In 2018 2,2 miljoen vaten olie uit Algerije voor Cuba

Cuba ontvangt dit jaar 2,1 miljoen vaten olie van het Algerijnse bedrijf Sonatrach, hetzelfde aantal als vorig jaar. Sinds oktober 2016 levert dit Algerijnse  staatsbedrijf ruwe olie aan het eiland. Toen daalden de olieleveranties vanuit Venezuela met 40%.

olie-Sonatrach-Oran-Algerije

Hoofdkwartier van Sonatrach in Oran, Algerije

‘In 2017 leveren we 2,1 miljoen vaten ruwe olie aan Cuba’, zegt commercieel directeur Omar Maaliou van Sonatrach aan persbureau Reuters. ‘Het komend jaar doen we hetzelfde,’ zegt hij. Cuba en Algerije onderhouden al lange tijd vriendschappelijke betrekkingen. Die werden geïntensiveerd in mei 2015 toen president Raúl Castro dit Arabische land bezocht en er o.a. sprak met eerste minister Abdelmalek Sellal en president Bouteflika.

bouteflika-raul-castro-2015

In mei 2015 bezocht Raúl Castro zijn collega Bouteflika van Algerije

Venezuela
Cuba produceert zelf maar 40% van de olie die het verbruikt en importeert elk jaar voor een waarde van tussen de 200 en 300 miljoen dollar aan olieproducten uit Algerije. Cuba sloot een akkoord met Venezuela waarbij olieproducten werden uitgeruild tegen Cubaanse artsen. Maar de laatste 10 jaar daalde de productie in Venezuela alsmaar, deels vanwege de economische situatie en verder door de daling van de olieprijzen op de wereldmarkt.  Er zijn geen officiële cijfers, maar geschat wordt dat Cuba dagelijks 55.000 vaten per dag uit Caracas ontvangt, veel minder dan de 100.000 die het land kreeg ten tijde van het presidentschap van Hugo Chávez.

Bron
* Website 14ymedio en diverse persbureaus, 11 januari 2018

Advertenties

Meer dan 100.000 mensen zijn ‘illegaal’ in Cuba

Volgens de Cubaanse autoriteiten verkeren 107.220 Cubanen in eigen land in de ‘illegaliteit’. Dat meldde Samuel Rodiles Planas namens het Ministerie van Ruimtelijke Ordening donderdag tijdens een voltallige zitting van het Cubaanse parlement. 52.800 van hen verkeren al langer dan 20 jaar in de illegaliteit.

krotwoningeninhavanaDe Cubaanse regering beschouwt personen die ergens anders verblijven dan op het adres vermeld op hun identiteitskaart als ‘illegaal’. In steden als Havana is het veranderen van je woonadres een complex proces dat de goedkeuring van de gemeentelijke administratie  vereist. Veel migranten van elders in het land wonen daarom clandestien in de hoofdstad. Rodiles Planas zei ook dat er 127.000 stedelijke illegalen werden geteld in 2017; Havana neemt meer dan 40.000 van hen voor zijn rekening. Andere steden die in dit opzicht hoog scoren zijn Santiago de Cuba, Granma, Artemisa en Matanzas, met elk meer dan 10.000 illegale inwoners. Rodiles Planas, een divisiegeneraal van de Revolutionaire Strijdkrachten (FAR), weet het probleem o.a. aan het ‘gebrek aan vraag, controle en monitoring door de instanties van gemeenten’. Daarnaast wees hij op het tekort aan vervoermiddelen bij de gemeentelijke diensten voor ruimtelijke ordening waardoor regelmatige controles moeilijk worden. De meeste van de stedelijke illegalen concentreren zich volgens de officiële pers op bouwterreinen waarbij sprake is van vervalsing van woonvergunningen.

llega-y-pon-un-asentamiento-marginal-en-el-diezmero-la-habana-darsy-ferrer

Een llega-y-pon nederzetting

Bouwachterstand dramatisch
Cuba heeft minstens een miljoen nieuwe woningen nodig, zoals de autoriteiten erkennen. De bouwresultaten zijn sinds de jaren tachtig dramatisch gedaald en de verslechtering van bestaande gebouwen is duidelijk zichtbaar. In 2017 was de staat van plan om slechts 9.700 woningen te bouwen. Daarbij komt nog de schade als gevolg van natuurrampen zoals de orkaan Irma, die volgens voorlopige gegevens 158.554 wooneenheden heeft verwoest. In sommige provincies, zoals Havana, heeft het tekort aan huisvesting ertoe geleid dat veel mensen zich hebben gevestigd in marginale buurten die in de volksmond bekend staan als llega y pon – letterlijk arriveren en neerploffen – dat wil zeggen, kraakpanden. De autoriteiten werpen allerlei hinderpalen op voor de interne migratie, met name uit het oosten van het land, maar voorkomen die niet. Geschat wordt dat er in Havana, met ongeveer 2.1 miljoen inwoners, een tekort is aan 206.000 huizen, terwijl er in Santiago de Cuba, waar een half miljoen mensen wonen, 103.000 huizen moeten worden gebouwd. Deze week heeft Raúl Castro het huisvestingsprobleem erkend en de voltallige vergadering van het Centraal Comité van de Communistische Partij verzocht om een ‘grotere impuls’ te geven aan de huisvestingssituatie in het land.

Bron
* 14ymedio, 21 december 2017

Buitenlandse investeringen blijven achter

De Wet op Buitenlandse Investeringen, in april 2014 aangenomen, ‘heeft niet alle dynamiek teweeggebracht die er van verwacht kon worden’. In 2017 hebben de buitenlandse bedrijven voor zo’n 510 miljoen dollar geinvesteerd. ’Twijfels, angst voor het spook van de markt en onhoorbaar intern verzet bemoeilijken de onderhandelingen met buitenlandse ondernemers die o.a. worden geconfronteerd met struikelblokken om personeel en Cubaanse diensten te contracteren,’ aldus de vooraanstaande econoom Ariel Terrero in de partijkrant Granma. Er volgde een reactie van de kritische econoom Dimas Castellanos – natuurlijk niet in deze partijkrant – getiteld De dreiging van de traagheid. Ariel Terrero’s conclusie luidt: ‘Zonder welvaart zal het socialisme altijd een utopie blijven.’

mariel-zdem3

Containerproject in het Speciale Ontwikkelingsproject van Mariel

Volgens Ivonne Vertiz Rolo, algemeen onderdirecteur Buitenlandse Investeringen van het Ministerie van  Buitenlandse Handel, heeft het land een gestage groei nodig van het Bruto Binnenlands Product (BBP) tussen de 5 en 7% per jaar. Om dit te kunnen bereiken zijn er accumulatie- en investeringsschattingen van niet minder dan zo’n 25% vereist, hetgeen een jaarlijkse investeringsstroom van tussen de 2.000 en 2.500 miljoen dollar per jaar vereist. (Partijkrant Granma, 12 december 2014) Echter, de beperkingen zoals ze vermeld staan in het Wetsdecreet 50 van 1982 – van kracht toen de Sovjetsubsidies het veroorloofden een vijandige houding naar investeerders uit andere delen van de wereld in stand te houden – en in de Wet 77 van 1995, die onder andere het ontbreken van garanties en slechte behandeling van investeerders handhaafde, leidden ertoe dat van de 400 joint-ventures die in 2002 aan de slag gingen, de helft ervan het land verliet.

Speciale Mariel-ontwikkelingszone
Het effect van de lage buitenlandse investeringen probeerde men op te lossen met het Wetsdecreet van 2013, waarmee voorbijgaand aan de noodzaak van structurele veranderingen, de Speciale Mariel-ontwikkelingszone werd gecreëerd, waarvan het belang is dat bij de uitbreiding van het Panamakanaal dat de doorgang van supergrote schepen met een capaciteit van zo’n 13.600 containers toestaat, de mogelijkheid ontstond om enkele havens van het Caribisch gebied tot megahavens om te bouwen. Een van die havens was die van Mariel ten westen van Havana, die bij het toestaan van deelname van Cuba aan die keten van productie en transport een dynamische factor van de economie zou worden en buitenlandse investeringen zou aantrekken. Iets wat onmogelijk bleek zonder eerst het geschil met de VS op te lossen. De magere  resultaten probeerde men later te verbeteren  met een nieuwe Wet op Buitenlandse Investeringen, Wet 118, die in 2014 tot stand kwam. Op 20 februari van dat jaar zei Raúl Castro in zijn toespraak op het XXe Congres van de vakcentrale CTC: ‘We moeten rekening houden met de dwingende noodzaak buitenlandse investeringen te stimuleren en aan te trekken in het belang van de economische en sociale ontwikkeling van het land,  een doel waarin we verder gaan met het creeren van de Speciale Ontwikkelingszone van Mariel en de uitwerking van een Wetsontwerp over Buitenlandse Investeringen dat in maart aan de Nationale Assemblee zal worden voorgelegd.’

lula-raul

Lula bezoekt Cuba

Voorbeeld Brazilië
Op 25 maart 2014 maakte de Braziliaanse president, Luis Ignacio Lula da Silva, vergezeld van de Cubaanse leider, een tocht door de containerterminal van Mariel en gaf de volgende dag een voordracht in Hotel Nacional, getiteld: ‘De Braziliaanse ervaring  bij het aantrekken van investeringen, de Staat als aanzetter, compagnon en faciliteur’, waaraan ministers en hoge Cubaanse functionarissen deelnamen. Op 1 maart 2014 werden in een vergadering van de ministerraad verschillende tekortkomingen in het investeringsproces opgesomd: overschatting in de jaarplanning, gebrek aan controle, onvoldoende gebruikmaking van het contract als werktuig, gebrek aan het vereiste bij slecht uitgevoerde werken, incorrect invoerbeheer, technologisch gebrek aan discipline, lage productiviteit en tekort aan aannemers.

Geen interesse bij de Cubanen
De opgesomde gebreken hebben een gemeenschappelijke noemer: het gebrek aan interesse bij de Cubanen. De mislukkingen die hebben plaatsgevonden en die er nog aan komen als er geen diepgaande en integrale hervorming plaatsvindt, hebben en zullen hun fundamentele oorzaak hebben in het feit dat de menselijke persoon niet het fundamentele doel van genoemde projecten is, maar als middel gezien wordt voor een politiek en ideologisch doel, vooraf bepaald door de macht. Met die doelen en antecedenten, waarbij de Cubaan als onderwerp wordt genegeerd, werd de Wet op Buitenlandse Investeringen 118 voorbereid die, ondanks het feit dat hij flexibeler was dan de voorafgaande wetsontwerpen, onder andere de volgende restricties handhaafde:

  1. Ontkenning van het recht van de Cubanen om te kunnen deelnemen als investeerders in hun land. Het betreft een verbod voor Cubanen op het eiland of die zich in het buitenland gevestigd hebben; een ideologische beslissing tegenstrijdig aan de meest elementaire rechten die de interesse van de Cubanen voor de resultaten van de economie fnuikt en argwaan naar investeerders genereert. Het ergst is dat Cuba het enige land in de regio is waar de inwoners, ondanks het feit dat ze over genoeg initiatieven en professionele vorming beschikken, geen elementair recht hebben als persoon te kunnen deelnemen aan economische activiteiten.
  2. Verbod voor Cubanen om zich vrij als arbeidskracht te kunnen laten contracteren. Dat is een ontkenning van de Cubaanse arbeidsgeschiedenis; een niet mis te verstaan bewijs dat  de Cubaanse arbeiders als middel worden beschouwd en niet als doel op zich en dat ze door de Staat worden ingehuurd onder volkomen onvoordelige voorwaarden.
  3. Afwezigheid van het principe van syndicale vrijheid. Een beginsel gereguleerd in Conventie 87 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), mede ondertekend door Cuba; opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waarvan Cuba in 1948 een van de aanjagers was; en ook nog opgenomen in het Internationale Pact van Burger- en Politieke Rechten en het Internationale Pact van Economische, Sociale en Culturele Rechten (beide door Cuba ondertekend, maar niet geratificeerd) en gelegaliseerd  in de  Cubaanse grondwet van 1940 en daarom in strijd met de geschiedenis van de strijd van de Cubaanse arbeidersbeweging.
Rodrigo-Malmierca-portret

Minister van Buitenlandse Handel en Investeringen, Rodrigo Malmierca

Bij de presentatie van het wetsontwerp zei Rodrigo Malmierca Diaz, minister van Buitenlandse Handel en Buitenlandse Investeringen, dat ‘het ernstige politieke implicaties heeft, aangezien het een grondige update is van het transformatieproces dat aan het begin van de Revolutie plaatsvond om de belangrijkste productiemiddelen in handen te leggen van de Revolutionaire Staat.’ In de woorden van de minister wil dat zeggen dat het de bedoeling van deze wet is de nationalisatie te handhaven, een van de oorzaken van de economische inefficiëntie.

economie-zinkend-schip

Als we de economie niet regelen, zullen we zinken

Ontbreken burgerlijke vrijheden
Achter de negatieve resultaten gaat het gebrek aan burgerlijke vrijheden schuil – een factor omzeild door de regering en genegeerd door de officiële pers – zonder welke het onmogelijk zal zijn  de productieve krachten in gang te zetten. De Minister van Economie en Planning, Ricardo Cabrisas, verklaarde in de vergadering van het Cubaanse parlement op 27 december 2016 dat de buitenlandse investeringen nog steeds aan de erg lage kant zijn. Daarom moeten buitenlandse investeringen om het effect te krijgen dat Cuba nodig heeft, niet alleen in overeenstemming met de regels van de markteconomie worden gesteld, maar op de eerste plaats met de fundamentele vrijheden en mensenrechten. Het is daarom belangrijk een nieuwe Wet uit te vaardigen of de huidige aan een grondige wijziging te onderwerpen waarin de term ‘buitenlands’ dient te verdwijnen en de wet eenvoudig moet veranderen in Wet op Investeringen. Zo zou het aantal binnen- en buitenlandse  investeringen kunnen toenemen, en de ‘twijfels, angst voor het spook van de markt en het dof intern verzet’, die Ariel Terrero in zijn artikel in Granma van 27 oktober 2017 oproept.

Bron
* Diario de Cuba, 6 november 2017: onafhankelijk econoom Dimas Castellanos: Buitenlandse investeringen blijven achter. 

Linken
* Granma, 27 oktober 2017: Artikel van Ariel Terrero Amenzas de la Lentitud.
Terrero publiceert in de staatsmedia van Cuba. Al eerder drong hij via een televisieprogramma aan op meer durf bij buitenlandse investeringen, bijvoorbeeld in 2012: ‘Buitenlandse investeringen zijn volgens mij de laatste jaren duidelijk gestagneerd; zij vormen een financiële bron die we met meer durf moeten onderzoeken,’ aldus Terrero die een wekelijks economisch commentaar op de Cubaanse staatstelevisie heeft. ‘Wij vergeten niet dat de buitenlandse ondernemers hier komen voor de winst en zeker niet voor de ontwikkeling van de Cubaanse economie, maar wij moeten hen tegemoetkomen want dat is een manier om toegang te krijgen tot kapitaal.’  Zie ook deze Cubaweblog, 8 januari 2012

Cuba’s mediabeleid raakt nieuwe economie

In het afgelopen jaar heeft de particuliere sector van de Cubaanse economie gevoelige klappen gekregen: coöperaties, restaurants en nachtclubs werden gesloten en de verstrekking van vergunningen voor winstgevende en populaire bedrijven werd opgeschort. Er is weinig bekend gemaakt over de redenen van deze harde aanpak. De regering heeft wel allerlei hoogdravende verklaringen gepubliceerd en onder de bevolking doen veel geruchten de ronde. Vraag blijft, aldus de journalist Fernando Ravsberg van de site Cartas desde Cuba, hoeveel tikken het particuliere bedrijfsleven werkelijk verdient en hoeveel er vanwege ideologische vooroordelen werden uitgedeeld.

Restaurante-Cha-cha-cha-decomisado

De Cha cha cha is een van de restaurants die het afgelopen jaar werden gesloten. De precieze reden is onbekend. Dus gonst het van de geruchten o.a. over de verkoop van drugs in een andere vestiging van de dezelfde eigenaar.

Restaurants en bars moesten sluiten zonder verdere uitleg, hoewel particulier ondernemerschap een van de weinige wettelijke alternatieven is die er in het land bestaan om mensen in staat te stellen aan hun basisbehoeften te voldoen. Een eigenaar zag hoe twee van zijn succesvolle restaurants gesloten werden en de bouwwerkzaamheden bij een derde, moesten worden gestaakt. Het gerucht ging dat hij eerder misdaden tegen de staat had begaan en er werd ook gesproken over een witwasnetwerk in Cuba, Panama en Cancún. Deze geruchten worden echter door niemand gecontroleerd of weerlegd. Juan Carlos Poey, chef drugsbestrijding in Cuba, verzekert dat zijn afdeling zicht heeft op plannen om zwart geld van drugshandelaren in de Cubaanse economie wit te wassen. In de eetgelegenheid Paladar Papo werd geïnvesteerd door zwendelaars met een Cubaans-Amerikaanse achtergrond. De provinciale krant in Escambray was de enige krant die bericht over deze witwaspraktijk in de Cubaanse economie.

Juan-Carlos-Poey- chef-anti-drugs

Juan Carlos Poey, hoofd drugsbestrijding

Stilzwijgen
Niemand weet hoelang ‘de normalisering van de particuliere sector’ kan duren en wie er verantwoordelijk is voor de uitvoering. Men weet niet eens of er ook zelfstandige ondernemers zijn gedagvaard die hun visie kunnen geven over de regeling van hun financiële activiteiten. Het stilzwijgen wordt door de vijanden van de economische plannen van de regering gebruikt om nog meer onzekerheid en onbehagen te creëren. Dezelfde mensen die eerder klaagden over de privileges die de hijo de papá / papa’s zoontje (zonen en dochters van vooraanstaande partijleiders of militairen die privileges genieten, redactie), jammeren vandaag omdat zijn bar gesloten is. Het Cubaanse mediabeleid leidt tot frustratie en heeft veel nadelen, want niets is nuttelozer dan proberen geheim te houden wat iedereen al weet. Denkt men echt dat de Cubaanse bevolking alleen maar te weten komt wat er aan de hand is in het land, als het in partijkrant Granma staat? Deze nutteloze geheimen geven aanleiding tot speculatie; zo ontstaan geruchten en die zijn de voedingsbodem voor vijandelijke propaganda. Ze maken het gemakkelijk voor hen die campagnes opzetten gericht tegen de Cubaanse regering. Waarom zou je het geheim houden als de absolute meerderheid van de Cubanen applaudisseert als de overheid een bedrijf sluit dat drugs of zwart geld verhandelt? Waarom zijn ze zo bang om de mensen te informeren over wat er gaande is? Gelooft iemand dat geruchten minder schadelijk zijn dan de waarheid?

restaurant-starbien-gesloten-hoge-militair

De eigenaar van restaurant Starbien werd eerst beschuldigd van bevoordeling door de autoriteiten omdat hij zoon van een hoge militair is. Nu zijn zaak gesloten is, worden de autoriteiten beschuldigd van de sluiting van het restaurant.

Kop-in-het-zand
Soms kan het helpen de kop in het zand te steken, maar als het gaat om de economie is het uiteindelijk desastreus want personen die een rol willen spelen in de Cubaanse economie zoeken transparantie. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat hun inspanningen goede resultaten opleveren. Het maakt niet uit of het om een buitenlandse investeerder, nationale ondernemer, eigen-baas of werknemer in dienst van de staat gaat. Iedereen moet weten dat inspanningen gecompenseerd worden met een beter inkomen en dat rechten gerespecteerd worden zolang men de wet respecteert. Eigen-bazen en kleine en middelgrote ondernemingen zijn niet alleen een overheidsconcessie, ze zijn een broodnodige opening in de economie, bedoeld om economische hervormingen door te voeren, die leiden tot een bloeiende en duurzame samenleving. Het zijn allemaal schakels in dezelfde keten. De eenmaking van de twee munteenheden zal maken dat verliesgevende staatsbedrijven hun deuren moeten sluiten en dat zal leiden tot hoge werkloosheidscijfers en deze arbeidskrachten kunnen alleen door particuliere ondernemingen worden geabsorbeerd.

witwassenOptimisme
De particuliere sector zal zijn rol echter niet naar behoren kunnen vervullen als obscure regels en voorschriften die ‘vermogensaccumulatie’ (verrijking, redactie) verbieden, blijven worden opgelegd zonder uit te leggen wat de grenzen zijn. Of wanneer het zelfstandige ondernemers onmogelijk wordt gemaakt hun artikelen legaal bij groothandelaars in te kopen of als zij geconfronteerd worden met onverklaarbare sluitingen en de onbepaalde opschorting van nieuwe vergunningen. Dit klimaat van onzekerheid schept onzekerheid en wantrouwen in de toekomst. Dat is het tegenovergestelde van het ‘optimisme’ dat volgens de voormalige Griekse Minister van Economische Zaken, Yanis Varoufakis, van cruciaal belang is om uit een financiële crisis te geraken.

Bron
* Website Cartas desde Cuba, Fernando Ravsberg, 21 december  2017

Staatsbedrijven en slecht geïnformeerde ministers

In Cuba vonden in december twee juridische feiten van belang plaats. Het eerste betrof de goedkeuring van Decreet 334/17 door de Staatsraad en de Decreten 334, 335 en 336 in de Ministerraad. De kwestie heeft ministers en Staatsraad veel hoofdbrekens bezorgd ter wille van ‘de continuïteit en versterking van het Cubaanse systeem voor bedrijfsbeheer’, aldus de onafhankelijke journalist Hildebrando Chaviano Montes.

bus-guagua211217Het tweede belangrijkste feit betreft de publikatie van de discussies in de werkgroepen van de Nationale Assemblee van de Poder Popular, waarin optimistische toespraken, positieve motiveringen en veroordelingen van de ‘imperialistische blokkade’, zoals verwacht, overheersen. Hoewel de meeste sprekers excelleren in ‘meer van hetzelfde’ was er één minister die de aandacht vestigde op ‘het gebrek aan discipline’ in het openbaar vervoer, waar reizigers geen kaartje meer kregen uitgereikt. Over welk buskaartje sprak deze minister eigenlijk? Wist hij niet dat in het stadsvervoer dit kaartje al tientallen jaren geleden was afgeschaft? Zo’n uitspraak wijst erop dat deze dienaar van de publieke zaak niet geïnteresseerd is in zijn werk, noch de aanwezige volksvertegenwoordigers en het instituut dat zij vertegenwoordigen, respecteert. Aan de andere kant is de minister niet de enige boosdoener, want geen van de aanwezigen leek zich bewust te zijn van de onzin die hij uitkraamde en alles verliep verder in de grootst mogelijke rust en gelijkmatigheid.

Staatsbedrijven
Vervolgens wordt het tijd te spreken over de decreten betreffende de rol en functie van bedrijven in de Cubaanse economie. Ook daar blijkt dat functionarissen vaak geen kennis hebben van de hen toevertrouwde taken om de problemen van ondernemingen in Cuba op te lossen. Socialistische staatsbedrijven zijn verre van perfect. Dat hebben de Chinese en Vietnamese kameraden al lang geleden begrepen en zij bewandelen gedecideerd de weg van de volledige uitschakeling van staatsbedrijven, bron van corruptie en meesterwerken van inefficiëntie. Alle documenten over dit thema die door Cubaanse instituten worden geproduceerd, zijn vanaf het begin vergiftigd door ideologische ballast. Ze belemmeren eerder de efficiëntie van de bedrijven dan deze te bevorderen. Bedrijfsleiders en managers houden er geen rekening mee tot dat zij in ongenade vallen en worden uitgeschakeld. Met de belangen van werknemers wordt geen rekening gehouden, noch met de belangen van de consument en de service die hij of zij verlangt.

portada_libro_proyectos_de_lineamientos1De Richtlijnen
De inhoud van de Lineamientos / Richtlijnen en de Conceptualización / Conceptualisering (de termen waarmee Raúl Castro zijn economische hervormingen lanceerde, redactie) is afgezwakt door ideologische ballast. Het is tijd die te wissen in ruil voor echte juridische, economische termen uit het bedrijfsleven, gericht op ontwikkeling in het land. Regeringswoordvoerders zeggen dat het eiland in 2017 een bescheiden economische groei doormaakte, maar maken niet duidelijk dat volgens de cijfers van de CEPAL de groei van het BBP slechts 0,5% bedroeg. Dat wil zeggen dat we niet achteruit gaan, maar gewoon stil staan. Ondertussen applaudisseren de leden van de Nationale Assemblee als getrainde zeehonden bij elke nieuwe stroom aan informatie en documenten. Ze koesteren het feit, gerekend te worden tot de twee enige landen ter wereld waar met succes de weg van een gecentraliseerde en geplande staatseconomie wordt gerealiseerd. Verder blijven ze hopen op solidaire steun van de kapitalisten die spoedig moet komen.

Verworvenheden
Als het niet zou gaan om de toekomst van een land, zouden al deze documenten en convenanten als een afleidingsmanoeuvre beschouwd kunnen worden. Maar waar komen zonder economische groei de middelen voor gezondheid en onderwijs vandaan, de iconische verworvenheden van de Cubaanse Revolutie, of voor de wederopbouw van de 240.000 huizen die zijn verwoest door recente en eerder orkanen?

Bron
* Hildebrando Chaviano Montes, website Diario de Cuba, 29 december 2017

Linken
* De Lineamientos en de economische hervormingen in Cuba op een rijte gezet door de Cuba Study Group
* Video YouTube: Waarom Cubaanse jongeren niet voor de staat willen werken. Video uit Bayamo, 2.14 minuten, Spaanstalig.

Eén jaar gevangenisstraf voor hamsteren

‘Vanwege de groeiende vraag onder de bevolking naar de bouw en renovatie van woningen, dient krachtig te worden opgetreden tegen hen die zonder scrupules en op opportunistische wijze, misbruik maken van deze behoefte van anderen’, aldus mededelingen in de Cubaanse staatsmedia die berichten publiceren over hamsteren en illegale doorverkoop van bouwmaterialen.

cement-zakken

Zakken cement die via staatswinkels verkocht worden

Volgens de lokale krant Guerrillero zijn zeven personen in Pinar del Río veroordeeld vanwege de illegale verkoop van bouwmaterialen. De identiteit van de zeven veroordeelden werd niet vermeld, maar ze werden gearresteerd en voorgeleid bij de gemeentelijke rechtbank van Pinar del Río vanwege ‘hamsteren en doorverkopen’ van cement, ijzeren hekwerk, betonblokken, lampen en andere materialen. Drie van hen werden veroordeeld tot 1 jaar gevangenis en de anderen tot 10 maanden. Bij een huiszoeking werden 69 facturen, 1.697 zakken cement, 175 ijzeren platen, 120 blokken, 11 ledlampen, 11 pompen en een kubieke meter kiezelsteen in beslag genomen. Ook andere inwoners van Pinar del Río werden aangehouden voor vergelijkbare delicten zoals de aankoop van goederen op illegale rommelmarkten. Anderen kregen een waarschuwing omdat zij zich door het bezoeken van rommelmarkten, schuldig zouden hebben gemaakt aan de koop en verkoop van bouwmaterialen.

Bron
* Periodico Cubano

Raffinaderij Cienfuegos zoekt 5 miljard dollar

Het was december 2007 toen de Venezolaanse president Hugo Chávez, in het gezelschap van Raúl Castro en een tiental Caribische leiders, de PetroCaribe-top in Cienfuegos vierde. Voor deze stad met 200.000 inwoners, was de reactivering van de olieraffinaderij Camilo Cienfuegos goed nieuws. Sinds de bouw in 1989 was de productie verlamd en nu wilde Fidel Castro de raffinaderij veranderen in het industriële hart van het land. Het Cubaans-Venezolaanse bedrijf Cubaven moest er de spil van vormen.

olieraffinaderij-cienfuegos-cuba-venezuela

Olieraffinaderij in Cienfuegos

Chávez sprak er een rede uit: ‘Cienfuegos en zijn raffinaderij zijn een juweel. Een juweel dat dient als een stimulans voor hen die twijfelen en een voorbeeld voor degenen, die vrezen. We leven niet in tijden van angst, we leven niet in een tijd van twijfel. Dit is een voorbeeld.’ In die dagen bevolkten duizenden mensen spontaan de straat om de bewogen Venezolaanse president, politieke erfgenaam van de herstellende Fidel Castro, te ontvangen. Hij had bovendien de zakken vol petrodollars om te bouwen wat de Sovjets halverwege hadden achtergelaten. ‘We gaan hier een grote petrochemische project opzetten om landbouw, ontwikkeling en voedselproductie te stimuleren,’ zei Chávez. Tien jaar en meer dan honderd miljoen dollar later is er in Cienfuegos slechts een onrendabel bedrijf over dat geen winst maakt.

Productie minimaal
Vorige week werd bekend dat Venezuela 49% van de aandelen in de raffinaderij heeft teruggetrokken en dat Cuba die heeft overgenomen als betaling voor de achterstallige schulden aan Caracas*. ‘Dit vreesden we al maanden. De situatie van de raffinaderij was zeer instabiel omdat we nauwelijks nog ruwe olie uit Venezuela ontvingen. We verwerkten zelfs ruwe olie uit Algerije, maar de minimale productie werd niet bereikt’, aldus een technicus van de fabriek op een vraag van de webkrant 14ymedio. Volgens officiële berichten worden in de raffinaderij Camilo Cienfuegos ongeveer 24.000 vaten per dag geraffineerd, in plaats van de 65.000 vaten waarvoor de raffinaderij werd gebouwd. Dat is te wijten aan het feit dat Venezuela, als gevolg van de interne crisis en de daling van de olieproductie, zijn verplichtingen tegenover Cuba niet is nagekomen. Eind oktober produceerde Venezuela iets meer dan 1,8 miljoen vaten per dag, terwijl de productie in 2015 meer dan 2,3 miljoen vaten bedroeg. Ook de Cubaanse aardolieproductie is gedaald, van 3 miljoen vaten in 2011 tot 2,8 miljoen volgens de meest recente gegevens van de regering.

raffinaderijcienfuegos-spandoek-fidel

Spandoek Fidel Castro vóór de raffinaderij

Olieprijzen
‘Venezuela investeerde fors in de raffinaderij, bedoeld om van Cienfuegos een petrochemisch hub voor het Caribisch gebied te maken. Cienfuegos zou het centrum worden voor het leveren van Venezolaanse olie naar het hele Caribisch bekken, maar dat zijn projecten uit het verleden,’ zegt de ingenieur, die meermalen naar Venezuela reisde voor opleidingen bij het staatoliebedrijf PDVSA. Dit alles gebeurde op een moment dat de prijs van een vat olie tussen de 80 en 120 dollar bedroeg, de boomingjaren in Venezuela. Er was zelfs sprake van een gezamenlijk investeringsproject van 5,4 miljard dollar om de raffinagecapaciteit van Camilo Cienfuegos uit te breiden tot 165.000 vaten olie per dag, het opstarten van een basis voor supertankers in Matanzas en het reactiveren van de pijpleiding tussen beide havens. Er werden voor La Perla del Sur / De Parel van het Zuiden zoals Cienfuegos wel wordt genoemd, plannen gemaakt voor petrochemische, kunstmest- en verffabrieken. Er zijn studies uitgevoerd om het toegangskanaal van Jagua Bay uit te baggeren en uit te breiden en die aan te passen aan de toename van het vrachtverkeer over zee. Schattingen spraken over stijgingen met 67% tot 169%. Er was ook een plan om aan de rand van de baai een basis voor supertankers te bouwen, maar de projecten strandden toen de olieprijs instortte.

olieraffinaderijmei2010camilo_cienfuegos_refinery_ap_120131Russische deelname?
‘De raffinaderij is niet langer rendabel tenzij er investeringen plaatsvinden van 5 miljard dollar, maar op dit moment lijkt het er niet op dat iemand wil investeren,’ zegt de ingenieur, die bevestigt dat zelfs bevriende landen als China het hebben opgegeven. Tot nu worden de werknemers van Cuven-Petrol nog betaald en krijgen ze de bonussen die ze eerder ook kregen maar we weten niet hoelang dat nog kan duren’. Het bedrijf telt 1.049 werknemers. De uitvoerend directeur van het Russische staatsbedrijf Rosneft, Igor Sechin, zei vorige week in Havana dat zijn bedrijf geïnteresseerd is in de modernisering van de raffinaderij van Cienfuegos, maar de ingenieur gelooft daar niet veel van. ‘Cienfuegos heeft drie witte olifanten geërfd toen er in de jaren tachtig sprake was van de gigantische groei van industriële investeringen in Sovjetstijl: de waterkrachtcentrale van Juraguá, de raffinaderij en de cementfabriek. Ze werden gelanceerd als pijlers van de ontwikkeling van het land, maar vandaag de dag leveren ze meer hoofdpijn dan voordelen op.’

Bron
* Mario Penton, website 14ymedio, 19 december 2017

Noot
* In ruil voor olie stuurt Cuba artsen en andere professionals naar Venezuela, waaronder een groot contingent dat betrokken is bij de staatsveiligheid.