedekt met licht getinte glazen. ‘Je hebt rijst en bonen en soms kan je een levende kip van de boer krijgen. Ik breng haar naar de shohet, die de rituele slacht uitvoert. ‘We hebben ongeveer twee pond kosher vlees per maand,’ legt ze uit.

Materiële noden
De omvang van de gemeenschap heeft ook een groot aantal gemengde huwelijken veroorzaakt, aldus Dworin, en dergelijke stellen zijn welkom in de synagoge. ‘Wij accepteren kinderen van niet-joodse moeders, maar mét joodse vaders en we geven seminars aan degenen die aan een Jood zijn gekoppeld,’ zegt Dworin. Maar de belangrijkste uitdaging waarmee de gemeenschap geconfronteerd wordt, is de strijd waarmee elke Cubaan te maken heeft en dat komt neer op geld. Net als de totale bevolking leven Joden in Cuba in armoede.

jodenraulbrantkaarssynagogeshalom04122010

In 2010 bezocht Raúl Castro de synagoge Beth Shalom

Onder het communistisch regime zijn er twee munteenheden in Cuba: de reguliere of nationale peso, die door de lokale bevolking wordt gebruikt, en de peso convertible of CUC, die grotendeels door bezoekers wordt gebruikt en waarvoor de wisselkoers één dollar per peso convertible is. Veel van de benodigdheden die de Joodse gemeenschap nodig heeft, kan Dworin niet kopen met nationale peso’s. Dit betreft poedermelk of anti-continentiemateriaal voor de senioren, die 20% van de gemeenschap vormen. Tenzij er genoeg geld is van donaties, of ze vanuit het buitenland worden verzonden, heeft Beth Shalom geen toegang tot deze artikelen. Onlangs was de synagoge eindelijk door een donatie in staat om het gat in het dak te repareren, het was al een tijdje lek. Maar naast deze praktische zaken beïnvloedt de financiële situatie soms het Joodse leven zelf in Cuba. ‘Omdat we een zeer arme gemeenschap zijn, kunnen we ons niet veroorloven om een rabbi te onderhouden,’ zegt Dworin. ‘Een rabbi is niet zoals een priester, hij heeft een vrouw en kinderen.’ In plaats daarvan ontvangt de synagoge eenmaal per paar maanden een rabbi uit de VS, die leden van de gemeenschap laat zien hoe zij diensten, begrafenissen en dergelijke kunnen leiden.

jood-bar-mitzvah

Bar mitswa feest

Steun
Fernández zegt dat donaties aan Beth Shalom ‘incidenteel’ komen. Omdat geld naar Cuba sturen vaak niet mogelijk is of er buitensporige bankkosten worden gerekend, komen de bijdragen meestal van Joodse toeristen die de synagoge bezoeken. ‘Als er iemand komt en hij is rijk en Dworin is die dag in een grappige stemming, dan vraagt hij ‘Wat heb je nodig?’ en zij zegt: ‘Geld’. (…) ‘En dan doneert hij wel geld,’ zegt hij. Zo gaat dat. Dit gebeurde meerdere malen bij Beth Shalom. In 2013, konden ze dankzij een donatie van een rijke Amerikaanse Jood zelfs kleding kopen voor de groep Cubaanse Joodse atleten die Beth Shalom jaarlijks naar de Maccabiah Spelen, ook wel de joodse OIympische Spelen, in Israël stuurt. Dit jaar, legt Dworin uit, weten ze nog niet zeker of ze een delegatie naar de spelen kunnen zenden.

Bron
* Danielle Ziri, Jerusalem Post, 14 april 2017

Cubaanse jongeren gemobiliseerd voor Eerste Mei-betoging

De Cubaanse regering mobiliseert voor de viering van de Eerste Mei op het Plein van de Revolutie in Havana 50.000 jongeren. Zij marcheren, aldus de eerste secretaris van de Unie van Jonge Communisten (UJC), Sucely Morfa González ‘voor Fidel, voor Raúl, voor de historische lijn van de Revolutie.’

ujc-norma-gonzalez

Sucely Morfa González, leider van de communistische jeugdbeweging UJC

Morfa González zegt dat ‘het bloed dat veel Cubanen gaven om datgene te verdedigen wat we bereikt hebben, reden genoeg is om door te gaan.’ (…) ‘En wij willen de Comandante en Jefe eren. De beste manier om consequent om te gaan met zijn nalatenschap, is alle dagen iets goed te doen. Daarom is deze mars het beste bewijs van de voortgang van de Revolutie’, aldus Morfa González, ook lid van de Staatsraad, in de partijkrant Granma. Tijdens een bijeenkomst van de eenheidsvakcentrale Central de Trabajadores de Cuba (CTC) ging González dieper in op de aard van de mars ‘waar Cubanen betrokken bij deze tijd en bij de toekomst van het vaderland, zullen toestromen.’

1 mei 263

Foto: Henk Schaaf

Mobilisatie bewoners deelgemeenten Havana
Luis Manuel Castanedo Smith, vakbondsvoorzitter van de CTC in Havana zei dat ‘het doel is een volksmobilisatie te realiseren die de bewuste deelname, de eenheid en het compromis van het volk en de arbeiders met de Revolutie zichtbaar maken.’  Hij legde uit dat na het blok jongeren, werknemers in het onderwijs (40.000 personen), de gezondheidssector (50.000), de bouw (25.000) en de gemeenten (5.000) zullen optrekken. Daarna volgen het blok van het toerisme (10.000 personen), communicatie (10.000) en wetenschappen (30.000). Ook de bewoners van deelgemeenten als Cerro, Cotorro en San Miguel del Padrón, Boyeros, Plaza, Centro Havana en Playa worden gemobiliseerd. Het defilé wordt afgesloten door het burgerpersoneel van defensie. Volgens Castanedo Smith zal de Eén Meibetoging dit jaar ‘kleurig, betrokken en gelukkig zijn’.

Bron
* Diario de Cuba, 26 april 2017

 

Waar is Julio Mella?

De Cubaanse kunstenaar Luis Manuel Otero Alcántara hield zaterdag een demonstratie in het winkelcentrum Manzana de Gómez in Oud-Havana, waarbij hij de vraag stelde: ‘Waar is Mella?’, een verwijzing naar de verdwijning van de buste van de populaire communistenleider uit de twintiger jaren in dit winkelcentrum. Na enkele minuten maakte de politie een einde aan de performance van Alcántara. Volgens Alcántara moest Mella plaatsmaken voor luxe merkartikelen als Gucci, Armani en Prada.

alcantara-mella-22042017

Alcántara als Julio Mella

Vele honderden nieuwsgierigen liepen door de passages van wat ooit het oudste winkelcentrum van Havana was en waar nu het luxueuze vijfsterrenhotel Manzana Kempinski gevestigd wordt. Die middag opende de Italiaanse ondernemer Giorgio Gucci er zijn boetiek Giorgio G. VIP. Behalve Gucci werden in het winkelcentrum ook producten van Montblanc, Lacoste en Longiness verkocht. Op deze plek vroeg Otero Alcántara zich als levend standbeeld af waar Mella was gebleven.

mella-donde-esta-mella

Met en zonder de buste van Mella

‘De buste van Mella die altijd op deze plek in het winkelcentrum stond, is verdwenen en zoals gewoonlijk, zonder enige verklaring,’ aldus Alcántara. Aanvankelijk stuurde de politie hem weg bij de ingang van het hotel. De kunstenaar ging toen de straat op en werd daar samen met zijn vrouw, de kunstenares Yanelys Núñez aangehouden en in een politieauto naar huis gereden. Daar werden zij ondervraagd over hun bedoelingen met de performance.

mella-Julio_antonio_mella

Julio Antonio Mella (1903 – 1929) was een vooraanstaand Cubaans politicus. In de jaren 20 van de 20e eeuw richtte hij samen met Carlos Baliño de Communistische Partij van Cuba op. De partij was zeer gekant tegen dictator Gerardo Machado. Mella werd in 1929 onder nooit opgehelderde omstandigheden in Mexio-Stad vermoord. In Mexico was hij actief in de communistische partij van dit land en raakte betrokken bij een heftige interne partijstrijd. Hem werd door orthodoxe leider verweten regelmatig van de partijlijn af te wijken.

Museum van de Dissidentie
Otero Alcántara is oprichter van het project Museo de la Disidencia en Cuba, een website waarbij uiteenlopende ‘dissidenten’ uit de Cubaanse geschiedenis in beeld komen. Het is een mix van personen als José Martí, Fidel Castro, de indianenvoorman Hatuey en de leider van de Christelijke Beweging van Bevrijding /  Movimiento Cristiano Liberación, Oswaldo Payá. Núñez Leyva, medeoprichter van het project werd vanwege deze activiteiten ontslagen als medewerker van het officiële tijdschrift Revolución y Cultura.

Bron
* Waldo Fernández Cuenca, website Diario de Cuba, 24 april 2017
Linken
* Beelden van de performance van Otero Alcántara, 1 minuut
* Website Museum van de Dissidentie in Cuba
* Website Marti Noticias: Fin de la historia en Cuba: de la Manzana de Gómez a la Manzana Kempinski – van winkelcentrum Manzana de Gómez tot hotel Manzana Kempinski

Geroofde wereldatlas terug in Cuba

Een zeldzaam exemplaar van een moderne atlas, die tussen 1991 en 1993 uit de Nationale Bibliotheek van het eiland verdween, is weer terug in Cuba. Van deze  atlas bestaan slechts drie kopieën op de wereld. Het Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius werd in 1570 in Antwerpen uitgegeven. De huidige eigenaar, het Boston Athenaeum in de VS vond het een ‘een zaak van ethiek’ de wereldatlas terug te geven.

atlas-Cuba-recupera-ejemplar-historia-06042017

De directeur van de Nationale Bibliotheek van Cuba, Eduardo Torres Cuevas, neemt de atlas in ontvangst. Hij spreekt van ‘een ethisch en eervol gebaar.’ Na terugkeer in Havana sprak hij met de pers; de buitenlandse media waren voor deze persconferentie niet uitgenodigd.

Torres Cuevas zei dat het boek na de diefstal in Florida opdook en verkocht werd aan de antiquair David L. O’Neill in Boston. Tevergeefs is geprobeerd de eigendomszegels van de Nationale Bibliotheek van Cuba te verwijderen. Boston Athenaeum betaalde in 1999 een flinke prijs voor het exemplaar en daar ontdekte men ook wie de werkelijke eigenaren waren, namelijk de Bibliotheek José Martí in Havana. Het proces van teruggave duurde lang ondermeer omdat de Cubaanse bibliotheek de vermissing niet officieel bekend had gemaakt.

Speciale Periode
Hoe een zo’n waardevol voorwerp uit het Cubaans erfgoed, het land kon verlaten wijt de historicus Cuevas aan de Speciale Periode (1989-1994) toen Cuba een economische en politieke crisis doormaakte en ‘kunstdieven enkele instituten van ons land onveilig maakten,’ aldus Cuevas.

atlas-Cuba-in-de-atlas-06042017

De atlas Theatrum Orbis Terrarum wordt beschouwd als de eerste moderne atlas van de wereld, gepubliceerd in 1570 door de Vlaamse geleerde Abraham Ortelius (1527-1598) uit Antwerpen. De atlas kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog in handen van een Cubaanse verzamelaar, die deze na zijn dood aan de Nationale Bibliotheek van Cuba schonk.

Hij zei verder dat de Cubaanse bibliotheek in deze periode ander werk had verloren (waaronder 6 miljoen boeken), maar verzekerde ‘dat alles dat in die periode verloren ging, terugkomt.’ In 2014 werd bekend dat een groot aantal kunstwerken uit het Nationale Museum voor Schone Kunsten uit Havana was gestolen, voornamelijk werk van Cubaanse kunstenaar; de Cubaanse autoriteiten publiceerden daar een overzicht van om illegale verkoop buiten Cuba te voorkomen.

Bron
* Persbureau EFE
* De Cubaanse website Cubadebate en de persconferentie van Cuevas

Bicitaxista’s moeten in eigen wijk blijven

Het Cubaanse Ministerie van Transport (Mitrans) heeft een nieuw voorschrift gepubliceerd voor de eigenaren van fietstaxi’s of bicitaxis in Havana. Ze moeten voortaan een duidelijke identificatie dragen waarop ook vermeld staat in welke gemeente van Havana zij toestemming hebben om te opereren. Deze sticker draagt het nummer van zijn vergunning en de naam van zijn wijk waar de bestuurder woont .

bicitaxi-pegatina

Bicitaxi met sticker en de naam van de wijk waar de chauffeur opereert, namelijk Oud-Havana

Tamara, een functionaris van de groep inspecteurs van Mitrans in het centrum van Havana, zegt tegen de internetkrant 14ymedio dat ‘wie niet woont in deze wijk ook geen sticker krijgt voor zijn voertuig en dus geen passagiers mag vervoeren’. Tamara, gekleed in het blauwe uniform van de Mitrans-inspecteur, kijkt nauwelijks op van de stapels papieren op haar bureau en zegt nog: ‘Ook moet hij of zij een bijpassend shirt dragen. Wie geen vergunning heeft, mag niet rijden’.

Chaotisch
De situatie in het stadsvervoer van Havana is traditioneel al gecompliceerd. Dat is nog verslechterd door groeiende tekorten aan brandstof en door allerlei bureaucratische maatregelen waarmee particuliere taxi’s te maken kregen. En de verdiensten van een fietstaxista zijn relatief klein; de bestuurder rekent 1 CUC voor vaak korte trajecten maar zij mogen de passagiers wel voor de deur afzetten. De meeste bestuurders zijn jongeren zonder beroepsopleiding, die vaak werken voor een onzichtbare baas die de eigenaar van het voertuig is en aan wie men dagelijks de helft van de inkomsten moet afstaan.

bicitaxi-vlag-muurOverleven
Een rondgang door 14ymedio op halteplaatsen van fietstaxi’s leert dat nog maar enkelen van hen de identificatie dragen. Een van hen, een jongen van ongeveer 20, Yuslo genoemd die werkt in de Chinese wijk van Havana schijnt niet onder de indruk te zijn van de nieuwe maatregelen. ‘Ik ben een Palestino/Palestijn* uit Mayarí Arriba, huur een kamer in de wijk Cerro en beweeg me door heel Oud Havana. Mijn adres staat niet op mijn identiteitskaart. Ik ben een piraat die vecht om te overleven. Als het link wordt, maak ik een sticker op mijn manier en maak die aan mijn fietsstuur vast’, legt hij uit. Alberto Ramírez, een veertiger en bicitaxista is wat gematigder: ‘Wij zijn gewend aan deze plotselinge maatregelen. Na enkele dagen is de storm weer voorbij en is iedereen het vergeten. Ik heb mijn sticker om in Oud-Havana te kunnen werken want ik woon al 20 jaar in een herberg van de staat, maar als een klant mij vraagt om hem naar ijssalon Coppelia te brengen doe ik dat en incasseer het bedrag.’ Een collega van Alberto probeert de aandacht van de journalist te trekken en zegt: ‘Zij hebben de macht en doen waar ze zin in hebben. Je hoeft niet gestudeerd te hebben om te snappen dat deze maatregel dwaasheid is. Het is goed dat er controle is maar waarom zou je van iedereen die hier werkt, moeten weten waar hij woont. Het interesseert me toch ook niet waar een minister of de chef van een zaak precies woont. Ik begrijp dat niet.’ Zonder een antwoord af te wachten, stapt hij op zijn bicitaxi en slechts gehumeurd, beëindigt hij de conversatie: ’Ik ga naar huis. Ik heb het plezier om te werken verloren.’

Bron
* Marcelo Hernández, website 14ymedio, 20 april 2017
Noot

* Cubanen die vanuit Oost-Cuba naar de hoofdstad zijn gemigreerd, worden in de volksmond Palestino’s of Palestijnen genoemd.

Marokko en Cuba begraven strijdbijl na 37 jaar

Marokko en Cuba hebben vrijdag na 47 jaar de diplomatieke relaties hersteld. De VN-ambassadeurs van beide landen ondertekenden daarover in New York een akkoord, zo kondigde Marokko vrijdagavond aan.

marokko-mohammed -zes-april 2017

De Marokkaanse koning Mohammed VI en zijn vrouw Salma bij hun bezoek aan Havana vorige week

Omar Hilale en Anayansi Rodriguez Camejo, de ambassadeurs van respectievelijk Marokko en Cuba, ondertekenden ‘een akkoord over het herstel van de diplomatieke betrekkingen op het niveau van de ambassadeurs’, zo berichtte het Marokkaanse persagentschap MAP. Het akkoord, dat bij de ondertekening meteen in werking trad, is het gevolg van ‘een gemeenschappelijke wil om vriendschappelijke relaties te ontwikkelen en samen te werken’, zo citeerde MAP.

polisario

Cuba financierde tot nu toe een serie onderwijsprojecten van SADR/Polisario

Polisario
Marokko verbrak de relaties met Cuba in 1980, toen het land de Arabische Democratische Republiek Sahara (SADR) formeel erkende. Die werd in 1976 uitgeroepen door de onafhankelijkheidsbeweging Polisario, en bestrijkt een klein deel van de Westelijke Sahara. Het grootste deel van de Westelijke Sahara wordt echter bezet door Marokko. Samen met Algerije en Zuid-Afrika is Cuba een historische bondgenoot van Polisario. De Marokkaanse koning Mohammed VI bracht vorige week een privébezoek aan Cuba, waarop de Marokkaanse pers al speculeerde over een mogelijke verzoening met Havana. Volgens het Marokkaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken gaf de koning ook de opdracht om een ambassade te openen in Havana. De verzoening werd ingegeven door de ‘proactieve diplomatie’ die de koning voorstaat, klonk het nog.

Bron
* De Morgen, 22 april 2017