Zwarte lijst van verboden films

De afgelopen weken berichtte deze Cubaweblog geregeld over censuur bij de totstandkoming van films. Hoeveel Cubaanse films zijn er de afgelopen tien jaar gecensureerd? Een filmcriticus stuurde een Open Brief naar La Jiribilla, de website van de staatsorganisatie van film, Instituto Cubano del Arte e Industria Cinematográficos (ICAIC). De lijst met meer dan 20 titels, samengesteld door Dean Luis Reyes, werd door de kunstenaarsbond genegeerd.

bioscoop-camilo-gracias-fidel

Bioscoop en theater Camilo Dank je, Fidel.

In de brief van Reyes levert deze kritiek op een artikel van José Ángel Hernández Pérez op de officiële website La Jiribilla. Hij valt de kunstcriticus Gustavo Arcos aan omdat deze partij koos voor de film Quiero hacer una película / Ik wil een film maken van Yimit Ramirez. De officiële Cubaanse kunstenwereld maakte publieke vertoning van deze film onmogelijk vanwege vermeende beledigen aan het adres van de nationale held José Marti. (Zie ook deze Cubaweblog van 22 maart 2018) Pérez bekritiseert Arcos die toch ‘het voorrecht heeft genoten’ om jarenlang kunstonderwijs gegeven te hebben aan gerenommeerde instituten in Cuba. Reyes: ‘Alsof het een voorrecht zou zijn geweest om professor te zijn van bijna twintig generaties aan de Faculteit der Kunst van de Audiovisuele Media van het Superieur Instituut voor de Kunst, misschien verleend door de grootmoedigheid van een of andere superieure macht.’  Arcos’ motieven zijn volgens Hernández Pérez verdacht. Net als alle anderen die het verbod van de film door de filmbond ICAIC bekritiseerden. De criticus spreekt over ‘een destabiliserend en gezagsondermijnend netwerk’. Reyes veroordeelt het feit dat de journalist Hernández Pérez ‘de moord op de reputatie van Arcos herhaalt’ met een beroep op ‘argumenten die een relatie leggen met de nieuwe begroting van het Amerikaanse ministerie van Financiën in het kader van het beleid van Donald Trump om de Cubaanse regering omver te werpen’.

Open debat
Reyes noemt het ‘een minne streek’ iemand aan te vallen en te verwijzen naar zijn levensonderhoud want ‘het beroep van Arcos als docent ter discussie te stellen, is vragen om zijn ontslag’. (…) ‘Wij hebben daar bij ons in de buurt een zeer lelijk woord voor,’ aldus Dean Luis Reyes. Hij besluit met de constatering dat het ‘onethisch is om te denken dat een collectief als het filmcollectief, dat als geen ander in de de Cubaanse intellectuele wereld een reputatie heeft  als het gaat om discussie en het open debat, niet zou reageren op een beslissing die het als een schande beschouwde,’ voegt Reyes eraan toe.

Koude Oorlog
‘Deze opstandige traditie lijkt Hernández Pérez te ontkennen want in zijn geest zijn er slechts huurlingen en is er een culturele Koude Oorlog. Die zal niet ophouden enkel omdat men ons bedreigt en het etiket van contrarevolutionairen opplakt’. (…) ‘Hernández Pérez en La Jiribilla tonen een onmetelijke onwetendheid over de echte problemen van de Cubaanse cinema,’ concludeert de criticus. Omdat de autoriteiten in de politiek en de culturele wereld weigeren de term censuur in de mond te nemen, voegt Reyes in zijn Open Brief ‘een niet-uitputtende lijst toe van Cubaanse speelfilms van de afgelopen 10 jaar, die nog geen publieke première of normale vertoning kregen na een festival of tentoonstelling.

De lijst

film-memorias-del-desarollo

Memorias del Desarollo

Molina´s Ferozz (Jorge Molina, 2010)
Memorias del desarrollo (Miguel Coyula, 2010)
La vaca de mármol (Enrique Colina, 2013)
Jirafas (Enrique Álvarez, 2014)
Espejuelos oscuros (Jessica Rodríguez, 2015)
Caballos (Fabián Suárez, 2015)
El tren de la línea norte (Marcelo Martín, 2015)
La obra del siglo (Carlos Machado, 2015)
La singular historia de Juan sin Nada (Ricardo Figueredo, 2016)
Sharing Stella (Enrique Álvarez, 2016)

film-santa-andres

Santa y Andrés

Santa y Andrés (Carlos Lechuga, 2016)
El tío Alberto (Marcel Beltrán, 2016)
Severo secreto (Oneyda González, Gustavo Pérez, 2016)
El Proyecto (Alejandro Alonso, 2017)
Pablo Milanés (Juan Pin Vilar, 2017)
Nadie (Miguel Coyula, 2017)
Sergio y Sergei (Ernesto Daranas, 2017)

Bron
* Cubanet, 3 april 2018
Link
* Facebook van Reyes

Advertenties

Harde aanval Granma op filmmaker Yimit Ramírez

De Cubaanse filmmaker Yimit Ramírez, maker van Quiero hacer una pelicula / Ik wil een film maken, is in de partijkrant Granma hard aangevallen wegens belediging van José Martí. Cultuurcriticus van de krant, Pedro de la Oz vergeleek teksten uit de film met een incident uit 1946 toen dronken Amerikaanse mariniers op het standbeeld van deze Cubaanse nationale held plasten.

mariniers-1946-standbeeeld-jose-marti

Enkele van de dronken Amerikaanse mariniers die in 1946 het monument van José Martí beklommen en bevuilden. Daar werden ze een dag later door marine-attaché Thomas Francis Cullens opgehaald.

‘Martí is nu meer dan ooit een symbool van het Vaderland,’ waarschuwt Pedro de la Oz die verder schrijft dat ‘Martí beledigen ontoelaatbaar is’. Pedro de la Oz volgt in zijn commentaar de reactie van de officiële filmbond ICAIC. Afgelopen dinsdag publiceerde ICAIC een nota waarin werd bevestigd dat de film Quiero hacer una película was uitgesloten van de sectie Speciale Presentatie voor de Jeugd omdat een van de personages ‘zich op onaanvaardbare wijze uitsprak over José Martí’. ICAIC benadrukt dat het niet alleen een zaak van de ICAIC betreft, ‘maar onze hele samenleving aangaat’ en dat dit niet ‘eenvoudigweg kan worden geaccepteerd als een uiting van vrije meningsuiting.’ De la Oz zegt iets vergelijkbaars en noemt een belediging aan het adres van Martí ‘een belediging die door de overgrote meerderheid van de Cubanen wordt gevoeld.’ De journalist bekritiseert het feit dat de festivalcoördinatoren en de maker van de film nu ICAIC beschuldigen van censuur, terwijl het staatsmonopolie voor de film oproept tot ‘verantwoordelijkheid’.

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula3

Crowdfunding-affiche in het Italiaans

Niet terugtrekken
Marta María Ramírez, promotor van de gecensureerde film, heeft gereageerd op de verklaring van ICAIC. Op haar Facebookpagina stelt ze dat ‘ICAIC in de verklaring liegt om het totale gebrek aan dialoog en de censuur van de film Quiero hacer una película te rechtvaardigen’. De journalist beklemtoont ook dat ‘er nooit enige dialoog is geweest’ en wijst erop dat de filmmakers de film niet hebben teruggetrokken, maar de voorwaarden van de ICAIC niet wilden accepteren. De film zou, aldus ICAIC vertoond moeten worden in een zaal met slechts 24 zitplaatsen. De persconferentie voor het jeugdfilmfestival, die gepland stond voor donderdag, werd een uur voor aanvang afgelast en omgevormd tot een evenement met één spreker: Roberto Smith, voorzitter van ICAIC, die een monoloog hield en de filmmakers beschuldigde van ‘onethisch gedrag.’

film-affiche-quiero-hacer-una-pelicula2Protest
De jonge organisatoren van het filmfestival handhaafden in de catalogus de pagina die gewijd was aan de film van Ramírez. Er was een zwarte achtergrond toegevoegd met de tekst van het protest tegen de censuur van Quiero hacer una película. In de tekst wordt over de film van Ramírez gezegd dat deze ‘de lang verwachte vrucht vormt van een zoon van het festival en dat deze nu misschien wel de enige natuurlijke mogelijkheid verliest om zijn werk aan een breed publiek te tonen’. Yimit Ramírez won twee keer de prijs voor beste animatie op het ICAIC Jeugdfestival, één voor The Beauty or the Beast en één voor Reflexiónes y Hombres verdes. Hij studeerde af aan de Academie voor Schone Kunsten en aan het Instituto Superior de Diseño Industrial. Momenteel studeert hij aan de internationale filmopleiding Escuela Internacional de Cine de San Antonio de los Baños.

Bron
* Zunilda Mata van de site 14ymedio, 24 maart 2018

Linken
* Reactie Pedro de la Oz, Granma, 23 maart 2018
* De journalistenbond UPEC publiceerde in 2010 een tekst over het incident uit  1946 toen Amerikaanse mariniers tegen het monument van José Martí plasten.

De armoede van de Cubaanse literatuur

Op 1 februari werd de 27ste Internationale Boekenbeurs van Havana geopend. Duizenden Cubanen trekken dan naar het fort San Carlos de la Cabaña, het Spaanse koloniale fort met spectaculair uitzicht over de stad. Zij grijpen de kans om aan goedkope boeken uit Cuba en de rest van de wereld te geraken. De beurs loopt tot mei en heeft tot doel het lezen op het hele eiland te bevorderen. Nick Caistor beschreef in Times Literary Supplement de stand van de Cubaanse literatuur.

Feria-Libro-San Carlos de la Cabaña es la sede principal de la XXVI Feria Internacional de Libro de La Habana.februari2017

Bezoekers aan de boekenbeurs vorig jaar

Dit jaar is China eregast van de boekenbeurs waar meer dan 300 schrijvers (de grote meerderheid Cubaans) uit meer dan dertig landen het woord voeren. Vorig jaar was Canada eregast en waren bekende auteurs als Margaret Atwood (die Cuba vaker bezocht om er de tropische vogeltjes te bestuderen) en de Braziliaanse priester en schrijver Frei Betto onder de gasten. Toch zijn op het eiland maar weinig hedendaagse buitenlandse schrijvers bekend en zijn hun boeken zelden beschikbaar. Edities in het Engels uit de Verenigde Staten of Europa zijn veel te duur voor gewone Cubanen, en er zijn geen diensten zoals Amazon voor online aankopen. Het Cubaanse staatsinstituut Cubano del Libro is veel meer geïnteresseerd in het uitgeven van goedkope edities van Cubaanse boeken en klassieken uit het socialistisch realisme uit de Sovjet-Unie en elders.

boekhandel-Moderna-Poesia

Boekwinkel La Moderna Poesia

Boekwinkels
De verscheidenheid aan boeken die op de Boekenbeurs van Havana wordt aangeboden, onderstreept vooral het gebrek aan keuzes in het algemeen. Vóór de revolutie van 1959 onder leiding van Fidel Castro, was Calle Obispo in het centrum van het oude Havana een bloeiende straat, met veel boekhandels die niet alleen werken uit Cuba, maar ook uit de rest van Latijns-Amerika, samen met import uit onder andere de Verenigde Staten en Frankrijk, verkochten. Tegenwoordig is het markante art-deco-gebouw uit de jaren dertig van de vorige eeuw, waarin de boekenwinkel Moderna Poesía is gehuisvest, architectonisch interessanter dan alle werken die er verkocht worden. ‘Veel ruimte, weinig boeken’, zegt een lokale schrijver. En banden met bijna altijd de gedrukte toespraken van Castro, van de 19e eeuwse Cubaanse onafhankelijkheidsheld José Martí, of de werken van Ernesto ‘Che’ Guevara, domineren.

boekenstal2Tweedehands
Naast Moderna Poesía en een of twee andere even schaars beklante boekhandels, moeten Cubaanse lezers zich verlaten op tweedehands kopieën van de boekenmarkten. Sinds de mogelijkheid bestaat om je als kleine zelfstandige te vestigen als boekverkoper, is het aanbod groter geworden. Maar de concurrentie is ook gegroeid en voedsel en kleding zijn voor gewone Cubanen, die onder zeer moeilijke economische omstandigheden proberen te overleven, nu eenmaal belangrijker.

Onafhankelijke bibliotheken
In Havana en enkele andere steden is er ook een netwerk van ‘onafhankelijke bibliotheken’, meestal opgezet in particuliere woningen, vaak van leerkrachten of gepensioneerden. Deze onofficiële bibliotheken bieden een ruimere keuze aan internationale en Cubaanse literatuur. Maar zij hebben de afgelopen jaren geleden onder de repressie van het regime. Bovendien behoren de oprichters van deze bibliotheken vaak tot de hoogopgeleide Cubanen uit de middenklasse die hebben geprofiteerd van de nieuwe mogelijkheden om het eiland te verlaten, op weg naar Miami of elders.

sartressprekenmetcheguevara

Simone dee Beauvoir en Jean Paul Sartre in gesprek met Che Guevara

Jaren zestig
De periode van de jaren zestig ligt ver achter ons, toen vooruitstrevende intellectuelen uit de hele wereld naar Cuba reisden om zich te laven aan de ontluikende revolutie. Ook is de tijd van de debatten voorbij, waarbij Fidel Castro zijn uit schrijvers bestaande gehoor voorhield dat ‘binnen de Revolutie alles, maar buiten de Revolutie niets’ mogelijk was. De Cubaanse staat controleert nog steeds wat wel en wat niet wordt gepubliceerd via het Instituto Cubano del Libro / Cubaans Instituut van het Boek en de Unie van Schrijvers en Kunstenaars, UNEAC. Officieel geaccepteerde auteurs als Miguel Barnet (auteur van de belangrijke roman Cimarron verhaal van de weggelopen slaaf (1968), in Nederland verschenen bij In de Knipscheer, en tegenwoordig voorzitter van de UNEAC), de romancier en huidige Minister van Cultuur, Abel Prieto en de dichter Nancy Morejon hebben geen moeite met publiceren en kunnen volop naar het buitenland reizen om hun werk te promoten.

Nieuwe generatie

cover-gutierrez-dirty-havana

Verscheen in 2002 in Nederland bij uitgever Vassallucci

Jongere auteurs met een alternatieve kijk op de plaats van de literatuur in Cuba, hebben echter meer problemen. Zij richten zich meer op fictie en zijn buiten Cuba vaak beter bekend dan thuis. Dit geldt voor Pedro Juan Gutiérrez, wiens Dirty Havana Trilogy ons doet kennismaken met de brutale en wellustige aspecten van het leven in de Cubaanse hoofdstad; seks en geweld spelen er een hoofdrol in en de cynische protagonisten geloven nog slechts in overleven tegen elke prijs. Leonardo Padura heeft een gelijkaardige directe aanpak. Hij is een van de weinige auteurs die zowel op het eiland als in het buitenland bekend zijn. Hij is erin geslaagd om de censuur te ontwijken en een reeks politieromans te publiceren met in de hoofdrol de gedesillusioneerde en hardvochtige ex-politie-agent Mario Conde. Hij zegt van zichzelf ‘een privédetective te zijn op een eiland waar geen detectives zijn en niets privé is’.

paduracoverHabanaRed

In 2005 verscheen bij Uitgeverij Elmar van Padura Maskers .

Padura verkent de duistere kant van het dagelijks leven, soms gedoogd door stilzwijgende officiële erkenning, soms geheel verborgen voor het oog. Tot verrassing van velen kreeg Padura in 2012 de Nationale Prijs voor Literatuur. Hij woont in Cuba en lijkt onverstoord  door te schrijven. ‘Mensen denken dat wat ik zeg, de maat is van alles  wat in Cuba wel of niet gezegd kan worden’, zei hij in een interview met Jon Lee Anderson van de New Yorker. Padura woont zijn hele leven in Cuba. Hij en Gutiérrez betreuren niet alleen het feit dat hun werk in eigen land weinig bekend is en weinig wordt gelezen, maar ook dat door de belemmeringen en ideologische dwang die sinds de revolutie plaatsvond, lezers zijn afgesneden van trends en stromingen in de literatuur in de rest van de wereld.

literatuur-sf-José Miguel Sánchez Gómez2

Science-fiction auteur José Miguel Sánchez Gómez, beter bekend als Yoss, heavy metalzanger.

Science Fiction
Science fiction is een geliefd genre onder Cubaanse auteurs. De overleden Agustín de Rojas was in de jaren negentig een pionier op dit gebied. Hij werd geïnspireerd door voorbeelden uit de Sovjet-Unie die de distopieën van de toekomst beschreven. Het sciencefictiongenre is overgenomen door een jongere generatie die alle moeite deed om iets te scheppen buiten het strakke en gesanctioneerde terrein van de officiële Cubaanse literatuur. Een van hen is José Miguel Sánchez Gómez, beter bekend als Yoss, de zanger van een heavy metalgroep. Twee van zijn boeken zijn in het Engels vertaald, namelijk A Planet for Rent en Super Extra Grande, uitgegeven bij Restless Books. Sciencefiction is voor hem ‘de literatuur van de consequenties, het biedt je de gelegenheid de veranderingen te evalueren die door onze activiteiten worden veroorzaakt. (…) Soms denk ik dat sciencefiction de enige verhaaltrant is die in staat is de absurditeit van heden accuraat te beschrijven.’

cabrerainfantemetdubbeldekker

Guillermo Cabrera Infante

Bloei
De bloei van de literatuur die de revolutie ons beloofde, heeft nooit plaatsgevonden. Volgens een uitgeweken schrijver heeft de helft van de Cubanen nog nooit een boek geopend en is het literatuuronderwijs armoedig en bekrompen. De grote  roman over de revolutie is nooit geschreven tenzij deze is opgeborgen in een bureaulade. En schrijvers uit de periode van voor de revolutie zoals José Lezama Lima en Virgilio Piñera worden nu gerehabiliteerd en ons als voorbeeld voorgehouden. Tot nu  toe is het meest bezielde literaire werk uit de afgelopen zestig jaren dat van Guillermo Cabrera Infante en Reinaldo Arenas. Beiden ontvluchtten het eiland en het lijkt er niet op dat zij spoedig gehuldigd zullen worden als kampioenen van de Cubaanse literatuur.

logo-feria-del-libro-2018Bron
* Nick Caistor, Times Literary Supplement, 30 januari 2018.
Caistor is auteur en vertaler. Zijn recentste boek is Buenos Aires: A cultural guide, 2014

Vicepresident Díaz-Canel: ‘Internet gebruiken om Revolutie te maken’

Miguel Díaz-Canel, eerste vicepresident van Cuba, benadrukte gisteren tijdens een zitting van de Nationale Assemblee dat de Cubanen internet moeten gebruiken om Revolutie te maken. ‘Wij moeten in staat zijn de inhoud van de Revolutie zichtbaar te maken op internet, op alle platforms en vanuit alle instituten. En wij maken zo gebruik van de mogelijkheid een tegenwicht te vormen tegen de lawine van pseudoculturele, banale en vulgaire content die op het net voorkomt,’ aldus Miguel Díaz-Canel donderdag jl. tijdens een zitting van het parlement oftewel Nationale Assemblee.

Miguel Díaz-Canel Bermúdez-jan2015

Miguel Díaz-Canel Bermúdez, januari 2015

Hij maakte ook bekend dat de rol van sociale media in 2016 sterk was gegroeid en wel met een stijging van 46%. Hij verzette zich tegen het beeld dat ‘het imperialisme’ probeert te vestigen van Cuba als een land waar de bevolking verstoken is van internetaansluitingen. In maart spraken officiële bronnen nog van een stijging met 360% aan aansluitingen met Facebook, Twitter en Instagram. Díaz-Canel vermeldde niet vanaf welk moment de stijging van aansluitingen en gebruikers was gestegen. De particuliere internetaansluitingen in Cuba behoren al jarenlang tot de laagste ter wereld. In maart ging een proefproject van start waarbij enkele honderden bewoners van Oud-Havana een internetaansluiting thuis kregen. Tot dan waren aansluitingen thuis voorbehouden aan enkele beroepsgroepen zoals artsen, journalisten, en academici, die daarvoor een toestemming van de overheid nodig hebben.

Youtube, 3 minuten:

Wat zoeken Cubanen op internet? ‘De meesten zoeken een vriendje of vriendin,’ aldus een bezoeker van een Wifipunt in Havana.

Complex proces
Díaz-Canel stelde tijdens een commissievergadering van het parlement vast, dat internet het thema is waarop ‘Cuba het hardst wordt aangevallen.’  Hij wees erop dat de ‘informatisering van de samenleving’ een ‘complex proces’ is dat ‘ doordringt in de economie en de ideologie’. Voor de komende 5 jaren wordt gewerkt aan 2 hoofdzaken: de vorming van een technologische infrastructuur en de ontwikkeling van digitale dienstverlening. Eerste tastbare resultaat was de verhoging in 2016 van de bandbreedte met 72%. Klachten over de traagheid van internet evenals over de censuur op webpagina’s van regime-kritische websites houden echter onverminderd aan; parlementsleden lieten zich niet uit over censuur op internet.

Bron
* De website Diario de Cuba, 14 juli 2017
Link
* Eerste vicepresident Díaz-Canel sprak tijdens een zitting van het Cubaans parlement over ‘de perfectionering van het informaticasysteem in de Cubaanse samenleving’, 13 juli 2017

Student journalistiek van Universiteit Santa Clara verwijderd

De 18-jarige studente Karla González is verwijderd van de journalistenopleiding aan de Universiteit Marta Abreu in Santa Clara. Karla González onderhield contacten met de oppositiegroep Movimiento Somos+ en plaatste teksten op websites die kritisch staan tegenover de regering van Cuba. In Santiago de Cuba hebben twee journalisten een levenslang verbod gekregen computerlokalen te bezoeken; zij verzonden daar informatie over mensenrechtenschendingen.

Karla Pérez González-weg-universiteit van santa claraKarla González wordt sinds 15 maart belasterd en belaagd door de leiding van de faculteit en een deel van de studenten. Die dag werd haar verboden deel te nemen aan een studentenbijeenkomst waar de voorman van Movimiento Somos+, Eliécer Ávila werd zwartgemaakt. Hij was daarbij zelf afwezig. Dinsdag jongstleden werd Karla onderworpen aan een ‘drie uur lange psychologische mishandeling’ door veertien medestudenten, vier docenten en zes leden van diverse organisaties, waaronder de Unie van Jonge Communisten . Deze groep besloot uiteindelijk Karla te verwijderen. Zij werd daar een dag later telefonisch over geïnformeerd. Karla spreekt over een politiek gemotiveerde verwijdering. Haar academische prestaties in al haar vakken waren in het afgelopen semester uitmuntend.

internet-cubaanse-muis-raul-garrinchaLevenslang verbod
In Santiago heeft de Cubaanse geheime dienst de onafhankelijk journalist Esteban Suárez Barbán en de blogger Manuel Salinas Espinosa ‘levenslang’ verwijderd uit de computerjongerenclub. Suárez Barbán, medewerker van de website Diario de Cuba werkte maandag jl. samen met Salinas Espinosa aan berichten over mensenrechtenschendingen in de provincie. Barbán: ‘Bij publicatie werd de computerverbinding gesloten, wat maar weer eens bewijst dat het de geheime dienst is en niet het telecommunicatiebedrijf ETECSA, die de dienst uitmaakt op internet. Na 10 minuten kwamen twee geheimagenten Dainiel Suárez Pagán en Pablo Regueiferos het computerlokaal binnen. ‘Dit zijn twee van de ergste onderdrukkers in deze provincie,’ aldus Barbán. De twee geheimagenten namen in de afgelopen maanden mobiele telefoons van dissidenten in beslag en dreigden hun telefoonlijn af te sluiten. Suárez Pagán zei dat hen op last van  het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de toegang tot elke computerlokaal levenslang was verboden. ‘Internetverbindingen zijn er voor de revolutionairen en u mag zich niet meer binnen een straal van 50 meter bij zo’n lokaal ophouden,’ aldus de agent. Een andere politieagent Pablo Regueiferos waarschuwde dat Barbén’s vrouw, Yusielis Coss Ortega, bij overtreding van het  gebod, ‘de gevolgen zou merken op haar werk.’

fidel-castro-como estudiante en la Universidad de La Habana, donde ingresó en 1945

Fidel Castro als student aan de Universiteit van Havana

Leerstoel voor Fidel
Terwijl in Santa Clara en op andere universiteiten studenten worden verwijderd is aan de Universiteit van Havana deze week een ere-leerstoel geïnstalleerd, gewijd aan de studie van het denken van Fidel Castro. De nieuwe leerstoel wordt voorgezeten door de emeritus-hoogleraar Francisca López Siberia, aldus een mededeling van de Cubaanse staatstelevisie. Tijdens de openingszitting werd tijdens een panelgesprek unaniem eer betoond aan ‘de bijdragen voor de mensheid door het denken van Fidel Castro over de sociale, economische, natuur- en exacte wetenschappen.’

Bron
* Website Diario de Cuba

Kleine stappen naar meer persvrijheid in Cuba

Cubaanse journalisten beschikken over meer ruimte voor kritiek, maar de restrictieve wettelijke beperkingen, de angst voor strafmaatregelen en de beperkte en kostbare toegankelijkheid van internet remmen de vooruitgang in het land op het gebied van persvrijheid af, aldus een rapport van het Comité para la Protección de los Periodistas (CPJ) / Comité voor de Bescherming van Journalisten(CPJ) in New York. De studie is gebaseerd op gesprekken met journalisten en blogger en draagt de titel Connectar a Cuba / Verbinding met Cuba.

Cuba Daily Life

Jongeren gebruiken hun smartphone om te surfen op internet. Het password is dat van een nabijgelegen vijf-sterrenhotel.

Het rapport benadrukt dat er ‘websites met nieuwsberichten en onafhankelijke media ontstaan en dat journalisten mogelijkheden onderzoeken die voorheen voor hen verboden waren’, maar waarschuwt tegelijkertijd dat ‘het juridische kader niet is veranderd en dat de regering een beduidende controle uitoefent over de verspreiding van informatie.’ Het rapport stelt vast dat de huidige normen, vanaf de grondwet tot en met de strafwetten, de mogelijkheden beperken voor journalisten om kritisch en onafhankelijk te informeren. De grondwet verbiedt het privébezit van media en beklemtoont dat de massamedia sociaal bezit of eigendom van de staat moeten zijn en de strafwet vaardigt gevangenisstraffen tot 3 jaar uit voor laster, kwaadsprekerij en het beledigen van publieke functionarissen en maximaal vier jaar voor het verspreiden van valse berichten die ‘het prestige van de Staat in gevaar of in diskrediet brengen.’ CPJ herinnert ook aan de nog bestaande Ley de Dignidad Nacional / Wet van de Nationale Waardigheid uit 1997 die voorziet in 10 jaar gevangenisstraf voor wie samenwerkt met de ‘media van de vijand’ of aan de Wet ter Bescherming van de Nationale Onafhankelijkheid die acht jaar kan opleggen voor het vermenigvuldigen, reproduceren of distribueren van gezagsondermijnende materialen.

internet-pedro-enrique-rodriguez-editor-of-sports-mag-play-off-is-in-a-fight-for-editorial-freedom-and-economic-survival

Pedro Enrique Rodriguez, uitgever van het sportmagazine Play Off strijdt voor redactionele vrijheid en wil economisch overleven

Internet
Het rapport biedt ook een omvattend panorama van de toegankelijkheid van internet in het land. Het wijst erop dat ‘gezien de beperkingen van de kant van de overheid, Cuba een van de meest internetarme landen van het westelijk halfrond is. Slechts een klein deel van de 11 miljoen inwoners heeft regelmatig toegang tot internet en de verbindingen zijn traag en kostbaar.’ Het CPJ noemt deze ‘beperkte toegankelijkheid’ verontrustend omdat het ‘digitale journalisten bemoeilijkt met het publiek in contact te treden en het velen van het dwingt tot afhankelijkheid van andere verspreidingsmogelijkheden zoals het wekelijks verschijnende  Paquete Semanal of verzending via mail. ‘Maar het perspectief dat Cuba verandert inclusief een vrijere pers is positief nieuws,’aldus Carlos Lauría, seniorcoördinator van het Amerikaprogramma van CPJ. ‘De regering moet deze veranderingen grondwettelijk verankeren en ook in juridische regels zodat journalisten en bloggers in vrijheid kunnen informeren en zonder angst voor represailles.

People sit near a Wi-Fi hotspot in a square at Havana

Bron
* Diario de Cuba, 28 september 2016

Linken
* Rapport Engelstalig van het Comité para la Protección de los Periodistas (CPJ). Het voorwoord van het CPJ-rapport is geschreven door Ernesto Londoño, redacteur van de New York Times.
* De wettelijke beperkingen van de persvrijheid in Cuba 
* Videogesprek (3 minuten) met Elaine Diaz over het project Periodismo de Barrio /  Journalistiek in de Wijk.
* Als graphic: meer informatie over de manieren waarop Cubanen online gaan.
* Als graphic: meer informatie over het functioneren van El Paquete: Unpacking the packet.  El Paquete is een televisieaanbod dat via de informele markt via usb-sticks aan de Cubaanse consument wordt aangeboden. Het particuliere initiatief is een reactie op het slaapverwekkende en gepolitiseerde aanbod van de vijf officiële Cubaanse televisiekanalen. 

Cuba censureert ‘democratie’ en ‘hongerstaking’ in sms-berichten

Het Cubaanse Telecommunicatiebedrijf / Empresa de Telecomunicaciónes de Cuba S. A (Etecsa) censureert sms-berichten, aldus de kritische website 14ymedio. De werking van een filter werd bij toeval ontdekt toen gebruikers afgelopen weken merkten dat hen Sms-berichten in rekening werden gebracht die nooit de geadresseerden bereikten. Berichten met termen als derechos humanos/mensenrechten, huelga de hambre/hongerstaking, José Daniel Ferrer (naam van een bekende dissident) en de naam van een kritisch tijdschrift als Convivencia worden geblokkeerd.

A Cuban flag flies at the Palace of the Revolution in Havana

Cubaanse vlag op Plein van de Revolutie

De schrijvers van het artikel, Yoani Sánchez en Reinaldo Escobar, schrijven dat het filter niet alleen in Havana maar in alle delen van het land functioneert en dat niet alleen dissidenten maar ook personen die geen enkele binding hebben met de kritische beweging in Cuba, worden getroffen. Een Cubaan die vrienden of familie een feliz convivencia / een gelukkig samenzijn wenst, kan al getroffen worden door het filter. In het contract dat een gebruiker sluit met het bedrijf Cubacel (het mobiele net van Etecsa), wordt vastgelegd dat de dienstverlening wordt beëindigd wanneer er sprake is van ‘gebruik gericht tegen de moraal, de openbare orde, de staatsveiligheid of ter ondersteuning van strafbare activiteiten.’ Maar de klant is nooit gewaarschuwd dat zijn boodschappen gefilterd worden als hij verwijst naar opposanten of ongemakkelijke begrippen voor het officialisme als ‘mensenrechten’ of kritische blogs zoals Generación Y. De censuur wordt blijkbaar niet toegepast in Sms-berichten die naar het buitenland worden verzonden, misschien omdat deze aan de dure kant zijn, namelijk 1 CUC voor 160 karakters en men klachten van gebruikers wilde voorkomen. Sms’en die vanuit het buitenland naar Cuba worden verzonden, vallen wel onder de censuur.

Klacht
Arnulfo Marrero, tweede chef van de vestiging van Etecsa in straat 19 y B in de buurt Vedado, is verbaasd als hij vorige week in zijn kantoor wordt geconfronteerd met een klacht over de censuur. Hij reageert: ‘Wij hebben daar niets mee te maken, u moet zich wenden tot het Ministerie van Communicatie (Micom)’. Cuba heeft de VS er regelmatig van beschuldigd telecommunicatie te gebruiken om het bewind te ondermijnen en schildert bloggers als Yoani Sánchez af als ‘huurlingen die met Washington samenwerken’. Persbureau Reuters nam de proef op de som en verzond zonder succes boodschappen met de woorden  democratie, mensenrechten en Yoani Sánchez. Op de gebruikerstelefoon verscheen wel het woord verzonden. Boodschappen die het Spaanse woord voor protest bevatten, kwamen wel bij de ontvangers terecht.

mobiel-meisje

Cuba verwijst graag naar ‘de nieuwe Mens’ die de Cubaanse revolutie zou hebben voortgebracht maar die is blijkbaar niet bestand tegen termen als Damas de Blanco, dictadura, elecciones libres, 14ymedio, Yoani Sánchez, José Daniel Ferrer en Unpacu. Die woorden zijn verboden.

Vijf procent internet
Cuba stond de mobiele telefoon pas in 2008 toe en sinds vorig jaar is ontvangst per Wifi op diverse plekken mogelijk. Websites van dissidenten en publicaties waarvan men vermoedt dat deze gesteund worden door de VS worden geblokkeerd, maar kritische kranten als El Nuevo Herald en de Spaanse krant El Pais komen wel door. Ondanks pogingen van de Obama-administratie de banden te versterken tussen Amerikaanse en Cubaanse providers lijken de autoriteiten meer geïnteresseerd in samenwerking met Rusland op het gebied van cyberveiligheid en met China als het om nieuwe communicatietechnologie gaat. Deskundigen schatten dat 25 tot 30% van de 11,2 miljoen Cubanen op de een of andere manier, vooral via Wifi, toegang heeft tot internet. Vijf procent van de bevolking heeft internet thuis en daarvoor is toestemming van de autoriteiten nodig.

Bronnen
* Het volledige artikel (3 september 2016) van Yoani Sánchez en Reinaldo Escobar op de website 14ymedio
* AD, 6 september 2016: Cubaanse overheid leest alle sms’jes.